Idee voor een Wiki artikel? Lees in dit artikel hoe je kunt helpen!

Geboorte

Uit Bokt

Ga naar: navigatie, zoeken
De geboorte van een veulen.

Na ongeveer 11 maanden dracht, vindt de geboorte van het veulen plaats. Dit gebeurt in een aantal stappen.


Voortekenen

Zucht

Enige tijd vóór het veulenen (het bevallen) kun je de volgende voortekenen zien: Onder de buik van de merrie kan zich oedeem ontwikkelen; een vochtophoping die we ook wel "zucht" noemen.


Gedragsverandering

Als de bevalling er aan zit te komen, is het verstandig het gedrag van de merrie goed in de gaten te houden. Het volgende gedrag kan vertoond worden.

Vaak is het afwijkende gedrag heel duidelijk: de merrie

  • wordt onrustig,
  • trapt, hapt of kijkt naar haar buik,
  • begint met haar hoofd te schudden,
  • gaat geregeld rollen
  • haar staart schuren
  • met haar staart slaan
  • gaat zweten
  • gaat stampen
  • doet veel kleine plasjes
  • gaat flemen.

Soms is het minder duidelijk: de merrie

  • gaat meer liggen en/of slapen,
  • trekt zich terug,
  • eet minder goed,
  • wil niet dat je bij haar in de buurt komt, of
  • wijkt juist niet van je zijde.

Op al deze momenten dien je alert te zijn.

Vlak voor de bevalling gaat het veulen voor de laatste keren draaien in de goede houding voor de uitdrijving. Als een merrie eenmaal biest gaat produceren, wordt het veulen over het algemeen wel binnen 48 uur geboren. Als het te lang duurt, moet de dierenarts gewaarschuwd worden.


Lichamelijke veranderingen

De laatste stap die de uier doet voor de uiteindelijke bevalling, noemen we "kegelen". De speen wordt kegelvormig en er komen doorzichtige, maar al snel witte, opgedroogde druppels biest uit de uier. De bevalling zal nu niet lang meer op zich laten wachten, meestal komt het veulen nu binnen 48 uur. Echter lang niet alle merries maken deze laatste stap voordat de bevalling inzet. Bij veel merries gaat de vulva een beetje openstaan. Soms neem je waar dat de slijmprop los komt, vaak gebeurt dit pas tijdens de eigenlijke bevalling.

De banden van de merrie zijn doorgaans strak; de merrie heeft mooie ronde billen. Naarmate de bevalling dichterbij komt, krijgen de billen een puntige vorm, worden de banden aan weerszijden van haar staartwortel slap (er lijken "strepen" te ontstaan van achteren gezien), zodat de staartwortel er op lijkt te liggen en krijgen de billen een dakpan-vorm. Als de banden zo slap zijn dat ze aanvoelen als "pudding" wanneer je er op drukt, is de merrie klaar voor de bevalling.

De plaats van de bevalling: kraamstal of buiten in de wei?

Paardachtigen zijn kuddedieren. Doorgaans vinden merries het fijn en veilig om in de nabijheid van de kudde te bevallen. Ze voelt zich daar vertrouwd. Onder andere om deze reden is het verstandig de merrie niet meer te verplaatsen na 10 maanden dracht. Een bijkomende reden is dat de merrie in een nieuwe omgeving de tijd moet krijgen (minimaal 2 weken) om antistoffen op te bouwen tegen de "vreemde" bacteriën die de nieuwe omgeving met zich meedraagt. Er vanuit gaand dat het veulen zich vanaf dag 320 van de dracht zou kunnen aandienen, zou er vanaf dag 306 niet meer verplaatst moeten worden. Beter is natuurlijk om de verhuizing eerder te laten plaatsvinden.


De binnenbevalling:

Veel eigenaren kiezen ervoor om hun paard binnen, in een box, te laten bevallen. Een goede kraambox is een grote, veilige box die aan 4 kanten dicht of afsluitbaar is, zonder tochtgaten, kieren of opening onder de deur. Als bodembedekking zijn een dikke laag stro of vlas ideaal. Liever geen zaagsel in verband met stof.

De voordelen van een binnenbevalling:

  • goede controlemogelijkheden
  • merrie kan beter geholpen worden door eigenaar of DA
  • warm en droog (belangrijk bij een geboorte vroeg in het jaar)
  • veilig
  • camera-mogelijkheden
  • licht en water zijn makkelijk voor handen

De nadelen:

  • beperkte ruimte
  • minder hygiënisch dan een goed onderhouden weiland.
  • stoffig
  • beperkte ventilatie
  • merrie kan zich vastrollen of verkeerd tegen muur (casu quo boxwanden of deur) gaan liggen waardoor de bevalling wordt bemoeilijkt en in het ergste geval onmogelijk wordt gemaakt, met alle gevolgen van dien.


De buitenbevalling:

Ook kiezen veel eigenaren voor een weidebevalling. De ideale wei is goed onderhouden en vrij van mest, is rondom afgezet met hekwerk of ander materiaal waardoor het veulen niet buiten de wei kan geraken tijdens of na de bevalling. Tevens is er een goede schuilstal of andere beschutting aanwezig, vers stromend water voorhanden en voldoende licht / stroom aanwezig voor hulp indien nodig. Daarnaast zijn soortgenoten in of in een naastgelegen wei wenselijk.

Het kan handig zijn om een klein stuk wei, bijvoorbeeld een cirkel, af te zetten met bijvoorbeeld weidepalen en schriklint, wanneer de merrie zich moeilijk laat vangen. Ook zou er boven een afgezet stuk wei een camera gehangen kunnen worden, zodat controle van huis uit mogelijk is. Deze controle is wel noodzakelijk, want het veulen zou gemakkelijk buiten de cirkel geboren kunnen worden als de merrie aan de rand gaat liggen! Ook bij de eerste wankele pasjes kan het zomaar gebeuren dat het veulen door de schriklinten heen valt, met alle gevolgen (merrie in paniek, veulen kan niet bij de uier et cetera) van dien.

De voordelen van een buitenbevalling in een geschikte wei:

  • hygiënischer dan in een box
  • kuddegevoel is sterker
  • weinig tot geen gevaar voor vastliggen tijdens de bevalling
  • gezonde buitenlucht
  • meer bewegingsvrijheid

De nadelen:

  • controle en hulp van buitenaf is minder makkelijk
  • variabele weersomstandigheden
  • afrastering moet geschikt en tiptop in orde zijn
  • beperkte camera-mogelijkheden
  • beperkt licht.

Verder is het natuurlijk aan de eigenaar zelf waar hij / zij zich prettig bij voelt.


De bevalling

Bevalling

Als de bevalling echt begint, gaat de baarmoeder een samentrekkende beweging maken, waardoor het veulen tegen de baarmoedermond aanduwt en de merrie ontsluiting krijgt. Als de ontsluiting voldoende is, komt de vruchtblaas eruit. Door de druk klapt deze kapot en komt het vruchtwater er uit. Daarna komen de voorbenen eruit, waar dan het hoofd op ligt. Als je maar 1 beentje ziet, of geen hoofd moet de dierenarts er zo snel mogelijk bij komen. Als de merrie nog niet ligt, doet ze dat nu meestal wel. Als het hoofd eruit is, moet het vlies om de neus kapot gemaakt worden, om stikken te voorkomen. Daarna gaat de merrie meepersen, waarna de bevalling vaak binnen een minuut of 20 wel gebeurd is. Soms blijven de achterbenen nog even in de merrie zitten, die komen er vanzelf wel uit als of de merrie of het veulen probeert te gaan staan. Dan zal ook de navelstreng breken, wat meestal van zichzelf op de goede plaats gebeurt.


De nageboorte

Nadat het veulen eruit is gekomen, hangt de nageboorte nog aan de merrie. Die perst de merrie er binnen ongeveer 3 uur uit. Gebeurt dat niet, dan moet er gekeken worden wat er aan de hand is. De veearts kan dan een injectie geven, of de nageboorte er af "pellen". Als de nageboorte in de merrie achterblijft zal deze afgebroken worden in de baarmoeder. Daarbij worden toxines gevormd die voor de merrie zeer snel dodelijk kunnen zijn. Om diezelfde reden is het erg belangrijk dat de hele nageboorte eraf komt. Kijk daarom altijd of de nageboorte compleet is, of laat de dierenarts dat controleren. De nageboorte hoort binnenstebuiten ter wereld te komen en heeft dan de vorm van een broek. Er is dus een centraal stuk met aan het uiteinde de opening waardoor het veulen naar buiten gekomen is en 2 "pijpen" die dicht moeten zijn. Als de nageboorte niet compleet is moet de dierenarts meteen gebeld worden. Tegelijkertijd met de nageboorte komt het veulenbrood uit de merrie. Het veulenbrood voelt als een soort rubberachtige spons en bestaat uit afschilferingen van de huid van het veulen.

Het veulen

Na de geboorte likt de merrie het veulen schoon, eventueel kan je het veulen een beetje droogwrijven met een handdoek of een plukje stro. Binnen een uur zal het veulen proberen te gaan staan, wat in het begin nog wat wankel gaat. Als het veulen eenmaal staat, gaat het opzoek naar de uiers van de merrie om de eerste melk, de biest, binnen te krijgen. Als het te lang duurt voor het veulen drinkt, moet het geholpen worden. Na enkele uren moet ook het darmpek er af zijn, de eerste mest die erg donker en hard is. Daarna wordt de mest weer dunner en lichter. Als het darmpek er niet af komt, moet de dierenarts worden gebeld. Die kan dan kijken wat er aan gedaan kan worden. De mogelijkheid is er dan om een klysma toe te dienen, die zorgt dat het darmpek wat zachter wordt, waardoor het makkelijker uit te poepen is voor het veulen. De eerste levensdag van het veulen, is het goed om een veulenprik te geven, die geeft het veulen wat antistoffen mee. Sommige dierenartsen geven ze niet, maar als je het wel wilt kan je er om vragen.

Complicaties

Uitgescheurde vulva richting de kling

Het komt soms voor, dat er complicaties optreden tijdens de bevalling. Heel vaak gaat de bevalling bij paarden heel snel en zonder problemen. Dat is nodig omdat wilde paarden constant door roofdieren belaagd worden en dus zo snel mogelijk weer weg moeten kunnen rennen. De snelheid waarmee een bevalling gaat is echter ook gevaarlijk als er iets niet helemaal goed gaat. Een kleine complicatie heeft vaak ernstige gevolgen en er is erg weinig tijd om in te grijpen bij problemen. Als je opmerkt dat er bij de geboorte iets abnormaals aan de hand is, is het verstandig om direct een dierenarts te bellen.

Een voorbeeld van een complicatie kan een red bag delivery zijn. De nageboorte, een rode zak die in aan de baarmoeder vast zat, heeft dan al losgelaten en wordt tegelijk met het veulen al naar buiten geperst. Als de mond en de neus van het veulen nog in de zak zitten zal het veulen geen adem kunnen halen en dus snel stikken.

Ook kan het gebeuren dat de vulva van de merrie uitscheurt omdat het veulen erg groot is, niet in de juiste houding ligt, of omdat de merrie te vroeg begint met persen. In dat geval moet de dierenarts komen om de wond te hechten.

Bronnen, referenties en/of voetnoten