Ik ben begonnen aan een verhaal. Ondanks dat ik 16 ben zet ik het verhaal hier neer, aangezien ik denk dat het niet goed genoeg is voor UK.
Citaat:Verward kijk ik om me heen, waar ben ik en waarom? Paniekerig kijk ik rond, waarom ben ik vastgebonden. Wat is er gebeurd?!? Ik probeer na te denken, maar ik ben zo in paniek dat nadenken niet lukt. Ik moet wat doen, ik moet hier weg. Ik begin al meer in paniek te raken. “Help” roep ik, “Help me dan, iemand”. Er komt geen reactie. Ik hoor het geluid van auto’s, waarom is het hier verdomme zo donker, ik zie niks. Mijn ogen doen pijn, ik ben zachtjes te huilen. Ondertussen probeer ik me los te wringen, maar het touw schuurt langs mijn handen. “Verdomme, verdomme, verdomme” schreeuw ik, “Laat me gaan” Ik begin nog harder te huilen en ik vraag me af wat ik hier doe, hoe kan ik nou hier terecht komen.
Er komt iemand binnen. “Maak me los” schreeuw ik, terwijl de tranen over mijn wangen stromen. De jongen of man, ik kan niet zien hoe oud hij is, loopt op me af. Ik probeer hem zo vuil mogelijk aan te kijken. Plots slaat hij me in mijn gezicht, brandende pijn verspreid zich door mijn wang. “Au” gil ik. Ik draai mijn gezicht weg. Ik vraag me af waarom hij me sloeg, maar ik durf het niet te vragen. Ik probeer de man in me op te nemen, hij loopt langzaam van me weg. Hij komt me bekend voor, maar ik weet niet waarvan ik hem ken. Ik weet niks, ik weet niet wie ik ben en al helemaal niet wat ik hier doe. Ik zou het kunnen vragen, maar ik durf het niet, maar iets in me schreeuwt erom. Ik wil weten wie ik ben! “Wie ben ik en wat doe ik hier” vraag ik voorzichtig. De man begint te lachen, hij loopt weer naar me toe. “Moppie toch” hij brengt zijn gezicht dicht bij de mijne, “weet je het niet meer” Hij begint nog harder te lachen. Ik probeer mijn hoofd naar achter te brengen, maar het lukt. Recht kijk ik in de ogen van de man, onze neuzen raken elkaar zowat. Mijn ogen beginnen aan het donker te wennen en ik kijk langs de man, maar wijzer word ik er niet van. De man wendt zijn gezicht weer af en loopt weer weg. Weer lacht hij, “weet je dan helemaal niks meer?” “Nee, merk je dat dan niet” roep ik. Op de een of andere manier voel ik geen angst voor de baan, afgezien van de angst dat hij me slaat. “Denk er maar over na moppie” zegt hij. En hij loopt de deur uit, voordat ik ook maar iets kan zeggen.
Ik probeer na te denken, wie ben ik en wat doe ik hier. Die vragen spelen constant door mijn hoofd, waarom weet ik niks meer. Weer probeer ik me los te krijgen, maar de touwen snijden in mijn polsen. Toch blijf ik het proberen, minuten later voel ik dat de schaafwonden beginnen te bloeden. Het doet pijn, heel veel pijn, maar toch ga ik door. Telkens probeer ik opnieuw mijn handen tussen de touwen door te laten gaan. Ik raak gefrustreerd, het moet lukken! Maar het lukt niet, ik begin weer te snikken. En ik ben zo moe, mijn ogen vallen zowat dicht. Hoe kan ik nou op een moment als deze moe zijn, ik moet sterk zijn. Al snel vallen mijn ogen weer dicht, nog even probeer ik tegen mijn slaap te vechten, maar al snel zak ik weg.
Als ik wakker word hoor ik de ademhaling van iemand anders, ik voel de aanraking van iemand anders. Verschrikt kijk ik opzij, recht in de ogen van een jongen. Op de een of andere manier voel ik me gelijk tot de jongen aangetrokken. Hij is erg aantrekkelijk, begin 20 en heeft prachtige ogen. “Hey prinses” fluistert hij. “Hoi” mompel ik, “wie ben jij” De jongen kijkt me verschrikt aan. “Weet je het niet meer prinses?” “Ik weet niks meer, ik weet niet wie ik ben en wat ik hier doe” schreeuw ik. “Sssst prinses, straks hoort hij ons nog” fluistert de onbekende jongen. Ik vraag me af wie hij is, degene waarvoor we stil moeten zijn. Zou het de man van toen net zijn, de man die me zo hard sloeg. “Waarom noem je me eigenlijk prinses” “Omdat je die van mij bent, prinses” fluistert de jongen. Hij brengt zijn gezicht naar de mijne, ik twijfel, maar breng snel mijn gezicht naar de zijne. Onze lippen raken elkaar, het voelt zo vertrouwt. Ik ga helemaal in de jongen op. Hij en ik, wij horen bij elkaar, ik weet het zeker.
Plots word de deur open gegooid. Verschrikt kijk ik op, ik zie uit mijn ooghoek dat de jongen precies hetzelfde doet. “Wat moet dat” schreeuwt de man. Ik durf niks te zeggen, bang dat ik weer een klap krijg. “Dat weet je toch Patrick, ze hoort bij mij, vanaf het begin” Ik snap er helemaal niks van, hoor ik dan echt bij die jongen? De jongen met zijn zachte lippen die mij daarnet vertrouwd aanraakte? Wat heeft die andere man er dan mee te maken, mijn gedachten slaan helemaal op hol, ik snap er niks meer van. De man is stil. Zou dat een goed of slecht teken zijn, vraag ik me af. Maar zodra ik naar zijn gezicht kijk weet ik dat het fout zit, de man ziet er woedend uit. “Het spijt ons” fluister ik zachtjes. Zou de man mijn opmerking gehoord hebben, zou hij ons sparen. Vanuit het niets voel ik ineens een enorme angst voor de man, hij heeft ons eerder kwaad gedaan, ik weet het zeker. Ik probeer me zo klein mogelijk te maken, alhoewel dat moeilijk gaat aangezien ik nog steeds vast zit. Waarom heeft de jongen me eigenlijk niet los gemaakt? Hij is immers niet vastgebonden. Ik begin nog meer in paniek te raken, wat is hier in hemelsnaam aan de hand. Waarom zit ik wel vast en hij niet, waarom maakt hij me niet los. Nu word ik ook nog is boos, “Waarom heb je me niet losgemaakt” schreeuw ik tegen de jongen. Hij kijkt me verbaasd aan, waarom weet ik niet. Zou het vanwege de opmerking zijn of het feit dat ik nog wat durf te zeggen en nog schreeuw ook. De man begint te lachen. “Is je prins toch misschien geen prins moppie” lacht hij. “Ik ik ik kon niet anders prinses, ik wil ons echt hieruit redden” zegt de jongen zachtjes. Ik kijk beide mannen woedend aan, ik weet niet wie ze zijn, maar ik moet hier echt weg komen. “Redden” zegt de man, terwijl hij al harder begint te lachen. “Volgens mij is alles zijn schuld”zegt de man terwijl hij me lachend aan kijkt. De man kijkt zo lachend en vals naar me, ik word al bozer. Opeens bedenk ik dat mijn voeten los zijn en de jongen en man beide binnen schopbereik zijn. Even twijfel ik, maar dan schop ik de man tussen zijn benen en haal ik daarna uit naar de jongen. Recht in zijn gezicht, nou heb ik je, denk ik woedend. Maar aan de gezichten te zien is dit een hele foute actie. Het word doodstil in de kamer en ik kruip ineen.
Dan begint de man op me in te slaan. Tegen mijn hoofd, buik, borst, armen, tegen mijn hele lichaam. Ik probeer me nog kleiner te maken, maar ik kan mezelf niet beschermen. Ik begin te gillen, te gillen van de pijn. “Stop” roept de jongen en hij probeert de man tegen te houden. Ik snap er niks meer van, ik voel alleen ontzettend veel pijn, de klappen komen hard aan. De jongen word aan de kant gesmeten, ik hoor een knal van de klap hoe hij tegen de muur knalt. Maar ik heb geen tijd om over hem na te denken. Nog steeds voel ik vuist slagen tegen mijn lichaam aan komen, de pijn is onverdraaglijk. Ik zie uit mijn ooghoek dat de jongen opstaat, hij rent weer naar de man toe. Tot mijn grote verbazing gaat hij nogmaals op de man in slaan. Met resultaat, want hij stopt even met op mij in meppen. Ik probeer weg te kruipen, maar ik kom tot de pijnlijke conclusie dat ik nog steeds vast zit. De pijn is echt onverdraaglijk, tranen stromen over mijn wangen.
Dan vanuit het niets trekt de man een pistool en schiet de jongen in zijn voet. Bij het horen van de knal kruip ik weer ineen. De jongen ligt op de grond te schreeuwen van de pijn. Dan slaat de man met het pistool tegen mijn hoofd. De wereld begint te draaien, ik voel helemaal niks meer en dan zak ik weg.
Leuke reacties, tips of kritiek is altijd welkom natuurlijk
Ik kan wel wat tips gebruiken volgens mij.Groetjes Marijke