Idee voor een Wiki artikel? Lees in dit artikel hoe je kunt helpen!

Schwarzwalder Fuchs

Uit Bokt

Ga naar: navigatie, zoeken
Schwarzwalder Fuchs
Schwarzwalderhoofdfoto.jpg
Schwarzwalderstandfoto.jpg
Stokmaat: 1.48 tot 1.60 meter
Kleur: vos tot koffievos, soms bruin, zwart of schimmel
Land van herkomst: Schwarzwald, Duitsland
Link naar stamboek:

De Schwarzwälder Fuchs wordt ook wel Schwarzwälder Koudbloed, Schwarzwälder, St. Märgener Fuchs of Wälderpferd genoemd. Het is een trots, middelgroot en middelzwaar koudbloedpaard met een goed en makkelijk karakter, droog beenwerk en ruime en soepele bewegingen.

Geschiedenis

Het ontstaan van de Schwarzwälder Füchs kan worden teruggeleid tot in de Middeleeuwen, maar pas met de oprichting van de eerste Schwarzwälder Pferdezuchtgenossenschaft in het jaar 1896 begint de georganiseerde fok met als doel het ras in zijn oorspronkelijke aard te behouden en verder te ontwikkelen. Het centrum van de fok van de St. Märgener Füchse was het zuidelijke gebied van het Zwarte Woud en de aangrenzenden gebieden. Het ras was toen nog heel heterogeen in bloedlijn, maat en kleur.

Slechts weinig meer dan de helft van de 210 ingeschreven fokmerries die in 1896 werden ingeschreven waren van pure Schwarzwälderafstamming. De daaropvolgende fokjaren werden hoofdzakelijk hengsten gebruikt die in de regio aanwezig waren. In 1925 wordt de hengstenhouderij door de Zuchtgenossenschaft overgenomen. In het jaar 1947 was het aantal fokmerries gegroeid tot over de 1.200, het aantal dekhengsten bedroeg op dat moment 50.

Met de opkomst van techniek en de motorisering binnen de land- en bosbouw was er steeds minder vraag naar de kracht van de koudbloedpaarden en het bestand liep drastisch terug. Waren er in 1947 nog 1234 merries ingeschreven, in 1977 werden er slechts 159 ingeschreven merries geteld. Het aantal hengsten liep van 47 ingeschreven hengsten terug naar slechts 4 hengsten in het begin van het jaar 1973. Het gevolg was een hoge graad aan inteelt en een uniform type paard, maar het ras stond op het punt van uitsterven.

De eerste maatregelen om het ras te behouden worden door het Haupt- und Landgestüt Marbach ingeleid, door de inzet van Norikerhengsten in 1961 en 1970. In het jaar 1976 begonnen eerste subsidieprogramma’s door de Duitse staat om het ras te helpen behouden. Fokkerspremies werden toegekend voor fokmerries en de veulenopfok werd gesubsidieerd. De hengstenhouderij in het statelijke Haupt- und Landgestüt Marbach en de trouw van plaatselijke boerenbevolking aan het Schwarzwälder Koudbloed hebben geholpen om het ras voor uitsterven te behoeden. In de jaren tachtig van de vorige eeuw werden Freiberger hengsten ingekruisd om de hengstlijnen wat breder te maken en teveel inteelt te voorkomen. In de loop der jaren heeft het Schwarzwälder Koudbloed buiten de grenzen van Baden-Württemberg naam gemaakt en door vermeerderde vraag op het gebied van de recreatiesport en een goede marketingcampagne, steeg het aantal ingeschreven merries in de negentiger jaren tot 416. Het ras viel echter nog steeds onder de met uitsterven bedreigde huisdierrassen, en werd verder gesubsidieerd.

In 2001 werd het stamboek gesloten, dat wil zeggen dat vanaf dat moment er geen paarden voor de fok werden toegelaten die niet al ingeschreven stonden in het stamboek.

In het begin van het jaar 2004 was het bestand aan ingeschreven paarden gestegen tot 639 merries en 23 hengsten, 452 merries werden gedekt en 235 veulens aan de voet geregistreerd. Op dit moment staan er hengsten uit 6 verschillende bloedlijnen ter beschikking. Het aantal merrielijnen waar het ras op is gebaseerd is 8.

Binnen de fokkerij hebben zich duidelijke veranderingen voorgedaan. Naast de hengstenhouderij door de staat blijft ook hengstenhouderij door particulieren toegestaan. Er is echer een verplichting ingesteld voor hengsten en merries om aan "Leistungsprüfungen" mee te doen. Subsidies worden alleen gegeven voor paarden die premies hebben gewonnen. Hengsten kunnen alleen dekhengst worden als ze worden geboren uit een merrie die Staatpremies heeft gewonnen. Men wil de bruine en schimmelfamilies binnen het Schwarzwälder Koudbloed behouden. Het ras wordt succesvol gepromoot door samenwerking met toeristische instanties en naast locale evenementen ook door presentaties op grote zoals de Equitana en Eurocheval. Verkoop van de paarden naar USA, Canada en Australië maken het ras buiten de grenzen van Duitsland bekend.

Exterieur

Het fokdoel omschrijft een paard met een stokmaat van 1.48 tot 1.60 meter, in de kleur vos tot koffievos met lichte manen en staart. Bruine en zwarte paarden en schimmels komen echter ook voor.[1] Het hoofd is kort, droog en sprekend met een uitdrukkingsvolle blik. De hals is stevig met een brede halsaanzet. Het lichaam is compact, met schuine schouder en stevige brede achterhand. Het beenwerk is correct en droog met stevige gewrichten en harde hoeven. De gangen van het paard zijn ruim.

Karakter

De paarden zijn taai, hebben een goed doorzettingsvermogen, zijn goedaardig en leven doorgaans lang.

Gebruik

De paarden werden in het verleden vooral gebruikt voor de land- en bosbouw, maar krijgen tegenwoordig steeds meer betekenis als recreatiepaard, zowel onder het zadel als aangespannen.

Foto's

Bronnen, referenties en/of voetnoten

  1. artikel 29.1.2 van het Zuchtprogramm für das Schwarzwälder Kaltblut