Moderators: Neonlight, C_arola, Firelight, Sica, Dyonne, NadjaNadja, balance, Essie73
Gelukkig heb je het nu ontdekt en kun je het gaan behandelen. Zaten de maden echt in de huid (was het been open) of alleen in de plooien?
)MysticTinker schreef:Bah wat vreselijk zeg!
Weet je zeker dat het mok is, en geen CPL? Verdikkingen en groeven/plooien, dat klinkt echt als CPL! Komt heel vaak voor bij belgen en ook vaak bij shires en clydesdales.. en aangezien tinkers van shires afstammen lijkt het me niet onmogelijk dat oudere tinkers dit ook kunnen krijgen. Daar zou ik absoluut even wat informatie over opzoeken.
Fijn dat je het wel hebt ontdekt, en ik hoop dat je er nog iets aan kan doen.
Edit, CPL heeft trouwens niets met de sokken te maken, maar met een slechte werking van de lymfeklieren.
geerke schreef:wat is CPL?
ik heb het vermoeden dat mijn fries dat ook heeft in zij kootholtes,van die bulten en groeven.....alleen die zijn gewoon dicht heel soms open maar ik controleer dat zowat iedere dag en dan doe ik er betadine op...
Citaat:CPL
Chronisch progressief lymfoedeem bij Trekpaarden
Chronisch progressief lymfoedeem, afgekort CPL, is een chronische aandoening van het lymfevatstelsel bij koudbloed paarden, die zich vooral uit ter hoogte van de distale ledematen.
Initieel lijken de letsels op mok, maar in tegenstelling tot mok, verergeren de letsels steeds en eindigen in uitgesproken misvormingen van de benen.
Momenteel is de ziekte reeds beschreven bij het Belgisch Trekpaard, de Shire en de Clydesdale.
De aandoening werd voor het eerst beschreven in 2003 en sindsdien is er reeds veel bijkomend onderzoek gedaan naar etiologie en diagnostiek. Het onderzoek is gesitueerd aan de Universiteit Antwerpen (UA), België en de Universiteit van Californië, Davis (UCDavis) USA. Aan de UA wordt het onderzoek geleid door Prof. Dr. H. De Cock in samenwerking met Drs. L. Van Brantegem. In UCDavis wordt het onderzoek geleid door Prof. Dr. V. Affolter in samenwerking met Drs. G. Ferraro.
Het onderzoek kan echter enkel verder gezet worden met de steun van trekpaard eigenaars die bereid zijn stalen te laten nemen van hun dieren. Financiële steun kwam er tot op heden vooral van het Center for Equine Health, UCDavis, USA. We hopen echter ook binnen België financiële middelen te vinden om ons onderzoek naar deze belangrijke aandoening te kunnen verder zetten.
HET ONDERZOEK
Sinds 2003 wordt de aandoening bestudeerd bij 3 trekpaardenrassen: het Belgisch Trekpaard, Clydesdale en Shire. Hieruit blijkt dat de aandoening te wijten is aan slecht functionerende lymfevaten in de huid. Lymfevaten in de huid zijn te vergelijken met een drainagesysteem. Ze bestaan uit blind eindigende buisjes die het vocht uit de weefsels via communicerende kanalen afvoert naar de bloedcirculatie. Bij slechte werking van dit kanalensysteem stapelt het vocht zich op in de huid en onderliggende bindweefsels. Dit is, als gevolg van de zwaartekracht, meest uitgesproken in het onderste deel van de ledematen. De vochtopstapeling in de huid leidt tot lokaal zuurstoftekort, afzetting van bindweefsel wat de zwelling hard maakt, en falen van het immuunstelsel. Dit laatste maakt de huid extra gevoelig voor secundaire infecties wat een vicieuze cirkel ingang zet, van meer vocht en minder zuurstof .
Door middel van lymfangiografie en lymphoscintigraphy – technieken waarbij de lymfebanen dmv. contrast vloeistof zichtbaar gemaakt worden – werd enerzijds duidelijk uitgezette en vervormde lymfebanen ter hoogte van de distale ledematen en anderzijds verminderde drainage van de lymfe uit de onderbenen in aangetaste paarden opgemerkt. Ook via lymphoscintigraphy werd de verminderde functie van de lymfevaten in beeld gebracht. De exacte oorzaak van het slecht functioneren van de lymfevaten, is nog niet gekend. Er werd echter wel aangetoond dat er een geringere concentratie aan elastine in de huid van aangetaste dieren aanwezig is, dit voor er klinische letsels zichtbaar zijn. Elastine is een eiwit dat een belangrijk onderdeel vormt van de structuur van de lymfevaten. Het zorgt vooral voor de elasticiteit van de wand en dus voor een vlotte afvoer van vocht dat het lymfevat is binnengevloeid. Naarmate de ziekte vordert, wordt er wel elastine afgezet in de huid, in een poging om de schade te herstellen. Dit elastine is echter van zeer slechte kwaliteit en voorkomt de uitbreiding van het probleem niet. De reden van het initieel lage elastine in de dermis is het onderwerp van lopend onderzoek. Hierbij wordt vooral gekeken naar het immuunstelsel en matrix metabolisme met het oog op detecteren van pathologische aspecten in de elastine stofwisseling.
Verder wordt ook actief gezocht naar een diagnostische test die reeds bij jonge, klinisch zuivere dieren, kan voorspellen of ze al dan niet een kans maken om de ziekte te ontwikkelen.
OVER DE ZIEKTE
CPL is een chronische ziekte van de lymfebanen die zich vooral uit ter hoogte van de onderste delen van de benen van koudbloed paardenrassen. Momenteel werd de ziekte enkel beschreven bij het Belgisch Trekpaard, de Shire en de Clydesdale. Jarenlang werden de letsels aanzien als mok. De verwarring is echter te begrijpen, gezien de sterke klinische gelijkenis van de eerste stadia met mokletsels. In het beginstadium is de huid in de kootholte lichtjes verdikt. Eventueel is er een geringe plooivorming aanwezig. Dit kan enkel goed gezien worden na scheren van de haren. Geleidelijk worden de plooien duidelijker en ontstaan er soms enkele kloven. Die kloven zijn meestal bedekt met bloederige korstjes. Naar mate de letsels evolueren wordt de huid langzaam dikker en harder; de opperhuid wordt schilferig. Initieel lijkt het dier te reageren op allerhande therapieën, maar genezing blijft uit en uiteindelijk wordt het probleem steeds erger. Dit vormt een duidelijk verschil met mok. De plooien worden steeds dikker en spreiden zowel naar voor als naar boven op het lidmaat. De kleine kloofjes breiden uit tot grotere, gemakkelijk bloedende wonden. Frequent komen hier secundaire infecties bovenop wat het ziekteproces nog verergert. De huid tussen de plooien wordt vochtig en verspreidt een stinkende geur wat vliegen aantrekt. In een gevorderd stadium is het lidmaat sterk verdikt en komen de huidplooien tot aan de knieën. Wanneer men aan de benen voelt, voelen deze hard aan. Meestal ontwikkelen er zich eveneens grote, harde knobbels (tot de grootte van een tennisbal). Deze knobbels vormen een mechanisch probleem aangezien ze het dier hinderen tijdens het bewegen. Hierdoor raken ze gemakkelijk gekwetst tijdens het werken. De opperhuid is nu droog, eeltig en vertoont sterk uitgesproken schilfervorming. Op lijkschouwing vertonen de dieren karakteristieke tekenen van chronisch lymfoedeem: de dermis is sterk verdikt, in het begin stadium door vochtopstapeling maar naderhand meer en meer door afzetting van collageen bindweefsel. Dit is op sommige plaatsen lokaal meer uitgesproken wat macroscopisch zichtbaar is als knobbels. Dikwandige, uitgezette en kronkelende lymfevaten worden steeds duidelijker in het subcutaan bindweefsel naarmate de ziekte zich uitbreidt.
Histologisch is er geassocieerd met het oedeem en de collageenafzetting in de dermis, eveneens sterke proliferatie van arteriolen. De lymfebanen, vooral in de subcutis, zijn sterk uitgezet, er is subendotheliale sclerose en elastose en door bindweefselvorming komen de lymfevaten als het ware in kleine knobbelvormige structuren te liggen.
