Ik hoop dat jullie het leuk vinden...
het is niet 1500 woorden ... heb het heel druk.. maar beloofd is beloofd
Ik zakte in elkaar en ging even zitten tegen het schuurtje aan. Wat moest er nu gebeuren? Ik kon hier niet blijven! Misschien zou ik mijn familie nooit meer terugzien! Witjes staarde ik voor me uit. Ik had zo vaak aan later gedacht, misschien een leuk gezinnetje beginnen. Maar nu, nu kon het niet. Ik moest hier weg komen, het moest gewoon! Het kon niet anders, maar aan de andere kant wist ik helemaal niet waar ik was. Ik had wel gehoord dat er aan de andere kant van het bos iets was waar ik nooit mocht komen, Daar moest ik heen!
Langzaam stond ik op en liep naar mijn kamer, daar zat Jason. Hij keek mij aan en vroeg toen: “Wat is er? Je ziet erg witjes, misschien moet je even zitten.” Ik ging zitten en keek hem aan, maar zei niets. Hij ging naast mij zitten en sloeg zijn arm om mij heen. Geluidloos rolden de tranen over mijn wangen. Jason trok mij tegen zich aan “Ssst maar, rustig maar. Wat is er gebeurt?” Ik keek hem aan. “Micheal, Jaap. Ze, ze. Ik ga nooit meer terug!” snikte ik stotterend. Hij dacht even na en keek mij aan. “Je komt nooit meer terug, hebben ze dat gezegd?” vroeg hij nadenkend. Ik keek hem aan en vertelde toen alles, wat ik had gehoord. Al wist ik niet hoe het er zo uitrolde, maar het lukte! Hij bleef rustig luisteren tot ik helemaal uitgepraat was, toen keek hij me aan. “Ik heb nooit geloofd dat ze dit ooit zouden doen eigenlijk, maar ik geloof jou ook.” Ik keek hem aan, dus hij wou gewoon helemaal niets doen?! “Als het aan mij ligt gebeurt er niets met jou, maar ik kan niet tegen hen op.” zei hij weer. “We moeten iets doen! Ik moet weg, ik heb gehoord dat achter het bos iets was waar ik niet heen mocht.” Ik keek hem vol verwachting aan. Hij knikte: “Ja, maar ze weten dat je als eerste daarheen gaat, omdat dat het dichtst bij ligt. Je kan daar niet heen.” De moed zakte weer in mijn schoenen. Het was een tijdje stil en ondertussen had ik mijn tranen weggeveegd. Na misschien wel een halfuur begon Jason pas weer te praten. “We gaan in ieder geval weg, ik weet nog niet hoe. Het moet lukken, maar het moet ook goed over nagedacht worden. Ik vertel je wel meer als ik iets verzonnen heb. Maar laat niets merken!” Ik knikte. Nog steeds had hij zijn armen om mij heen, het voelde vertrouwd. Bij hem was ik niet bang, ik wist niet veel van hem, maar hij straalde zoveel vertrouwdheid uit.
Het was al twee dagen verder en nog steeds had ik niets van Jason gehoord. Ondertussen was ik aardig zenuwachtig geworden, het liefst was ik allang weggegaan! Al wist ik wel dat ik niet zomaar iets kon doen, dat had geen zin. Ongeduldig wachtte ik maar, tot op een avond Jason binnenkwam en mij veel betekenend aankeek.
Op dat moment kon hij het niet vertellen, want Micheal en Jaap waren in de buurt. Maar de volgende dag toen we aan het werk waren, kreeg ik het eindelijk te horen. “We moeten snel weg, ik heb erover nagedacht en weet hoe we gaan. Het zal zeker geen gemakkelijke weg zijn, maar het zal wel moeten. Ik weet niet hoelang, maar we zullen een hele tijd onderweg zijn. En het moet snel, heel snel gebeuren! Jaap en Micheal worden ongeduldig en willen door met hun plannen, je bent hier alleen nog door mij. Maar daardoor zullen zij niet afschrikken.” Ik knikte. “Ik weet niet hoe je het precies wil doen, ik weet geeneens waar we zijn. Je hoeft mij niets te vertellen, want dat zal geen zin hebben en dat is het beste denk ik. Ik zal de spullen verzamelen die we nodig hebben.” Antwoordde ik hem.
De volgende ochtend kwamen Micheal en Jaap onze kamer binnen, geschrokken keek ik hen aan. “Jason, wij moeten wat zaken afhandelen. We komen morgenavond weer terug. In die tijd moet je goed op haar passen. Want anders...” Zei Micheal. Jason knikte ernstig en antwoordde toen: “De vorige keer ging het ook goed, dat weten jullie.” Micheal knikte en Jaap fluisterde wat in Micheals oor. “We gaan nu en als we terug zijn hebben we een verassing voor je Liesbeth.” Ik keek Micheal ongelovig aan. Zou ik dan toch naar huis gaan? Ik hoopte het maar. Toen liepen ze weg, stapten in hun auto en scheurde weg. Nog geen minuut later stond Jason op en verzamelde allemaal spullen. “We gaan dus niet werken?” vroeg ik onnozel. “Nee tuurlijk niet, maar ik moet er wel even heen. Je moet ziek gemeld worden anders krijgen Jaap en Micheal het te horen.” Ik knikte en Jason ging verder. “Verzamel jij verder spullen, ik ben zo terug.” Hij liep weg en ik ging de spullen verzamelen die we nodig hadden. “Kleren, eten, water...” Alles ging ik langs en gooide het in een paar tassen. Het moest wel gemakkelijk mee kunnen, natuurlijk! Toen Jason terugkwam, was ik klaar. Hij knikte goedkeurend en vertelde toen meer van zijn plan.