je hebt verschillende soorten hindernissen. je hebt het kruisje, de stijlsprong, daarvan kan je een in uitje maken. je hebt breedte sprongen en juist smalle sprongen.
er is geen vast parcour. je zet de sprongen neer zoals je zelf wilt en dan verzin je er een leuk parcour bij. je moet wel altijd opletten dat het uitkomt met de galopsprongen, anders komt je paard niet uit en sommige paarden weigeren daardoor.
tijdens een wedstrijd van bijvoorbeeld jumping amsterdam, is het parcour door iemand bedacht die dus vaker parcours bouwt. diegene houdt dus ook rekening met felle kleuren en dergelijke, want echte springpaarden moeten daar met gemak over gaan, zonder er eerst een half uur naar te moeten kijken. hij houdt ook rekening met de afstanden tussen de sprongen, krappe wendingen en dat soort dingen om het parcour wat moeilijker te maken.
thuis maakt het niet uit hoe je de sprongen neerzet als je maar op de galopsprongen let. doe eens een keer gek en leg er een plastic zak onder. mijn paard vond dat in het begin dood eng, maar nu springt hij dat wel redelijk. op die manier verzin je steeds iets nieuws om het spannender te maken, want thuis heb je meestal niet genoeg hindernissen om een echt parcour te bouwen. sommmigen natuurlijk wel, maar lang niet iedereen. ik bijvoorbeeld heb dat niet, want ik sta op een pensionstal en daar rijdt iedereen voornamelijk dressuur, dus hebben we maar weinig sprongen. ik heb wel om de week springles en dan verzinnen we dus steeds iets nieuws om het leuk te houden.
hopelijk kun je hier wat mee.