SUCCES MET LEZEN
waar ging het precies over? vooral over de moderne tijd om maar zomaar overal de stempel dominant op te zetten en hoe schadelijk dit is...
artikel van doggo.nl:
Inleiding
Dominantie is een woord waar veel hondeneigenaren mee geconfronteerd worden. Of ze dat nu willen of niet. Er is altijd wel een buurman, bekende, vriend of “iemand met verstand van honden” die weet je weet te vertellen dat je dominante hond hebt en dat het belangrijk is dat je hem de baas blijft of wordt. Maar inmiddels weten we meer.
Visie op het dominantiemodel
Het woord dominant houdt voor de meeste hondeneigenaren in dat de hond de baas van de roedel wil worden of het al is. Om dit te bereiken, zou de hond zich op zo’n manier gedragen dat hij hoger op de rangordeladder komt. Dit zou hij bijvoorbeeld kunnen doen door als eerste door de deur te gaan, door aan de riem te trekken, door te grommen als hij van de bank of moet of als er iemand bij zijn voerbak komt. Dit idee komt natuurlijk niet zomaar uit de lucht vallen.
We hebben het te danken aan onder andere de zooloog Schenkel en David Mech, een vooraanstaand bioloog die in de jaren ’70 onderzoek deed naar wolven en onder meer het Interantional Wolf Center oprichtte. Hij observeerde wolven en concludeerde op basis van zijn observaties dat de status van de roedelleider, de alpha, binnen een roedel heel belangrijk was en dat veel wolven door middel van conflicten bezig waren om die status te verkrijgen. Hij publiceerde deze bevinden in het boek The Wolf: The Ecology and Behaviour of an Endangered Species. Omdat er toentertijd nog zonder twijfel vanuit gegaan werd dat je het gedrag van wolven één op één kon doortrekken op het gedrag van honden, gingen deskundigen en eigenaren er van uit dat het ook voor onze honden gold dat ze de hele dag bezig zijn met rangorde en hun best doen om hoger op de rangordeladder te komen. Nu zijn er andere inzichten.
Als eerste wordt er binnen de wetenschap volop gediscussieerd over de vraag of je het gedrag van de wolf met alles wat daarbij hoort kunt vergelijken met dat van onze hedendaagse hond. Met andere woorden is het de vraag of onze honden in zijn totaliteit kunt vergelijken met wolven. Dit is een aparte discussie met diverse verschillende invalshoeken, maar de algemene teneur lijkt inmiddels wel te zijn dat je niet zomaar kunt stellen dat honden zich per definitie gelijk gedragen als wolven. Zo is het goed om nog even stil te staan bij het feit dat bioloog John Bradshaw in zijn boek Dog Sense uitgebreid uitlegt dat de honden die wij nu hebben, niet afstammen van de wolven die tegenwoordig geobserveerd worden. Uit DNA-onderzoek is gebleken dat onze honden afstammen van wolven die nu niet meer in leven zijn. Het zou dus in theorie nog zo kunnen zijn dat het gedrag van de geobserveerde wolven anders is dan dat wat de voorouders van onze honden lieten zien. We zullen dat nooit zeker kunnen weten, want die voorouders zijn er niet meer!
Los van die veronderstellingen en discussie is er inmiddels ook veel kritiek op het onderzoek van David Mech. Onder andere van hemzelf nadat hij verder onderzoek had gedaan. Het onderzoek op basis waarvan de term alpha geintroduceerd is, is uitgevoerd onder een roedel wolven die geen familieband met elkaar hadden. Bovendien was er een beperkt gebied waarbinnen ze zich konden bewegen en was er sprake van voedselschaarste. Onnatuurlijke omstandigheden die een vertekend beeld gaven van wolven die veel met elkaar in conflict waren om hogerop te komen. Mech onderzocht later wolvenroedels die familie van elkaar waren en de vrijheid hadden om overal te gaan waar ze wilden. Er was voldoende voedsel aanwezig. Hij zag heel ander wolvengedrag.
Wolvenroedels bestaan normaal gesproken uit een reu en een teef die de ouders zijn van een aantal pups. Totdat de pups jong volwassen zijn, rond de 2 jaar, blijven ze bij elkaar en vormen zo een roedel. Daarna verlaten ze de roedel om hun eigen familie te stichten. Binnen deze “gezinnen” is weinig sprake van conflicten. Simpelweg omdat de jongeren de ouders respecteren omdat ze ouder zijn. Als er misverstanden zijn, worden die in de regel door duidelijke lichaamstaal uit de wereld geholpen. Gedrag is geritualiseerd, om zo weinig mogelijk schade aan te richten bij de roedelleden. Het is immers familie en vanwege het doorgeven van je genen is het onlogisch als je je familie schade toebrengt. Er is dus zeker wel sprake van een hierarchie, maar niet op basis van conflict.
Wie waar staat in de hierarchie, is geen vaststaand gegeven! Twee dingen zijn belangrijk, namelijk de sociale band die er bestaat tussen de roedelleden en een eigendom. Binnen de wolven is geobserveerd dat de sociale band belangrijk is bij het al dan ontwijken van conflictsituaties. Hoe nauwer die band, hoe minder conflicten. Eigendom is in combinatie met leerervaringen ook belangrijk. Denk hierbij aan eigendommen als voer, speeltjes maar ook eigenaren of een bepaalde plek. Sommige honden vinden voer belangrijk, anderen hechten hier minder waarde aan en vinden hun speeltje het belangrijkste wat er bestaat. Dit eigendom vinden ze eventueel de moeite waard om hiervoor een conflict aan te gaan met iemand anders uit de roedel. Maar niet nadat ze een inschatting gemaakt hebben hoe groot de kans is dat ze het van een ander winnen in een dergelijk conflict. Dit gebeurt op basis van leerervaringen. Zo kan binnen een roedel van drie honden een hond beslissen dat hij zijn speeltje met agressie verdedigt als de ene hond erbij komt, maar als de andere in de buurt is hij het laat gaan. Omdat hij geleerd heeft dat het speeltje voor de ene wel belangrijk genoeg is om het conflict over aan te gaan en dat voor de andere hond niet het geval is.
Wat is jouw rol als hondeneigenaar?
Het grote probleem van het dominantiemodel is dat conflict en machtstrijd de basis is. Veel gedragsproblemen zouden volgens de dominantievisie ontstaan zijn doordat de hond de roedelleider is of in elk geval probeert dat te worden. Door als eigenaar “de baas” te zijn, zouden die problemen zich oplossen. Deze visie gaat volledig voorbij aan het feit dat veel gedragsproblemen te maken hebben met bijvoorbeeld angst en onzekerheid, een totaal andere motivatie dus dan “de baas willen zijn”.
Eigenaren die proberen de baas te zijn, doen dit soms door duidelijke regels te stellen en consequent te zijn. Anderen gaan verder en gebruiken fysieke correcties om de baas te worden/zijn over de hond en zo ongewenst gedrag te (proberen te) voorkomen, zoals slipkettingen, elektrische stroombanden of een ruk aan de riem. Deze eigenaren zoeken zelf het conflict in feite op. Met de kennis van tegenwoordig is het logischer (en ook veiliger!) om het conflict niet aan te gaan, maar te zoeken naar de achterliggende oorzaak van het probleemgedrag. Vaak is dit complexer dan te kijken naar wie de dominante is.
Hedendaagse onderzoeken leren ons dus dat het zeer onwaarschijnlijk is dat de hond de hele dag bezig is met rangorde en conflicten en dat er dus andere dingen belangrijk zijn. We hoeven ons als eigenaar dus ook niet meer zo druk te maken over dat we “de baas” moeten zijn en we de strijd met onze hond aan moeten gaan. LET OP: dit betekent niet dat er geen regels hoeven te gelden! Een hond heeft duidelijkheid nodig om zich veilig te voelen. Consequente begeleiding van een eigenaar is dus nog steeds noodzakelijk, maar er is niets mis mee om als eigenaar je eigen regels te bedenken. We moeten voor onze honden als een soort ouders zijn, door ze leiding te geven en duidelijk te zijn wat wel en niet mag en de honden daarin opvoeden. Om dit duidelijk te maken heb je geen fysieke correcties nodig! Je hond opvoeden kan door gewenst gedrag te belonen en ongewenst gedrag te voorkomen. Als dit niet lukt (vaak omdat we als eigenaar te weinig kennis of kunde hebben), kun je ervoor kiezen om ongewenst gedrag te corrigeren, maar ook dan is het niet nodig om je hond pijn te doen. Door kennis te hebben van leerprinpices, kun je ook op andere manieren ongewenst gedrag verminderen.
In de praktijk
Een hond die gromt als je in de buurt van zijn eten komt, wordt nog wel eens bestempeld als dominant. Het gevolg is, dat de eigenaar het advies krijgt om ervoor te zorgen dat de hond weet dat je de baas bent en dat je het eten mag afpakken. Want: “in het wild eet de alpha ook altijd als eerste en heb je als roedelleider de beschikking over al het voedel”. Een uitspraak die gebaseerd is op het dominantiemodel dat vroeger gehanteerd werd, onder meer op basis van de onnatuurlijke situatie dat een wolvenroedel te weinig eten had en de andere wolven geen familieleden waren. Het gevolg van het idee dat je als eigenaar de baas moet zijn, is de hond wordt dus gestraft als hij gromt als er iemand bij zijn bak zit.
Maar meestal zijn honden met voerbaknijd in die situatie onzeker (te zien aan de lichaamstaal van onder meer oren naar achteren en staart laag). Ze zijn bang dat hun voer wordt afgepakt. Soms is die angst gegrond, omdat de eigenaar in het verleden vanuit het idee dat hij de baas moet zijn en dus het voer moet kunnen afpakken, dit vaak “geoefend” heeft. Soms is die angst ongegrond, maar speelt het belang van het eigendom (vanwege bv. honger of een zwervend verleden) een belangrijke rol.
Het conflict aangaan door het voer af te pakken, is dus onverstandig. Als eerste loop je als eigenaar een risico gebeten te worden. Als tweede is het ook voor de hond zeer onprettig en onnodig. Door hem te leren dat hij juist meer eten krijgt als je in de buurt komt, werk je aan twee dingen. Hij leert dat hij niet bang hoeft te zijn om zijn eigendom te verliezen. Bovendien hou je de sociale band tussen jullie tweeen goed, omdat je het conflict niet met hem aan hoeft te gaan.
Uit studies die gedaan werden naar wolven in het wild, bleek dat er geen sprake was van een hiërarchie met een dominantie alfa boven aan de rangordeladder.
Wolven vormen een sociale structuur die het meest overeenkomt met een gezin; ouders en kinderen. Daardoor is er wel een zekere vorm van hiërachie, maar alleen maar omdat moeder en vader nu eenmaal ouder zijn en meer weten. Ze zijn de leiders van het gezin, de roedel. Ruzies zijn er bijna nooit en als de “kinderen” volwassen zijn, zo rond twee jaar oud, gaan ze weg bij hun ouders en beginnen ze zelf hun eigen gezin.
De hiërarchie die binnen een groep wolven heerst, is niet zozeer gebaseerd op agressie of competitie, maar met name op familiebanden, leeftijd en ervaring. Agressie komt relatief weinig voor en als die al voorkomt, is het meestal gebaseerd op een toevallige gebeurtenis waarbij beiden graag iets specifieks willen. Een vaststaande hiërarchie lijkt daar weinig mee te maken te hebben.
Roedelleden weten op basis van ervaring hoe de ander reageert in bepaalde situaties en daar houden ze in hun sociale gedrag rekening mee. Die reactie kan per geval en per context van elkaar verschillen en daarom kun je ook niet spreken over een vaststaande hiërarchie binnen een groep honden die met elkaar samenleeft.
Zo kan het zijn dat in een huishouden waar drie honden wonen, één hond de meeste rechten heeft als het gaat om aandacht van de baas maar dat diezelfde hond in een situatie die om een speeltje gaat altijd aan het kortste eind trekt. Simpelweg omdat in de loop der tijd de honden van elkaar hebben geleerd wat ze belangrijk vinden en waar ze een punt van maken.
Dit ontslaat je als eigenaar overigens niet van de plicht om je hond leiding te geven. De vergelijking tussen gezin en roedel gaat ook hier op. Als een kind opgroeit zonder ouders die hem vertellen wat hij moet doen en wat hij moet laten, is de kans groot dat er problemen ontstaan. Dat geldt ook voor onze hond. Maar begeleiden is iets heel anders dan de baas zijn. Leider zijn vraagt om wederzijds (!) respect, geduld, vertrouwen en consequent zijn. Daarmee kom je als hondeneigenaar stukken verder dan “de baas zijn”.
een aantal voorbeelden die genoemd werden welke duidelijkheid brachten:
Op de bank liggen. Vanuit de dominantietheorie wordt gesteld dat een hond, die fysiek op een hogere plek zit dan de roedelgenoten, ook hoger in rang is. Een dergelijke hond zou op deze manier zijn dominante rang bevestigen of proberen dominant te worden. Soms begint een hond te grommen als de eigenaar de hond van de bank wil halen. Daar wordt dan ook het predikaat “dominantie” aan geplakt.
Als we daar het verhaal van de rijkdommen (lees dit artikel) tegenaan houden, ontstaat er een heel ander beeld. De meeste banken zijn zacht en warm en tochtvrij. Daardoor is het, ook voor onze honden, een fijne plek om te liggen. Het kan daardoor een rijkdom (resource) worden, die voor de hond zo belangrijk kan worden dat hij agressie in zet om de banks als zijn eigendom te houden. Als de hond geleerd heeft in deze of in andere situaties dat agressie ervoor zorgt dat de eigenaar hem niet meer van de bank afhaalt, heeft hij daarmee een goede strategie gevonden om zijn resource te houden. Geen dominante hond, maar een hond die geleerd heeft dat zijn gedrag ervoor zorgt dat hij dat kan houden wat belangrijk voor hem is, namelijk de bank.
Als eerste naar buiten of een deur door. Degene die als eerste een deur door gaat, naar buiten gaat, wordt in het dominantiemodel als dominant benoemd of als een hond die dominant wil worden. Volgens sommigen vanwege het achterliggende idee dat in een roedel de alpha voorop loopt (wat ook de verklaring zou zijn voor het feit dat honden die aan de lijn trekken dominant zouden zijn). In deze theorie zou je er al vraagtekens bij kunnen hebben. Ook binnen een wolvenroedel worden de taken namelijk verdeeld en is het niet zo dat de alpha alles doet. De alpha hoeft immers niet in alles even goed te zijn en het kan zijn dat hij de jachttaken delegeert naar anderen die daar beter in zijn.
Volgens de nieuwe inzichten, zijn honden die als eerste door de deur willen, meestal energiek en willen ze simpelweg gewoon naar buiten. Ze hebben simpelweg niet geleerd dat ze even moeten wachten. Waarmee ik dus gelijk aangeef dat het geen probleem is om wel als eigenaar zelf altijd als eerste naar buiten te gaan. Het geeft duidelijkheid en is consequent en dat is altijd goed voor een hond. Maar het heeft niet het effect dat je als eigenaar dominant bent over je hond.
Agressie ten opzichte van onbekende honden. Veel hondeneigenaren zeggen dat hun hond dominant is ten opzichte van onbekende honden, als de hond agressie vertoont bij een ontmoeting. Als je de gemiddelde hondeneigenaar mag geloven, lopen er een heleboel dominante honden in het park, die door middel van agressie de baas zijn of proberen te worden.
Ook volgens het wetenschappelijke dominantiemodel is dit onzin. In de dominantietheorie is dominantie altijd al een beschrijving van een relatie geweest tussen twee individuen die een band met elkaar hebben. Die band is er niet tussen twee honden die elkaar niet of amper kennen en in het park tegen komen. Dus zelfs volgens de dominantietheorie is dit een onjuiste uitspraak.
Volgens de nieuwe inzichten zijn honden die agressie vertonen ten opzichte van onbekende honden, heel vaak honden die agressie vertonen vanuit onzekerheid. Ze vinden andere honden spannend. Gewoon, omdat dat hun persoonlijkheid is. Of omdat ze in het verleden een nare ervaring gehad hebben met andere honden. Ze hebben geleerd dat de agressie ervoor zorgt dat de andere honden (meestal) op een afstand blijven. Het is hun “coping strategy” geworden, hun omgangmechanisme in een moeilijke situatie.
Overigens; in het wild zijn wolven zeer agressief ten opzichte van onbekende wolven die hun territorium betreden. Als je dan al het vergelijk wilt maken met wolven, dan is het vanuit dat uitgangspunt bijna een wonder te noemen dat er ook heel veel honden zijn die wél goed overweg kunnen met onbekende honden
zo.. een hele hap dus goed zo als je het allemaal gelezen hebt haha. ik vond het zelf erg interessant en hopelijk worden meer ogen geopend. ik zie heel veel terug in het verhaal van bisou waarom ze bij mij terug is gekomen, hopelijk leest deze mevrouw dit en dringt het door maar bij veel mensen zit het dominantie verhaal zo diep ingebakken dat ze dit niet zomaar zullen accepteren....
maar het eerste deel daar kan ik me niet echt in vinden.
bij een goede duidelijke en stabiele band zul je ook geen conflicten meer hebben, zo lang de hond maar weet wat er van hem verwacht wordt en dus niet onzeker hoeft te zijn. 