laetitia schreef:even een vraagje: ik rijd mijn bijrijdpaard altijd eerst helemaal naar
de ontspanning toe. vooral omdat ze haar rug niet los laat.
maar ik hou dan eigenlijk niet echt contact met de mond, heb een los
teugeltje.
ze ontspant na verloop van tijd goed en laat haar hoofdje zakken, de achterhand moet nog wel worden getraind maar het is een begin (en vind
ontspannenheid het belangrijkste voor het paard).
is dit ook een vorm van vwnw rijden? of moet je dan wel contact met de mond houden? en als je dan contact met de mond hebt, moet je dan druk hebben of juist niet?
Nee, ontspanning, nagefelijkheid én vwnw rijden ontstaat door het paard te motiveren zijn achterhand meer onder te brengen (voorwaarts rijden, let wel, actiever van achter maar niet sneller!), hierdoor ontspant het paard zich en kun je hem uitnodigen om meer lengte te nemen in de hals en rugspieren (neerwaarts rijden). Dan zoekt het paard jou hand op ipv dat jij de mond van het paard moet gaan opzoeken met behulp van ophoudingen. Zoals 'renes' schrijft:
renes schreef:Er is een groot verschil tussen nagevelijk rond rijden of gewoon laten hangen/dalen. De correcte manier is die van ophoudingen maken, waarop je paard los moet laten. Op het moment dat je paard loslaat, moet jij dit ook doen. Door iedere keer op DAT moment dat jij loslaat wat ruimte (lees:teugels) te geven, zal je paard steeds lager rond gaan lopen, en tegelijkertijd toch loslaten en nagevelijk blijven. Alleen dan heeft dit rondrijden effect. Pas er dus voor op dat je niet een TE los contact hebt, anders komen je hulpen (ophoudingen) niet (goed) door!
In dit geval zoek jij contact met de mond ipv dat je het paard van achter laat werken en het paard contact met JOU gaat zoeken. Zoals renes het beschrijft krijg je een valse aanleuning. Het paard buigt in de hals maar werkt niet van achter. Dan kun je nooit spreken van een correcte nagefelijkheid. En juist dán gaat het paard op de kop lopen en hangt/daalt de hals.
Om je paard vwnw te kunnen rijden zal hij eerst heel goed aan de hulpen moeten staan.
Dat betekend dat je de hulpen eigenlijk maar hoeft te denken en dat het paard al reageert.
Om je paard zo fijn aan de hulpen te krijgen moet je consequent hieraan werken (geen reactie op de minste kuitdruk naar voren = in de hand ontspannen blijven en tik achter het been).
Als je dan je paard op je zit terug kan rijden en kunt schakelen, naar voren, terug zonder dat het paard onder je uit loopt of niet reageert op het been (dus gas én rem doen het), dán kun je naar het vwnw toe rijden.
Eerst zal je paard moeten begrijpen dat het het fijnste werken is wanneer hij nagefelijk loopt.
Dat doe je door naar de hand toe te rijden en op te vangen als hij onder je uit wilt.
Als het paard dan gaat sluiten in zijn lijf (zich rond gaat maken in de rug), dan hem uitnodigen om te zakken en op dat moment ook vertrouwen geven in de hand.
Tegen de hand aan rijden (voorwaartse hulp en opvangen in de hand), bij ontspanning direct ruimte geven, dat wil zeggen niet losgooien maar je hand openen zodat je paard ruimte heeft om naar beneden te kunnen.
En dat herhalen als hij om hoog komt totdat het paard vanzelf beneden blijft. Denk er dan om, om altijd een ondersteunende beenhulp erbij houden, dat wil zeggen dat je altijd het paard druk met je been blijft geven zodat hij van achter blijft werken. Let hierbij wel op dat hij niet 'dood voor het been' wordt, je zult dus tussendoor altijd aan de reactie voor het been moeten blijven werken.
En heel belangrijk is ook dat je ervoor zorgt dat het paard vertrouwen in je hand houdt. In het begin is het vaak maar een kort moment dat het paard nageeft en veel ruiters zijn dan geneigd het paard vast te blijven houden als hij beneden blijft "hij kán niet meer naar boven". Dat ziet er voor een leek mooier uit in het begin, maar dan gaat het dier op de kop lopen, werkt niet meer van achter want daar krijgt hij de ruimte niet voor en uiteindelijk wordt hij zo sterk dat het rijden gewoon onprettig wordt en dan ontstaan zoveel nieuwe problemen. Ik ben van mening als je eerlijk (maar wél consequent) blijft rijden dat je het voor jezelf en voor je paard zoveel prettiger maakt en uiteindelijk ook gemakkelijker! Ook als je met die ophoudingen gaat rijden om je paard zo omlaag te krijgen, let op dat je niet te lang vasthoudt. Het paard moet ook de ruimte hebben om te zakken, hij moet zich langer KUNNEN maken.
Het doel is dan dat je uiteindelijk zonder ondersteunende hulp je paard met licht contact met de teugels kunt rijden zonder dat de aanleuning veranderd, het tempo veranderd en dat het paard even constant en actief van achter blijft lopen.
Heb je dit onder controle dan kun je het paard zo hoog en zo laag instellen in welk tempo en in welke gang op welk moment dan ook. Dán kun je correct voorwaarts neerwaarts rijden. En wie dat GOED kan, kan imo veel meer dan menig Z ruiter die dat niet kan. Want geloof me dat zijn er veel!
Het is gewoon een gevoel wat je moet krijgen en dat krijg je alleen door het veel te doen met het liefst zo goed mogelijke begeleiding!