Volgens het reglement mag de hoogte van het springparcours bij een M-SGW 105 cm zijn. Bij de B staan twee getallen aangegeven, 80-90. Daarnaast staat er in het reglement:
“De parcoursbouwer heeft in overleg met de TA de vrijheid om hindernissen tot 5 cm hoger te bouwen dan aangegeven als het terrein en de aard van het parcours dit toe laten.”
Waar hoor je de hindernis te meten? De bodem is natuurlijk nooit helemaal vlak. Op het hoogste punt? Op het diepste punt? Ergens daartussenin? Op het midden van de hindernis?
En waarom zou er bij de B twee getallen aangegeven staan? Is er ook een minimumhoogte, en hoe zit dat dan in de andere klassen waarbij maar één getal gegeven wordt?
De hoogte wordt aangegeven in centimeters. Dat betekent dus dat als er 105 cm. staat, de hindernis tussen 104,50 en 105,49 cm mag zijn. Een hindernis van 107 cm hoort dus niet in dat parcours thuis.
Moet een meetstok of meetlint trouwens nog geijkt worden? Het kan natuurlijk zijn dat een parcoursbouwer of julylid een stok heeft die niet klopt, en meetlinten willen in de loop der jaren nog wel eens rekken.
Dat men hoger mag bouwen vind ik echt een heel rare regel. Geef dan gewoon de werkelijke maximum hoogte en benadruk dat er rekening gehouden moet worden met de terreingesteldheid.
Ik hoop dat parcoursbouwers of springjuryleden me hier iets meer over kunnen vertellen. Wordt hier aandacht aan besteed tijdens jullie opleiding?
Ik weet het, ik ben een pietlut.
Maar ik vind het belangrijk dat afspraken duidelijk zijn en dat ik weet waar ik aan toe ben als ik meedoe aan een wedstrijd. Ik ben wel eens naar de organisatie toegestapt omdat de hindernissen te hoog waren en die hebben ze toen inderdaad verlaagd.
Ik plaats mijn bericht hier omdat er misschien meer mensen zijn die zich dit afvragen. Er zullen er wel een hoop zijn die het gezeur vinden, maar zoals bij een wedstrijd soms een honderdste seconde het verschil uitmaakt, kan ook de hoogte van een hindernis een significant verschil uitmaken.
Vast bedankt voor jullie reacties.