
Voor school moet ik een enquête houden over jongeren en inkomen. Mijn enquête gaat dan ook over studiefinanciering en de mogelijke afschaffing daarvan. Vandaar mijn vraag of jullie de enquête zouden willen invullen!
De enquête mag eventueel ook via een pb worde beantwoord!
Alvast bedankt!
Nathalie
Citaat:Naam:
Leeftijd:
Vraag 1. Heb je naast studiefinanciering nog een andere inkomstenbron?
A. Ja, ik werk
B. Ja, ik ontvang werk van mijn ouders
C. Nee
D. Anders, namelijk..
Vraag 2. Zou je als je geen studiefinanciering ontving rond kunnen komen?
A. Ja, makkelijk
B. Ja, krapjes
C. Nee, ik zou niet rond kunnen komen
D. Anders, namelijk..
Vraag 3. Als je geen studiefinanciering en studenten OV. zou hebben, zou je dan per maand uitkomen? (Denk aan reiskosten, opleidingskosten en boekengeld)
A. Ja, mijn andere inkomstenbron is groot genoeg
B. Ja, mijn ouders zijn er om mij financieel te helpen
C. Nee, ik zou niet rond komen en moeten lenen
D. Anders, namelijk..
Vraag 4. Wat is je grootste uitgave bron?
A. School (reiskosten, boekengeld, opleidingskosten etc.)
B. Kleding, uitgaan, mobiel
C. Ik ben uitwonend (Huur, gas, licht, eten en drinken etc.)
D. Anders, namelijk..
Vraag 5. Als je iets leuks ziet kan je dat dan ook kopen?
A. Ja, dat is geen probleem
B. Ja, maar ik moet er wel financieel op letten
C. Nee, dat heb ik niet
D. Anders, namelijk..
Vraag 6. Maak je je zorgen om je financiële toekomst?
A. Ja, vaak
B. Ja, soms
C. Nee, nooit
D. Anders, namelijk..
Vraag 7. Houd je per maand geld over?
A. Ja, altijd
B. Ja, soms
C. Nee, ik hou niks over
D. Anders, namelijk..
Vraag 8. Heb je een spaarrekening waar je regelmatig geld op zet?
A. Ja, ik heb een spaarrekening waar ik regelmatig geld op zet
B. Ja, ik heb een spaarrekening maar zet er geen geld op
C. Nee, ik heb geen spaarrekening
D. Anders, namelijk..
Vraag 9. Heb je wel eens het gevoel dat je te weinig tijd aan school besteed door je bijbaan?
A. Ja, vaak
B. Ja, soms
C. Nooit
D. Anders, namelijk..
Vraag 10. Ben je tevreden over hoe je er momenteel financieel bij zit?
A. Ja, helemaal
B. Ja, een beetje
C. Nee, niet
D. Anders, namelijk..
Daarom vind ik het handig als er een naam bij staat.