Citaat:“Ben je nou klaar!?”, klonk de schelle stem van mijn beste vriendin over het privé gedeelte van de manege. Ze was ongelofelijk zenuwachtig voor haar eerste wedstrijd met haar nieuwe pony, en jammer genoeg had ik haar beloofd haar te helpen die dag. Nou, als je aan haar beloofd dat je helpt, dan verwacht ze ook dat je alles doet, maar Sunrise was een fijne pony, en mooi lopen dat het dier kon!. Dat dit pas hun eerste wedstrijd was, merkte je aan beiden. Aan het begin was Sunrise zich nog niet zo bewust van wat er aan de hand was, maar hoe dichterbij het moment kwam, hoe meer de spanning opliep. Het was een heerlijke rijpony, heel gewillig, en wou altijd voor je werken, maar zodra ze iets aan je merkte, wou ze nog wel eens heel koppig zijn. Ik trok het laatste elastiekje over haar knotje heen, en deed het hoofdstel vlug in. Anneloes, mijn beste vriendin, reed altijd met een hulpteugel, want ze was nogal onzeker van haar rijkunsten, maar nu had ze die afgedaan. Een verstandige keuze, maar of Sunrise het nou zo fijn zou vinden, daar was ik onzeker over. “Moet je niet met martingaal rijden?”, vroeg ik haar toen ze aan kwam lopen. Ze had haar cap op haar hoofd, klaar om los te rijden. “Nee, ik vond het tijd dat we zonder gingen, ze moet het toch ooit leren, en ik ben veel minder onzeker van mezelf”, antwoordde ze kortaf. Ik knikte maar wat, ik wist dat de perfecte klik tussen hun niet zou komen, maar wie was ik om ertussen te komen?, een of ander meisje dat niet eens een verzorgpaard had, en dat het moest doen met simpele manegepaarden waar langzamerhand niks meer op te beleven viel. Wedstrijden werden niet gereden op de manegepaarden, die stonden nu heerlijk op het weiland. Ik gaf de teugels aan haar, en liep met haar mee. Ik liep mee de bak in, en hield Sunrise vast. Ze beefde helemaal, en ik pakte haar hand vast. Ze trilde zo erg, dat ik verwachtte dat ze nu weg zou rennen, en zou roepen dat ze het niet kon. Maar nee, ze klom erop, en ik liet haar los. Ik ging op de rand van de bak zitten, kijken hoe ze aan het losrijden was. Af en toe werd er iets naar me geroepen, maar het meeste verstond ik niet. Toen ze bijna klaar was, begeleidde ik haar naar de ring, waar we een paar minuten moesten wachten voor de aan de beurt was. “Ging het losrijden goed?”, vroeg ik, terwijl ik wist dat het goed was gegaan. Ze knikte, ze was nogal stilletjes, ze was vast zenuwachtig. Daar liet ze echter niet zo veel van merken toen ze aan de beurt was, ik moest loslaten, en ze dreef flink aan, zodat Sunrise netjes de bak in stapte. Ik zag hoe Sunrise iets te heftig de omgeving in zich opnam, en kreeg ineens het idee dat dit helemaal niet goed zou gaan. Sunrise bleef maar om zich heen kijken, en op een gegeven moment moest Anneloes gaan draven. Sunrise wou dat echter niet, en die bleef stug stappen en om zich heen kijken. Ik wou de bak in gaan, maar wachtte nog even. Het was een oefenwedstrijd, ik mocht, als Anneloes dat goed vond, haar begeleiden, dat zou geen invloed hebben op haar punten, maar of ik dat nou wel wou?. Het ging alleen maar slechter, Sunrise had echt geen zin om in haar eentje door de bak heen te gaan jagen alsof ze een of andere wedstrijdpony was. Nee, Sunrise was er eentje voor de recreatie. Die vond het heerlijk om buiten te rijden, dressuur vond ze wel oké, maar wedstrijden, daar was ze veel te onzeker voor, en daar was Anneloes veel te zenuwachtig voor, veel te gespannen, dat merkte Sunrise natuurlijk, en dan ging het mis. Ze werd de ring uitgestuurd. Snikkend reed ze naar me toe, en steeg af. Ze gooide de teugels in mijn handen, en rende weg, naar haar fiets, die ze woest van het slot trok, en ze rende weg. Sunrise keek me vragend aan, ze begreep niet wat ze fout had gedaan. “Nou heb je haar boos gemaakt!”, zei ik mopperend tegen het paard die niet begreep wat ze fout had gedaan. Op de poetsplaats haalde ik de knotjes eruit, en ging nog even fijn voor mezelf rijden. Ik had immers niks te doen, en Sunrise moest beweging hebben, het losrijden had toch maar een kwartiertje geduurd. Sunrise liep beter dan ooit, en ik begon me steeds meer te realiseren dat de fout écht bij Anneloes lag. Deze pony was geweldig, ze had zeker talent, maar Anneloes was té gespannen voor haar, zonder een enorme bijzetteugel en ook nog eens een martingaal wisten ze het niet samen te redden. Ik had haar al meerdere malen aangeboden te helpen, maar ze bleef er stug op dat ze het zelf wel redde, samen zouden ze sterk staan, maar nee, dit was wel het bewijs dat zwak in plaats van sterk waren samen. Toen ik klaar was en aan het naverzorgen was, belde ze op. Ik nam op, vrolijk te zien dat zij het was. Toen ik het gesnik aan de andere kant hoorde, werd ik echter heel bezorgd om haar. “Mel, je hebt gelijk”, snikte ze. “Waarin heb ik gelijk?”, vroeg ik niks-wetend. “Ik moet haar wegdoen, ze is veel te druk voor me, dat zie ik nu wel”, mompelde ze, bijna onverstaanbaar. Ik schrok van haar, ze was dol op de pony, ondanks dat het niet altijd even goed ging tussen hun. “Je moet niet zo snel zeggen, verkoop die hap maar, we kopen een makker paard die ik wel aankan, wil je niet vechten voor haar An?”, zei ik. Ik wist dat ik als een priesteres klonk, maar ik wou niet dat ze Sunrise zou verkopen, ik hield zelf ook op de een of andere manier van het dier, ondanks dat ik haar niet altijd mocht rijden en dat ze zo koppig was als een ezel. “Ik weet dat het niet klikt, en als ik haar niet eens kan laten draven door de zenuwen, dan weet ik het ook niet meer Mel, ik moet hulp hebben, het gaat gewoon niet, op geen enkel paard, dat weet ik, ik zou nooit een eigen paard kunnen hebben, dat kan ik gewoon niet aan, maar mijn ouders willen niet betalen voor een paard waar ik bang voor ben, ik heb net ruzie zitten maken met mijn moeder”. Toen was het stil, ik wist even niks om te zeggen, en voordat ik iets kon uitbrengen, had ze al opgehangen.
Een uurtje later stond ze ineens voor mijn neus op de manege. Sunrise stond al op stal, maar ze wou nog eventjes bij haar. Ze had besloten nog een poosje te trainen met haar, en daar moest ze wel hulp bij hebben. Ze zei dat ze opeens wel wou ingaan op het aanbod wat ik haar al maanden terug had gedaan, ik moest haar helpen met de training. Ik wist wel hoe dat voor haar werkte, ik reed 3 keer in de week, en zorgde dat de pony mij in ieder geval gehoorzaamde, dan, de rest van de dagen gaf ik haar zo vaak mogelijk les, zodat ze net zo goed als mij zou worden. Ik was dus echt de slechtste dressuurruiter die er maar op de aardbol rondliep, maar zij wou les van mij. Mij best, dacht ik. Ze stond er ook op dat ze me daarvoor zou betalen. Ik vond het niet erg, ik deed het voor mijn, en haar plezier, en als ik daar ook nog geld voor kreeg, geen probleem. Morgen zou Sunrise rust krijgen, en daarna zouden we een strak schema gaan afwerken met haar, ze zou weer bespiering krijgen, en ze zou gaan gehoorzamen. Mijn inzet had ze, maar of ik het vertrouwde, wist ik niet. Een paar dagen trokken voorbij, en ik reed de eerste week heel veel op Sunrise. Het ging vrij goed, af en toe een speels bokje, maar zo stak ze nou eenmaal in elkaar. Ze was een leuk E-pony’tje en ik vond haar veel weg hebben van een Welsh, welke?, geen idee, ik had daar totaal geen verstand van, misschien was het wel een New Forest of een door en door doorgefokte KWPN. Ach wat, het was een leuke pony, en Anneloes was ook best wel blij met haar, ookal klikte het niet tussen hun. Op een middag liep ik door de stallen, en opeens zag ik een meisje in de bak rijden. Het was me nog niet opgevallen, maar ze reed op een prachtige schimmel, waarschijnlijk een Andalusiër, en het was een ruin of een hengst. Prachtig dier, gewoon te mooi. Het meisje kon hem niet aan, en liep de hele tijd aan de teugels te sjorren. Ik bleef even kijken, maar het begon me te vervelen. Het paard liep prima, alleen het meisje vond hem te snel gaan, dus trok ze maar aan de teugels, in de hoop dat het dan beter zou gaan. Nou, nee, want toen ik met Sunrise de bak in kwam, liep ze nog steeds zo rond. Ik steeg op, en stapte Sunrise lang en laag los. Ze vond het wel prima, maar was wel nieuwsgierig naar het nieuwe paard, meestal reden we hier alleen, dus dat vond ze wel interessant. Het meisje hield even halt, en stond te kijken hoe ik ronddraafde op Sunrise. “Je hebt een mooie pony”, zei ze opeens. Ik moest lachen, “ze is niet van mij hoor”, zei ik. “Verzorg je haar?”, het meisje was duidelijk nieuwsgierig. “Nee, ze is van een vriendin van mij, en het verhaal is nogal lastig, jij hebt ook een leuk paard”, mompelde ik. “Ach joh!, lieg niet!”, riep het meisje boos, “ik weet heus wel dat ik Fidel niet aan kan, maar dan hoef je me nog niet te beledigen?!”. Ik keek haar vragend aan, en zonder verder op haar te letten, reed ik door. Zij verliet gelukkig de bak, en ik kon rustig doorrijden. Ik had vorige keer toch maar een slofteugel omgedaan, omdat ze, omdat ik haar niet zo heel erg snel liet gaan, heel erg ging sloffen. Met een slofteugel ging het toch net een klein beetje beter tussen ons, ze liep wat beter, actiever. Toen ik haar aan het afzadelen was, viel mijn blik op Fidel, die in de eerste stal rustte. Hij was nog helemaal nat van het zweet, en hij was helemaal vies, naverzorgen?, had het meisje vast nog nooit van gehoord. Toen ik iets te eten ging kopen, zag ik haar aan de bar zitten. Ik ging naast haar zitten, en bestelde iets te drinken, en wat te eten. “Ik zei net toch niet dat je hem niet aan kon!?”, zei ik woest. “Nee, sorry, het klikt gewoon niet tussen ons, en ik kan er dan niet zo goed tegen dat het met jou en je pony wel werkt”, zei ze nors. “Maar dat geeft nog geen rede om je paard niet na te verzorgen!”. Ik wou me er niet mee bemoeien, maar het floepte er zo uit, en het meisje keek me aan alsof ik net een mijn tegen haar hoofd had gegooid. “Ik heb hem prima naverzorgd, dat hij net gerold heeft in de bak!”. Ik kon mezelf wel tegen mijn hoofd slaan. Stomme ik, waarom moest juist uitgerekend ik zo’n flapuit zijn?!. Gek werd ik van mezelf. Ik kon ongelofelijk boos op mezelf worden op dit moment. Ik was een tijdje stil, en toen ik mijn eten en drinken op had, vertrok ik weer richting de stallen. Het meisje was al eerder vertrokken. Ze stond bij haar paard in de stal, en het paard leek over haar heen te lopen richting de uitgang van de stal. Ik ging in de opening staan, maar het meisje keek me boos aan. Ik liep weer weg, en ik hoorde nog net hoe ze de deur van haar stal dichtgooide. Ze was écht boos op me. Ik liet haar de rest van de dag met rust, en af en toe keek ik wat bij haar paard. Ze ging ook nog longeren die dag, dat paard kreeg een overportie beweging, geloofde ik. Ze maakte vlechtjes, en het paard was opgetuigd in het roze. Het zag er niet uit, bij zo’n paard moest je een kleur als donkerbruin gebruiken, niet knalroze, ik schudde mijn hoofd, en liep nog even naar Sunrise. Die stond rustig te genieten van de zon in het weiland. Ik stapte een stukje met haar, en daarna zette ik haar terug in het weiland. Ik had niet zo veel te doen. Opeens bedacht ik me dat ik ooit gevraagd was door iemand, ze had de hele tijd staan kijken naar mijn les, en toen ik langsliep, sprak ze me aan. Ze had een jonge vosruin, die nog ingereden moest worden, dus als ik een keer tijd had… Ik liep naar de stal van haar paard toe, waar ze verrassend genoeg te vinden was. Ze stond zijn beenbescherming om te doen. Ik klopte op het hout van de stal, en ze keek op. “Hoi”!, het was een jonge, blonde vrouw, maar ze vond het zelf eng om te doen, haar paard inrijden. “Je had me een keer aangesproken over je paard, of ik hem wou inrijden voor je, of in ieder geval helpen”. “Ohja!, maar dat is niet deze hoor, dit is het broertje van Fidel, die staat daar verderop, ze lijken niet op elkaar, maar ach wat, deze is al wat ouder, en breng ik momenteel uit in het Z2”. “Oké, maar ik heb nu eigenlijk wel tijd. “Ik zag je vanmorgen rijden op het kleine pony’tje van Anneloes, ben je gewend om grote paarden te rijden?”. “Ik rij meestal op pony’s, maar ik heb geen problemen met grootte eigenlijk, waar staat u paard?”. “Noem me maar geen u hoor!, dat paardje is helaas al verkocht”. “Oh”, zei ik tegen haar. “Ja, ik vind het heel jammer, maar hij was veel te sterk voor mij, ik sta al niet zo stevig in mijn schoenen, en tja, hij was gewoon te sterk”. Ik knikte en wou weglopen, maar ze pakte me bij de schouder. Ik schrok er eigenlijk heel erg van. “Ik heb wel een nieuw paard ervoor gekregen hoor!”, lachte ze. “Wat is dat dan voor een paard?”. “Pascalle, een Arabische merrie, moet óók nog ingereden worden”, ze moest weer lachen. Ik knikte weer, waarom vroeg ze mij daar nou voor?, Arabieren kon ze toch wel zelf inrijden?. “Helaas zit ik ook met mijn werk, en ik heb amper tijd om deze grote vriend bij te houden, dus staat Pascalle eigenlijk dag en nacht op het weiland niks te doen, zou jij haar erbij willen doen?, ik zie je hier namelijk heel vaak niks doen”. “Dat klopt wel, als ik Sunrise gereden heb, heb ik eigenlijk niks meer te doen, maar ik zou het hartstikke leuk vinden om een Arabiertje in te rijden!”. “Oké, maar ik waarschuw je maar wel alvast, het is een échte Arabier, en als ze ook maar iets niet wilt, dan doet ze het gewoon niet”. Ik knikte nu opnieuw. Een Arabier, zo extreem had ik nog nooit gedaan, maar ach wat, alleen maar leuk toch?!. De vrouw leidde me naar een van de kleinere stallen, waar een prachtig donkervoskleurig Arabiertje stond. “Wat kent ze al?”, vroeg ik nieuwsgierig. “Een paar weken terug ben ik haar begonnen te longeren, maar erg goed ging dat helaas niet, ze verzet zich ongelofelijk tegen alles wat haar mee probeert te krijgen”, antwoordde de eigenaresse. “Ik ben trouwens Joke”, vervolgde ze. “Ik ben Melanie”, mompelde ik bijna onverstaanbaar. Wat moest ik nou met een paard dat nog niks kende?, dat zich tegen alles verzette wat los of vast zat, nee, als ik hier iets mee moest doen, zou dat mis gaan, het was mijn verstand dat het me vertelde. Ik ging bij het paardje de stal in, die me wantrouwig aanstaarde met die enorme, opengesperde, donkerbruine ogen. Het was wel een paard uit de hemel, dacht ik bij mezelf. Ik zou in ieder geval mijn best doen om haar in te rijden, ik vond het wel grappig, verveelde ik me niet zo in de zomervakantie. Sinds de scheiding van mijn ouders gingen we niet meer op vakantie, en ik moest toch heel vaak Sunrise rijden, dus dan ook maar deze Pascalle erbij.
Zodoende stond ik de volgende dag middenin de bak, en het zenuwstandje draafde met geheven staart rondjes om me heen. Ik had haar laten draven, dus prees ik haar met mijn stem. Ze strekte haar benen ongelofelijk vaak uit, ze had waarschijnlijk lang op stal gestaan. “Brave meid!”, riep ik in haar richting. Haar oortjes bewogen vrolijk heen en weer, en toen ik het van haar vroeg, ging ze weer stappen. Ik deed haar op de andere hand, en zo stapte en draafde ik ook weer een stukje. Het ging heel goed, ook al had ze met deze hand wat meer moeite. Ze verzette zich tegen de tempowisselingen. Ik zuchtte, het zou nog een flinke klus worden dit beestje in te rijden. Na nog een stukje draven nam ik haar bij me, en stapte haar uit door de bak. Het was een lief paard, zeker niet opdringerig of arrogant, en ze zou me ook met rust laten als ik nu met Sunrise aan de andere hand zou lopen. Maar ze bleef iets hebben waardoor ze me aan het twijfelen maakte. Toen ik de volgende dag weer probeerde te longeren, verzette ze zich tegen mijn hand, echt heel maf, ze wou gewoon haar stal niet uit. Ik liet haar staan, en ging eerst Sunrise uitgebreid rijden. Die genoot ervan, eindelijk iemand op zijn rug die hem wel kon hanteren, tja, daar zou het wel goed mee komen op den duur. Anneloes had haar hoofd nog niet vertoond, en het boekje wat bij de stal van Sunrise hing, stond vol met beschrijvingen van mijn rijden, en niet met die van haar. Ze was nog helemaal niet geweest, maar ach wat, als ze terug kwam van vakantie (als ze al op vakantie was), zou haar pony tam zijn, dat zou ze verwachten, en dat kon ik haar schenken, want Sunrise wás tam. Sinds de eerste keer dat ik hem reed, had hij 1 enkel keertje een bok gegeven, terwijl hij bij Anneloes meerdere malen in een rit met 2 benen op de grond stond in plaats van 4. En dan niet per sé in de vorm van bokken, steigeren kon het beest ook als de beste, en hij kon ook nog eens de raarste sprongen maken die je ooit in je leven gezien had. Als er eentje goed in was, was het Sunrise. Bij mij had ze echter nog nooit wat raars uitgehaald, ze had op de een of andere manier ontzag voor me. Ik had de sleutel van het kluisje van Pascalle gekregen, en daar mocht ik ook mijn spulletjes als dekjes, rijlaarzen, thermoboots voor in de winter, allemaal van dat soort spullen, mocht ik in het kluisje van Pascalle leggen, echt hartstikke lief. Ook hadden we een schriftje waarin we opschreven wat we gedaan hadden die dag. De vrouw kwam zo vaak mogelijk doordeweeks, en longeerde dan, als het niet goed ging, stopte ze gelijk, ik ging echter door als het niet lukte, maar zij had ook nog een Z2 paard te trainen, en ik alleen maar Sunrise, die niet eens een simpele B proef kon afronden.
Een paar simpele weken vol met longeren en Sunrise rijden, was het eindelijk zo ver. Ik ging voor het eerst op Pascalle “rijden”. Anneloes was inmiddels terug, en ze reed Sunrise zo vaak mogelijk, ik gaf haar dan ook zo vaak mogelijk les. Volgende week zonder hadden ze hun eerste wedstrijd, en dit keer zou het zeker weten goed gaan, dat voelde ik gewoon. Pascalle had goed gereageerd op het zadel, maar het bitje vond ze toch nog wel wat spannend. Ik zou het er zo meteen in hangen, en dan zou ik beginnen met longeren. Na een paar minuten zou de eigenaresse dat overnemen, en dan ging ik erop. Ze moest eerst goed galopperen voor ik erop ging, anders had ze nog energie, en dan ging het helemaal mis als ik erop ging. De eigenaresse stond naast me, en hielp me met het voorbereiden van het paard zelf. Ze wist heel goed wanneer ik wat moest doen, want ze had zelf ook al eens een paard ingereden, het paard waar ze nu Z2 mee reed. Ik had haar niet zo heel vaak zien rijden, maar het paard was gemakkelijk in de omgang, en ongelofelijk lief. Ik had het hoofdstel over mijn schouder hangen, en Pascalle had het zadel al op haar rug. Toen ik klaar was met longeren, liepen we samen naar haar toe, en deed ik het hoofdstel in. Toen dat klaar was, beloonde ik haar uitgebreid. Ze verzette zich niet tegen het bit, voor het eerst. Misschien omdat we het in suikerwater gewassen hadden gisteren, zodat ze het makkelijker zou indoen. Ik knikte naar de vrouw, en ging eerst op haar rug hangen. Toen ze dat netjes deed, stak ik mijn voet in de stijgbeugel, en ging ik vlug zitten. Pascalle begon te lopen, dus vol angst zocht ik naar mijn stijgbeugel, die ik uiteindelijk vond. Ik pakte de teugels vast, en zo stapten we even rond. Pascalle was zenuwachtig, en wou zich constant verzetten. Ik dreef dan echter zachtjes aan, en dan stond ze even paf. Ze wist dan even niet meer wat ze moest doen, dus ging ze maar lopen. Na een paar minuten mocht ik even los stappen, figuren proberen te rijden, tenminste, afwenden en weer terugkomen op de hoefslag. Ze was inmiddels zo gewend om op de volte te lopen, dat ze dat vrijwel automatisch ging doen. Sturen vond ze ook nog moeilijk, maar ze gehoorzaamde tenminste, en daar was ik al heel blij mee. Een enkele keer had ze zich verzet tegen mijn hand, ze wou niet van de hoefslag af, maar toen ik haar met mijn been voorwaarts hield, was het weer goed. Ze was vrij groot voor een Arabier, en kon een echte huppelkut zijn als ze daar zin in had. Ik kende haar nu al een paar weken, daarvoor had ik haar wel eens gezien, maar nooit echt had ik me ermee bezig gehouden, en nu reed ik haar, voor het eerst in haar leven dat er een mens op haar rug zat, en dat mocht ik zijn, trots was ik!. Ineens kreeg ze niet meer zo veel zin, en ging ze abrupt stilstaan. Ik wist wat het betekende en had zelf eigenlijk ook niet zo veel zin meer, maar ik moest haar laten stilstaan, en daarom dreef ik haar voorwaarts. De eigenaresse, Joke, stond maar te kijken, en ze bleef maar kijken, en kijken, terwijl Pascalle niet vooruit wou. Ik dreef nog een keer extra hard aan, en ja hoor, waar ik al best wel bang voor was gebeurde, ze draafde, en draafde, en showen dat ze deed, staart omhoog, mooie knie-actie, als dit gebeurde tijdens het longeren had ik iemand geopperd een foto te maken, maar nu zat ik erop, dat was toch iets anders. Ze draafde maar, en ze draafde maar, en de eigenaresse sprak haar woordjes toe, het zelfde deed ik, maar nee, ze wou voor geen goud meer stilstaan, ze wou rennen, ze wou niet normaal doen, ze wou gewoon ontglippen aan mij. Ik hield haar in, wat een strenge hand betekende, en volgens Joke gaf het geen fijn beeld, en aangezien er iemand stond te kijken, kon ik er vijanden mee maken. Ik ging doorzitten, wat ze al helemaal niet fijn vond. Ik hobbelde op en neer, en zij draafde maar rond als een bezetene. Ik kon het me niet voorstellen dat het nog lang zou duren eer ze in galop aan zou springen en mij eens even alle uithoeken van de bak laat zien. Maar dat bleef uit. Ze ging wel steeds harder, maar ze galoppeerde niet. Waarschijnlijk had ze daar geen zin in. Ik ging weer lichtrijden, dit had totaal geen effect op haar, ik kon aan mijn teugels sjorren, maar dan kreeg ik vijanden en “redders” op mijn dak, die zogenaamd vonden dat ik dit paard mishandelde, nou, daar had ik ook geen zin in. Allemaal van die kinderen die dan gingen klagen bij de eigenaresse, die dan boos zou worden, omdat die kinderen dingen verzonnen. Ik mocht Pascalle wanneer ik wou uit stal halen, en een meisje had al eens gemeld dat ik haar losgegooid had in de bak, en haar een klein beetje had opgejaagd voor foto’s, gelukkig vond ze dat niet erg, want actiefoto’s waren hetgeen wat nog ontbrak aan mijn collectie. Ik vond fotograferen hartstikke leuk, en hoofdfoto’s maken kon ik inmiddels wel al redelijk, maar actiefoto’s, daar moest ik nog op oefenen, en al helemaal omdat mijn camera ook de jongste niet meer was, en zo goed was hij nou ook weer niet. Het was nog niet eens een spiegelreflex. Soms zag je kinderen die foto’s maakten van jou paard in het weiland, of tenminste, jou verzorgpaard, bijrijdpaard, inrijdpaard, hoe je het ook wilt noemen. Dan kon je boos op ze af gaan, maar foto’s maken deden ze toch wel, of jij het nou goed vond of niet. Anneloes ergerde zich er niet zo aan, als ze foto’s maakten tijdens het rijden vond ze dat niet fijn, want ze kon niet zo goed rijden, maar in het weiland, ach wat, als ze erachter kwam dat iemand zei dat het haar eigen paard was, dan kreeg die gene wel flink op zijn donder, en dan was het wel weer afgelopen. Pascalle was eindelijk uitgedraafd, en stapte vlot de bak rond, op het tempo van de draf, maar ze stapte. Ik beloonde haar een paar keer, en ze was blij dat ik haar beloonde, geloof ik, ze had het idee dat ze het braaf had gedaan, en ze zal dit nog wel vaker gaan uithalen, en dan misschien zelfs met de galop, maar ik ergerde me er niet zo aan, als zij het, het einde vond om rond te galopperen als een bezetene en mij daarbij flink boos te maken, ga je gang, maar op den duur zou ze op haar donder krijgen van mij, en niet zo’n beetje ook. Ze had me nog nooit boos meegemaakt, maar ze zal me ooit wel boos krijgen, ik was ook meerdere malen pissig geweest op manegepaarden, en nu hadden ze allemaal een pesthekel aan me. Een paard in het bijzonder, Marlouche, een ongelofelijk leuk paard, maar veel te brutaal voor mij. Ik had haar “getemd” maar daar was ze niet zo blij mee. Tegenwoordig is ze heel lief, met name op stal, maar als ik de stal in kom, begint ze me gelijk te bijten. Niet alleen zij hoor, maar onder andere zij was de rede dat ik gestopt was met het rijden van lessen in de manege. Ik diende als supergroom met wedstrijden voor Anneloes, en nu had ik Pascalle erbij, meer dan zat, rijden hoefde ik toch niet een keer in de week vast te doen, de manegepaarden waren zo ongelofelijk saai geworden, ik reed alleen nog maar op ze als ik een bosrit ging begeleiden, en dan ging ik meestal op Shasta, zo’n beetje het enige paard wat geen pesthekel aan me had, buiten de paarden die er nog niet waren toen ik stopte met rijden. Shasta was een lief schimmeltje, en ze had altijd een vrolijk karakter. Dit zou echter veranderen, Shasta was totaal geen buitenrijpaardje, dus ik zou het maar op Sunrise gaan doen, die vast wel zou genieten, hij had al zo lang rondjes gesjokt door de bak, dat het wel tijd was voor een nieuwe uitdaging. Vond Anneloes vast ook wel leuk, ookal zou ze tot op den top bepakt zijn met een bodyprotector, zeer veilige schoenen en de dikste cap die ze daar maar in de kast hebben liggen. Anneloes was met name in het bos heel bang, en ik wist me er eigenlijk geen raad mee, hier kon je geen paarden huren zodat ik met haar mee kon, en een ander paard waar ik haar op zou kunnen begeleiden, die was er niet. Shasta was het enige paardje dat ik zou kopen als ik ooit een eigen paard zou mogen van mijn ouders, of Pascalle, maar Joke zou de schat toch nooit weg doen. Momenteel stond er ook een leuke, jonge, KWPN hengst op stal, die stond ook te koop, dus misschien zou ik eens een proefritje maken, ik kon gratis stalling regelen hier, en bovendien, waar moest ik mijn spaargeld anders aan uitgeven?, het was altijd mijn bedoeling geweest een paard te kopen van het geld op mijn spaarrekening, en die moest ik nu maar eens plunderen doormiddel van een paard kopen. Mijn moeder vond het wel best, des te meer was ik van huis, en des te meer rust zij dus had. Nu zat ik nog wel eens uren thuis, achter mijn computer, plunderde de koelkast én de snoepkast, en ja, mijn moeder moest nou eenmaal veel snoepen, anders ging ze weer roken, en dat had ik haar verboden. Inmiddels ben ik al 17 hoor!, ik moet toch zelf keuzes kunnen maken, en als ik dit paard wil kopen, dan doe ik dat gewoon.
Met die mededeling ging ik naar mijn moeder toe die avond. Toen ik het haar vertelde, haalde ze haar schouders op, het was mijn spaargeld, als ik maar wist dat dierenartskosten niet te betalen waren in haar ogen. Zodoende ging ik eerst Pascalle longeren die middag, het had geen haast een eigen paard te kopen, een paar extra uur niks doen zonder paard zouden mij niets uitmaken. In het kastje van Pascalle had ik mijn pasje neergelegd, helemaal achterin, tussen de spullen die we nog nooit gebruikt hadden, en die we ook nooit gingen gebruiken. Ik reed ook Sunrise nog, en daarna stapte ik op de manegeeigenaar af. “Hallo!”, meldde ik me vrolijk. “Hoi”, zei hij nors. “Ik ben op zoek naar een leuk, betaalbaar paard met een gouden karakter, heeft u hier misschien iets staan?”. De man knikte heftig, en wenkte dat ik hem moest volgen. Hij stopte bij de hengst die ik ook al in gedachte had. “Jij kan hem hier uiteraard gratis laten staan, wat niet zo is met een extern paard, die je ergens anders gekocht hebt, en geef toe, het is een plaatje!”, zei de man. Het was inderdaad een prachtig paard, en volgens menig meiden die hem al gereden hadden, was hij eerlijk, en had hij geen gebreken tijdens het rijden. “Als je hem wilt uitproberen, geef maar een gil”, zei de man op een vriendelijke toon. Ik knikte, “ik zou hem graag uitproberen meneer”. Zodoende kwam ik op zijn rug terecht. Mijn droompaard, Humerus, een ongelofelijke schat, nooit een stap verkeerd gezet, volgens de eigenaar. Ik twijfelde er niet aan, vanaf het moment dat ik op zijn rug zat, twijfelde ik niet. Ik wist niet zeker of ik nog wou verder kijken, of dat ik zo meteen afrekende en dat ik opeens een eigen paard had. Het rijden verliep soepel, hij was een ongelofelijk jonge hengst, maar lekker rijden dat hij deed!. Dol was ik op hem!. De man keek me aan, hij zag aan mijn gezicht dat ik twijfelde. Maar ik had heerlijk gereden, en ja hoor, ik rekende af. Op dat moment, had ik buiten Pascalle en Sunrise mijn eigen paard.
Het eerste stuk(je).
Ik heb iets gedaan met de tips uit het vorige topic, en leestekens gebruikt, alleen het kan soms zijn dat er eentje staat overgeslagen (per ongeluk).
Als er spellingsfouten in zitten, meld dan even waar, want dan kan ik het verbeteren