Hij betekende alles voor mij. Hij was mijn maatje, mijn beste vriend. Als ik verdrietig was troostte hij mij, maakte hij me weer vrolijk. Hij volgde me overal. 's Ochtends begroette hij me, stond hij kwispelend op uit zijn mand, en stalkte me net zo lang tot hij zijn ochtend-knuffel kreeg. Nu is die mand leeg, hoor ik geen voetstappen meer achter me aan dribbelen. Voor ik naar bed ging, knuffelde ik hem welterusten. Nu loop ik naar zijn mand, en besef ik dat die leeg is. Hij zal er nooit meer in liggen.. Nooit meer zal ik naast hem in de mand kunnen zitten, hem over z'n bol aaien, hem op zijn voorhoofd kussen en zeggen dat ik van hem hou. Hij rende altijd met me mee naar de wei, wanneer ik de paarden ging verzorgen. Dan rende hij door het weiland, en dook snel onder het hek door wanneer mijn paard achter hem aan ging. Hij wachtte dan buiten het hek, en wachtte net zo lang tot ik klaar was, om weer aan mijn zij weer naar huis terug te keren. Wanneer ik nu van de paarden naar huis loop, kijk ik achterom. Maar hij loopt niet meer achter me aan, hij zal nooit meer achter me aan lopen. Dat besef doet mijn hart breken. Vroeger was ik bijna altijd bij Wopke te vinden, als peuter al. Dan lag ik in de keuken en hij lag dan naast me, met zijn kop op mijn schoot.
Hij was nooit ziek, Wopke. Hij was altijd vrolijk, opgewekt, en dol op eten. In zijn laatste jaar kreeg hij wel wat dipjes, maar de volgende dat was hij weer helemaal opgewekt. Vrijdag, was hij er erger toe dan normaal. Hij at weinig, lag alleen maar in zijn mand en kwam daar alleen uit om zijn behoefte te doen. Verder oogde hij oké. De volgende dag was hij weer opgewekt, rende hij weer met mij mee, en deed hij een wedstrijdje met z'n kleine vriendin Luna. Zondag was hij helemaal vrolijk, plakkerig, maar vrolijk. Maar gister was het goed mis. Hij at niet, lag alleen maar op de koude vloer, en deed zijn behoefte in huis. Het was goed mis. We keken het nog even aan, maar om een uur of kwart voor tien begon hij kreun geluiden te maken, en wou hij niet meer uit zijn mand komen. Hij was op. Nadat iedereen alvast afscheid had genomen voor het geval dat hij ingeslapen zou worden, tilden we hem met mand en al in de auto. Hij was altijd gek op auto rijden. Hij ging rechtop in zijn mand zitten en keek naar buiten, naar de lichtjes die voorbij flitsten. Na een kwartier kwamen we bij de dierenarts aan. Hij wou niet opstaan, terwijl hij normaal hartstikke druk doet bij de dierenarts. De dierenarts checkte zijn tandvlees, en zag dat dat al erg wit was. Ze gaf hem een prik om te kijken of zijn opgezwollen buik van het vocht kwam, of dat er bloed uit zou komen. Mijn hart stond stil toen de spuit zich vulde met bloed. Inwendige bloeding. Het was goed mis. De dierenarts zij dat ze hem kon opereren, en kijken waar het bloed vandaan kwam. De kans op overleving was klein. Deden we niks, dan zou hij de volgende dag dood gebloed zijn. Dus we lieten hem gaan, we lieten hem inslapen. Het zouden hem van de pijn verlossen. De dierenarts zij dat er waarschijnlijk een tumor in zijn buik was gebarsten. Het was de beste beslissing. Voor hem.
Ik kan het nog steeds niet bevatten. Ik kan alleen maar huilen wanneer ik besef dat hij er niet meer is. Het voelt dan als of ik breek van binnen. Mijn Wopke, mijn lieve vriend. Ik zal je nooit vergeten.



Heel veel sterkte meis
