
Het verhaal kan triggerend ervaren worden(is mij gezegt
)Over de titel ben ik nog niet uit. Naar aanleiding van mijn vorige topic tijd gezocht om verder te schrijven, opnieuw te schrijven maar met hetzelfde doel/idee. Ik kreeg toen veel nieuwsgierige, leuke reacties, maar heb het nu wel over een wat andere boeg gegooit, dus ben benieuwd of er nog steeds mensen positief zijn.
Citaat:Over de titel ben ik het nog niet helemaal eens. Het is nu engels, maar moet eigenlijk nederlands zijn, en dan twijfel ik tussen ''Scherp randje'' of misschien ''over het randje'' of éigenlijk heb ik gewoon geen idee. Maarja titel moet ik nog wel hebben, dus suggesties zijn welkom!
Ik schrijf eigenlijk al jaren, maar nooit wat echt hierzo. Besloot dit toch een keer te proberen.
En nu het verhaal

Citaat:Het was weer zover. Ik zat verstopt in mijn veel te grote kast die nog niet eens voor de helft gevuld was. De kleine ruimte was mijn geruststelling. Ik hoorde ze beneden. Schreeuwen. Smijten. Ik raakte gefrustreerd. Nee, dit wilde ik niet. Ik moest kalm blijven. Het ging nu al zo goed. Waarom lukte het niet. Kalmeer. Kom op Leila, focus. Ik moet sterk blijven. Mijn moeder schreeuwde. Ik begon zachtjes te huilen. Ik greep langzaam naar het kleine mesje in het amulet dat om mijn nek hangt. Zorgvuldig, regelmatig, haast ritmisch haalde ik door mijn onderarm. Niet te diep, het moest geen bloedbad worden. Alleen even de druk van me af laten. oliebol! Dit wilde ik niet. Ik liet het mesje in mijn broekzak glijden en half trillend en huilend pakte ik een pleister die ik, uit ervaring, hier verstopt had. Ik huiverde, ik walgde van mezelf. Ik hoorde hem schreeuwen. Ik plakte de pleisters. Ik hoorde zijn voetstappen op de trap. Snel mijn mouw eroverheen. Nee! De mouw kreeg rode vlekken. Ik klom uit de kast en greep mijn pyjamajasje van mijn bed. Oké, dit zag er raar uit, maar beter zo dan dat ze mijn geheim kende. Ik trok mijn gympen aan. Ik hoorde hem in de badkamer. Volgens mij is de spiegel gevallen. Ik moet hier weg, nu het nog kan. Ik greep mijn mobieltje uit de oplader en in mijn zak. Zachtjes sloop ik mijn slaapkamer uit. Terwijl ik de trap afstormde hoorde ik hem achter me aan komen. Ik gooide de voordeur open. Struikelend over mijn eigen benen viel in op de stoep. Een trap in mijn gezicht. Hij ging weer naar binnen en liet de voordeur open. Waarschijnlijk dacht hij dat ik hem achterna zou gaan. Weg hier. Ik zette het op een rennen. Waar moest ik heen? Ik zag er niet uit. Gelukkig was het nog vroeg. Veel te vroeg. Ik hoorde te slapen, moet over een paar uur op school zijn. Ik huilde niet meer, maar had nog wel enorme hoofdpijn. Toen wist ik het. Het community centrum in de stad. Het was niet zo ver van hier. De straat over. Linksaf. Uitgeput kwam ik aan. Ik keek nog achterom, maar hij volgde me niet. Gelukkig. Ik liep naar binnen. Vroeger maakte ik altijd lol om dit centrum, het was 24 uur per dag open, wie zou nou midden in de nacht hier naar toe gaan. Maar nu was ik hier zelf, half 6 ’s morgens. De vrouw achter de balie leek niet verbaast over hoe ik gekleed was, of dat ik hier überhaupt was. Ze vroeg naar mijn naam, en wat ik kwam doen. Ik vertelde dat ik pleegouders wilde. De vrouw moest hier enigszins om lachen en gaf me een formulier. Ik vroeg of er een aparte ruimte was waar ik deze mocht invullen. Ik wilde niet dat mensen mij hier konden zien zitten. Maar helaas. Ik moest het in de wachtruimte doen. Steriel wit. De muren, de stoelen, de tafels en de plantenbakken. Alles wit. Behalve de vloer, die was grijs. Ik ging zitten en tot mijn verbazing was ik niet de enigste. Een meisje, van mijn leeftijd, en een man van wie ik schat, ongeveer 40. Aan hun intimiteit te zien waren ze geen vader en dochter. Eerder een stelletje, of héle goede vrienden. Ik keek naar buiten. Er was nog niemand op straat. Ik vulde de laatste vraag in op het formulier, en gaf het aan de medewerkster. Ik ging naar de wc om tot rust te komen.
De wc werkte niet. Ik heb er een half uur gezeten. Durfde er niet meer uit te komen, maar uiteindelijk toch moed verzameld. Ik wilde naar buiten wegvluchten toen ik nageroepen werd. Onzeker stond ik buiten voor het centrum. Waar ik heen moest gaan wist ik niet. Ik ging maar zitten op een bankje. Ik keek op mijn mobiel. Half 7 en 4 gemiste oproepen van Sacha, mijn zus. Er kwam een man naast me zitten, ongeveer 30 geschat. Ik zag aan zijn overhemd dat hij ook van het centrum was. Hij vroeg aan me wat er nou aan de hand was. Boos werd ik ervan. Ik zei dat ik het al opgeschreven had. Hij bleef mij serieus aan kijken en vertelde me dat aan de hand van wat ik opgeschreven was, er niks aan de hand zou zijn, maar dat dat duidelijk niet zo was. En dus moesten we er even over praten. Bah! Praten? Dat helpt nooit. Praten. Problemen worden niet opgelost door te praten. Ik zei niks. Zo zaten we samen, niets zeggend. Voor ons uit te kijken. Ik werd er zenuwachtig van. Ik wreef in mijn handen, keek omlaag. Wreef mijn broek schoon, keek om me heen. Hij vertelde dat hij wist wat er aan de hand was, dat hij snapte dat ik hier naar toe was gekomen. Dat hij mij wilde helpen. Nou dat had ik wel eerder gehoord. Helpen. Nou dat heeft toen veel opgelost. Ik zei niks. Toen begon het keihard te regenen. Ik hoopte dat hij naar binnen zou gaan om te schuilen. Ik wilde eventjes alleen zijn. Helder denken. De regen spoelde mijn hoofd leeg. Ik werd natter en natter en kreeg het toch wel koud. Niet toegeven. Ik rilde. Hij zat nog steeds naast me. ‘’Ik ben James’’, vertelde hij. ‘’Leila.’’ ‘’Ga je mee naar binnen?’’ ‘’Boeit me niet.’’ Het maakte toch niets uit als ik daar binnen was zou dat niets oplossen. ‘’Ik zou het fijn vinden als je mee naar binnen gaat.’’ Oké toch maar wel, ik had het steenkoud en was wel toe aan wat verwarming. Ik stond op, en terwijl ik naar binnen liep, sloeg de kerkklok 7 keer.
Terwijl ik naar binnen liep, glimlachte de medewerkster niet meer naar me maar keek verveeld naar het computerscherm. Toen viel het me op dat er iemand anders zat. Ik was zeiknat. James bood een handdoek aan maar die weigerde ik. Ik had wel zin om verkouden te worden. Ik vroeg toch maar om een kop thee, je weet maar nooit. Ik mocht met een kop thee in een kamertje zitten. Waar in tegenstelling tot de wachtruimte alles in vrolijke kleurtjes was, en er een familiefoto op het bureau stond. De belofte dat hij zo terug zou komen bleek vals te zijn. Vijf minuten later kwam er namelijk een vrouw binnen gelopen. Aardig gezicht, maar valse strenge stem. Ze was een beetje mollig en kleedde zich in een strak truitje. Ze deed me denken aan Omber, van Harry Potter. Helemaal omdat ze bijna hetzelfde kapsel heeft. Ze wilde graag praten over mijn gevoelens, waarom ik me zo voelde, hoe precies, en wat me hier bracht. Ik weigerde dit. Ik vroeg naar James. Zij weigerde hem erbij te halen. Ik had in een korte tijd verrassend vertrouwen gelegd in James, het was zijn rust, ongedwongen, oprechtheid. Ik wilde hem en niet haar hier hebben. Ik moest het met haar zien te doen zei ze. Ik stond op, en liep naar de gang. Ik riep om James, en hij kwam tevoorschijn uit een kamertje wat, zoals het leek, een keukentje bleek te zijn. Hij liep naar me toe en vroeg wat er was. Ik huilde. Hij bracht me het kamertje weer in. Hij vertelde dat ik het toch echt met Carmen moest doen. Carmen dus. Dat was dus haar naam. Ik ging toch maar zitten. Ik had niet genoeg energie om er nog langer tegen in te gaan. Het gesprek tussen mij en Carmen vervolgde maar ik haalde telkens mijn schouders op. Ik wist het echt niet. Ik werd licht in mijn hoofd. Zwaar. Moe. Ik wilde, ik moest slapen. Ik vroeg om nog meer thee. Groene thee. Carmen haalde het voor mij. Ik gooide het te snel achterover en verbrande mijn tong. Ik vroeg of ik eventjes naar de wc mocht om te plassen. In het wchokje bekeek ik de schade die ik die ochtend mijzelf had aangedaan. Het viel mee. Ik keek naar wat oudere wondjes die ik had. Ze heelden niet. Althans, ik liet ze niet helen. De huid er omheen was rood, maar dat was ik gewend. Ik krabde ietwat geïrriteerd de korstjes eraf. Het begon te bloeden maar pleisters hadden geen zin, het witte shirt had toch al bloedvlekken. En ik had immers mijn pyjamajasje er nog overheen. Niks om me zorgen om te maken. Ik waste mijn handen en ging weer naar het kamertje. Nu mijn hoofd wat meer tot rust was gekomen kon ik beter praten met Carmen. Ik vroeg om ontbijt. Het was 8 uur. Mijn maag rommelde. Wat ik wilde, vroeg ze aan me. Ik vroeg om iets luchtigs, yoghurt. Dat was goed. Ik bleef zitten en in plaats van Carmen, kwam James binnen met yoghurt voor mij. Ik vroeg wat hij hier deed, en zo bleek werd Carmen gek van mijn onverschilligheid, ze ging in overleg hoe ze mij moest aanpakken. Aanpakken? Ik waardeerde de oprechtheid van James zeer, en besloot hem te vragen over wat hij eerder had gezegd. Op dat moment kwam Carmen binnen en liep James snel weg.
Ik wil graag kritische commentaren, want ik wil beter worden
Maar houd het wel netjes aub 
Groetjes Lara
. Maarja titel moet ik nog wel hebben, dus suggesties zijn welkom!
) dat je een beetje veel korte zinnen hebt, misschien kun je proberen wat langere zinnen te maken af en toe.