ik heb vorig jaar ene verhaal geschreven en het slaat goed ana bij mensen dus misschien vinden jullie het ook mooi? ik zou zeggen ga der even lekker voor zitten

2006
De auto schuurde van de baan en knalde zo tegen een boom. Een hele harde klap en later gehuil en kreunend geluid en toen was het stil.
Ik keek wat om me heen. Allemaal huilende mensen. Ze keken mij verdrietig aan. Ik had het ongeluk als enige overleefd en nu stond ik met beide voeten op de grond kijkend hoe de kisten van mij moeder, vader en zus de grond in gleden. Ik zag mensen bloemen neer leggen huilen en schreeuwen. Stuk voor stuk liepen mensen weg en condoleerde mij. Vanaf nu woon ik bij mijn tante en oom thuis. Ik ben de laatste tijd stil en op school gaat het niet goed. Ik voel me schuldig ik heb woede verdriet en van die waarom vragen. Wat is er gebeurd, waarom sta ik hier nog en wie kan mij dit vertellen?? Ik kruip in me bed lekker onder de warme lakens ik pak mijn knuffel en druk deze dicht tegen mij aan en probeer te slapen.
Bezweet schrik ik wakker. Weer zo’n rot droom elke keer weer. Me tante staat bezorgt naast me bed en streelt door mijn haar. Ze kijkt me onderzoekend aan en vraagt of het gaat. Ik knikte en ging weer liggen. Om 7 uur stapte ik dan toch mijn bed uit, deed me kleren aan en ging beneden wat eten. Na het eten pakte ik mijn boeken bij elkaar en stapte op mijn fiets richting school. Na 5 minuten fietsen kwam ik Ruta tegen. Er was een koel briesje dus ik had me dikke winterjas maar aan getrokken. Ruta vroeg of ik Nederlands had geleerd. Ik schudde van ja maar in mijn hoofd zat ik flink te balen, omdat ik het helemaal niet had geleerd. Bij de fietsenstalling zag ik het rest van het groepje en sloot me daar bij aan. De schoolbel ging en ik liep met een sacherijnig hoofd naar binnen. De meester riep vrolijk hoi en keek mij bezorgt aan. Ik ging zitten pakte mijn boek en probeerde nog even te leren, maar opeens kwam er een zware misselijkheid voelde me wazig en kapot. Ik liep snel naar de gang om naar de wc te gaan. Ik liep en op en gegeven moment voelde ik me benen niet meer. Wazig gevoel drong veder in mijn lichaam. Ik hoorde een harde klap en plots zag ik niks meer voelde ik niks rook ik niks, zelfs de geluiden van de leerlingen waren weg.
Ik doe mijn ogen open en ik lig in mijn eigen bed. Ruta, mijn tante en oom zitten bezorgt aan mijn bed en stellen me gerust. Mijn tante staat op en zegt “Ze hebben je bewusteloos in de gang gevonden. Ze waren er bezorgt om je”. Ruta krijgt een glimlach op haar gezicht en zegt “Ik ben blij dat je weer wakker bent meid”. Ze gaf me een klopje op mijn schouder en knikte er bij. Ik ging zitten en voelde barstende hoofdpijn. Het is al weer tijd voor het avondeten en ik liep rustig mijn bed uit en ging naar beneden. Mijn tante vroeg of ruta bleef eten. Na het eten ben ik weer lekker mijn bed in gekropen en viel meteen in slaap.
Na een weekje zie ik er steeds slechter uit. Ik eet niet en ik drink vrij weinig en ik heb geen zin meer in het leven. Ik heb elke dag een mes bij me. Daar kras ik na school in een bankje een paar woordjes. Nog 1 woordje en dan ga ik even rustig zitten. Ik zit te staren naar het mes dat mooi glinstert en heel erg scherp is. Ik kijk naar het mes en dan naar mijn polsen. Ik pak het mes en snijd alle twee mijn polsen door. Ik glimlach nog even en zak dan in elkaar.
Ik lig in het ziekenhuis en zie mijn tante met tranen in haar ogen. Mijn tante zegt tegen mij dat ik hulp nodig heb en dat het niet zo langer kan. Ik keek naar mijn polsen die nu in een zacht verbandje lagen. Er piepte een apparaat en er druppelde water. Ik denk na over wat ik toen had gedaan. Ik ben stom geweest ik schaam me ben ik levensmoe of zo….? Dan galmt het woordje weer in mijn hoofd waarom… waarom…. Waarom? Ik word duf door een middel dat mijn rustig maakt. Ik heb geen zin om tegen te werken ik ga slapen.
Een week later loop ik samen met mijn tante richting een huis. Het huis van een psychiater. Volgens mijn tante kan hij mij helpen. Een hele vriendelijke man stelt verschillende vragen. Alles komt er uit wat er is gebeurt. Hij helpt me steunt me erg. Hij maakt me weer gelukkig. Hij leeft met me mee. Ik voel me veilig bij hem en dat geeft mij een geweldig gevoel. Hij vertelt me dat ik 1 keer per week naar het begraafplaats moet en drie hele mooie bloemetjes neer moet leggen. Ik moet vrolijk zijn want boven in de lucht steunen er drie mensen mij. Ze zijn nog bij mij en nu kan ik het voelen. Mijn zus lacht nu in mijn dromen me vader en moeder geven mij complimentjes. Ik slaap weer lekker. Voel me goed.
Het is nu zomer en ik ben nu buiten met een schrift. Ik schrijf daar gedichten in wat ik voel wat ik zie en wat ik ruik. Voel me er goed bij en elk gedicht laat ik aan iedereen lezen.
Zonder ouders zonder zus
Toch vlieg ik als een mus
Voel me blij en heel vrij
Ik voel weer liefde
Net als toen
Want ik weet dat ze er zijn
Pa ma zus ik mis jullie dikke kus ik.
Het verhaal moest een beetje kort zijn was een opdracht voor nederlands. Wat vinden jullie er van?