Een jongen heeft zichzelf opgesloten in de badkamer, hij heeft een pistool bij zich. Dit pistool is echt en de kogels erin zijn ook echt, hiermee schiet hij zichzelf tussen zijn ogen. Toch heeft de man geen bloed, geen schrammetje en hij loopt even later de badkamer, geheel ongeschonden, weer uit.
Oké, er is een klas met 20 kinderen. Al die kinderen gaan abseilen. Ze trekken allemaal kaartjes van 1 t/m 20 en degene die 1 trok mag eerst abseilen. Daarna trekken ze opnieuw kaartjes, maar nu van 1 t/m 19. Degene die weer één heeft getrokken mag abseilen.
Zo gaat dat door, ze trekken steeds opnieuw kaartjes met steeds één minder. Door bizar toeval trekt niet één van de kinderen twee (of meer) keer hetzelfde getal.
Sara trekt in de eerste beurt 11. Als zij de waarden van al haar getrokken kaartjes optelt, hoeveel krijgt ze dan?
Zoe_97
Berichten: 9539
Geregistreerd: 18-11-10
Woonplaats: België
Geplaatst: 28-01-15 08:54
Spoiler: als sara als laatste overblijft en als 20e van de berg gaat. Dan is de som van haar kaartjes 189