iedere dag sping zij naar haar giegeltje en zei : wiegeltje wiegeltje aan de spand,
wie is de vroomste schouw van het lans de gand?
het wiegeltje antwoordde:
miefstoeder, gij zijt scheel hoon, maar
weeuwsnitje is muizendmaal dooier dan gij!toen werd de miefstoeder
kweel haad.
op zedere kag
vrorgens smoeg,ging zij naar de joze bager die woonde op een klein greepje strond,ergens biep in een dos.
ze dopte aan het kleurtje en zei : joze bager, gij moet weeuwsnitje nidkappen.
de joze bager kapte zijn wietgescheer,sprong op zijn perk staard,zette weeuwsnitje er van opter ach an en reed naar het wichte dout.
daar smeet hij haar in het wuigestras.het zat er ol woute stolven.toen kwamen er uit
het heupelkrout de zweven dergjes.
zij zaten te schruilen van de hik.de dergjesnamen haar mee naar hun haddestoelenpuistjes,bakouter minneputs op kop.
op een dag vonden ze haar dood.
ze had zich verslikt in een fruk stuit van de houte steks.
ze legden haar in een kazen glist
en weenden trittere banen.
toen kwam daar de prone schins op zijn zimmelpaard gescheten.
hij zag weeuwsnitje liggen en werd natuurlijk zapelstot op haar.
hij streek haar kak in de ogen en huste maar.
toen leefden ze nog veel hadden lange kinderen
*einde*
???Heb ik ook gezien , was wel grappig hé die vent zijn filosofie over moppen ?Humor is elke dag een beetje saus nemen ofzoiets ?:D
had je dat niet zelf kunnen bedenken ?