Ik ben Shona, 11 jaar oud en ik schrijf dus heel graag. Al vanaf jongs af aan schrijf ik. Toen ik leerde schrijven en rekenen enzo, begon ik al kleine, fantasierijke verhaaltjes te schrijven. Nu heb ik er eindelijk de moed in gekregen, en heb ik deze op Bokt gezet:D
P.S. De bewerkingen zijn zelf gemaakt;)
http://i27.tinypic.com/2ns5lbl.jpg
Lisanne: Uiteindelijke verzorgster van Wish me the Lucky Cash (Cash)
Trevor: De verzorger van Suspicious
George Vanderbilt: De jockey van Cash in het begin, tot het ongeluk. Dan komt hij bij Suspicious.
Suspicious: Kleine, vosse Volbloedhengst (zie logo). Is helemaal verpest.
Wish me the Lucky Cash: Cash is een Quarter Horse die aan de kwart-mijl races zijn naam goed doet. Uiteindelijk breekt zijn been en moeten ze vechten voor zijn leven.

Suspicious:
Over het algemeen waren de Volbloeden in Amerika snel. Maar ik was anders. Ik rende liever niet en kon de hele dag slapen. Mijn moeder was de enigste die wel eens door de wei rende. Ik groeide niet zo snel, zoals andere veulens wel deden. Eerlijk gezegd was ik maar een onderdeur. Ik speelde nooit met andere veulens en wou tenslotte niks wat zij deden. Ik was anders. De veulens die speelde, waren schuw. Maar ik niet. Ik kon soms uren staan knuffelen met mensen. Uren. Mijn moeder stond te grazen. En ik lag. Ik dacht na over mijn familie. Ik had Seabiscuit ver in mijn bloed zitten. Hij was mijn grote voorbeeld. Maar hoe? Ik was niet snel.Tenminste. Misschien kon ik het zijn. Maar liever niet. Mijn moeder drukte haar zachte snoet tegen mijn borst aan. Ik keek op. Ik strekte mijn korte benen en stond op. Bah. Ik wou nooit het leven van een snel renpaard..
Wish me the Lucky Cash:
Naast mijn moeder huppelde ik door het te hoge gras heen. Heerlijk was dat. Lekker spelen. Jammer dat er geen andere veulens waren. Ik droomde ervan kampioen te worden. Maar geen western. Nee, western was te min uitdagend voor mij. Ik hoorde in de races. Met andere paarden vechten om de strijd. En dan nog winnen. Maar de kans dat ik daarvoor getraint zou worden was klein, tenzij ik het liet merken. Dat was ik wel van plan, eigenlijk..
[SIZE=1]Chapter 1: Cash
Ik rende door het weiland heen. Iedereen zou mijn ongelofelijke snelheid kunnen zien. Mijn snelheid was eigenlijk té snel. Voor een Quarter Horse was ik ook érg snel. Het weiland was gewoon te klein. Ik strekte mijn hals meer, ik nam nog meer kracht met mijn gespierde achterhand. Voor ik er zelf erg in had was ik alweer bij het achterste hek. Ik keerde me snel op mijn achterbenen om en ging er met net zo'n snelheid weer vandoor. Alle mensen keken gespannen toe. Ze dachten zeker dat ik boos was? Nee. Mijn moeder was dan wel weggehaald, maar racen was mijn lust en mijn leven. Het laatste stukje nam ik mijn snelheid af en draafde nieuwschierig naar mijn toeschouwers. Een oudere man aaide me rustig over mijn zachte neus.
'Dat is een echte krachtpatser, een een snelheidsduivel,' zei hij tegen de mensen om hem heen. Hopelijk was dat positief. Ergens in de verte hoorde ik mijn moeder hinniken. Ik hinnikte terug en draafde een klein rondje. Mijn neus hoog in de lucht en mijn staart opgeheven. De wind door mijn manen. Het had er magisch uit moeten zien in de schemering. Ik gallopeerde weer wat en bleef toen staan. Alert. Ik zag als een stipje hoe mijn moeder snel heen en weer draafde langs de omheining. Ik hinnikte weer en draafde weg, naar de slootkant. Daar ging ik wat drinken, bij de kuip. Ik stapte terug naar al die mensen.
'Ik neem hem over twee maanden op proef, om te kijken wat hij er vanaf brengt. Maar ga er niet vanuit dat ik weet hoelang,' zei die man, die me net even geaaid had, weer. Ze liepen weg. Lieten ze mij nou hier achter? Nouja zeg. Een paard als ik had toch goede verzorging nodig, dacht ik. Ik liet me vallen in de schaduw van de grote eikenboom. De stilte drong tot me door. Alleen enkele vogels hoorde je nog.
De volgende morgen werd ik wakker door onweer. De druppels kwamen al neer op mijn gespierde lichaam. Ik stond op en besloot maar even te gaan drinken. Nog steeds die stilte. Ik hoorde alleen het ruisen van de bomen, de donderslagen van de onweer en de regen. Ik keek naar de wei waar mijn moeder gestaan had. Ze was weg. Ik dook met mijn neus in de kuip en dronk er een deel van. Daarna keek ik om me heen. Er was geen droog plekje te vinden. Nergens. Dan maar lopen om warm te blijven. Ik stapte stevig door. Het gras werd al natter en op sommige plekken kwam modder tevoorschijn. Fijn. Alleen maar om op temperatuur te blijven blubberde ik overal doorheen. In Amerika had je bijna nooit zulk weer. Maar al een paar dagen lang kreeg je plotselinge buien of was het te benauwd voor woorden. Ik keek naar de overkant. Daar was het huis en de stal waar ik geboren was. Als mensen een beetje opletten konden ze toch zien dat ik naar binnen wou? Achnee. Ik was ook maar een paard. Daar is niks bijzonder aan als die in de regen liep. Wij konden er tegen. Ik liep weer verder, naar het einde van het land. Daar bleef ik staan en trok een paar plukken gras uit de grond, die ik op mijn gemak fijnknabbelde.
Rond vier uur 's middags kwam er een meisje. Ze kroop onder het hek door en liep op me af.
'Hallo Cash.. Zullen we eens even kennis maken? Ik ben Rachel, en ik ga je die twee maanden dat je nog hier staat eens goed verzorgen. Vindt je dat goed?' mompelde ze. Ze streek over mijn hals. Ze pakte mijn halster en haalde achter haar rug vandaan een lang touw. Ze klikte hem aan mijn halster vast en leidde me naar het hek, die ze open deed. Ze naam me mee naar de stallen. Ik was er nog nooit geweest. Ik was geboren en gegroeid in het weiland. Ze liet me een stal instappen. Hoog stro voelde warm aan en er lag een laagje bix in de voerbak die er hing. Ik begon maar met eten. Ze sloot de boxdeur achter zich en liep weg. Even laer kwam ze terug met allemaal poetsspullen. Tijdens het poetsen draaide ik dwars rondjes. Ze gaf alleen maar woorden als 'Ho Cash' of 'Sta stil knul'. Maar gemeen was ze niet. Ze sloeg niet bijvoorbeeld. Dat hadden veel mensen gedaan bij een jong paard, wist ik. Na een kwartier had ze vijf borstels gedaan. Ze liep met een borstel die er erg zacht uitzag naar mijn hals toe. Nieuwschierig bleef ik staan. Ze liet me snuffelen aan de borstel en liet hem toen zachtjes over mijn lichaam heen glijden.
'Zo,' zei ze en bekeek me van top tot teen. Ze ging uit de box en kwam terug met wat snoepjes.
'Morgen mag je het land weer op knul. Eerst wennen aan de verzorging. Je moet over twee maanden goed opgevoed zijn,' fluisterde ze lief. Ik duwde mijn neus tegen haar schouder aan. Ze grinnikte en liep weg.
Het was zo'n twee weken later. Ik had gemerkt dat niet iedere mens zo was als de meeste. Rachel was rustig en was eigenlijk nog nooit boos geweest. Ik werd elke dag 's avonds gepoetst en verder op de dag stond ik in het land. Tenzij ik eruit werd gehaald om iets te oefenen, zoals wandelen, de commando's of andere dingen. Al die aandacht vond ik geweldig. Ik werd sterker en gezonder, en speelde vaak. Net zoals vandaag. Het ging hetzelfde zoals andere dag ; Ik stond op het land, werd eruit gehaald om iets te oefenen en werd weer teruggezet. Het was nu bijna avond. Dat betekende van het land af en gepoetst worden. Maar ik wachtte en wachtte, alleen kwam Rachel niet. Ik hinnikte. Het schrelle geluid kwam als een echo terug. Ik hoorde voetstappen.
'Rustig jongen. Rachel is ziek,' bromde een zware stem. Het hoofd van mijn oude eigenaar verscheen achter de schuur vandaan. Hij gaf me een klopje op mijn achterhand.
'Je ziet er goed uit knul. Je gaat toch wel je best doen hé, bij je koper?' mopperde hij. Ik vond het fijn. Zo met die vertrouwde, brommende stem. Ik schuurde met mijn fijne hoofd langs zijn lange jas.
Chapter 2: Suspicious
Inmiddels stond ik in de stortregen in de grote kudde jaarlingen. Morgen zouden mensen uit het hele land kunnen bekijken welke paarden ze wilden kopen. Als ik een beetje geluk had waren er mensen die een normaal rijpaard zochten. Dan werd ik misschien wel verkocht. Anders niet. Want wat had een renstaleigenaar aan een renpaard die nog niks kon, zelfs nog niet snel kon rennen? Niets. Ik stond een beetje te doezelen, met mijn linkerachterbeen op rust. Prince, Ranjee en Broncé waren aan het spelen. De andere hengsten aten, sliepen of wandelden heen en weer. Plots voelde ik een beet in mijn achterhand. Ik sprong weg en keek achterom. Spam stond ondeugend te steigeren. Ik deed mee voor het eerst en rende achter hem aan naar de andere kant van het stuk. Hij hinnikte. Sea Racer kwam erachteraan. Zo waren we met een klein groepje bezig. Speels. Ik hield van dit leven. Doen wat je zelf wou, geen mens die je commandeerde. Ik was moe en stapte terug naar mijn plaats. Donderra nam plaats naast me. Zo wachtten we op het moment dat we gezien zouden worden.
De volgende morgen, rond acht uur, stond ik pas op. Mijn benen waren nog stijf en ik zag er duidelijk niet aantrekkelijk uit. Mijn manen, die vroeger zo mooi goudglanzig waren, waren helemaal grijs van de modder en er zaten dreadlocks in. Mijn goudkleurige vacht, die altijd zo glom, was dof geworden en op verschillende plekken zaten vuilplekken. Ik liep rustig naar het witte hek en hinnikte. Mijlenver hoorde ik het en het kwam terug. Avenger draafde langs me heen en speelde. In zichzelf. Zo was ik niet. Als ík ging spelen, was het meestal maar vijf minuten. Ik liet mijn hoofd zakken. Mijn neus raakte het zachte zand. Het stro was weg. Kapotgelopen door de actieve jaarlingen.
Twee uur later -
Veel mensen liepen het weiland in. Een kleine jongen met een gekleurd gezicht maakte een halster om mijn hoofd vast en trok zachtjes aan het touw. Ik liep gehoorzaam mee. Ik zag wel wat er met me ging gebeuren. Ik werd naar een stal geleid en daar tussen twee wanden geplaatst, geen kant waar je heen kon. Ik hoorde de kraan lopen en probeerde naar achteren te vluchten. Gezien de touwen die mijn halster pijn lieten doen mislukte dat.
'Sta stil jongen,' zei de jongen, 'Het is zo voorbij. Het moet even. Anders worden jij en ik uit de stal gezet,'. Ik besloot om maar even, ook al had ik zoveel angst, toch door te zetten en rustig te blijven staan. Om me heen zag ik alleen maar stalhulpen die aan het stressen waren. De jongen kwam aanlopen met een lopende waterslang. Dat was ik wel gewend. Ik bleef netjes staan, tot het water over mijn voorbeen heen gleed. Het was ijskoud, gewoon pijnlijk. Ik begon te stampen. De jongen stopte.
'Wat nú weer?' riep hij sarcastisch, 'Waarom kunnen die beesten ook nooit eens even meewerken?'. Een vrouw van gemiddelde leeftijd kwam aangelopen.
'Rustig Pierre. Dat water is te koud, daar reageert Suspicious heel erg gevoelig op,' legde ze hem uit en maakte het water lauw. Ik herkende haar stem. Zij verzorgde mijn moeder altijd..
Het was zover. Allerlei verschillende mensen liepen in en rond de paddock waar we in stonden. Iedere kudde was verdeeld in drie groepjes. Gelukkig stond ik bij mijn vrienden. Avenger, een kleine, schimmelhengst uit Frankrijk, Broncé, de pizwarte Volbloed uit Maryland en Sea Racer, mijn grote halfbroertje. We graasde hier en daar wat. Verder speelde we. Eerder Avenger en Sea Racer. Broncé en ik waren meer van de aandacht. We liepen vaak naar de kant om aan verscheidene mensen te ruiken. Ik staarde naar de overkant. Lawaai. Bah. Aan de overkant stonden twee grote merrie's. Die zouden ook verkocht worden. La Contessa en Shine waren de enigste twee Arabisch Volbloeden vandaag, en er werd veel van ze verwacht. Ik schrok op uit mijn gedachte. Een touw werd aan mijn halster vast geklikt en ruw werd ik de paddock uit getrokken. We kwamen uit op een Graspad. De jongen die me vast had liet me heen en weer stappen en draven. Sommige mensen keken je na, sommige mensen negeerde je volkomen. Dat was iets waar we allemaal achter kwamen. Een jongere man kwam aanlopen met een vrouw naast zich. Hij sprak snel tegen de jongen. Een andere taal. Voor mij onverstaanbaar..
Dit verhaal staat ook op Horse Tycoon. Daar was het een groot succes:D

.
.