
----------------------------------------
Ik had ze al zien staan. Ze staan er altijd. Het liefste zou ik gewoon een blokje om lopen, maar toevallig staan ze altijd in de straat met de leukste winkels. Wat natuurlijk eigenlijk helemaal niet toevallig is, het is heel strategisch bedacht. Iedereen moet wel langs ze heen, vrijwillig of niet. Als de bizons Afrika die door de rivier vol krokodillen sprinten omdat ze nou eenmaal aan de overkant moeten zijn.
Even voor de duidelijkheid, ik heb het dus over wervers. Die (meestal) groepen studenten in dezelfde jas die een drukke winkelstraat blokkeren en onbewust shoppend Nederland aanspreken met voorgekauwde openingszinnen en je vervolgens €5,95 per jaar aftroggelen voor arme kindjes in Afrika. Alleen maar omdat je de fatale fout hebt gemaakt beleefd te doen.
Ik kan geen ‘nee’ zeggen. Iets waar wervers dol op zijn. Ik probeer dan ook uit alle macht te voorkomen dat ze me aanspreken, want zodra het eerste woord is gevallen ben ik verloren. In gedachte condoleer ik mijn bankrekening dan al met zijn zoveelste verlies. Dus de enige oplossing is, doen alsof ik ze niet zie. Géén oogcontact maken. Maar ja, natuurlijk zijn die wervers ook niet van gisteren. Die hebben mijn armzalige en wanhopige poging geen aandacht te trekken allang door.
Als ze je eenmaal gezien hebben, spreken ze je aan. Sowieso. Meestal binnen 3 seconden, dus vluchten kan niet meer. Het ergste is nog de manier waaróp ze je aanspreken. Alsof ze je beste maten zijn met hun “Goedemiddag! Lekker aan het winkelen?” Elk greintje emotie wat je vervolgens vertoont geeft de verkoper een signaal om alles uit de kast te halen, maar dat weet je dan nog niet. Net als je enthousiast wil vertellen dat je inderdaad best fijn aan het winkelen bent, snoeren ze je de mond met “Mag ik 1 minuutje van je tijd?”
En ja, dan ben je verloren. Het punt is, je bent eigenlijk al midden in een gesprek met ze, na die eerste openingszin. Je kunt dan dus eigenlijk niet meer weglopen. En zeggen dat je geen één minuutje tijd hebt is ook zoiets, want ja, wat is één minuut nou? Dat zeggen ze trouwens ook als je wel het lef hebt om te weigeren. En je weet dat ze gelijk hebben. Dus blijf je staan.
Ik kan je wel vertellen, het hele ingestudeerde verhaal vol met gewetensvragen wat er moeiteloos uit komt rollen overschrijd de verwachting van één minuut ruimschoots. En ze afkappen, dat lukt dan natuurlijk niet meer. Je krijgt geen seconde om ook maar iets in te brengen voor ze hun verhaal af hebben. Probeer er maar eens een beleefde “Nee, dank u” uit krijgen tussen alle huilverhalen over stervende hondjes, babies, regenwouden of andere dingen die niet horen te sterven. Tegen de tijd dat ze klaar zijn met hun verhaal moet je wel met ze eens zijn hoe schrijnend de situatie is.
Vervolgens komt de gevreesde vraag, waarvan je weet dat hij gaat komen. Dat is het hele doel van het gesprek. Ze willen je bankrekening nummer. “Het is maar €5,95 per jaar. Das niks. En daarmee help je heel Afrika uit de brand. Honderden kinderen krijgen een beter leven door jouw minimale bijdrage. En natuurlijk, je kan stoppen wanneer je wilt. Alle vrijheid, geen verplichtingen. Wat houd je tegen?” Ja, inderdaad. Wat houd me eigenlijk nog tegen?! In een vlaag van een ‘ach-waarom-ook-niet’ stemming vul ik het formuliertje in waarna de werver ontzettend blij met me is. Wat mij ook weer blij maakt. Alsof ik zojuist de beste beslissing van mijn leven heb gemaakt door €5,95 per jaar bij te dragen.
Helaas duurt dat euforische gevoel maar heel even. Na 2 stappen besef ik dat ik er ben ingetrapt. De bizon is gepakt door de krokodil. Alweer.

Daar ga ik gnoes van maken. Verandering van tijd was mij eigenlijk nog niet bewust opgevallen. Als ik de laatste gehele alinea in verleden tijd zet zou ik de hele tekst in verleden tijd moeten zetten, anders komt het met de alinea ervoor ook niet fijn uit.. Of zou alleen de laatste zin in verleden tijd volstaan? Ik zit altijd te klooien met die tijdsvormen.. 
En vervolgens als ik de straat uit ben ga ik er nog eens over nadenken en bedenk ik me dat ik het natuurlijk nooit had moeten doen