Je moet zorgen dat als het paard op je begrenzing met de teugels gaat hangen (dit geld namelijk ook als het paard het hoofd gooit), dat het paard zich stoot aan het bit.
Een paard dat hangt is vaak het gevolg van een ruiter die zelf niet goed nageeft en dus, op het moment dat het paard nageeft, de hand niet opend, maar blijft spelen en druk houden.
Probeer eens, op het exacte moment dat het paard nageeft, de hand naar voren te steken. Desnoods met bogen in de teugel om jezelf te controleren. Het paard zoekt waarschijnlijk steun in de hand, maar zodra jij je hand naar voren steekt, heeft hij dat niet meer. Op dat moment kom jij in met je been, zodat het paard de hand weer opzoekt, nageeft en jij weer je hand opend, het paard weer gaat zoeken en jij weer inkomt met je been enz. Net zolang tot het paard doorheeft dat er niets is om op te hangen.
Bij sommige paarden duurt het drie rondjes voordat ze dit doorhebben, bij anderen drie weken. Belangerijk is wel dat je contact houd met de mond (die boogjes in de teugels is alleen voor de eerste paar keer, om jezelf te controleren), zodat je later geen andere problemen met de aanleuning ontwikkeld.
Overgangen behoor je te rijden vanuit een verzameling, al is het maar gering. Het heeft dus geen zin om een overgang te rijden als het paard al op je hand hangt. Beter is om terug voorwaarts te gaan en de bovenstaande oefening een aantal keer te herhalen.