ben heel erg benieuwd naar jullie reacties, hoop dat jullie deze net zo waarderen als mn vorige verhaal. ik wil erg graag opmerkingen/tips om het verhaal te verbeteren. of gewezen worden op dingen die niet helemaal of helemaal niet kloppen.
zand met de kleur van de avondzon
De warme zon lijkt haar donkere huid bijna te strelen. Haar oogleden en krullende, lange wimpers beschermen de ogen voor het felle licht. Knijpend met haar ogen kijkt Adannaya naar de helderblauwe lucht. Haar slanke vingers strijken over haar platte buik, waarna ze hard tegen haar ribben stoten als ze omhoog langs haar borst strijkt. Een leeg gevoel in haar maag. Een gevoel wat alle mensen om haar heen lijken te hebben. Een gevoel wat er altijd al lijkt te zijn geweest, al negentien jaar. Holle, donkere ogen kijken haar vanaf de overkant van de weg aan. De kinderen lachen naar elkaar met glinsterende ogen en plagen elkaar. Vrolijke kinderen op het eerste gezicht. Maar kinderen die het moeilijker hebben, dan mensen denken. Dikke buiken waar de aandacht naar toe getrokken wordt. Dikke, opgezwollen buiken van de honger. Honger. Een begrip in het dorp waar niemand over praat. Een taboe. Een begrip wat de hele wereld kent, maar wat maar weinig mensen in het Westen in vergelijking met Afrika echt gevoeld hebben. Honger. Het lege gevoel in haar maag houdt aan.
Voor haar strekt een wereld van vervallen en armzalige huisjes zich uit. Overal mensen om haar heen. Gekleurde stoffen van de kleding lijkt de ruimte om haar heen te vullen met vrolijkheid. Een schaterlach van een kind klinkt in haar oren. Lange, zwarte haren vallen over haar schouder als ze haar hoofd draait om de straat te overzien. Ogen die snel neergeslagen worden. Haar oogleden proberen de felle stralen van de zon tegen te houden als ze haar hoofd weer terug draait. Opnieuw slaan ogen zich voor haar neer. Frustrerend zet ze haar handen in haar zij. Waarom? Waarom kijken mensen haar nooit aan? Waarom niet? Er is toch niets mis met haar? Toch? Zij kan er ook niets aan doen dat haar broertjes en zusjes zijn overleden aan de ziekte? Een ziekte waardoor ze diarree kregen en geen vocht meer vast konden houden? Haar donkerbruine ogen bestuderen haar lange vingers. Maanden geleden bleven de rode zandkorrels aan haar handen plakken tijdens het dichtgooien van de kleine kindergraven. Droge takken symboliseren het kruis van hun nagedachtenis. Drie weken later sterft haar moeder. Een ongelukkige val waardoor haar onderbeen kapot is gegaan. Zonder de donkere huid om haar lichaam te beschermen was haar lichaam het doelwit voor infecties. Ze haalt haar neus op als ze denkbeeldig de geur van het been opsnuift tijdens de laatste paar dagen voor haar overlijden. Haar ooit zo trotse Afrikaanse moeder lag als een zielig hoopje op bed. Zweet parelde langs haar lichaam op de weinige dekens die in hun bezit waren. Het kostte Adannaya’s laatste krachten om opnieuw een graf te graven, een graf voor haar moeder in het rode zand. Zand met de kleur van de avondzon.
Gedachten aan haar vader dringen zich naar voren, gedachten die ze heeft geprobeerd te negeren. De herinnering komt weer naar boven. Plotseling. Heftig. ‘Ga lekker slapen, prinsesje. Papa komt snel weer thuis. Ik ga eten halen, dan hoeven we nooit meer honger te hebben. Nooit meer.’ Een fluistering in haar hoofd. De laatste woorden van een wijs man. Een vredelievende en slimme man. Een man die is weggedaan en nooit meer is teruggekeerd. De tranen wellen op uit haar ogen. De eerste tranen trekken natte strepen over haar wangen. De druppels vallen schitterend in het zonlicht op de rode grond voor haar blote voeten uiteen. ‘Pap, waar ben je? Ik ben helemaal alleen.’ Een snik welt achter in haar keel op. Bijna woest veegt ze de tranen van haar wangen waardoor ze in het rond vliegen. Adannaya, niet huilen! Niet doen! Niet waar alle mensen het kunnen zien. Je moet sterkt zijn, voor jezelf. Wees sterk! Plotseling dringt de harde waarheid zich weer naar voren. Eén moment lijken haar ogen zich te vergroten. Glashelder lijkt de waarheid voor haar gezicht te zweven. Machteloos volgen haar bruine ogen de contouren van de heuvelachtige omgeving. Rood zand, overal. Een enkele struik, een enkele boom. Voor haar verschillende huizen, donkere mensen in de koele schaduw. Vluchtend voor de warmte van de zon. Enkele koeien in een kleine kraal bijeen. Stof waait op als ze hun benen verzetten. Een mooi land, een land met veel mogelijkheden, maar een land waar honger heerst. De stof op haar voeten maakt haar voeten donker rood. Haar wiebelen van haar tenen laat kleine wolkjes stof opstuiven. Een land waar droogte heerst en de zon het voor het zeggen heeft. Geen groen gras langs de bermen, maar dode, droge takken. Takken die zo droog zijn, dat ze bijna uit elkaar lijken te vallen als je het oppakt. De honger laat haar maag pijnlijk samenknijpen in haar lichaam. Het lijkt haar leven te overheersen, net zoals het de levens van de mensen om haar heen overheerst. Het maakt het moeilijker. Lastiger. Haar ogen tasten de droge omgeving af. De hele dag draait erom om voedsel te verzamelen. Voedsel om elke dag maar weer te overleven. Een witte wolk drijft zachtjes geruisloos voorbij. Zacht voortgestuwd door de wind. Verlangen maakt zich van haar meester. Het lijkt haar bijna vleugels te geven. Wat zou er achter de horizon zijn? Een nieuwe wereld? Een groene wereld? Een wereld zonder honger? Een wereld zonder angst? Een wereld die niet alleen maar draait om overleven? ‘Wat zou ik daar graag naar toe willen.’ Opnieuw als een zachte fluistering over haar lippen.
De warmte laat de lucht trillen boven de uitgedroogde, maar bewerkte velden. Twee weken geleden groeven haar donkere vingers in de rode aarde om het kwetsbare zaad te verspreiden in de droge grond. Het gehele dorp hielp elkaar met het opnieuw inzaaien van het droge akkerland. Honderden geleegde emmers met water over het land, gedragen door tientallen donkere mensen, volwassenen en kinderen, om de nieuwe zaden een kans te geven om te groeien. Akkerland wat alleen de kleine zaden succesvol verder kan laten groeien, als de donkere wolken weer terugkeren van over de verre heuvels. Dikke regendruppels die de grond natmaken totdat het verzadigt is en voor nieuw leven kan zorgen. ‘Adannaya! Wil je me komen helpen met het eten?’ Een harde, maar hartelijke stem bereikt haar oren. Een oudere vrouw staat met een trotse houding en een kind op haar heup naar haar te kijken. Snel slaat ze haar ogen neer en als vanzelf brengen haar benen haar bij de vrouw. ‘Hier.’ Donkere ogen vol met schitteringen kijken haar aan als ze het kleine meisje in haar armen gedrukt krijgt. De dikke buik van het meisje drukt tegen haar ribben. Een mooi lied wordt door het kleine beetje wind meegedragen. Gezongen door een heldere stem. De vrouw verzamelt de kleine, gedroogde takken voor een vuur. Een kookvuur. ‘Adannaya, een feestmaal vanavond! Dayo heeft een konijn geschoten!’ Na een uur bereikt de geur van warm voedsel haar neus. Met een smachtende blik lijkt Adannaya nu al te genieten van de komende maaltijd. De kleine kom met een waterig mengsel met flinterdunne stukjes echt vlees, is veel te klein. Haar tong en keel branden door de hete vloeistof, als het nog niet genoeg is afgekoeld. Honger. Bijna schamend slaat ze haar ogen, op als ze de lege kom voor haar blote voeten op de grond zet. ‘Kind, heb je zo’n honger?’ Knikkend laat ze haar antwoord weten. ‘Ik heb niets meer voor je, alles is op. We moeten wachten totdat m’n man terug is met nieuwe voorraden. Ik kan je niets meer geven, Adannaya. Het spijt me.’ Een traan rolt van de gerimpelde wang van de vrouw tegenover haar. ‘Het spijt me echt.’ Pijn snijdt door haar buik door de krampen. Voedsel in haar maag, eindelijk. Eindelijk na zoveel dagen zonder voedsel. Voedsel wat de afgelopen weken heeft bestaan uit droge wortels van planten uit de grond en de kleine insecten die over boomstammen lopen. Maar na enkele minuten heeft de volheid van de karige maaltijd plaats gemaakt voor het eeuwige gevoel van nieuwe honger.
het staat alleen nog op papier