Die eerste dat is stomweg dressuurmatig trainen. Tempocontrole, terug en naar voren rijden. Uitstekend te oefenen met balken of cavaletti. Gewoon heel dressuurmatig aanpakken en 'm eraan wennen dat je bepaalde afstanden soms met 6 en soms met 7 of zelfs 8 passen ertussen wilt hebben.
Die tweede is echt puur kwestie van kilometers draaien om je eigen inzicht te vergroten. Balken rijden, uitbouwen naar in-uitjes, dubbelsprongetjes etc.
Probeer vooral AF te tellen voor een sprong. Aanrijden, 3-2-1-spring. Moeilijk? Dan voor een (klein!) sprongetje 4 galopbalken neerleggen en eerst zelf het ritme te pakken krijgen. KIJK naar de afstanden, en tel (hardop) mee. Gevoel te pakken? Dan balk voor het sprongetje weg. Mee blijven tellen. Uitbouwen naar alle balken weg, maar wel mee blijven tellen.
Tel vooral ook NA de sprong door, want dat ga je in het parcours nodig hebben.
Het idee dat je het te pakken hebt? Dan met combinatiesprongen gaan werken.
(en dan kun je heel leuk punt 1 en 2 gaan combineren, door een galopsprong meer of minder te gaan rijden).
Hou voor dit werk vooral je sprongetjes simpel en laag, zodat je paard niet te fanatiek wordt op het hout.
Succes!