Het stuk heet: Halfbloed Laaglanders.

Halfbloed Laaglanders
Rielselaaglanders zijn lief en zacht aardig. Maar als je ze gaat berijden of je wil ze vangen worden ze wild en is er niets mee te beginnen. Het zijn namelijk wilde paarden. Ze leven op open vlaktes en gras velden. Als je rustig naar ze toe loopt en zachtjes praat tegen ze dan kan je, met een beetje geluk, over hun hals aaien en met nog meer geluk en je hebt een echte lieverd te pakken, mag je misschien op zijn rug zitten. Maar dat komt niet veel voor.
Je hebt wel halfbloed Laaglanders A. Dat wil zeggen dat je een kruising met een Rielselaaglander en een ander ras hebt. Meestal is dat met een Welsh. Anders wordt hij niet erkend als een halfbloed Laaglander A. Ze zijn wel erg duur in de aanschaf maar ze kunnen dan ook wel erg veel; dressuur, cross, western, mennen, maar vooral het springen is erg goed ontwikkeld bij deze paarden. Je moet wel een goede ruiter zijn om deze halfbloeden te kunnen berijden. Ze zijn erg pittig, niet voor de beginneling en erg gevoelig in de mond en dus zijn ze bedoeld voor ervaren kinderen, meestal van 10 tot 18 jaar.
Voor de echte Laaglander fans die te groot zijn voor een halfbloed Laaglander A, heb je altijd nog de halfbloed Laaglander B. Deze zijn een stuk groter en zijn ook sterker. Het is een echte Rielselaaglander gekruist met een Arabier. Net als bij de halfbloed Laaglander A geld ook voor deze paarden dat je een ervaren ruiter moet zijn om ze te kunnen berijden, ook zijn ze even goed in alle takken van de sport als de halfbloed Laaglander A. Alleen mennen zal met deze paarden niet zo goed gaan.
Na een lange tijd met je paard gewerkt te hebben kan je meedoen aan een evenement waarbij alleen halfbloed Laaglanders aan mee mogen doen. Het evenement is verdeeld over 2 delen, 1 voor de halfbloed Laaglanders A en het andere deel voor halfbloed laaglanders B. Als je aan het evenement deel neemt kan je kiezen uit: springen, dressuur, cross en western. Voor de halfbloed Laaglanders A heb je ook nog het mennen. Het evenement word 2 keer in het jaar gehouden. Het nadeel is dat je met een halfbloed Laaglander niet mee kan doen aan gewone wedstrijden. Dat zou namelijk niet eerlijk zijn.
Een halfbloed Laaglander heeft meer verzorging nodig dan een gewoon paard en is dus ook een stuk duurder te houden. Hij heeft meer ruimte nodig, dus een grotere wei met veel gras en een grote ruime box. Het liefst leven ze met meer halfbloed Laaglanders samen, want ze stammen af van de echte Rielse laaglander en die leven in het wild, in een kudde. Maar een ander ras paard vinden ze ook goed. De box moet minimaal 4 x 4 m zijn. Nou zal je denken, dat mag toch niet, want dan gaan ze rondjes lopen, maar dat doen ze niet. Als je ze in de box zet en je bent er zeker van dat je de halfbloed Laaglander er een langere tijd laat staan, geef hem dan eerst een goede borstelbeurt en geef hem daarna dagelijks een borstelbeurt. Als je hem later weer in de wei zet, doe dan ALTIJD een deken om. Na een week mag hij weer af en doe dan een dunnere deken om. Na 3 dagen mag dat er weer af en hoeft hij niets meer om. Het voordeel is bij deze paarden als je het over de verzorging hebt, dat ze niet zo snel ziek worden. Het kan ook geen kwaad om ze hele dagen aan een stuk in de wei te laten staan. Hoefbevangen worden ze niet. Dit klinkt allemaal heel gek, maar toch is het zo. Ze staan te dicht bij de Rielselaaglanders, die ook heel het jaar door op de grasvlakte leven. Wel moet je ze in laten enten tegen: wormen en andere ernstige ziektes.