.‘Yes!’ roept klas H3B. Ze hebben net te horen gekregen dat ze de laatste twee uur uitval hebben. Dat betekent dat ze al om tien over 1 uit zijn, in plaats van half 4! ‘Gelukkig, kan ik nog gauw even naar Gerrits’ pony toe.. ik hoop dat hij thuis is want dan kan ik nog lekker even rijden.’ zegt Sanne tegen haar vriendin Inge. Die zegt niks, ze zit vast met haar hoofd bij haar belangrijke zwemwedstrijd zaterdag, en dat maakt Sanne niks uit. Inge is echt een supervriendin, ze doen altijd alles samen en Sanne kan honderduit over pony’s en paarden praten, net als Inge over haar favoriete sport zwemmen. ‘bzzzzzzzzzz’ de bel! Sanne pakt haar spullen in alsof haar leven er van af hangt. En niet alleen omdat ze superslecht is in wiskunde en het een rotvak vindt. ‘Doei, fijn weekend!’ roept ze nog gauw tegen Inge en de rest van de klas. Ze is de eerste die de deur opent. Gauw de trap af, langs de fietsenstalling totdat ze bij de bromfietsenstalling komt. Daar staat haar vuurrode scooter op haar te wachten. Ze start hem en door wat handige wendingen te maken komt ze er gemakkelijk uit.
Als ze thuis is en ze komt binnen zit haar moeder rustig een krant te lezen. ‘Hai mam, ik had twee uur uitval dus ben lekker vroeg thuis. Maar ik ga zometeen gauw naar Gerrit want ik heb wel zin om te rijden!’ ‘Oke meid, als je maar voor het avondeten thuis bent!’ Sanne rent met grote sprongen de trap op.boven pakt ze de eerste beste rijbroek uit de kast die ze ziet, haar mooie bruine Kentucky-broek.. waar ze wekenlang voor heeft gespaard. Vervolgens pakt ze een paar lichtblauwe sokken en een donkerblauwe polo uit de kast. Gauw haar laarzen aan en dan naar beneden om te eten. ‘Mam heb jij mijn cap gezien? Volgens mij ligt ‘ie niet op de plank!’ ‘Heb je hem niet in de berging gelaten?’ Sanne antwoordt niet, maar gaat meteen kijken. ‘Inderdaad mam, dankje! Ik ga nu maar meteen, doei, tot straks!’ ‘Doei meid, veel plezier!’
Ze ziet het mooie boerderijtje van Gerrit al in zicht komen. Van ver af lijkt het wel een beetje op hun eigen koeien-boerderij.
Sanne klopt op de deur. ‘Kom binnen!’ hoort ze Gerrit al roepen. ‘O, Sanne hoi! Wil je wat drinken?’ ‘Hai Gerrit! Nee dankje, ik ga meteen rijden, als dat kan tenminste!’ ‘Ja goed, ga je gang. O, Sanne, wil je straks nog even hier komen?’ ‘Ja hoor..!’ Vreemd. Normaal gaat ze nadat ze de pony verzorgd heeft gewoon naar huis.. misschien mag ze wel op wedstrijden starten! Bedenkelijk gaat Sanne weer naar buiten, en loopt richting wei. Daar staat ze, in de linker wei. Haar prachtige goudgele vacht glanst in de zon. ‘Lindyy!! LIIIINNDDYYYY!!’ Lindy is een schat van een pony, maar wil niet altijd meteen komen. Daar komt ze eindelijk aangewaggeld. ‘Ha lieverd van me. Ga je mee?’ Ze neemt haar mee naar de stal. Na een uitgebreide poetsbeurt glanst ze nog meer als ze al deed. Sanne legt eerst een vaalblauw dekje met gelpad op haar rug, vervolgens het zadel. Daarna het wit-onderlegde hoofdstel, wie nodig weer eens gepoetst moet worden. Ze zal het wel mee naar huis nemen, straks. Ze zet haar cap op en loopt naar buiten. Gerrit is buiten de andere pony’s, de merrie en ruin Daisy en Flame, naar binnen aan het doen. Nadat ze is opgestegen zwaait ze hem nog uit. Ze stapt eerst totdat ze rechtsaf een zandpad in kan, aan het begin draaft ze, maar zodra ze een halve kilometer verder is gallopeert ze aan. Een rustig arbeidsgalopje, als ze aan het eind komt waar een scherpe bocht zit, neemt ze Lindy terug tot stap. Hier laat ze de teugels wat losser, zodat de pony even op adem kan komen. Na een tijdje te hebben gestapt pakt ze de teugels weer op en gallopeert meteen aan, tot ze bij een klein paadje komt, zodat ze het bos meer in kan. Dat stukje bos ligt langs de snelweg en ligt vol met boomstammen en slootjes waar over- en doorheen kan. Hier doet ze een parcourtje en dan stapt ze terug naar Gerrits’ huis. Als ze afgezadeld heeft bedenkt ze opeens dat Gerrit wilde dat ze nog even binnen kwam. ‘En hoe ging het?’ vraagt hij als ze binnenkomt. ‘Goed, ze was super braaf en ik heb nog wat boomstammetjes gesprongen!’ ‘Mooizo, nou, misschien heb je nu wel dorst?’ ‘Ja, eigenlijk wel. Oh, wacht maar even, ik kan het zelf wel pakken.’ En ze loopt naar de keuken om voor haar zelf een glas limonade in te schenken. Terwijl ze inschenkt begint ze te praten. ‘Maar Gerrit, waar wou je het nou over hebben?’ ‘Nou..’ begint Gerrit moeilijk, ‘het gaat over Lindy. Ga eerst maar eens zitten.’ Sanne neemt het glas mee en gaat zitten aan de grote eikenhouten tafel. ‘Vertel.’ Zegt ze. ‘Ik heb nu drie pony’s, dat weet je natuurlijk. Maar ik word al oud en eigenlijk is drie pony’s een beetje veel. Ik heb al overwogen om ze alledrie weg te doen, maar dat was te pijnlijk. Nou weet je dat Daisy mijn oogappeltje van het stel is. Ik heb haar ook als eerst gekocht, mijn dochter heeft er nog op gereden.’ Sanne voelt het haast al aankomen. Ze vult het verhaal aan: ‘En daarom wil je Flame en Lindy verkopen. Maar.. ik zorg toch voor ze?’ ‘Inderdaad, dat is waar, maar ‘s ochtends kan jij niet komen. En overdag zit je op school. En daar komt het geld dat ze kosten bij, weet je. Ik kan het gewoon niet goed volhouden.’ ‘Maar er moet toch een oplossing zijn..’ stamelt Sanne bedenkelijk. ‘Ja, verkopen..’ klinkt Gerrit bedroefd. ‘Hmm.. ik denk dat ik naar huis ga. Er nog eens rustig over na denken. En dat moet jij ook doen!’ ‘Da’s goed Sanne. Kom je morgen weer?’ ‘Ja, ik denk het wel, met oplossing, koste wat het kost!’ Ze gaat naar buiten, en scheurt weg met haar scooter. De tranen branden achter haar ogen. Maar toch houdt ze het binnen.
Als ze thuis is, zit ze alleen met haar hoofd naar een oplossing voor het houden van Lindy en Flame. Of alleen Lindy. Flame, daar heeft ze toch niet zo veel mee, het is een jonge pony van zeven jaar dus die zou nog best een leuk plekje kunnen krijgen. En Lindy, tja, Lindy. Wie wil er nou een pony van 17 jaar die absoluut niet met andere pony’s overweg kan, een eigen wil heeft, die nog wel eens kan schrikken als je ook een zevenjarige pony kan kopen die braaf is, in de omgang met paarden- en mensen, die er mooi uit ziet en prachtig kan lopen!
Nouja, nu zit ze ook wel alle nadelen van de pony op te noemen. Want ze heeft een prachtige kleur en kan heel lief zijn, en in de wei dressuren of springen vindt ze niet erg, ze zou nog best wel een wedstrijdje kunnen lopen. ‘Sanne! Hallo!’ ‘He, wat?’ ‘Of je de katten even eten wil geven?!’ ‘Ja mam, doe ik!’ ze loopt naar buiten. Haar vader doet net de koeien binnen om gemolken te worden. ‘Hallo pap!!’ ‘Hee Sanne!’ ze loopt door naar de schuur. De katten, Milou en Benny, zitten al te wachten. ‘Hallo, hebben jullie honger?’ Praat ze hardop. Eigenlijk vindt ze katten geen leuke beesten, maarja, haar zus wel. Alleen die is nu weg naar voetbal. En ach, deze katten zijn wel heel lief verder. Als ze het voer in de bakjes heeft gedaan, beginnen de katten gretig te eten. Sanne loopt terug naar het huis, over het erf heen. Ze stelt zich voor dat ze net haar pony heeft gevoerd, die in het schuurtje staat. ‘Heee..’ denkt ze hardop. Als ik niet meer naar Lindy kan.. moet Lindy maar hier komen! Ze rent naar binnen en vertelt alles tegen haar moeder. ‘En mam.. nu dacht ik zo.. de schuur… daar zou best wel een pony in kunnen staan, toch?’ en meteen daarachter aan, als ze de blik van haar moeder ziet: ‘Alstjebliieeeeft??’ Tot haar grote verbazing zegt haar moeder: ‘Hmm. Goed, ik zal het er met papa over hebben.’ ‘Waarover hebben?’ zegt haar zus Liza terwijl ze binnenkomt. ‘Misschien komt Lindy hier!’ ‘Lindy? Ooh, die pony. Mij best.’ Liza houdt helemaal niet van paarden, maar het kan haar ook niks schelen als er toevallig een bij hun thuis komt wonen.
Een week later. ‘Bzzzzzzzzz’ de bel. Dit keer wel om half vier uit, eindelijk, het laatste uur leek wel een dag. ‘Pffft, gelukkig hebben we niet al te veel huiswerk’, zucht Inge. ‘Inderdaad. Maar ik ga, moet nog wat regelen. Tot morgen!’ dit keer niet als eerste, loopt Sanne uit het lokaal. Als ze thuiskomt gaat ze na wat gedronken te hebben naar boven, om haar huiswerk te maken. Als ze eindelijk klaar is, kleedt ze zich om, zodat ze nog naar Lindy kan.
‘Hallo Gerrit, is het goed als ik nog even ga rijden?’ ‘Hoi Sanne. Kom eens hier.’ Sanne gaat zitten. Gerrit kijkt blij. ‘Ik heb eens wat rondgeinformeerd. En er zijn mensen geweest voor Lindy.’ ‘Wat?! Dat meen je niet!’ haar ogen schieten opnieuw vol.
p.s. het kan zijn dat er fouten inzitten, want mijn spellingscontrole doet het niet goed. BTW 1544 woorden