Het woord zegt het eigenlijk al: een halve pas, oftewel een pasje terug.
De oefening van de Halbe Tritte komt van pas omdat het paard licht gesloten moet zijn. Door de aktiviteit blijft het ruggebruik optimaal. De achterbenen treden meer onder. Het paard blijft flitsend aan het been.
Zodra een van deze punten dus niet nageleefd kunnen worden, wordt het paard te traag en/of valt uit elkaar.
Als het paard het goed doet, is er onmiddelijke reactie naar voren toe bij licht beengebruik, is de bovenlijn ontspannen en dus ook de kaak los.
Deze oefening kan in elke methode (klassiek of modern) toegepast worden, zowel bij jonge als oudere paarden.
Ik gebruik deze oefening met name ter voorbereiding van de Passage en Piaffe. Tol wil namelijk gauw te traag en te showerig worden (zgn "Fluffy trot", he Zep?
), waardoor hij achter mijn been komt, zich oprolt en achter niet goed meer sluit. Met name in een lage, ronde houding heeft dit veel effect bij TolstoiBij jongere paarden is het een kwestie van een pasje terug en een pasje weg.
Deze overgangen worden bij mij voornamelijk met mijn zit gemaakt. Ik gebruik hierbij voornamelijk mijn heupen, die ik kantel, aangevuld met mijn beenhulp. Van voren probeer ik het paard smakelijk te houden. Als het paard eenmaal een halbe tritte maakt, kan de hand makkelijk naar voren gezet worden, zonder dat dit ten koste van de aanleuning gaat.
Waar je zéér goed op moet letten bij het terug rijden, is dat je aan kleine, aktieve pasjes moet denken. Hoe kleiner hoe beter.
Verradelijk hieraan is dat als mensen dit oefenen gauw in de fout schieten door terug te rijden en het paard te laten vertragen. Zodra dit aan de orde is, dan hoort de ruiter het paard meteen naar voren te rijden.
Wat is jullie ervaring hiermee?

