
Inleiding
Mijn leven is een grote leegte waar men geen besef van heeft. Ik leef van dag tot dag, zonder dat er ooit een einde in zicht komt. Een grote vrolijke lach staat vast op mijn gezicht. Alsof het werkelijk zo is dat ik altijd vrolijk ben. Dit verhaal gaat over mijn leventje. Eigenlijk is er niks over te vertellen, maar toch.. Ooh zoveel. Zelfs over een leeg leven is een boek vol te schrijven. Ik ben Chantal. 14 jaar oud en woon in een klein huisje samen met mijn vader, Alsof het al niet erg genoeg is dat ik leef. Leef ik ook nog eens alleen met hém. Hij vertelt mij elke minuut van de dag wat ik fout doe, en dat ik later vooral nooit moet trouwen. Maar beter alleen kan blijven. Een man doet toch nooit iets goed in een vrouw haar ogen. En dat zegt Híj. Een weduwe van 38 jaar oud. Oké, ik geef toe; Het is best een knappe man en veel vrouwen zouden een moord voor hem willen doen. Maar toch na mama wil hij geen andere vrouw in zijn leven. Ja oké, hij heeft mij. Ik dwaal af, ik zal verder vertellen over mezelf. Ik heb fel blauwe ogen en donker bruin haar wat bijna zwart lijkt tot aan mijn kont. Mijn vader wil altijd dat ik het opsteek omdat hij los haar hoerig vindt. Waarom is altijd mijn grote vraag gebleven, haast elke vrouw draagt tegenwoordig haar haren los. Zijn het dan allemaal prutsmutsen? Een onbegrijpelijke vraag en een onbegrijpelijke stelling van mijn vader. Maar ik zal toch moeten doen wat hij wil, hij is tenslotte mijn vader. Mijn moeder is overleden toen ik 8 jaar was. Ze is doodgeschoten, En ook hier op weet ik geen antwoord op de vraag. Wáarom? Niemand heeft mij dat ooit verteld. En ik denk ook niet dat er een dag zal komen dat iemand mij vertellen zal waarom ze doodgeschoten is en door wie, Er wordt over gezwegen alsof het de normaalste zaak van de wereld is dat ik mijn moeder zomaar kwijt ben. Voor altijd.. Elke nacht, elke dag huil ik om mijn moeder. Maar toch, nooit zal ik haar terug krijgen. Ze is voor altijd weg, en ik zal opgroeien zonder haar. Trouwen zonder haar, alles. Ik kan het niet begrijpen. Op de een of andere dag.. Was ze weg.
Hoofdstuk 1
Ik noem mijn dagboek Roos. Omdat mijn moeder zo heet, en dan voelt het net alsof ik het aan haar schrijft. Dan zal ze altijd een klein beetje bij me blijven.
Lieve Roos. 7 april 1978
Vandaag. Was de dag dat ik dacht dat alles anders zou worden, Ik mocht van papa eindelijk naar school. Eindelijk; Na al die jaren thuis les te krijgen, mag ik naar een echte school. Nu ben ik niet meer alleen en misschien zal ik zelfs wel vriendinnen krijgen. Alhoewel ik daar bijna niet op durf te hopen. Ik ben toch zo anders als die anderen, dat zegt papa altijd en dat zal dan ook wel zo zijn. Ik zit hier nu bij de verwarming omdat het te koud is om aan de keuken tafel te zitten. En papa is natuurlijk aan het werk zoals altijd om geld te verdienen. Soms zou ik willen dat ik niet alleen was. Ik word gek van de stilte in dit huis. Van de eenzaamheid om me heen, maarja.. Ik heb weinig keus. Er rolt een traan over mijn gezicht. Ik zou jou alles horen te vertellen. Maar zelfs bij mijn eigen dagboek kost me dat moeite. Ik werd vandaag zo vreselijk gepest, uitgescholden. Ik kan er niet tegen, wat heb ik hen misdaan. Ik vertelde het papa. Hij werd boos op me, hij zei dat ik niet altijd zo moest zeuren. Ik kwam daar om naar school te gaan, niet voor de kinderen. Hen moest ik maar negeren. Toen ik om 3 uur terug naar huis liep zag ik ineens een man. Nouja, je zou denken. Een man? Dus? Wat is daarmee? Hij liep langzaam naar me toe. En ik liep zo snel mogelijk door, hij bleef achter me aanlopen. Om naar huis te komen moet ik door een park, en toen we eenmaal in park waren pakte hij me vast. Hij heeft van alles geprobeerd. En ik durfde me niet te verzetten. Ik had hem moeten slaan, schoppen, bijten. Maar ik deed niks, ik bleef daar liggen alsof ik verlamd was en liet me alles gebeuren. Ik snap het niet, hoe kon ik in godsnaam zo dom zijn. Toen hij opstond ben ik zo snel mogelijk weggerend, zo hard als ik kon. Gelukkig was papa niet thuis toen ik kwam. Ik ben daarna gelijk onder douche gegaan. Ooh roos.. Ik hoop echt niet dat ik zwanger ben, wat moet ik papa dan vertellen? Hij kwam thuis om 6 uur en merkte gelukkig niks aan mij. En al zou hij het merken, wat zou hem het interesseren. Hij is alleen maar met zijn werk bezig, en bezig commentaar op mij te leveren. Maar hoe ik me voel zal hij zich nooit voor interesseren. Na het eten rond 7e uur ging hij gelukkig al snel weg zodat ik naar jou kon schrijven, ik zou je nooit kunnen schrijven waar anderen bij zijn. Ik ben gewoon te bang dat mensen het zullen pakken en denken dat ik allemaal mooie verhaaltjes aan het schrijven ben, was het maar waar.. Dat het leven een groot sprookje was, dan had ik nu lekker buiten gespeeld met vriendinnen. Ik ga slapen. Voordat papa thuis komt, ik wil niet dat hij toch merkt dat er wat is.
Slaaplekker lieve roos..
