
Ikzelf schreef:Het water ruist, klettert op de stenen en schuimend stroomt het verder. De stenen voelen koud aan onder mijn voeten, met mijn handen pluis ik een zaadbolletje uit elkaar. Ik zit onder de waterval, in mijn geheime holletje waar niemand mij zal vinden. Genietend van het ruisende water, het gordijn dat voor mij naar beneden stort. Oneindig veel water, ik vraag me af of het ooit op kan raken. Door het kabaal van het water is er rust, geen gezeur aan mijn hoofd en geen herrie om me heen. Juist door het geluid van het water is er stilte.
Langzaam sta ik op en ga ik onder de waterval staan, recht onder de straal. Daarna zet ik af en duik ik het water in. Ik zwem naar de oever, klim erop en loop richting het huis. Bij het huis wordt siësta gehouden, Roberto leunt tegen een paal van de veranda een leest een boek. Eliza naait met de hand iets in elkaar. 'Waar is José?' vraag ik aan haar. 'In het huis, hij ging, geloof ik, zwemmen.'
Ik open de deur en loop door het huis naar de andere kant, waar het zwembad is. 'José?' 'Ja? Ben jij dat Camilla?’ Ik loop de trap af het water in en waad naar de overkant waar José in het water staat. ‘Wat is er?’ ‘O, ik kom gewoon zomaar naar je toe. Even met z’n tweetjes.’ José kijkt me aan, met zijn prachtige bruine ogen die vol rust en vertrouwen zijn. ‘Zomaar?’ ‘Zomaar.’ Nog een tijd staan we daar samen, in het water. Ik in mijn witte jurk, die aan de onderkant nat is. José in zijn zwembroek, met zijn armen om me heen.
De volgende dag schrik ik wakker van mijn wekker. Het is zeven uur en over anderhalf uur word ik bij mijn uitgever verwacht in Villaviciosa. Het prachtige oude stadje hier vlakbij. Nog met mooie oude huizen en prachtige stranden erbij. Onze haciënda staat net buiten het stadje. Ik kijk naast me, José is al opgestaan. Voorzichtig wikkel ik me uit de lakens en loop ik het balkon op. Even kan ik genieten van het uitzicht over de boomgaard vol met olijfbomen, daarna loop ik weer naar binnen om me aan te kleden.
Opgefrist en vrolijk loop ik een halfuurtje later mijn kamer uit. Ik loop de eikenhouten trap af en daarna de keuken in, ‘Eliza? Is José al naar het dorp?’ Eliza zit buiten voor de keuken de was te vouwen en schommelt heen en weer in de schommelbank. ‘Ja, José was er al vroeg uit, hij ging naar Gijón. Hij gaat langs bij Santiago, ik weet niet precies waarvoor.’ ‘O, oké. Ik ga nu ontbijten, doe jij de boodschappen? Wil je dan ook wat dingen meenemen zodat je vanavond Paella kan maken?’ Eliza knikt en ik ga naar binnen. Lekker even ontbijten!
‘Ik ga Eliza! Pas je goed op de hond? Ik ben wel weer terug voor het middageten denk ik!’ roep ik nog naar het huis waarna ik het pad afrijdt richting Villaviciosa. Een kippen eindje fietsen. Als antwoord roept Eliza nog wat, half onverstaanbaar, ‘Nu maar hopen dat hij je boek goed vindt! Ik…’
In Villaviciosa aangekomen rijd ik op de automatische piloot naar het kantoor van mijn uitgever. In het kantoor is het altijd heel rommelig en druk, een lekkere creatieve werksfeer vind ik. ‘Hoi Elena! Alles goed?’ ‘Ja prima, we hebben eindelijk het boek van Alicia is eindelijk af… Veel edit werk joh, niet te filmen!’ Ik lach, Elena is een van de editors. Ze werkt er al zolang als ik me kan herinneren, het is een wat ouder vrouwtje met een lachend gezicht. Met haar kan ik het altijd al goed vinden.
Na de gewone werkruimte is een kleine gang en dan de grote deur naar de kamer van meneer Sanchez, de baas. Een echt druk baasje mag ik wel zeggen, hij is altijd druk bezig. De uitgeverij is zijn leven, hij heeft hem geërfd van zijn vader en die van zíjn vader. Het is dus een echt familie bedrijf waar de familie zich dagelijks met elke ademteug nog voor inzet.
Ik klop voorzichtig op de deur, ‘Hoi Eduard, kan ik binnen komen?’ Er wordt wat gebromd achter de deur waaruit ik begrijp dat het goed is en voorzichtig open ik de deur. Eduard zit achter zijn bureau te schrijven en als hij op kijkt groet hij me vrolijk, ‘Ha Camilla! De tijd op de haciënda doet je goed! Het is perfect dat José bij je is ingetrokken, voor jou was het met Roberto en Eliza gewoon te leeg… Dit manuscript is je beste tot nu toe! Echt een wereldboek gaat het worden!’ Ik bloos, ‘Dank je voor het compliment, is het écht zo goed?’ Eduard zit helemaal enthousiast achter zijn bureau, ‘Of het écht zo goed is? Het is nog veel beter dan ik je in woorden kan zeggen! Jij kunt die woorden wellicht wel vinden, maar dat komt omdat je ook gewoon een geniale schrijfster bent… Ik meen het, het is echt een ongelofelijk verhaal waarvan we wellicht een bestseller kunnen maken…’
Het verbaast me, ik vond het zelf al een mooi verhaal dat lekker te lezen was, maar dat Eduard het zo goed zou vinden had ik echt niet verwacht. Meestal is hij best kritisch.
‘Vandaag komt Carlos, om met je te bespreken wat voor omslag je wilt en hoe je de stijl binnenin wil. Ik had verwacht dat hij er al zou zijn, maar hij had wat vertraging ofzo. Dus hij zal er snel zijn denk ik.’ ‘Ik ga wel even bijkletsen met Elena en de anderen, ik zie ‘m wel verschijnen!’ Ik loop de kamer uit en ga naar de gewone werkvloer, ‘En, wat vond hij ervan?’ Vraagt ze nieuwsgierig. Ik glimlach, ‘Ik kan het nog steeds niet geloven… Hij vindt het een geweldig manuscript, en de ontwerper voor de omslag is onderweg hierheen. Die had alleen vertraging’ ‘Wát!? Dat is nog eens nieuws Camilla!’ Elena begint enthousiast te lachen. Die middag eet ik samen met Elena in een klein restaurantje in Villaviciosa heerlijke tortilla’s en kletsen we bij over koetjes en kalfjes.
Als we na de lunch terug komen op kantoor zit Eduard te praten met iemand die ik nog niet ken. Zodra hij mij ziet wenkt hij mij. Ik ga bij ze aan tafel zitten en Eduard introduceert de man die bij hem zit, ‘Camilla, dit is Carlos. Carlos en ik hebben al een beetje zitten bedenken wat voor omslag erbij zou passen. Ik zie het wel zitten om een landschapje erop af te beelden, een aquarel landschapje van de omgeving hier. Verder hebben we nog niet zoveel bedacht, Carlos is er nog maar net’ Ik heb geïnteresseerd naar Eduard's ideeën geluisterd, het lijkt me wel wat! ‘Hoi Carlos, ik ben Camilla. Maar dat wist je al.’ Lach ik, ‘mij lijkt het wel wat! Alleen, door wie laten we dat aquarelletje maken? En waar natuurlijk?’ Carlos is een echte Spanjaard van ongeveer mijn leeftijd denk ik, met een vrolijk gezicht en lachende ogen. ‘Nou, ik denk dat het mooi is om een omgeving te nemen die belangrijk was voor de tot stand koming van dit boek…’ Zegt hij terwijl hij me aankijkt met die lachende ogen. Eduard weet het meteen ‘Dan moeten we het uitzicht vanaf de haciënda nemen! Ik weet zeker dat die haciënda ervoor gezorgd heeft dat dit boek zo geweldig is geworden!’ Ik bloos, Eduard moet het wel écht goed vinden! ‘Nu alleen nog de schilder, of schilderes…’ Zeg ik nadenkend. Meteen weet Eduard weer een antwoord, ‘Carlos, jij kunt toch best aardig schilderen met aquarel? Dan denk ik dat dat de handigste en beste oplossing is… Dus Carlos, zou je het leuk vinden een schilderij te maken van het uitzicht vanaf de haciënda van Camilla?’ Carlos lacht, een beetje verlegen lijkt wel, ‘Als Camilla het goed vindt dat ik op haar terrein rondloop, ik zou het met alle liefde doen.’ Carlos’ blik kruist even de mijne, ik lach, ‘Natuurlijk heb ik daar geen problemen mee, ik denk dat José het ook wel goed vindt. Ik zal het voor de zekerheid wel aan hem vragen of dat kan, maar in principe is het geen probleem denk ik. Je zegt maar waar en wanneer je wilt beginnen en als je wil kan je zelfs in de haciënda logeren?’ Ik besluit om eerst even naar huis te bellen om te zien of José alweer thuis is. Dan kan ik even aan hem vragen of hij het ook goed vindt.
Hij is nog niet thuis meldt Eliza door de telefoon, ‘Wat vind jij? Denk je dat José het goed vindt?’ Vraag ik haar. ‘Eh, ik denk het wel. Waarom zou hij bezwaar maken?’ ‘Nou, ik zeg gewoon tegen Carlos dat hij kan komen wanneer hij wil. We hebben ruimte zat dus er is geen enkel probleem! Nou, ik ben er zo weer!’ Ik hang op en ga weer naar Carlos en Eduard, ‘José was niet thuis dus ik heb hem het niet kunnen vragen, maar ik heb wel even overlegd met Eliza, zij dacht ook dat het prima was. Dus je kan komen wanneer je maar wil.’ Carlos en Eduard zijn blij dit te horen en de afspraken worden gemaakt. Aangezien Carlos toch deze week hier bij het kantoor de nodige klusjes zou doen komt hij vanmiddag al. In ieder geval deze week logeert hij op de haciënda. Als we klaar zijn neem ik afscheid van iedereen en vertrek ik met mijn fiets weer naar huis.
‘Hola! Ik ben er weer!’ Zeg ik tegen Eliza als ik om de hoek van het huis kijk en haar zie zitten in de schommelbank bij de achterdeur. ‘Hoi! En wanneer komt meneer de schilder?’ Vraagt ze met een lach op haar gezicht. ‘Hij komt vanmiddag al! Ik ben echt zo in de wolken ermee! Dat Eduard het zo’n goed verhaal zou vinden had ik echt niet verwacht… Hij wil het dus ook veel publiciteit gaan geven en er echt een bestseller van proberen te maken! Echt helemaal geweldig!’ Eliza glimlacht ‘Dus vanmiddag al!? Hoe heet hij eigenlijk? En hoe ziet hij eruit?’ Ik lach, ‘Gewoon, een typische Spanjaard. Hij komt inderdaad vanmiddag al en hij heet Carlos. Hij is ongeveer mijn leeftijd. Maar ik ga naar binnen, even wat eten en drinken. Kan jij de logeerkamer zo in orde maken?’ Eliza knikt en ik loop de ruime, lichte keuken in door de wapperende gordijnen.
Ik drink even een lekker koel glaasje sinaasappelsap waarna ik een boek pak en in de tuin onder de olijfbomen in mijn hangmat ga zitten lezen. Heerlijk zit ik daar te genieten met de zon op mijn rug en het ruisen van de bomen in mijn oren. Na een hele tijd word ik plotseling uit mijn boek gehaald, ‘Camilla? Ik dacht al, wat is het stil hier! Maar toen ik jou zag zitten wist ik dat ik goed zat!’ Ik draai mijn hoofd naar achter en zie daar Carlos staan, ‘Ha, je bent er al? Hoe laat is het eigenlijk? Ik ben helemaal diep verzonken in mijn boek’ Zeg ik vrolijk. ‘Het is al vier uur hoor. Waar kan ik mijn spullen laten? Ik heb ze daar bij de achterdeur even neer gezet.’ Mijn benen laat ik naast de hangmat zakken en ik klim er voorzichtig uit, ‘Ik zal je wel even wijzen waar je kunt slapen en dus ook je spullen laten. Als het goed is heeft Eliza de logeerkamer al klaargemaakt.’ ‘Dankjewel, ik weet nog niet precies hoelang ik blijf, hoelang mag ik blijven? Ik begrijp dat jullie niet hier een maand lang een vreemde in huis willen!’ ‘O, mij maakt het niet uit hoor, ik weet niet wat José vindt, maar ik denk dat hij het ook allemaal wel prima vindt hoor. Dus je blijft maar zolang als je wil en nodig vindt.’
In het huis wijs ik zijn kamer en alle dingen die hij misschien nodig heeft. ‘Het is wel zelfbediening hoor, dus ik zal je ook even wijzen waar het drinken staat, dan kan je dat ook zelf regelen. Verder zal ik je ook even de etenstijden melden en als je nog vragen hebt kun je het altijd vragen aan mij of Eliza.’ Hij lacht, als hij dat doet komen er grappige kuiltjes in zijn wangen. ‘Oké, dankjewel. Ik red me wel, dus als ga maar weer lekker lezen. Als het mag ga ik zo even jullie terrein verkennen!’ ‘Dat is prima. Zolang je maar strikt op tijd bent voor het eten!’ Zeg ik met een lach op m’n gezicht. Carlos lijkt me heel aardig! Ik loop het huis uit naar Eliza die in het moestuintje wat dingen aan het plukken is, ‘Eliza? Weet je hoe laat José verwachte dat hij thuis zou komen?’ ‘Eh, nee, hij heeft niet gezegd hoe laat hij er weer zou zijn… Ik ga zo gewoon koken en als hij niet op tijd is moet hij zelf maar voor eten zorgen..’ ‘Heeft hij z’n mobiel mee? Dan bel ik ‘m even… Ik vind het wel een beetje vreemd. Naja, hij komt vast wel’ Eliza glimlacht geruststellend, ‘Natuurlijk komt hij zo weer!’ ‘Nou, ik ga weer lezen. Carlos is de tuin verkennen en zorgt dat hij op tijd terug is voor het eten.’ ‘Okie!’ Zegt Eliza waarna ze weer verder gaat waar ze gebleven was.
Ik ga even later zitten in de schommelbank en pak mijn boek er weer bij. Het lezen wil niet meer dus leg ik mijn boek weer weg en loop de boomgaard in. Het is echt verrukkelijk weer, de zon schijnt nog aangenaam en een zacht windje waait door de bomen.
Na de boomgaard loop ik mijn paadje op richting de waterval. Hoe dichter ik nader hoe harder ik weer het vertrouwde stromende water hoor. Als ik de bocht om kom zie ik het weer vallen en daarna schuimend wegstromen. Voor mij is dit de rustigste en fijnste plek van de hele tuin.
Ik ren naar het water en duik erin. Met krachtige slagen zwem ik naar de waterval, recht onder de straal klamp ik me vast aan de stenen en probeer me op te hijsen. Ik hijg en voel dat mijn vingers langzaam wegglijden. Opeens pakt een hand mijn pols beet en trekt me omhoog, achter de waterval. Ik veeg het water uit mijn ogen en open ze. Ik kijk recht in de ogen van Carlos die me met een brede grijns aankijkt. ‘Wat doe jij hier?!’ Zeg ik terwijl ik ‘m verschrikt aankijk, ‘Het leek me wel een mooi plekje! En blijkbaar is het al bekend bij sommigen’ Ik lach, ‘Ja, het is echt mijn plekje. De rest van het huis weet er niks van en is er nog nooit wezen kijken. Ik zit er zowat dagelijks, om even na te denken enzo.’ We praten behoorlijk hard om boven het geluid van het water uit te komen. ‘Hmm, dus ik ben de eerste die op jouw plekje komt?’ ‘Ja… Eigenlijk wel ja.’ Ik lach en word langzaam opgeslokt door de donkere ogen van Carlos. Ik voel ze gewoon aan me trekken en langzaam me in zich opnemen. ‘Ik vind het wel een mooie plek. Apart zo onder een waterval. Echt een plek waar je de hele wereld kan vergeten en een nieuw leven kan beginnen.’ Zegt hij vriendelijk, ‘zullen we gaan eten? We moeten zeker wel droog aan tafel komen hè en het is al bijna etenstijd volgens mij.’ ‘Ja, je zult wel gelijk hebben, Eliza zei net dat ze ging koken.’
Naast elkaar stappen we onder de straal en wachten even. Door het gordijn van water probeer ik naar hem te kijken maar daardoor krijg ik allemaal water in mijn ogen. Net als ik mijn ogen weer sluit voel ik een duwtje in mijn rug en duik ik automatisch in het water. Als ik weer boven kom wrijf ik het water uit mijn ogen en kijk om me heen. Naast mij staat Carlos en kijkt hij mij lachend aan als een spelende kleuter. Door hem moet ik ook lachen en even later verdrink ik bijna van het lachen. Onze lach schatert over het water en wordt opgeslokt door het kabaal van de waterval. Door het lachen val ik om en ga ik kopje onder, ik voel de stevige armen van Carlos zich om mijn middel sluiten en mij weer boven water trekken. Half steunend op elkaar klimmen we de kant op, waar we even een tijdje in het zonnetje blijven zitten.
‘Zullen we maar gaan? Eliza is vast al bijna klaar, dan kunnen wij mooi de buitentafel dekken.’ Vraag ik. ‘Dat is goed.’ Antwoordt hij waarna hij opstaat en met mij het pad terug richting het huis loopt.
‘Camilla!’ Roept Eliza me verontrust tegemoet als ze me ziet komen. ‘José is nog steeds niet thuis…’ Zegt ze als we bij haar aangekomen zijn. Bezorgd denk ik na, ‘Heb je hem al geprobeerd te bellen?’ ‘Nee, nog niet, wel gebeld naar Santiago, maar die zei dat José er vandaag helemaal niet is geweest…’ Ik voel mijn hart bonzen in mijn keel en probeer helder na te denken, ‘Ik ga ‘m maar even bellen… Ik hoop maar dat hij opneemt.’
Carlos en Eliza blijven samen achter buiten terwijl ik moedeloos naar binnen loop. In de gang kom ik Roberto nog tegen, ‘Is José er al?’ Vraagt hij, ook al, bezorgd. ‘Nee…’ Zeg ik moedeloos. In de woonkamer pak ik gauw de telefoon en draai zo snel als mijn vingers kunnen José’s nummer. Gespannen ga ik op de bank zitten en hoor ik de telefoon overgaan… Ik wacht op het moment dat er wordt opgenomen. Opeens wordt er opgenomen en hoor ik José gehaast aan de andere kant, ‘José? Waarom ben je nog niet thuis? We zijn allemaal heel erg bezorgd om je…’ Zodra hij hoort dat ik het ben veranderd zijn manier van praten, ‘Ah, Camilla. Sorry hoor, er waren even wat moeilijke dingen bij de zaak. Ik slaap vannacht in een hotel. Ik moet zo weer ophangen, sorry lieverd!’ ‘Wacht even, er zijn een paar dingen die ik je echt moet vertellen… Het eerste, we hebben een logé, iemand die het uitzicht vanaf de haciënda komt schilderen voor de omslag van mijn boek. Eduard was er zeer over te spreken! Hij denkt dat het een bestseller kan worden! Ik dacht dat je het wel goed vond dat we nu een logé hadden.’ Op de achtergrond hoor ik allemaal geroezemoes en het duurt even voor José weer antwoordt, ‘O, dat is prima joh! Ik kom morgen, maar misschien ook wel overmorgen pas weer thuis en logés mogen altijd. Jij bent ten slotte de eigenaar van het huis!’ Zegt hij vriendelijk, ‘maar ik moet nu echt gaan lieverd! Ik zie je morgen of overmorgen weer, tot dan!’ ‘Oké, de volgende keer wel even duidelijker melden hè, als je langer wegblijft! Tot morgen!’ Zeg ik nog waarna hij ophangt… Eigenlijk ben ik helemaal niet zo vrolijk meer. Zoals ik me daarnet voelde onder de waterval, zo had ik me nog nooit gevoeld. Nu is dat allemaal weer weg, door dat geheimzinnige gedoe van José… Waarom had hij niet gewoon gezegd dat hij naar de zaak moest, en had hij niet gelogen over Santiago? Het blijft vreemd, maar ik besluit maar gewoon te vertrouwen op José en ga weer gerustgesteld naar buiten, om lekker te eten met de rest.
Buiten gekomen kijken ze me allemaal benieuwd aan. Eliza is de eerste die de gevreesde vraag over haar lippen weet te krijgen, ‘En? Nam hij op?’ Ik knik en vertel wat José mij net vertelde en dat hij dus morgen of overmorgen weer thuis komt. Eliza kijkt me aan met een veelzeggende blik maar spreekt haar ideeën erover niet uit. ‘Gelukkig maar’ zegt Carlos vriendelijk, ‘zullen we dan maar gaan eten? Anders wordt het alleen maar koud. Da’s ook zonde.’ Ik knik en ga zitten aan de houten tafel.
Eliza schept ons op en daarna beginnen we allemaal te eten. Tijdens het eten wordt er weinig gezegd, je hoort alleen het tikken van het bestek tegen de borden. Carlos houdt ook wijselijk zijn mond, hij heeft waarschijnlijk wel door dat we allemaal het gedrag van José overdenken. Pas aan het eind verbreek ik de stilte, ‘Iedereen genoeg gegeten?’ Ze brommen allemaal instemmend en dus begin ik maar met afruimen. Eliza en Roberto blijven zitten, Carlos loopt me achterna met ook wat dingen in zijn handen. In de keuken gekomen begint hij opeens te praten. ‘Gaat het echt goed met je? Je ziet zo bleek…’ Ik draai me om en kijk hem aan, ‘Ach, het gaat zullen we maar zeggen.’ Met moeite weet ik een glimlach op mijn gezicht te toveren, voor Carlos maakt dat echter niet veel uit, ‘Je voelt je niet goed. Doet José altijd zo? Begrijp me niet verkeerd, ik wilde me er eerst niet mee bemoeien maar ik ben gewoon bezorgd om je.’ Tranen wellen op in mijn ogen, niet omdat ik me zo rot voel, maar om de lieve woorden die een eigenlijk nog vreemde tegen mij zegt. ‘Dankjewel Carlos, het gaat. Het is nog lang niet het einde van de wereld!’ Carlos glimlacht en samen lopen we weer terug naar de buitentafel om de rest op te ruimen. ‘Laat alles maar staan, ik ruim het wel op.’ Zegt Eliza vriendelijk als ze ons ziet komen. Ik glimlach dankbaar, ‘Dan ga ik zwemmen, Carlos, je mag gaan en staan waar je zelf wil.’ Zeg ik en daarna loop ik naar binnen en ga ik me omkleden.
Ben benieuwd wat jullie ervan vinden

*edit* dit laatste stukje hiervan vind ik zelf eigenlijk nog niet helemaal goed... Wordt nog verandert
