Wat ik zelf fijn vond werken (of in ieder geval wat mij enigszins door mijn jaren grieks heen heeft weten te krijgen) was het maken van schema's:
maak een grammatica schema (werkwoorden, znw, bnw etc. met alle uitgangen/vervoegingen/tijden) en maak een vertaalschema (als je een zin gaat vertalen; naar welke woordsoort ga je als eerste op zoek, wat volgt daarna etc. etc.)
Doordat je zelf deze schema's moet maken ga je nog een keer goed door alle stof heen en ben je er ook echt mee bezig; zoek alle vormen op, geef er uitleg en vervoegingen bij en een zin waarin je goed kan zien hoe zo'n woord(soort) gebruikt wordt. Door een vertaalschema te maken leer je beter begrijpen hoe je een zin goed kan ontleden.
Uiteindelijk kan je beide schema's combineren bij het oefenen; in je vertaalschema vindt je naar welke woordsoort je als eerst moet zoeken, in je grammaticaschema bekijk je vervolgens hoe deze woordsoort eruit kan zien/welke vormen het kan aannemen en vervolgens ga je op zoek in de zin.
Hoe vaker je er mee oefent hoe meer je je de schema's eigen zal maken en hoe minder je ze nodig hebt bij het vertalen van een zin.
Als je het te moeilijk vindt om zelf deze schema's te maken dan zou dit iets zijn waar een docent/bijlesdocent je erg goed bij zou moeten kunnen helpen!
Maak een schema het liefst op een groot (A3 bijv.) vel, zodat je het écht overzichtelijk hebt. Als je meer nieuwe stof leert kan je het schema natuurlijk gewoon aanvullen
