Paardlief loopt het liefst in een houding waarbij hij nageeft in zn kaak, maar zn rug vastzet. Ik ben nu bezig om hem meer vanuit de schoft te laten nageven.
Als hij in zn houding loopt heb ik niets in mn hand, in mn les ben ik er naar toe aan het werken dat ik 'iets' in mn hand krijg. Ik richt op een half colaflesje per hand
.Zoals we dat nu aanpakken: goed zitten (is al een aandachtpunt an sich), been, laag instellen zodat hij nageeft vanuit de schoft, duidelijk stelling vragen. Paard is ook niet van gisteren dus bij deze benadering probeert hij achter de teugel te kruipen. Dmv been, begrenzende buitenhand en af en toe een ophouding met mn binnenhand hoop ik hem dan met zn neus eruit te krijgen.
Tot zover de theorie.
Tijdens dit hele proces glipt echter langzaam maar zeker de teugel door mn handen, als knollebaal plots besluit zn hoofd omhoog te brengen zit ik met klapperende teugels, als ik wat ondoordacht van hand verander heb ik plots aan alle kanten teugel over. Op willekeurige foto's zie ik ook continue hele en halve waslijnen hangen
.Kortom: een aanleuningsprobleem.
Advies van mn instructeur: veel lezen over theorie en zorgen dat de theorie goed in je hoofd zit. Dan kan ik vervolgens met zijn hulp dat in praktijk brengen.
Mijn vraag dus hier: hoe pakken jullie een aanleuningsprobleem aan? waar op te letten? Zijn er goede topics hierover geweest waar ik mn licht kan opdoen? Weet iemand anders misschien een goed artikel hierover?
ben blij dat je dit vraagt, want ik heb hier ook soms last van. Ben benieuwd.
Mijn instructrice legt alles ter plekke uit.
).