Citaat:Woedend sla ik de deur van mijn slaapkamer dicht. Iedere dag is het weer hetzelfde liedje, iedere dag weer. Ik zou willen dat mijn ouders nooit gescheiden waren, maar helaas is dit niet zo. Mijn vader heeft me al zo’n 10 jaar niet meer gezien. Tenminste, dat is wat ik schat. Mijn moeder wilt me alleen maar voor zichzelf houden, maar ondertussen hebben we wel iedere dag de grootste ruzies. Meestal gaan deze ruzies over school, maar ook over de kleinste dingen die bij de meeste mensen niet eens iets uitmaakt. Bij haar dus wel, en ik word er gewoonweg gek van. Iedere dag beleef ik dezelfde gevechten thuis. Nuja, of ik dit wel een thuis kan noemen weet ik zo net nog niet. Het liefst ga ik bij mijn vader wonen, zodat hij mij niet steeds kaarten hoeft te sturen met de feestdagen, zodat hij me tenminste kan zien.
Iedere nacht denk ik aan hem, ook wanneer ik gewoon alleen ben. Ik zou zo graag willen dat ik hem ergens aan kon herkennen, dat ik wist hoe hij eruit ziet. Vragen om contact bij mijn moeder durf ik niet eens meer. Ze zou me toch alleen maar uitkafferen. Nee, dan ga ik nog liever zelf naar hem opzoek. Maar wie zegt eigenlijk dat hij me eigenlijk wel wilt als zijn dochter? Ik bedoel, als hij echt van me houd/hield, dan zou hij me toch gewoon komen opzoeken? Dan zou hij mijn moeder toch gewoon negeren met haar ‘bescherming’gedoe tegen hem. Ik ben verdomme degene die voor haar beschermt moet worden. Zij is niet degene die iedere dag weer zodanig uitgescholden word dat het teveel word. Zij maakt dit niet allemaal mee vanuit mijn ogen, maar soms zou ik willen van wel. Soms zou ik haar gewoon heel veel pijn willen doen, en niet omdat ik haar haat, maar omdat ik van haar houd. Ze moet gewoon weten dat zij degene is die mensen pijn doet, en niet andersom. Met die gedachten heb ik misschien nog een beetje houvast op het moment. Maar hoe? Hoe zou ik haar pijn kunnen doen? Als ik dat toch eens wist, als ik daar toch eens uit zou kunnen komen. Momenteel weet ik eigenlijk geen andere oplossing dan in een ravijn te springen ofzo, en nooit meer terug te keren. Dat is wat mijn gevoel momenteel zegt, want ik ben het echt helemaal zat. Het zou haar echt leren mij telkens weer pijn te geven, telkens weer. Dan zou zij degene zijn die pijn had. Misschien zou ze mij dan missen, want ik weet zeker dat ze dat nu nooit doet. Wel weet ik dat het fout is dat ik denk aan een zelfmoordpoging, maar toch. Ik zou het soms zo graag willen, maar ik zou er toch niet het lef voor hebben.
Zuchtend sta ik op van mijn bed, pak mijn boekentas en loop mijn slaapkamer uit. Zachtjes sluip ik naar beneden, trek mijn schoenen aan en loop naar buiten. Voor het eerst in tijden heb ik zin om naar school te gaan, ookal bezit het de helft van mijn dag. Daar heb ik ruimte, een plaats waar ik vrienden heb, echte vrienden die me graag helpen met dingen, en ik doe hetzelfde graag voor hun. Toch weten ze maar de helft van mijn problemen die ik heb, vooral de problemen die ik met mezelf iedere keer weer moet oplossen. De problemen die zij nog nooit gehad hebben, want zij leven gewoon normaal, zoals ieder andere familie. Ze moesten eens weten waar ik meestal na school rondhing. Niemand wist dat, want ik ging er integenstelling tot de meesten, vrijwillig heen. Meestal ga ik naar een soort van ‘opvang’centrum. Er zijn daar ook mensen, mensen zoals ik. Mensen die het thuis ook niet makkelijk hebben. Meestal kunnen we goed met elkaar opschieten en helpen elkaar. Een keer in de week is er ook iemand die met ons praat, maar als ik geen zin heb kan ik, intenstelling tot de rest, gewoon weglopen. Soms eet ik er ook, maar meestal niet. Thuis heb ik dan wel weer de smoes dat ik bij vrienden heb gegeten, wat ervoor zorgt dat ik thuis niet hoef te eten. ‘Mies!,’ hoor ik iemand roepen. Vlug kijk ik om en zie dat het Johan is die in volle vaart op me af komt fietsen. Hard remt hij als hij bij mij is. ‘Komop, spring achterop. Je krijgt een lift van je lieve vriend.’ grijnst hij. Ik doe amper moeite om te glimlachen, daar staat mijn hoofd momenteel echt niet naar. Zwijgend klim ik bij hem achterop en wacht tot hij weg fietst. ‘Waarom ben je eigenlijk niet met de fiets?’
‘Niet aan gedacht.’ Ik denk de laatste tijd aan veel dingen niet meer, zelfs dingen op school vergeet ik vaak waardoor ik weer een uitbrander krijg van de leraar die we op dat moment hebben. Soms vragen ze me of me er iets dwars zit, maar ik antwoord dan altijd met een ‘nee’. Toch weten ze iets, al heb ik geen idee wat ze precies weten. ‘Mies,waar zit je met je gedachten?’ Ik haal mijn schouders op. Wat zou hem dat boeien? Hij wist nergens iets van, dus hoefde ik hem niets te vertellen.. Toen ik niks zei haalde hij zijn schouders op en zweeg, net als ik daarvoor gedaan had. Hij doet maar, het kan me op het moment toch niks schelen. Uiteindelijk komen we op school aan. Voor de poort stap ik af en loop richting het schoolgebouw. De moeite om mijn vrienden te begroeten neem ik niet. Sowieso deed ik dat nooit. Ze zien me vanzelf wel in de lessen verschijnen zoals gewoonlijk. Denkend liep ik het lokaal in waar we onze eerste les van vandaag hebben; engels. Zoals gewoonlijk ga ik weer achterin zitten en zodra de les begint luister ik aandachtig. Af en toe krijg ik de beurt, maar zeg dan dat ik het antwoord niet weet. Als ik iets haat, is het namelijk engels wel. Gelukkig duurt school vandaag niet lang; maar 3 uurtjes. Na engels hebben we nog Biologie en Geschiedenis. Twee van de stomste vakken. Bij die twee vind ik engels nog wel meevallen.
Eindelijk kan ik naar het centrum, naar mijn vrienden. Gelukkig zitten ze op een andere school en niet hier. Dat zou zóveel vragen wekken, vooral omdat op hun scholen iedereen het wist. Op mijn school weet niemand iets over het centrum, alleen mijn moeder dan. Haar boeit het niet veel, ze laat me mijn gang gaan buiten thuis. Nuja, thuis. Het liefste kom ik nooit meer ‘thuis’. Het liefste ga ik wonen bij een van mijn vrienden, of bij mijn vader. Als ik aan het laatste denk word ik gelijk nerveus. Ik weet niet eens waar hij woont, laat staan of hij me wel in huis wilt. Eigenlijk geld dat laatste ook voor mijn vrienden. Af en toe voel ik me namelijk best ongewild onder ze. Opeens zie ik Micha in de verte al staan wachten op me, bij de ingang van het centrum. ‘Boe.’ zei hij glimlachend. Integenstelling tot vanmorgen deed ik nu wel mijn best om te glimlachen en het lukte gelukkig al aardig. Samen lopen we het gebouw in en gelijk zie ik de rest al weer bezig met zichzelf. Evan is bezig met het eten te maken, wat me behoorlijk frustreerd. Kate is samen met Jack en Emma aan het kaarten en Kelly kijkt gewoon naar buiten zoals ze altijd doet als ze geen zin heeft om te praten. Zwijgend ga ik aan tafel zitten en keek mee met het potje kaarten. Ik heb zo’n gevoel dat jack heel goed dit potje kan winnen, maar echt zeker weten doe ik het niet. Toch blijk ik na een tijdje toch gelijk te krijgen, Jack heeft echt gewonnen. Nuja, hij speelt ook heel goed kaart. Voor het eerst in tijd maken Kate en Jack geen ruzie, iets wat me op het moment heel erg zint. Nog meer ruzie in mijn omgeving kan ik momenteel echt niet aan. Waarschijnlijk zou ik dan echt ontploffen en dat was nou niet bepaald leuk. Vooral voor mijn omgeving niet, maar ik haat het zelf ook heel erg als ik mijn controle verlies. Op dat moment ben ik gewoon totaal niet voor reden vatbaar. ‘Mies, eten is klaar, wakker worden.’ Evan keek me even aan. Ik knik en schud vervolgens wat van de soep die hij klaar gemaakt heeft in mijn kom. Nerveus begin ik eraan te eten. Heel langzaam, zodat ik eerder vol zat. Gelukkig werkt dat vrij goed en ben ik als een van de laatste klaar, maar ik heb wel niet alles opgegeten, gelukkig. Tegenlijk met Kate sta ik op. Heel even frons ik, maar schud dan mijn hoofd. Gewoon toeval, niet meer en niet minder. Toch? Ze wilt me toch niet spreken hoop ik. Helaas is mijn vermoeden waar en wuifte ze met haar hand richting de deur. Nerveus loop ik er samen met haar heen
Opnieuw een verhaal, ja, ik weet het. Ik kan wel aan de gang blijven met het niet afmaken, maar bij dit verhaal weet ik gewoon zeker dat ik dat doe gezien de gevoelens die ik hier in heb gestopt. Sommige dingen als het centrum, de hoge school hierin, is verzonnen. Toch zullen er dingen in het verhaal gebeuren die betrekking hebben op mijn eigen leven, in zekere zin.
Nuja, ik hoor jullie commentaar wel op dit verhaal.
Hoop dat ik nog meer reacties krijg.
. als ik zin ehb blijf ik het volgens XD