Naast de informatie die gegeven is wil ik je meegeven dat er een aantal belangrijke elementen zijn bij het maken van de keuze voor een geschikt bit.
1. Hoeveel ruimte heeft het paard en hoe is zijn kaak gebouwd. Sommige paarden hebben een dikke tong met een kleine onderkaak waarin de tong niet mooi kan weg zakken. Een dergelijk paard kan dus geen dik mondstuk kwijt en je zal al snel op een bit met tong boog komen.
2. Niveau van de ruiter. Zit de ruiter geheel onafhankelijk of zoekt de ruiter nog steun met zijn/haar handen als het paard uit balans raakt. Een ruiter die onafhankelijk zit kan bijv. prettig rijden met een bit wat links en rechts onafhankelijk inwerkt hoewel dat voor een onstabiele ruiter niet geschikt is.
Als je een goede keuze wilt maken vraag dan je (paarden) tandarts om advies wat voor type mond je paard heeft. Vraag ook je vaste instructeur om advies wat goed bij jou past als ruiter. Uiteindelijk zal je niet veel bitten overhouden, met deze selectie kun je dan proefrijden om te beoordelen wat het beste voor je past.
Kortom; een dik bit in niet per definitie vriendelijk en een smal bit is niet perse streng. Onthoud wel dat een bit geen wondermiddel is om problemen op te lossen. Het juiste bit bij de juiste mond met de goede ruiter geeft het beste resultaat.