De woorden waren gekleurd, uit gescheurd, en opgeplakt. Het was zo’n type brief uit “Bodyguard” Voor de gene die die film kennen. Het was zo’n dreigingsbrief. Maar dan voor mij gericht.
De brief voelde zwaar, door al dat lijm en opgeplakte letters, die samen de woorden moesten vormen. Ik had er in het begin moeite mee om het te kunnen lezen. Want ik durfde het gewoon niet! Maar na de eerste zeven woorden, kwam ik al snel verder. maar durfde nog steeds de tekst niet te vbegrijpen.
“Dag Patty, had je de tv aan?”
Stond er met geplakte letters op geschreven. Ik schrok, iets van buiten, vloog weg. De wind zette op, en de bomen begonnen te waaien. Bladeren in het rond, ze zweefden op de wind.
Ik keek naar het raam, maar zag niets anders dan de bladeren, geen mens te zien!. ik richte mijn ogen naar de televisie , maar ook daar zag ik niks alleen maar reclame, M’n hart ging langzamer, terwijl m’n handen steeds meer begonnen te trillen.
Ik las verder, met mn hart in mn keel. Iets zei me, dat ik moest gaan lezen, maar toch was ik nog steeds bang voor de woorden....
“Hallo Hallo!
In een week tijd zijn er door jou twee honden vergaan
Eerst je hielen likkertje, of te wel je teckel Bello
Daarna die jonge rottkweiler, sorry rottweiler
die nog op het nieuws kwam ook
hij begon op het laatst rood te kwijlen dus ik mocht nog gaan dwijlen
en dat naast de vluchtstrook
en wat je daar zul vinden
zou je wel opwinden
Maar kom tussen nu en elf uur
anders maak niet alleen ik
jou het leven zuur”
Stond er als een gedicht op geschreven.
Ik schrok nog erger, alles was zo gepland! Waarom was ben zo ineens? ik wou gewoon niet...
Toen begon ik het te begrijpen. Ben, hij was gewoon zo’n rotzak geworden! Of was het nou toch Ben niet? Ik was echt totaal de klos kwijt.
k las gespannen verder. Het laatste zinnetje...
“Van, suprise piet, goh wie ben ik niet?
The place 2 be, het park”
Stond er op geschreven.Wie was suprise piet? ik wist wel dat het een van die mannen was, bij het strandtentje. maar wie? En waarom om elf uur in het park? iIk werd echt bang. Warom was er nu niemand hier in huis, die me kon troosten? Zeggen dat alles een droom was. Mij gerust kon stellen? Waar was de aanwezigheid van mn ouders?
Ik barste in tranen uit, toen ik de brief nog eens las. De woorden leken nu nog erger te zijn geworden. Het gedicht was te erg voor woorden. De tranen vielen op de grond. Hoe kon diegene me dit nou aan doen? de seconden leken wel minuten. en de minuten leken wel uren te duren.De tijd leek langzamer te gaan, dan in de werkelijkheid. Maar het ging gewoon even langzaam.
Ik werd om half tien rustiger, de tranen waren al minder.Ik keek naar de doos die nog op de zelfde plek stond. “Wat zou daar in zitten?” Ik kroop er naar toe, en legde mn hand op de doos.
k schudde het voorzichtig heen en weer. Het leek erg licht. Want ik duwde het zo een stukje op zei.
Ik pakte de doos voorzichtig vast, en opende het heel voorzichtig. Ik durfde niet te kijken. Wat als die pup er in zat? Of een lede maat! Of iets anders? Misschien.... Nee dat durfde ik niet te denken.
Ik moest er niet aan denken, dat de pup er in lag, of iets anders.... Ik ademde een paar keer goed in, en ademde een paar keer goed uit. Voor ik besloot te kijken, sloot ik m’n ogen.
Ik opende het nog iets meer, en keek er in.
Een zwart iets lag er in. In ieder geval geen hond. Een opluchting. Ik pakte het voorzichtig uit de doos, en voelde dat het van plactic was. Ik pakte het met twee handen, enlegde het op de grond. `ik twijfelde, wou ik het wel zien?
De nieuwschierigheid over won de angst. ik kon het openen, en deed dat.
Een videoband zat er in. Ik bekeek het goed, en keek naar de tv. Voor ik het wist, liep ik er heen, en zette de videocassette aan. Ik deed het bandje er in.
Ik drukte op play.
“Bello in actie” Stond er in beeld. Ik hield mn adem in. Enkele seconden later zag je de supermarkt in beeld. ik was nog niet in zicht, maar zag wel iemand anders. Joost....
Hij had een telefoon in zn handen, en was stil.
Maar enkele minuten later was de stilte verbroken. “Ze komt!” Zei Joost. Hij ruimde de telefoon op, en verstoopte zich. Ik zag iemand de deur open doen, de uitgang, en zag Bello er uit rennen.
“Belllo!!” Hoorde ik er achter aan. “Wie was die stem?”
Ik keek verder, en zag Bello de weg over rennen. Het werd drukker langs de kant van de weg. Er kwamen fietsers, en voetgangers. En niemand die Bello tegen hield. Niet lang daarna, rende iemand anders uit de supermarkt. Dat was ik!
Bello rende over de weg, en ze rende zo door in de bosjes. De camera kwam achter de bosjes, en daar zag ik Bello in beeld. Iemand pakte een zakmes, en snee een beetje in haar hals. Ineens werd het beeld zwart....
“Do you want more?.....” Stond er in beeld.
Het beeld bleef zo vele seconden in beeld staan. Ik zat op de bank, met tranen in mn ogen. De tranen liepen naar beneden, toen er ineens geklop op de deur was. Ik verstijfde. Wat moest ik nu doen? Ik stond op, en begon te ijsberen. Heen en weer, keer op keer. Het filmpje bleef in mn hoofd zich afspelen. Bello, hoe zij de snee kreeg in haar mooie halsje. Ik kon niet eens horen of het zeer bij haar deed. Dat was echt het aller ergste. Maar ik had het nooit gezien!
De voordeur ging open, en ik hoorde ineens auto’s door de straat rijden. Ze stopten allemaal voor het huis. Voor ik het wist, zat k onder de tafel, in de hoop dat ze me niet zouden zien. De deur bleef open, maar niemand kwam binnen. Na vele lange minuten, kwam ik onder de tafel vandaan. ik keek op de klok. Half elf. Nog dertig minuten, en ik moest in het park zijn. Ik kreeg al een rilling bij het idee.
De auto’s stonden nogsteeds voor mn huis. Lichten aan, en de bestuurders keken allemaal naar mij. Maar ik kon hun gezichten niet goed zien, het was te donker. De auto;s waren donker. Zo te zien wel allemaal dure merken. ik weet niet hoe, maar ik kon dat wel zien. Hoe donker het ook was.
Ik werd angstig. Ik werd gewoon gespioneerd! Ik kroop van de bank af, en sloop (ja wat moest ik anders?) naar de telefoon. Het was niet heel lang dat ik hoefde te kruipen.
De autos bleven staan waar ze stonden. M’n hart zat nog steeds in m’n keel. Net voor de muur waar de telefoon hing, toeterde een auto. Ik schrok me kapot! Ik durfde niks meer te doen. Ik lag stil op de grond, bang voor wat er komen zou.
Geen idee hoe lang ik daar lag, wat ik wel wist, dat het erg lang duurde. Ik kroop langs de muur omhoog, en pakte de telefoon vast. Ik keek nog stiekem naar de auto’s die er nog steeds stonden!
Ik pakte de telefoon van de haak, en toetste 1-1-2 in. Maar ik hoorde niks! Wat was dit? Ik drukte het nog maals in, “een, een twee.” Zei ik in me zelf. Maar ik kon niks horen. Ik wist het al snel. De lijn was dood! Dus ik kon niemand bellen....
Ik werd nog banger, en daar kam bij, dat er iemand voor de voordeur stond. ik keek op de klok, 15 voor 11. Ik moest nu gaan! Ik ging via de achter deur, en klom over de schutting. Wat misschien stond er wl iemand achter de poort. Je weet maar nooit tegen woordig. Ik hoorde geschreeuw in de verte. “Rotzak! Pak haar dan! Nu ontsnapt zij weer!” Hoorde ik.
Snelle voetstappen in mijn richting. “Daar! Ze is in die tuin!” Hoorde ik. Van de angst liet ik me in de tuin van de buren vallen. De val was hard, kort, en pijnlijk. ik ving me zelf op met mn handen, waardoor al het gewicht op mn polsen kwam. Het deed onwijs zeer in het begin!
Daar zat ik, in de tuin van de buren, in de tulpenbollen. Ineens ging er een poort open, maar niet de poort van deze tuin. Ik ademde rustig, tenminste, zo rustig mogelijk. Ik stond op, en ging heel voorzichtig de tuin door.
Een zwrat gedaante, liep voor het huis langs.Ik was geschrokken, en nog steeds bang. Waarom ik? Ik liep snel naar de heg, En ineens ging de poort van deze tuin open...