Ben niet zo'n hele goede schrijfster (verhalen worden nooit echt spannend) maar ik ben benieuwd wat jullie er van vinden.
Als jullie het leuk vinden, plaats ik nog een stuk en ga ik verder met schrijven.
Groetjes, Zoë.
Citaat:Hoofdstuk 1.
“Kom op meisje, in galop!” Jessie Meijers geeft haar voskleurige pony Lilly wat meer teugel en de merrie spurt weg. Er verschijnt een brede glimlach op Jessie haar gezicht en ze geniet van de steeds ruimer wordende sprongen van haar pony. Lilly heeft haar oortjes recht naar voren gespitst en lijkt er ook duidelijk plezier in te hebben om zo over het strand te galopperen. Jessie laat haar even uitrazen en neemt Lilly dan weer rustig terug naar een drafje. Vol genoegen snuift ze de frisse zeelucht op; wat is het toch heerlijk om vlak bij het strand te wonen!
Dan laat Jessie haar pony overgaan tot stap en ze klopt de merrie op haar hals. “Wat is het toch fijn om met jou over het strand te rijden” zegt Jessie liefkozend. Ze stuurt Lilly terug over de strandovergang en ze pakt dan het ruiterpad weer richting huis.
Jessie staart naar de vrolijk springende manen van de pony en ze zucht tevreden. Ruim een maand geleden kregen haar ouders de kans om een manege op te zetten, maar daarvoor moesten ze wel verhuizen naar de andere kant van het land. Jessie was het er eerst absoluut niet mee eens geweest. Ze wilde niet weg uit de grote stad, weg bij haar vrienden en manege. Thuis waren er dan ook verschillende ruzies geweest, maar uiteindelijk hebben Jessie haar ouders Jessie dan toch zo ver kunnen krijgen om mee te gaan. De reden dat Jessie uiteindelijk toe had gegeven was simpel; haar ouders hadden Lilly van de manege gekocht zodat Jessie haar eigen pony zou hebben.
“Bah, volgende week moet ik weer naar school” zucht Jessie als ze een kwartier later het erf van de nog niet geopende manege op rijd. Ze had voor de vakantie haar VWO examens afgerond en volgende week maandag begint ze met haar vervolgopleiding criminologie. Aan de ene kant heeft Jessie er wel zin in, maar aan de andere kant mag de vakantie nog wel een paar weken langer duren. De manege wordt precies volgende week maandag geopend, dus daar kan ze dan helaas niet bij zijn.
Jessie stuurt Lilly naar de grote afspuitplaats en ze stijgt voorzichtig af. “Je was braaf hoor” en ze geeft de pony een klopje. Snel steekt ze de beugels op, maakt de singel los en ze haalt voorzichtig het zadel van de bezwete rug. Daarna ontdoet ze Lilly van het hoofdstel en ze zet voorzichtig de spuit op de benen van de merrie, die zichtbaar van de koude douche geniet.
Wanneer Lilly helemaal naverzorgd is, pakt Jessie een halstertouwtje en ze brengt de merrie terug naar de grote, groene weide. “Ga maar lekker spelen” lacht Jessie als ze het halster af doet en Lilly de wei in spurt. Jessie doet zorgvuldig de stroomdraadjes weer dicht en blijft nog even staan kijken. Er staan nog dertien andere paarden in de wei. Dat zijn allemaal toekomstige manegepaarden, die ze de afgelopen weken samen met haar vader zorgvuldig heeft uitgezocht. Er zitten erg leuke beestjes tussen, die het vast erg goed zullen doen als manegepony. Maar tot de manege nog niet geopend is, hebben ze lekker vakantie of Jessie rijdt er een keertje op. Jessie zucht en draait zich om. Nu eerst maar eens haar troep op ruimen en daarna lekker naar binnen om te douchen en te eten.
“Hoi mam!” vrolijk stapt Jessie de grote keuken van de familie Meijers binnen. Meteen loopt Jessie naar de koelkast en ze pakt de fles cola er uit. Ze haalt de dop er af en net als ze de fles aan haar mond wil zetten, kucht haar moeder overdreven. “Zou je niet even een glas pakken?” Jessie zucht en zet de fles terug op het aanrecht. Ze pakt een glas uit een van de kastjes en schenkt die vol met cola. “Heb je lekker gereden?” vraagt Jessie haar moeder als Jessie naast haar aan tafel komt zitten. Jessie knikt. “Lilly had er behoorlijk veel zin in vandaag” zegt ze, nog nagenietend. “Dat is mooi” knikt haar moeder en ze schuift Jessie de brief toe die ze zojuist aan het lezen was. “Rafaël heeft het ook prima naar zijn zin in Australië” glimlacht ze. Jessie kijkt verbaasd naar de brief van haar broer. Normaal is Rafaël absoluut geen schrijver, maar hij heeft dit keer toch ruim twee kantjes volgeschreven. “Hoe lang duurt zijn stage nog?” vraagt Jessie aan haar moeder. Jessie heeft het altijd goed met haar zes jaar oudere broer kunnen vinden en ze mist hem enorm nu hij helemaal in Australië zit. “Over ruim een maand komt hij weer terug naar huis” antwoordt haar moeder. Dan staat ze op. “Ik ga nog even naar de supermarkt om wat boodschapjes, zorg jij dat je straks gedoucht bent voordat we gaan eten?” Jessie knikt. “Dat komt voor elkaar!” Dan pakt ze de brief van tafel en gaat lekker onderuitgezakt zitten lezen.
“Ik heb vanavond contact gehad met een potentiële stalhulp” zegt Jessie haar vader als ze een uurtje later aan het avondmaal bezig zijn. Jessie neemt een hap van haar sperzieboontjes en ze kijkt haar vader aan. “Is één stalhulp wel genoeg dan?” Haar vader haalt zijn schouders op. “Dat zullen we nog wel zien. Deze jongen lijkt erg geschikt en wil fulltime komen werken, dus dat zou erg handig zijn.” Jessie knikt en schept nog wat aardappelen op. “Wil hij hier dan ook overnachten?” Haar vader knikt. “Dat was wel zijn vraag ja. Hij woont in het oosten van het land en zou anders iedere dag meer dan twee uur moeten reizen.” Jessie knikt en kijkt haar moeder aan. “Wat vind jij er van?” Haar moeder neemt een slok water en knikt. “Ik vind het allemaal goed hoor, hij zou op de zolder kunnen slapen.” Jessie haar vader glimlacht. “Dat is precies wat ik in gedachten had!”
Na het eten helpt Jessie haar moeder met de afwas. “Het lijkt me wel gezellig als hier een stalhulp komt wonen, mits hij natuurlijk een beetje aardig is” zegt Jessie terwijl ze een stapel borden terug in de kast zet. Haar moeder knikt. “Je vader is hem nu aan het bellen, dus we zullen straks wel meer horen.” Jessie zucht, ze is benieuwd naar wat haar vader zo meteen te vertellen heeft. Jessie zit nu al ruim 7 weken met alleen haar ouders opgescheept en dat begint nu toch wel erg te vervelen. Haar vrienden Freek en Denise waren drie weken geleden nog wel twee nachtjes geweest, maar verder heeft Jessie de afgelopen tijd niet veel anderen gezien dan haar ouders.
Net als Jessie de laatste spullen terug in de kast zet, komt haar vader de keuken binnen. “En?” vragen Jessie en haar moeder tegelijk. Jessie haar vader glimlacht; we mogen opschieten met het opknappen van de zolderkamer, Simon komt aanstaande maandag al! Jessie werpt vluchtig een blik op de kalender. “Maar dat is al over twee dagen!” Haar vader knikt. “Hij kan meteen beginnen, dus hoe eerder hoe beter!”
Citaat:Hoofdstuk 2.
Twee dagen later kijkt Jessie tevreden de zolder rond. De afgelopen twee dagen heeft ze samen met haar moeder ontzettend haar best gedaan om de zolder er gezellig uit te laten zien. Ze hadden de muren geverfd, nieuwe meubels gekocht en neergezet en nieuwe gordijnen opgehangen. Jessie glimlacht en loopt dan naar haar eigen kamer. Zuchtend gaat ze op haar bureaustoel zitten en ze draait wat rondjes terwijl ze haar kamer bekijkt. Ze kijkt naar de grote foto’s aan haar muur. Van haar beste vrienden Freek en Denise, van Lilly en nog eentje samen met Rafaël. Dan werpt Jessie een blik op de klok; het is bijna half 2. Simon zou pas rond vijf uur komen. Jessie zucht en staat op. Ze is ontzettend benieuwd naar Simon. Hij blijkt drie jaar ouder te zijn dan zij, namelijk 21 jaar. Jessie hoopt dat hij een beetje aardig is en dat hij zich snel zal thuis voelen bij hen. Dan doet ze haar kledingkast open en pakt haar rijbroek er uit. Vanmiddag gaat ze eerst maar eens lekker met Lilly rijden in de nieuwe buitenbak, er is nog tijd genoeg voordat Simon komt.
Ruim een uur later zit Jessie op de rug van haar voskleurige pony. Ze stapt rustig door de bak en stelt haar lekker laag en rond in. Voordat Jessie Lilly kocht, had Lilly een ontzettende hekel aan dressuur. Ze stond vaak bokkend in het midden, of ze scheurde de hele bak door. Toen Lilly van Jessie werd, is Jessie eerst heel veel buitenritten met haar gaan maken en de keren dat ze in de bak reden, gingen steeds beter. Na ruim tien minuten ingestapt te hebben, spoort Jessie Lilly aan tot een drafje. Lilly loopt heerlijk en doet goed haar best. Ze loopt fijn nageeflijk en voert de oefeningen correct uit. Zelfs de galop gaat er rustig aan toe, zonder geren of geren. Na ruim drie kwartier laat Jessie haar pony weer stappen en geeft haar lange teugel. “Je doet het super!” en ze aait haar pony liefkozend over de hals. “Tijd voor een startkaart!” lacht haar vader, die even heeft staan kijken. Jessie lacht en kijkt naar de oortjes van de pony. Ze zal deze zomer nog even flink oefenen en dan misschien in de herfst een startkaart aanvragen, zodat ze officieel kunnen starten.
Als Jessie Lilly even later weer in de wei laat, besluit ze om nog een paardje te rijden. Het is nu bijna vier uur dus dat moet nog lukken. Jessie kijkt even naar de groep paarden die vredig staan te eten en ze besluit dan de fjordenmerrie Jolijn te halen. Jolijn komt meteen op haar af zodra Jessie haar naam roept en ze loopt vrolijk mee. Jessie is benieuwd hoe deze pony zal rijden, tot nu toe heeft ze alleen op de fries Karin en de haflinger Diewertje gereden. Jessie haalt snel een paar borstels over de pony heen en zadelt haar dan voorzichtig op. Ze neemt Jolijn mee naar de bak en stijgt op. Jolijn blijkt een echte fjord; vrolijk maar ontzettend eigenwijs. Jessie heeft meteen haar handen vol aan de pony, die vooral achter in de bak nogal eens probeert te bokken of er vandoor te schieten. Na wat gekke capriolen van de merrie heeft Jessie haar dan eindelijk waar ze haar hebben wil en loopt Jolijn netjes haar rondje.
Net als Jessie aan het uitstappen is, komt er een witte fiat het erf op rijden. De auto wordt onder de grote eik geparkeerd en er stapt een donkerblonde jongen uit. Jessie kijkt op haar horloge en komt tot de conclusie dat die jongen best Simon wel eens zou kunnen zijn! Als de jongen twee koffers uit de achterbak van de auto haalt, weet Jessie zeker dat het Simon is. Jessie klopt Jolijn nog even op haar hals en stijgt dan af. Ze steekt de beugels op en loopt dan met de pony de bak uit. Simon komt met zijn twee koffers op haar afgelopen. “Hallo, ben jij Jessie?” vraagt hij als hij bijna bij haar is. Jessie kijkt hem even met open mond aan, wat is dat een knappe jongen zeg! Dan knikt ze verlegen. Simon glimlacht en steekt zijn hand uit. “Simon”. Jessie schudt de hand. “Welkom hier” zegt ze blozend. Simon lacht en aait Jolijn even over haar neus. “Is dit je pony?” Jessie schudt haar hoofd. “Nee, mijn pony staat in de wei, dit is een manegepony.” Simon knikt. “Oké! Kan je mij vertellen waar ik je vader kan vinden?” Jessie wijst naar het huis. “Gewoon naar het huis gaan en de keuken in lopen, daar vind je vanzelf wel iemand.” Simon knikt en bedankt haar. Jessie loopt met nog nagloeiende wangen door naar de poetsplaats. Ze ontdoet de fjord van het tuig en zet de koele waterstraal op haar benen. “Volgens mij gaat het erg gezellig worden met Simon” zucht ze zachtjes.
Als Jolijn even later weer lekker op de wei staat, ruimt Jessie snel alle spullen op en loopt dan snel richting het huis. In de bijkeuken trekt ze haar leren laarzen uit en ze wast haar handen. Daarna loopt ze de gewone keuken in, waar haar ouders en Simon aan tafel iets zitten te drinken. “Jessie, je hebt Simon al ontmoet hoorde ik?” zegt haar moeder als Jessie een glas water inschenkt. Jessie knikt en gaat ook aan tafel zitten. “Dus je bent bereid om het komende jaar hier te werken?” vraagt Jessie haar vader aan Simon. Simon knikt. “Dat ben ik zeker, ik zie het helemaal zitten.” Jessie haar vader pakt een formulier en gaat alle punten langs. “Je hebt iedere zondag vrij en je mag 10 vrije dagen opnemen dit jaar.” Simon knikt. “Is allemaal in orde. Mag mijn vriendin ook af en toe komen logeren?” Jessie haar moeder glimlacht. “Natuurlijk mag dat joh! Maar laat het van te voren wel even weten.”
Jessie zucht zachtjes en drinkt haar glas water leeg. Simon is zo een leuke jongen om te zien, het was te verwachten dat hij een vriendin heeft.
“Ik ga zo maar eens aan het eten beginnen” zegt Jessie haar moeder als ze haar koffie op heeft. “Je lust toch wel nasi hoop ik?” vraagt ze aan Simon. Die knikt. “Ja, heerlijk!” Ook Jessie haar vader staat op. “Ik moet nog even wat stallen doen en daarna ben ik klaar. Jessie, laat jij Simon zijn kamer zien?” Jessie knikt en kijkt Simon aan in zijn prachtige, donkere ogen. “Zullen we je spullen even naar je kamer brengen?” “Goed idee” zegt Simon en hij staat op. Ze pakken allebei een koffer en Jessie gaat de nieuwe stalhulp voor naar de gezellige zolderkamer.
“Tjonge, wat een grote kamer zeg!” Simon zet verbaasd zijn koffers neer en kijkt de zolderkamer rond. “Het ziet er erg gezellig uit!” Jessie glimlacht en loopt naar het raam. “Je hebt ook erg mooi uitzicht over het erf.” Simon komt naast haar staan en kijkt ook door het raam. “Ik denk dat ik me prima ga vermaken bij jullie” lacht hij. “Zou je mij het erf en de paarden willen laten zien?” Jessie knikt enthousiast en gaat Simon weer voor naar beneden, om vervolgens naar buiten te gaan.
Nadat Jessie Simon de stallen en de twee nieuwe bakken heeft laten zien, lopen ze door naar de wei. “Ik zal je nu alle paarden laten zien” zegt Jessie terwijl ze het stroomdraadje open doet. Zodra Simon ook in de wei staat, fluit Jessie even op haar vingers en ze roept haar pony. Lilly komt meteen op haar afgedraafd. “Is dit jouw pony?” vraagt Simon zodra Lilly bij hen is. Jessie knikt en klopt de voskleurige merrie trots op haar hals. “Wat een schattig dikkerdje” lacht Simon en hij stopt Lilly een suikerklontje toe. “Wat voor een ras is ze?” Jessie plukt een paar strootjes uit de manen van de merrie. “Lilly is een new forest pony” zegt ze trots. Dan kijkt ze naar Simon. “Kom, dan laat ik je de andere paarden zien!” Samen lopen ze richting de rest van de paarden om ze een voor een goed te kunnen bekijken.


