, denk ik
) Laat reacties horen of ik een vervolg moet schrijven!! Ik werd suffig wakker. “Huh, waar ben ik?” Dacht ik bij mezelf. “O ja, ik zie het, m’n eigen kamer..”Opeens een rilling van angst, maar ook een gevoel van warmte kwam terug. In mijn herinnering: die vreemde dag van angst en vertrouwen, van gisteren.
De dag was op een normale manier begonnen. Wakker worden, de gedachte van: “Hé, het is zaterdag!” Heerlijk, ik draaide me weer om. Even later ging ik aangekleed naar beneden, klaar voor een heerlijke buitenrit. “Oh, lekker, een eitje en een geroosterde boterham.” Na een lekker ontbijt te hebben gegeten, de afwas gedaan te hebben en de hond uitgelaten te hebben was ik klaar voor vertrek. “Mooi, mijn fiets is al buiten gezet”, dacht ik nog. Opeens was er een mist voor mijn ogen. Een verre stem die toch uit mijn eigen hoofd kwam zei: “Ik ga vallen, ik moet steun!” Daar was gelukkig de deurpost. Jeetje, zoiets was me nog nooit overkomen. “Maar ja, niets aan te doen.” Ik zou wel nog moe zijn van het feest.
Ik stapte op mijn fiets, op weg naar Ykara, mijn prachtige Arabier, die als veulen was mishandeld tot ik haar kreeg. Toen ik eenmaal op de manege was voelde ik me weer bijna normaal. Een beetje misselijk nog, maar dat zou wel overgaan. Voorzichtig stapte ik de box in. “Hallo schoonheid, hoe is het met je?” Het mooie jonge paard kwam schichtig op me af. Ze kende me, maar was nog steeds op haar hoede. Een zachte neus kwam tegen mijn voorhoofd aan.
Oh nee, ik voelde het meer dan dat ik het zag: weer die mist.. “Nee, ik móet rustig blijven”, gaf ik mezelf moed, anders zou ik Ykara’s nog prille vertrouwen weer kapot maken door haar mijn angst te laten voelen. Maar bang was ik wel. Bang dat ik de controle over mijn lichaam kwijt was, bang voor die angst, die machteloosheid. Ik zag Ykara’s neusvleugels trillen, ik voelde haar nervositeit. Ik stapte op haar af en probeerde haar met T-touch te kalmeren, maar zodra ik bij haar in de buurt kwam week ze uit. Ik ging maar even naar de kantine, daar kon ik zitten en dan kon Ykara even kalmeren. Ik zou haar zo wel poetsen en dan konden we gaan.
Toch zat ik ermee dat ze me net zo eng vond. Eenmaal in de kantine dronk ik een kop chocomel en zat wat te kletsen. Katja kwam binnen. Zij wist veel over paarden. Ik vroeg aan haar: “Kat, is het waar dat paarden de stemming van een mens aanvoelen?” Katja antwoordde: “Ja, volgens mij wel, dat merk je toch ook als je erop zit?! Als je bang bent met rijden, voelen ze dat onmiddellijk en dan worden ze zenuwachtig of gaan ze vervelend doen.” “Ja,” antwoordde ik, “dat zou best kunnen”. Iets gerustgesteld ging ik weer naar de box. “Hé meis, hoe gaat het nu met je?” Ik voelde me weer beter en Ykara reageerde niet raar toen ik haar aanraakte. Een flinke rosbeurt later voelde ik me weer helemaal top. “Nog even hoefjes uitkrabben en een zachte borstel eroverheen, en we zijn klaar” mompelde ik zachtjes tegen het paard dat aandachtig leek te luisteren. Vervolgens pakte ik zadel en hoofdstel, zadelde Ykara op, pakte mijn cap en stapte op. Ykara had haar oortjes gespitst en leek er zin in te hebben. Een lekkere rit in het bos leek me op zijn plaats.
Even later, op een mooi verborgen bospaadje moest ik het zweet van mijn voorhoofd vegen. “Jeetje, zó warm was het toch niet?” Maar toch voelde ik me alsof het 30 graden was. Opeens had ik het gevoel dat ik van mijn stokje ging. Het was alsof ik opeens zo licht was als een veertje. Mijn zintuigen leken heel erg scherp. Ik voelde het bos pulseren. Ik voelde het leven, alsof ik er zelf geen deel meer van uitmaakte. Ik leek het zadel te voelen, maar ik keek ook bovenop mijzelf. “Wacht eens even.” Wat gebeurt hier allemaal? Ik kijk naar mezelf, maar voel toch het zadel. “Hé, Ykarááá, haal me hieruit!” Maar ik zag mijn paard met mij erop weg galopperen. Ik zag dat ik slap uit het zadel hing met mijn armen losjes om de kletsnatte nek van de Arabier. Het paard van panisch van angst. Het wit van haar ogen was duidelijk zichtbaar. Ze was kletsnat en hevig aan het hijgen. Ze voelde dat er iets mis was. Haar ruiter hing slap op haar, probeerde niet eens meer iets te doen. Het was alsof ze het gebrek aan leven voelde. Maar, “wacht!” Wat was hier aan de hand?! Het was alsof ik het vanuit een derde persoon vertelde, die dit allemaal zag maar en niets mee te maken had. Wat was dit? Was ik nog mezelf? “Ik denk, dus ik besta”, zei ik tegen de lucht. Ik probeerde het aan de wereld te verkondigen, maar het lukte niet. “Daar ga ik”, zei ik want ik zag Ykara in elkaar zakken en mij van haar rug af glijden. Ik moest weer terug wakker worden, of in ieder geval uit de staat komen waar ik nu in was! “Ik moet leven!” Gilde ik. Ik zag het gebrek aan leven in mijn lichaam, en ik voelde het verlangen naar leven in mijn ziel. Ik zag Ykara wanhopig proberen weg te komen van mijn levenloze lichaam, maar ze zat vast met haar teugels aan een boom. Ze had zichzelf ingeklemd, en ze zou sterven, bedacht ik opeens. Zo alleen in het bos, niemand zou haar vinden. Al was het alleen al voor mijn paard, dan zou ik wakker móeten worden!
Opeens was alles licht. Ik kon mijn ogen open doen en zag het bos om me heen. Ik had het gevoel heel ver weg geweest te zijn, maar het zou ook gekund hebben dat ik gedroomd had. Maar ik lag wel in dezelfde positie als de 2e ik net gezien had, en Ykara lag inderdaad vast. Ik voelde me heel zwak, alsof ik niets gegeten had voor dagen, maar op mijn horloge zag ik dat er nog niet eens 3 minuten verstreken waren.
Ykara was naast me gaan liggen. Ik wilde eigenlijk alleen slapen, maar ik had het heel erg koud. Plotseling voelde ik zachte neusvleugels tegen mijn arm. De ademhaling van de Arabier was weer normaal, en ze leek te weten dat ik weer bij bewustzijn was. Ik wist dat ik moest gaan slapen, de vreemde ervaring had me compleet uitgeput. Maar ik voelde me niet onveilig of zoiets in het bos. Ik had een onvoorwaardelijk vertrouwen gekregen in Ykara, en had het geweldige gevoel dat zij mij ook vertrouwde, die ervaring, hoe kort ook, had ons sterker gemaakt. Zij had mij levenloos gedragen, en me daarna toch willen warm houden. Ze had zich niet laten overmannen door de angst. Anders had ze zich wel compleet los gerukt. Ze was mijn vriendin geworden. Rustig mijn ogen sluitend, en tegen haar aan, viel ik in slaap...
