Sorry dat het zo lang heeft geduurd. Maar hier dan toch een vervolg 
Citaat:
Uit de badkamer komt een jongedame van ongeveer mijn leeftijd, met een fleurig en bloemig zomerjurkje aan, een grote tas onder haar arm, roze slippertjes aan haar voeten met goudgelakte teennagels en een donkere zonnebril tussen haar duidelijk geblondeerde haar geprikt. Om haar nek heeft ze een glimmende ketting met enorme parels eraan, parels die er erg veel op lijken zitten in haar oren en aan haar hand heeft ze een gouden ring met óók zo’n parel. Haar ogen zijn redelijk dik opgemaakt en haar lippen zien er onnatuurlijk rood uit. Met een duidelijk gemaakte grijns kijkt ze me aan, ‘En jij bent?’ Vraagt ze aan mij alsof ik degene ben die in haar huis ben komen binnen vallen… Dat overvalt mij dan ook een beetje, ‘Nou, ik woon hier.’ Probeer ik vriendelijk te zeggen. Misschien zijn het wel vooroordelen van mezelf denk ik, misschien is ze gewoon een zus van José! Waar hij me dan nog nooit over heeft verteld… ‘En met wie heb ik hier het genoegen?’
Voor ze kan antwoorden hoor ik de slaapkamerdeur aan het eind van de overloop opengaan, ik kijk opzij en zie José eruit komen in zijn Armani pak. ‘Nou José, ik stelde haar net een vraag die jij vast beter kunt beantwoorden, wie mag dit wel niet zijn?’ Vraag ik met een dreigende ondertoon aan hem, ‘ze lijkt niet bepaald op je, dus een zus zal het wel niet zijn…’ De vrouw trekt haar kleurige omslagdoek wat om haar heen en loopt op haar slippers naar José, die haar een beetje van zich af houdt. ‘Nou, krijg ik nog antwoord?’ ‘Eh… Camilla, dit is Arcelia… Zij eh..’ De vrouw, die dus Arcelia heet, heeft de wegduwende armen van José doorbroken en leunt nu tegen hem aan. Ik kan het niet langer aanzien, kots misselijk word ik ervan… ‘Wel José, ik was er al achter gekomen dat je eigenlijk veel meer tekortkomingen hebt dan ik kan accepteren. Dus zo’n probleem kan ik er niet mee hebben… Wat kom je hier eigenlijk doen, met je nieuwe scharrel?’ Arcelia kijkt mij grijnzend aan en ziet eruit als een valse slang. ‘Nou,’ José’s stem klinkt veel sterker opeens, nu die heks naast hem staat, ‘Ik kom mijn spullen halen, ik vertrek naar Gijón, om daar te gaan wonen.’ Ik kijk hem verbluft aan. Een paar dagen geleden lag hij nog naast me in bed en nu vertrekt hij… Het leven kan sneller veranderen dan je kunt bedenken blijkbaar. ‘En, als ik vragen mag, hoelang kennen jullie elkaar al?’ Nu leg ik mijn vinger blijkbaar op een pijnlijke plek bij José. Hij is dan ook even stil, zodat Arcelia antwoordt, ‘Hm, ongeveer een half jaar ofzo?’ Haar stem snijdt door de lucht, haar slangachtige ogen kijken me zelfingenomen aan, ze grijnst weer vals… Ik krijg een sterke aandrang om dat valse gezicht van haar eens te bewerken… Toch weet ik mijn gezicht in een plooi te houden en mijn lichaam te beheersen, ‘Zozo… Waarom kwam je dan überhaupt bij me intrekken? Trouwens Arcelia, zou ik even met José onder vier ogen mogen spreken. Dat wil zeggen, met z’n tweeën, zónder jou erbij.’ Arcelia doet haar mond open om wat terug te zeggen, maar José knikt, ‘Ik ben zo terug bij je, popje.’ Nu krijg ik toch echt kots neigingen, hoe dúrven ze zo te spreken in míjn huis!? ‘Ga maar even naar beneden. We komen zo.’