Rosco: 02.08.1999 - †15.04.2014
Bijna 15 jaar heb je bij ons mogen zijn, een lang leven voor een hond, maar lang niet lang genoeg.
Toen ik als peuter in de luiers zat, kregen we jou erbij, en ja zo'n kleine pup is ondeugend, je trok me aan mijn luier de hele kamer door.

Je kwam na een tijdje in je pubertijd en toen heeft mijn moeder er serieus over nagedacht om je weg te doen, want een makkelijke hond was je niet en was dat niet te gevaarlijk bij de kinderen?
Gelukkig heeft ze dat niet gedaan, we zijn samen opgegroeit en waren de beste maatjes, tegen andere mensen en honden was je nooit zo lief, maar bij ons was je altijd zo'n vrolijke hond, die onuitputtelijk met zijn bal kwam aanslepen.



Maar niet voorgoed, het stopt een keer, je was op, je kon niet meer, je laatste jaar ging je zo hard achteruit.
Op een dag kwam ik thuis en mijn moeder was bij je, je was doodziek, je had moeite met ademhalen en het was duidelijk dat je laatste uren geteld waren. Je sliep met je kop bij mij op schoot en ik hoopte alleen nog maar dat je in je slaap pijnloos weg kon gaan.
Een dierenarts wouden we niet meer raadplegen, want oh, wat haatte je de dierenarts nadat hij een keer je teen moest amputeren vanwege kanker en daarbij ook nog je nagels veel te kort afknipte. Naar de dierenarts gaan met jou was sindsdien dus geen pretje, in de wachtkamer gromde je naar elke witte jas die langskwam en eenmaal in het kamertje van de dierenarts, was het alleen nog maar proberen om jou lang genoeg in de houdgreep te houden voor je jaarlijkse prikje.
Dat wouden we je niet meer aan doen, bovendien is het een keer klaar, je ging al zo hard achteruit.
Maar als vechter die je was haalde je die nacht en ging het zelfs weer beter, die longontsteking of wat het ook maar was, kon je nu nog niet van ons af pakken.
Het kan alleen niet goed blijven gaan, na een aantal weken/maanden ging het weer steeds slechter, je had een keihard gezwel in je nek ter grootte van een sinaasappel, je ademde zwaar, je at haast niet meer en je ontlasting was verre van normaal. Je was een verschrikkelijke vechter, dat wisten we, maar nu, nu was het echt genoeg geweest. Je kon niet meer, je ogen zeiden het, ze waren anders dan de vorige keer toen je zo ziek was, je vechtlust was er uit.
We konden nu niet egoïstisch zijn, dat zou niet eerlijk tegenover jou zijn, we moesten je nu echt laten gaan.
Mijn moeder zou de dierenarts bellen, terug van school zat ik huilend op de fiets, al dacht ik dat het nog wel een paar dagen zou duren. Toen ik thuis kwam rond half drie, zei mijn moeder dat de dierenarts die dag al om vijf zou komen. We maakten nog een wandelingetje en ik bleef de hele tijd bij je. Mijn zusje en broer kwamen ook thuis, ze waren de hele tijd hard aan het huilen, ik vond het irritant omdat ik vond dat ze zich voor jou dat laatste uur sterk moesten houden, daarna mochten ze huilen zoveel als ze wilden. De dierenarts kwam een half uur te vroeg, jij keek hem aan en je wist het zo goed, voor deze ene keer blafte je niet, gromde je niet en probeerde je hem niet te bijten. Zelfs toen hij bij je kwam, bleef je rustig liggen, dit prikje accepteerde je wel. Binnen een paar seconden was je weg.
Die avond brachten we je naar het crematiecentrum. Twee dagen daarna haalde ik je as op, de hele dagen huilde ik, maar toen kwam het besef, ik storte in, ik kon het even niet meer aan.
Het ga je goed maatje, ik hoop dat ik je op kan zoeken als mijn tijd ook gekomen is, tot die tijd zal het gemis niet minder worden, alleen maar dragelijker. Ik kan niet aan je denken zonder te huilen, regelmatig heb ik nog nachten waarin ik aan je denk, dan huil ik, maar ik koester die momenten, ik wil je niet vergeten. In mijn herinneringen blijf je altijd bij me.

Zo stil, dat iedereen wel weet dat dit zo blijft,
voor altijd, voor altijd en een leven lang het was,
zo stil, dat iedereen het voelde in zijn lijf
geen pen, die ooit nog dit gevoel beschrijven kan
zo stil, dat alle klokken zwegen,
ja de tijd stond onbewegelijk
zo stil en zo verloren ging je weg
zo stil en zo verloren ging je weg
ik heb zoveel gehoord en toch komt niets meer bij me aan
en dat is dus waarom ik 's nachts niet slapen kan
al zing ik duizend liedjes over dit gemis
en toch zou ik niet weten, waarom toch dit gevoel voor altijd is
zo hard, de uren na de klap dreunde zo na
dat niets nog te bevatten en begrijpen was
het was, zo hard
dat alles wat we dachten ons alleen maar leegte bracht
zo moe en zo verslagen waren wij
nu stilte bij ons was in plaats van jij
ik heb zoveel gehoord en toch komt niets meer bij me aan
en dat is dus waarom ik 's nachts niet slapen kan
al zing ik duizend liedjes over dit gemis
en toch zou ik niet weten, waarom toch dit gevoel voor altijd is
zo stil, hoewel ik je nog iedere dag mis
waar je nu ook zijn mag echt het is
me helder, dat stilte nu je vriend geworden is
ik heb zoveel gehoord en toch komt niets meer bij me aan
en dat is dus waarom ik 's nachts niet slapen kan
al zing ik duizend liedjes over dit gemis
en toch zou ik niet weten, waarom toch dit gevoel voor altijd is
ik heb zoveel gehoord en toch komt niets meer bij me aan
en dat is dus waarom ik 's nachts niet slapen kan
al zing ik duizend liedjes over dit gemis
ik zou het echt niet weten
ik zou het echt niet weten
ik heb zoveel gehoord en toch komt niets meer bij me aan
en dat is dus waarom ik 's nachts niet slapen kan
al zing ik duizend liedjes over dit gemis
en toch zou ik niet weten, waarom toch dit gevoel voor altijd is
Het liedje Zo Stil van Blof.
Bestaat toeval? Ik weet het niet, maar ik bedenk me nu pas dat hij vandaag 16 jaar geworden zou zijn als hij nog leefde.