Valt niets over te zeggen

1. Je neemt Amber.

2. Zet deze voor een hindernis

3. In de hoop dat ie gaat springen.

4. Of course she go!

5. Zolang je koekjes op vooraad hebt

6. Gaat ze echt wel! (U)

7. Wat doe je voor koekjes? Juist, Lief kijken in de hoop dat je niet hoeft te springen!

8. Ze likt der lippen al af.

9. Maar daar ga je dan!

10. Niet je achterbeentjes vergeten

11. En hoe noemen ze je dan? Een springhond! (U)

12. Daar word je wel moe van zeg!

Er staan bij 2 een U, welke uitvergroten?