Idee voor een Wiki artikel? Lees in dit artikel hoe je kunt helpen!

Iomud

Uit Bokt

Ga naar: navigatie, zoeken
Iomud
GeenfotohoofdT.jpg
GeenfotolichaamT.jpg
Stokmaat: 1.45 - 1.53 meter
Kleur: meestal schimmel of vos, in principe alle kleuren behalve bont
Land van herkomst: Centraal-Azië, Turkmenistan
Link naar stamboek:

De Iomud (Yamud of Yamut is de Iraanse variant) is een Turkmeens paardenras dat nog altijd gefokt wordt door de Iomudi, een Turkmeense stam die leeft in Centraal-Azië.

Ze worden gefokt in de gebieden rond de Aral in Turkmenistan en buurlanden. In het westen grenst de Kaspische Zee, in het noorden ligt de Kara Kum woestijn: door deze geïsoleerde ligging zijn de Turkomans, waartoe de Iomud behoort, eeuwenlang raszuiver gebleven. Soms wordt de Iomud ook gespeld als Yomut. Het paard is met name nauw verwant aan de Akhal-Teke, maar is iets kleiner en compacter.

Onterecht wordt de Iomud gezien als het mindere neefje van de Akhal-Teke en vaak wordt het paard dan ook alleen in dat verband genoemd. Verder is de Iomud grotendeels onbekend, afgezien van een klein artikel in paardenencyclopedieën die veelal van elkaar zijn overgeschreven.

De Iomud is net als de Akhal-Teke dan wel een aftakking van de Turkoman, maar het is een paard dat op zichzelf heel goed in staat is uitmuntende prestaties te leveren. De 84-daagse trektocht die in 1935 door de Turkmenen werd ondernomen van Ashgabad naar Moskou over een lengte van 4.300 kilometer in de hoop dat Stalin zou inzien dat het kruisen van de Akhal-Teke en Iomud Turkomans met Engelse Volbloeden slecht was is daar een voorbeeld van. Niet alleen de Akhal-Tekes reden deze enorme rit uit, de Iomud kon deze uitdaging ook aan. Omdat de Engelse Volbloeden en kruisingen in aanzienlijk slechtere toestand verkeerden na de trektocht, als ze het al overleefden, werd het kruisen stopgezet.

De Iomud wordt met uitsterven bedreigd.

Geschiedenis

Herkomst

De Iomud is één van de oudste paardenrassen ter wereld en is ontstaan uit de Turkoman. Hoewel de Turkoman qua benaming is uitgestorven bestaat het ras gewoon voort in de afzonderlijke types van de Turkoman die door tegenwoordige paardenfokkers apart benoemd worden.

In de regio worden de Iomuds doorgaans nog altijd Turkoman genoemd maar zijn het Iomudi Turkomans wanneer ze van die specifieke stam zijn. Verder wordt er geen onderscheid gemaakt wat ertoe geleid heeft dat met het ontbreken van een welopgezet fokplan de Iomud met uitsterven wordt bedreigd. Bij een telling in 1989 waren er minder dan 1.000 zuivere exemplaren over [1].

Toch is het aantal paarden uit de bepaalde Turkoman takken waarschijnlijk nooit heel groot geweest, mogelijk afgezien van de Yabou, en tegenwoordig de Akhal-Teke.

De vroege geschiedenis van de Iomud is dusdanig verweven met die van de Turkoman, dat van een afzonderlijk opgetekende geschiedenis vóór de negentiende eeuw nauwelijks sprake is. Zelfs nu nog is onderscheid tussen de afzonderlijke Turkoman takken vaak moeilijk aan te brengen omdat het de bevolking veelal ontbreekt aan een goed fokbeleid waarbij kruislings fokken met andere Turkoman takken zonder problemen gedaan wordt.

Als een Iomudi een geschikt paard ziet bij zijn Goklan of Tekke Tejen buurman dat zijn paarden aanzienlijk zou verbeteren dan is dat geen probleem en worden de veulens nog altijd Iomudi Turkomans genoemd. Van oudsher werden geschikte paarden van andere Turkoman nomaden geroofd, tegenwoordig gaat het er meestal niet meer zo gewelddadig aan toe. Af en toe wordt dus nog kruislings gefokt met andere typen Turkoman om de Iomud niet te extreem typisch te maken en zo de genenpoel te verbreden. Alleen al daarom wordt er doorgaans van een type gesproken en niet van een afzonderlijk ras.

De biologe Louise Laylin Firouz zet zich al jaren in voor het behoud van de Turkoman en de zuiverheid van de takken. Zij heeft tevens in 1965 in het noorden van Iran de Kaspische pony herontdekt.

Al is de Iomud zeer zeldzaam, toch zal het met de Iomud naar alle waarschijnlijkheid zo’n vaart niet lopen aangezien er altijd al in enige mate onderling gekruist werd: er wordt zorggedragen dat er alleen met andere Turkomans gefokt wordt en geen rassen van buitenaf. Zo lang de Iomudi zelf interesse in hun paarden houden zal er nog altijd op kleine schaal met Iomuds gefokt worden.

Ontstaan van de hedendaagse fokkerij

De merries en veulens worden in kleine kuddes, zogenaamde taboenes, gehouden op de steppe of de woestijn, afhankelijk van de locatie van de nomaden zelf op dat moment al trekken ze tegenwoordig minder rond dan voorheen. Hengsten worden evenals bij de Akhal-Teke bij de tenten gehouden aan een touw. Het komt zelfs voor dat wanneer de familie in een huis woont het paard geregeld binnenshuis te vinden is. Dit verklaart ook het mensgerichte karakter van deze paarden.

In de jaren twintig van de twintigste eeuw heeft Stalin een verbod ingevoerd op het houden van paarden, aangezien dit beschouwd werd als een persoonlijk bezit en daarmee onderdeel van het kapitalistische systeem dat verafschuwd werd door de communistische partij. Voor die tijd hadden de Iomudi weinig last gehad van de Sovjets met betrekking tot hun paarden, maar nu vluchtten veel Iomudi alsnog de grens over, onder andere naar Iran. In Iran werden de Iomuds Yamud genoemd en zo is uiteindelijk de Iomud de Russische variant geworden en de Yamud de Iraanse. De Iomudi die achter bleven lieten hun paarden los op de steppe. De paarden trokken zich weinig aan van landsgrenzen.

In 1926 werd een kudde Iomuds gevangen door de Turkmeense regering en in een stoeterij geplaatst. Aan een fokprogramma voor de Iomud werd echter niet zoveel aandacht besteed in de Soviet-Unie als aan het fokken van Akhal-Teke en de fokkers schroomden er niet voor te experimenteren met het kruisen met Engelse Volbloeden en Kazachs.

Begin jaren dertig was de situatie inmiddels zo kritiek voor zowel de Iomud als de Akhal-Teke dat uit wanhoop een trektocht werd georganiseerd van de Turkmeense hoofdstad Ashgabad naar Moskou over een lengte van 4.300 kilometer die werd afgelegd in 84 dagen om aan te tonen waar deze paarden toe in staat waren. De halfbloeden die gekruist waren met Engelse volbloeden waren er allemaal aanzienlijk slechter aan toe en veel van deze kruisingen overleden tijdens of kort na de tocht. Deze enorme prestatie maakte zo’n indruk op Stalin dat hij het programma van kruisen stopzette.

Omdat er echter weinig interesse was voor de Iomud vergeleken met de Akhal-Teke werd de zuiverheid van de Iomud halverwege de twintigste eeuw wederom in gevaar gebracht door de inmenging van Kazach bloed.

Door de beperkte interesse van de Sovjets in de Iomud waren er begin jaren tachtig nog maar 140 Iomud merries over in de Sovjet-Unie en in 1983 werd om die reden een nieuwe stoeterij opgericht in Tashauz, Turkmenistan, waar alleen Iomuds gefokt werden [2]. Volgens de Sovjet statistieken waren er in 1989 weer 946 Iomuds, maar het valt te betwijfelen of dit aantal door fokken alleen überhaupt mogelijk is in zes jaar. Het is niet ondenkbaar dat loslopende Yamud taboenes die de grens tussen Iran en Turkmenistan overstaken in beslag werden genomen en zo het aantal Iomud vergroot werd [2].Dergelijke onrechtmatige inbeslagname van Turkomans gebeurt tot op de dag van vandaag.

Het is echter onduidelijk hoe de Iomud er tegenwoordig voorstaat. Nog altijd is er vergeleken met de Akhal-Teke zeer weinig interesse voor de Iomud in Rusland en in Turkmenistan evenmin. De Iomud heeft bijgedragen aan de veredeling van enkele Mongoolse paardenrassen en was met name belangrijk voor de ontwikkeling van de Lokai.

Exterieur

De Iomud is niet alleen compacter dan de Akhal-Teke, hij is ook wat kleiner. De stokmaat ligt doorgaans tussen de 1.45 en 1.53 meter. Het hoofd is uitdrukkingsvol met grote ogen, meestal met een recht profiel of ramshoofd. Het lichaam is gespierd en de hals is vergeleken met de Akhal-Teke wat korter aangezien het een bergpaard is en een kortere hals het verplaatsen over oneffen terrein vergemakkelijkt.

De schouders lopen schuin, de rug is lang – korter dan bij de Akhal-Teke – en goed bespierd met een licht hellend kruis. De benen zijn sterk en droog, de hoeven hard. De beharing is dun en vaak zijn de manen en staart erg fijn, wat doorgaans het geval is bij Turkomans.

De meest voorkomende kleuren zijn schimmel of voskleurig, minder vaak komen goudbruin en zwart voor. Andere kleuren komen voor, maar zijn zeer zeldzaam. De Iomud is een gehard, sober paard dat veelal een hoge leeftijd bereikt. De beweging is vlak en vloeiend, met een voor de Turkoman kenmerkende elastische tred.

Karakter

De Iomud is temperamentvol doch standvastig. Het is een gehard paard dat erg mensgericht is maar prima voor zichzelf kan opkomen op de barre steppe waar de temperaturen door het jaar heen kunnen dalen tot –40 graden en oplopen tot 50 graden. Omdat de paarden veelal in kuddes op de vlaktes worden gehouden kunnen ze in kuddeverband soms wat fel reageren. Het karakter is echter goed.

Gebruik

Hoewel de Iomud niet zo snel is als de Akhal-Teke welke alleen de Engelse Volbloed aan zich voorbij moet laten gaan op de vlakke baan, wordt hij toch ingezet in lokale paardenraces. Ook gebruiken de Iomudi het als rijpaard, ook voor lange afstanden. Van oorsprong werd de Iomud ingezet op rooftochten.

Het uithoudingsvermogen van de Iomud is net zo uitmuntend als dat van de Akhal-Teke en daarom zou hij zeer goed kunnen presteren in de endurance. Bovendien beschikt de Iomud over een uitstekend springvermogen, wat hem erg geschikt maakt voor eventing.

Omdat de Iomud zo enorm zeldzaam is, zien we op internationaal niveau helaas weinig terug van de kwaliteiten waarover de Iomud beschikt. Nog altijd wordt de Iomud enorm overschaduwd door de Akhal-Teke en ernstig met uitsterven bedreigd.

Bronnen, referenties en/of voetnoten

  1. N.G. Dmitriez and L.K. Ernst, ‘Animal Genetic Resources of the USSR’, in: Animal Production and Health Paper (Rome 1989)
  2. 2,0 2,1 http://www.turanianhorse.org
  • L. Firouz
  • http://www.ansi.okstate.edu
  • Clement Augustus de Bode, ‘On the Yamud and Goklan Tribes of Turkomania’, in: Journal of the Ethnological Society of London (1848-1856), 1 (1848) 60-78.
  • L. P. Morris, 'The subjugation of the Turcomans', Middle Eastern Studies, 15:2 (1979) 193-210.