GaelleS schreef:Furrow schreef:Dit is allesbehalve natuur, sinds de kat niet natuurlijk is in deze streken.
Wat vreemd inderdaad, zie je niet veel!
Echt? Zijn ze dan ooit ingevoerd lang geleden? Hadden we nooit wilde lynxen fzo ? We hebben toch europese lynxen ?
En ik heb hier wel vaker wezeltjes gezien, niet echt een woonwijk, beetje op de buiten maar niet zo ver eigenlijk. We vermoeden dat er af en toe wat kuikens verdwijnen door hun
Ik dacht dat de groene jongens onlangs nog zo gelukkig waren omdat er terug wilde katten in Vlaanderen gespot zijn.
Kenmerken
De wilde kat is een forse, duidelijk zwaarder gebouwde kat dan de huiskat. Mannetjes zijn iets groter (kop-romplengte 51-67 cm en staartlengte 27-35 cm) en zwaarder (3,0-6,5 kg) dan de vrouwtjes (kopromplengte 44-64 cm, staartlengte 25-32 cm en gewicht 2,3-4,8 kg). De vacht is iets langer dan bij de huiskat, waardoor de wilde kat er nog groter uitziet, en heeft een typisch vachtpatroon. De soort is niet altijd even gemakkelijk te onderscheiden van verwilderde huiskatten of bastaarden, wat de betrouwbaarheid van zichtwaarnemingen niet ten goede komt. Het meest betrouwbare kenmerk is de dikke staart met zwarte banden en een zwart, stomp einde.
Ecologie
De wilde kat is een schuwe soort, die strikt gebonden is aan bosrijke habitats. Om in aanmerking te komen als biotoop moet een gebied minstens voor 30 % uit bos bestaan. De voorkeur gaat uit naar loofbossen (eik en beuk), terwijl homogene dennenbestanden worden vermeden. Hoewel bos een vereiste is voor de wilde kat, brengt ze een groot deel van haar tijd door in de bosranden en in nabije weilanden. Ook vochtige zones en valleien worden regelmatig bezocht. Ze leeft hoofdzakelijk van knaagdieren, grotere zoogdieren, vogels en vissen. In het najaar domineren vooral de kleine knaagdieren het voedsel; in het voorjaar zijn dat de grotere knaagdieren (zoals woelrat), konijn, haas en vogels.
De wilde kat is vooral ’s nachts en ook in de avond- en ochtendschemering actief. Ze leeft het hele jaar door solitair in een leefgebied van minimaal 50 (tot 600) ha, en enkel tijdens de voortplantingsperiode is er contact tussen de beide geslachten. Deze periode kan lopen van half december tot eind juni, met een piek van begin januari tot eind februari. De meerderheid van de jongen wordt daardoor geboren in de periode maart-mei. Een vrouwtje heeft meestal maar 1 worp per jaar. Een van de bedreigingen voor de populatie van de wilde kat zijn kruisingen met huiskatten. Dit komt vooral voor in sterk versnipperde gebieden, waar de dichtheid van de wilde kat laag is en er veelvuldig contact is met vrij rondlopende huiskatten.
Verspreiding
Een recent verspreidingskaartje van deze soort krijg je door rechts in het menu op "Kaarten" te klikken. Hieronder vind je informatie over de verspreiding in de vorige atlasperiode (1987-2002).
Van de wilde kat wordt aangenomen dat ze in Vlaanderen voorkwam tot in de tweede helft van de 18e eeuw, en nog enkele decennia langer in het Zoniënwoud. Het areaal in Wallonië komt tot dicht tegen de Voerstreek en het is mogelijk dat hier (af en toe) wilde kat zou voorkomen. Er ontbreken tot nu toe echter 100 % zekere waarnemingen van de soort in deze streek. In Nederlands Limburg werd eenmaal een ‘verdacht’ kattenspoor gevonden, en de vondst van een dode wilde (?) kat wordt momenteel nader onderzocht. Volgens de literatuur komt de wilde kat voor ten oosten van de Maas, maar het is niet duidelijk of hiermee Waals, Vlaams of Nederlands grondgebied wordt bedoeld. Of de wilde kat ooit opnieuw volwaardig deel zal uitmaken van de Vlaamse zoogdierenfauna is twijfelachtig. Indien wel, dan komen de Voerstreek en Zuidoost-Limburg alleszins het meest in aanmerking.
Deze tekst is grotendeels overgenomen uit: Vandendriessche, B. & Verkem, S. (2003) in Verkem, S., De Maeseneer, J.,


Wat dacht je van het schaap? Het schaap zoals wij die kennen komt niet voor in het wild, net als de Schotse Hooglander en het Heckrund, maar die worden wel losgelaten om natuurgebieden te onderhouden
Idem voor veel van onze groenten en fruit eigenlijk...