hallo allemaal, omdat het vorige stukje nog niet klaar was en ik niet meer kon editten, heb ik het begin even opnieuw gedaan hiero. Ik hoop dat het verhaal jullie interesseert.
Citaat:
Boos knalt Leila de deur achter zich dicht. "Het was dus weer raak hè!" Roept ze naar boven, in de hoop dat haar zus thuis is. Ze hoort een deur open gaan en zelf pakt ze iets uit de koelkast. "Waarom moeten ze altijd mij hebben?" 2 jongens uit haar klas zetten haar altijd voor paal, of slaan Leila terwijl ze niks heeft gedaan. "Is het weer eens zover," Zucht haar zus Josephine, die net de trap af komt strompelen. "Wat hebben ze nu we...Oh, dus dát was raak! Mijn god Lei, wat zie je eruit! Hier moeten we echt iets aan doen hoor! Die 'kleine pesterijen' van ze lopen te ver uit. Je wordt zowat een koe met al die paarse plekken van je!" Leila glimlachte even, en vertelde daarna heel serieus: "Heel grappig zus, maar dan is het nog altijd een milka koe, die heeft paarse vlekken weet je nog, haha. Auw!" Leila kon een kreet van pijn niet onderdrukken toen haar bloedende lip een beetje scheurde wanneer ze moest lachen. Ze was bang om morgen weer naar school te gaan, maar Josephine zei dat ze het wel zou redden met een grote bek.
Niet dus, de volgende dag toen ze op school kwam stonden de twee jongens al te wachten. "Hee, kijk eens wie we daar hebben! Leila, de boskabouter! Ben je je puntmuts weer vergeten? De laatste tijd trek je hem niet veel meer aan hè!" "Ach, houd toch je bek, Jordie! Dat ik nou zo klein ben, klein is fijn en groot is kloot!" Dit had Leila niet moeten zeggen. "Wat heb ik onder mijn neus zitten? Een bek zeg jij? Ik ben niet éen van die stinkbeesten van je! Oh wacht, die hebben natuurlijk ook een MOND! In dat geval wil ik wel liever een bek hebben! En als iemand klein is, betekent dat dat het een nietsnut is, een baggere nietsnut! Mooi voor je tuin mee op te fleuren, zo'n kabouter, maar nergens anders goed voor! Kijk maar naar jezelf!" Met deze boze woorden liepen de jongens lachend weg, en lieten Leila, met tranen in haar ogen, achter. Gelukkig had hij haar niet geslagen, maar het was kantje boord. Deze keer was het de haat, die ze kon lezen in Jordie's ogen, die haar bang maakte.
In de les onder wiskunde begon het opeens met grote, dikke vlokken te sneeuwen. Leila had geen zin om hierdoorheen te fietsen straks, en wie weet ligt er dan al een pak! De brug zal wel weer spekglad zijn, dat word weer oude vrouwtjes helpen! Vorig jaar had Leila samen met haar beste vriendin Iris een lang, oud vrouwtje gered. Op haar fiets zat een hondje, die opeens begon te blaffen, waarnaar de vrouw achterom keek. Natuurlijk zwaaide haar stuur vrolijk mee en viel ze op haar snuit. Iris hielp de vrouw overeind en Leila belde de dokter, maar daarmee waren ze wel een half uur kwijt, zodat ze samen de stad niet meer in konden! Jammer dan! Opeens werd Leila uit haar dromen gehaald doordat er een briefje in haar hand werd gestopt. Ze vouwde hem benieuwd open, en dit is wat ze las:
heej kabouter,
je zal strax wel koude voeten krijgen,
tuinkabouters staan heel vaak
tot hun knieeen in
de sneeuw.
Ze keek naar Jordie, die er heel onbeschuldigd uitzag, ook al kan hij dat zo goed nadoen. Dan zal het Marco zijn geweest. Hij zat haar lachend aan te gapen, maar Leila trok er zich niet veel van aan en ging weer aan het werk. Even later kreeg ze nog een briefje, en ze dacht dat ze beter af was om hem op de grond te gooien. Of zal ze hem toch lezen? Ze ís natuurlijk wel benieuwd... Haar nieuwschierigheid overwon het en vouwde ook dit briefje open.
Hé tuinverfraaier,
zit er wel voering
in je puntmuts?
Anders heb je
pech hoor, je
mooie hoofdje zal
toch niet bevriezen?
Kwaad keek Leila naar Marco, maar dit keer bleek het tóch Jordie te zijn. Ze stopte de twee briefjes in haar zak. 'misschien weet die lieve Josephine-engel wel wat ik nu verder moet,' Dacht ze, 'want ik weet het even niet meer.'
Precies om vier uur reed Leila naar huis, en precies om vier uur hadden twee jongens, Marco en Jordie genaamd, een plan. Leila dagdroomde, dat deed ze wel vaker tegenwoordig. Ze dacht aan Chill, haar lievelingspony op de fokkerij waar ze werkte. Leila hield wel degelijk van paarden. Vooral van die mooie, zachte tinkers met hun enorme uitstraling... Ze kijken altijd zo met van die grote ogen, vol met vertrouwen naar je toe. Chill was er zo éen. Een echte lieverd. Bij haar kon je altijd uithuilen. Heel soms, als ze weer eens aan het dromen was, droomde ze dat ze op Chill zat. Het waren de mooiste dromen van haar leven. Haar leven... Wat was het nog waard? Het enige waar ze nog van hield was Josi, haar lieve zus. En natuurlijk de fokkerij. Een keer vertelde ze dit aan Ilse, die ze nu alleen nog maar als penvriendin kent. Oh ja Ilse, dat was ook nog iemand waar ze van hield. De schat. Vol verbazing antwoordde ze op mijn droevige uitspraak:"En je moeder dan?" Haar moeder. Het was moeilijk om haar te vertellen dat haar moeder er niet meer was. Misschien zat ze in de hemel wel te schommelen, het geen waar ze zoveel van hield. Ze zei dat het haar vrolijk maakte, wanneer en waar ze ook was. Misschien zou Leila dat ook eens moeten doen! Opeens vertrok haar gezicht van de pijn. Ze voelde een ijsbal recht in haar rug, gevolgd door nog éen. Maar toen ze een seconde later achterom keek, zag ze niemand! Nauwelijks was ze omgedraait en ze voelde weer een bal, zo hard als een kogel, zo pijnlijk als een bijl op je kop. Zo ging dit 'spelletje' een poosje door, en Leila besefte dat ze niet zo door kon fietsen. Ze was net een plan aan het bedenken toen het stoplicht op rood sprong. Toch stak ze de straat over en hoorde een toeter, die steeds harder klonk. BATS! In een halve seconde klapte haar fiets om, en draaide hij, samen met haar, honderdtachtig graden. Een nog veel hardere klap dan de ballen kwam op haar rug terecht, het uiteinde van het handvat van haar stuur...