Idee voor een Wiki artikel? Lees in dit artikel hoe je kunt helpen!

Ezel

Uit Bokt

Ga naar: navigatie, zoeken
Ezel
Mirandese Ezel 02.jpg
Pyreneese ezel standfoto.jpg
Stokmaat: 80 centimeter - 1.70 meter, meestal rond 1.10 meter.
Kleur: grijs, bruin, zwart, wit of bont
Land van herkomst: onder andere Frankrijk, Spanje en Italië
Link naar stamboek:

De ezel (Equus asinus) behoort tot de familie van de paardachtigen en is een hoefdier uit de orde der onevenhoevigen. Ezels kunnen met gemak de dertig jaar halen; vaak worden ze zelfs ouder. Er zijn verschillende ezelrassen bekend.

Terminologie

  • Mannelijk dier: Hengst.
  • Vrouwelijk dier: Merrie (ook wel ezelin).
  • Gecastreerd mannelijk dier: Ruin (ook wel oen of kluns).
  • Dier tot één jaar oud: Veulen.

Karakter

De ezel is, in tegenstelling tot het paard, geen vluchtdier. Een ezel blijft bij gevaar stilstaan en wacht tot er een reactie van de andere kant komt. Gebeurt dit niet, dan loopt de ezel door en zal de volgende keer zonder al te veel moeite langs het vreemde voorwerp gaan.

Ezels zijn over het algemeen slim, aanhankelijk, leergierig, trouw, sober, sterk en voorzichtig. Dit kan natuurlijk per dier verschillen. Wel is er vaak een verschil tussen de geslachten: een ezelhengst is van nature een enorm dominant dier. Hengsten zijn dus niet zo geschikt voor kinderen en onervaren mensen. Ze hebben een rechtvaardige hand nodig, anders kunnen ze onhandelbaar worden. Jonge dieren zijn erg leergierig en hebben enorm veel geduld en tijd nodig. Merries zijn vaak het meest geschikt voor kinderen; ze zijn vrij rustig en lief. Maar nogmaals, dit kan per dier verschillen.

Exterieur

De schofthoogte van de ezel varieert per ras. De gewone en meest voorkomende ezel heeft een schofthoogte van ongeveer 110 cm., maar er zijn ook rassen met een schofthoogte van 170 cm of 80 cm.

De vacht kan grijs, bruin, zwart, wit of bont zijn. Er zijn rassen die altijd een bepaalde kleur hebben. Veel voorkomende kleuren zijn grijs en zwart, minder vaak zie je bont. Ezels hebben rondom de ogen witte kringen, wat vooral goed te zien is bij dieren met een donkere vacht. Ook hebben ze een meelsnuit. De buik is lichter van kleur dan de rest van het lijf. Over de rug loopt een aalstreep, die op de schouders uitloopt in het schouderkruis (alleen te zien bij lichte dieren). De aalstreep loopt door van de manen tot de staartwortel. De vacht is in de zomer kort en dicht. Er is wel een onderlaag aanwezig, maar deze is niet waterafstotend. In de winter krijgt de ezel – al naar gelang de temperatuur van de omgeving – een dikkere vacht.

De staart bestaat uit een staartwortel met een kwastje eraan. De manen zijn kort en staan rechtop. De voorpluk is klein of ontbreekt zelfs helemaal.

De oren zijn extreem groot in verhouding tot de rest van het dier.

De hoeven zijn sterk en hebben een U-vorm. De benen zijn droog en sterk.

Verzorging

Ezels kunnen over het algemeen beter dan paarden tegen extreme omstandigheden: ze zijn erg sober. De ezel heeft een stuk grond nodig met een schuilstal. Als je een ezel in een stal of box houdt, wordt hij erg ongelukkig. In tegenstelling tot paarden hebben ezels geen water afstotende vacht: als het regent mag de ezel dus nooit buiten staan. ’s Winters kan de ezel buiten blijven, hij zal uit zichzelf de stal opzoeken als het regent of erg koud is. In de stal moet een flinke laag stro of andere bodembedekking liggen. Er moet voldoende hooi zijn om te eten. Verder is een heel klein beetje krachtvoer voldoende. Ook moet er altijd vers water aanwezig zijn. Met extraatjes zoals wortel, paardensnoepjes en andere lekkere dingen moet men heel goed uitkijken. Ezels hebben de aanleg om snel te dik te worden. Hetzelfde geldt voor de wei: deze mag nooit te overvloedig zijn. Anders bestaat de kans dat de ezel in korte tijd te zwaar wordt. Maar hij loopt dan ook kans op (ernstige) hoefbevangenheid.

Verder dient de hoefsmid op tijd langs te komen: eens in de 6-8 weken. Het liefst een smid met ervaring met ezels, aangezien de vorm en de bouw van de hoef niet helemaal gelijk is aan die van het paard. Ook moet de ezel op tijd ontwormd worden, ingeënt tegen tetanus en influenza, en de paardentandarts dient het gebit goed in de gaten te houden.

Ezels hebben vaker dan paarden last van de longworm (Dictyocaulus arnfieldi). Alleen worden zij (in tegenstelling tot paarden) niet vaak ziek van een infectie. Wanneer paarden met ezels geweid worden die drager zijn van longwormen krijgen de paarden een bronchitis. Ivermectine is zeer effectief tegen longworm. Daardoor komt deze infectie ook onder ezels (mits ontwormd) steeds minder vaak voor. Paarden en ezels kunnen dus ook prima gezamenlijk geweid worden wanneer de ezels ook ontwormd worden. Het voordeel daarvan is dat ezels bepaalde onkruiden eten die paarden laten staan, zoals bijvoorbeeld de distel.

Verder zijn de meeste ezels dol op aandacht; vooral in de overgang van winter- naar zomervacht of andersom willen ze graag geholpen worden met een borstelbeurt. Als de ezel veel buiten staat is het beter om niet al teveel aan de vacht te doen (al is elke dag een borstelbeurt geen probleem). Sommige ezels worden in de zomer geschoren.

De ruwe vacht van een ezel heeft weinig verzorging nodig

Een ezel heeft ook gezelschap nodig, het liefst van een andere ezel. Als dit niet mogelijk is, zet de ezel dan bij een paard of in het uiterste geval bij een geit of schaap.

Gebruik

Ezels zijn erg bruikbaar als lastdier, als rijdier en voor het rijtuig. De ezel werd vroeger voornamelijk als last- en trekdier gehouden, maar ze komen steeds meer in trek als gezelschapsdier.

Rassen

Er zijn verschillende ezelrassen. De meeste komen uit Frankrijk, Spanje en Italië. Enkele voorbeelden zijn:

Wilde ezels

Somalische ezel-merrie met haar veulen

Er komen nog steeds wilde ezels voor in Noord- en Oost Afrika en Azië. Dit zijn soorten als de Afrikaanse wilde ezel, de Nubische wilde ezel, de Somalische wilde ezel, de Onager (ook wel Aziatische wilde ezel), de Mongoolse wilde ezel (ook wel Khulan), de Indische wilde ezel (ook wel Khur) en de Kiang. Deze wilde ezels lijken sterk op hun tamme soortgenoten, maar er zijn kleine verschillen. Zo hebben sommige soorten geen schouderkruis en zebrastrepen op de onderbenen.

Foto's

Bronnen, referenties en/of voetnoten