[Verhaal] Nog Titelloos

Moderators: Essie73, NadjaNadja, ynskek, Polly, Telpeva, Muiz

Toevoegen aan eigen berichten
 
 
supertygetje

Berichten: 2917
Geregistreerd: 24-02-03

Re: [Verhaal] Nog Titelloos

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 16-09-05 15:00

@ Esther_r20: Kevin is tegelijk met al haar andere vrienden uit haar leven gestapt, zeg maar. Maar ik weet ook niet precies hoe dat er staat. Daarom ga ik ook eerst dit helemaal afmaken enzo. (nog een keer lezen + bewerken)

En ik denk dat een volgend verhaal 'Roze Lucht' zou heten.
Lief he?

aukjegm

Berichten: 833
Geregistreerd: 19-02-05
Woonplaats: Utrecht/St. Oedenrode

Re: [Verhaal] Nog Titelloos

Link naar dit bericht Geplaatst: 16-09-05 16:54

heel goed stukje!!
ik vind het ook een goed einde!!

supertygetje

Berichten: 2917
Geregistreerd: 24-02-03

Re: [Verhaal] Nog Titelloos

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 17-09-05 15:20

Dankjewel aux!

Kippesoep
Berichten: 591
Geregistreerd: 02-04-05

Re: [Verhaal] Nog Titelloos

Link naar dit bericht Geplaatst: 18-09-05 15:43

Aaaaah ik was op vakantie en toen op mn kamertje in verweggistan en nu ben ik thuis en nu is t afgelopen Maar echt wel helemaal super leuk verder geschreven ik vind het een geweldig verhaal heel herkenbaar enzo!!!
Maak maar een volgend deel pleaseeeee

Groetjes kippesoepje

Surion

Berichten: 3067
Geregistreerd: 13-07-04
Woonplaats: La douce Belgique!

Re: [Verhaal] Nog Titelloos

Link naar dit bericht Geplaatst: 20-09-05 17:07

Wanneer komt het volgende stukje

supertygetje

Berichten: 2917
Geregistreerd: 24-02-03

Re: [Verhaal] Nog Titelloos

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 22-09-05 01:51

CAuvraySky, het verhaal is afgelopen.

Joy
Berichten: 216
Geregistreerd: 31-07-05

Re: [Verhaal] Nog Titelloos

Link naar dit bericht Geplaatst: 25-09-05 16:25

Waaaaaaaaaauw! Je hebt nog een fan erbij hoor ! Ik had de eerste stukjes een paar dagen geleden gelezen en toen moest ik huiswerk maken... maar dat verhaal bleef gewoon in m'n hoofd rondspoken, ik moest het aflezen ! Dus dat heb ik vandaag gedaan, ten koste van m'n hw ! Maar echt, ik vind je een hele fijne schrijfstijl hebben. Zowel de zinnen zelf als de echte inhoud, het is heel erg herkenbaar. Bijv. dat je je het ene moment supergelukkig voelt en dan binnen 5 minuten kan dat weer anders zijn... of dat 'moment van goedheid' wat je beschreef enzo... Echt toppieeeee!

*zal trouw wachten op een nieuw verhaal*

supertygetje

Berichten: 2917
Geregistreerd: 24-02-03

Re: [Verhaal] Nog Titelloos

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 26-09-05 01:54

Haha. Superbedankt Joy!
Dat vind ik zooo leuk om te horen, he!

urdal_lover
Berichten: 749
Geregistreerd: 15-03-05

Re: [Verhaal] Nog Titelloos

Link naar dit bericht Geplaatst: 27-09-05 12:58

hallo,

ik heb nu een deel gelezen en vind het een leuk verhaal.
zou hij alleen een keer helemaal erop kunnen ?
of zou je hem naar mij willen pben ..

alvast bedankt

urdal_lover
Berichten: 749
Geregistreerd: 15-03-05

Re: [Verhaal] Nog Titelloos

Link naar dit bericht Geplaatst: 27-09-05 22:30

ik heb het al helemaal gelezen! super verhaal! ga zoo door !

supertygetje

Berichten: 2917
Geregistreerd: 24-02-03

Re: [Verhaal] Nog Titelloos

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 28-09-05 02:11

Sandra kon zich niet concentreren op haar proefwerk. Chris die moeilijk deed over het feit dat ze zaterdag niet meeging, haar ouders die haar cijfers te laag vonden, en Bella, die ziek was. Chris moest maar niet zo moeilijk doen. Nou ja, misschien zou zij het ook wel niet leuk vinden als hij naar een ander meisje ging, maar ja, ze had nou eenmaal biologie bijles. Anders kwam het al helemaal niet meer goed met haar cijfers. Dat was dan weer haar ouders’ probleem. Cijfers. Ze wilde wel goede cijfers halen, maar er waren nou eenmaal veel interessantere dingen dan huiswerk. En zeker sinds Chris en zij verkering hadden, werd haar huiswerk dan nog wel eens overgeslagen. En dan Bella nog, die heel zielig rond liep met haar pootje in het verband. Haar vader had haar niet door de voordeur zien glippen, terwijl hij naar buiten liep, en had haar toen perongeluk aangereden. Arme Bella. Volgens de dokter zou het allemaal goedkomen. Het ging ook goed, totdat haar beentje begon te ontsteken. Maar Sandra moest zich op haar proefwerk concentreren.

4. f: x → 4x – x²; D = {1, 2, 3, 4, 5}

Hoe moest dat ookal weer? Het kon haar ook niks schelen. Ze wilde wel een goed cijfer maar ze was het zat. ‘Mag ik even naar het toilet?’ vroeg ze. Het mocht. Sandra stond op en liep het lokaal uit. Ze liep naar de damestoiletten en keek in de spiegel. Ze was best knap. Niet echt knap, maar zeker niet lelijk. Zou Chris haar knap vinden? Of alleen aardig? Of wilde hij gewoon een vriendin, en maakte het hem verder allemaal niks uit? Nou, hij vond het niet leuk dat ze naar Kevin ging, dus hij gaf wel iets om haar. Of was dat onzin? Ze wist het niet meer. Had ze daar nou een puistje? Ja. Hè, bah. Ze zuchtte. Wat lastig allemaal. Altijd maar dat huiswerk, wat ze ook nooit eens te laat in kon leveren. En dan al die mensen die altijd dingen met haar wilde doen. Maar ze wilde geen ‘nee’ zeggen. Ze was bang dat mensen haar dan niet meer zouden vragen. Of misschien wilde ze van binnen wel gewoon niemand teleurstellen. Aan mensen teleurstellen had ze sowieso wel een hekel. Dat zag je aan het feit dat ze er erg mee zat dat ze Chris had moeten afbellen, voor zaterdag. Ze zuchtte opnieuw. Nou ja, als ze haar ouders niet teleur wilde stellen moest ze maar terug gaan en zich op haar wiskundeproefwerk gaan concentreren. Ze liep weer terug naar het lokaal en concentreerde zich op haar proefwerk. Toen ze de helft van de sommen gedaan had, ging de bel. ‘De tijd is om, jullie moeten het nú inleveren’ zei Meneer de Bruin. ‘Goed gemaakt?’ vroeg Lieke. ‘Nope.’ antwoordde Sandra en verliet het lokaal. Dat cijfer zouden haar ouders wel weer heel erg waarderen.

Sandra belde aan bij Kevin. ‘Hoi,’ zei ze, ‘alles goed?’ ‘Jawel, hoor.’ antwoordde Kevin nog slaperig. ‘Dus eh, ja. Dan moeten we maar biologie gaan doen, he?’ ‘Eh... ja.’ antwoordde Sandra een beetje ongemakkelijk. Ze liepen naar de huiskamer. ‘Wil je wat drinken?’ vroeg Kevin. ‘Eh... Ja, ik lust wel een beetje cola... Alsjeblieft.’ Kevin lachte een beetje en liep toen de deur uit, naar de keuken. Sandra keek eens rond. Er stonden foto’s van Kevin, zijn broertje en zijn ouders. Hij zag er wel schattig uit toen hij klein was. Nu nog steeds wel, op zich. Iets volwassener natuurlijk. Eigenlijk was Kevin best knap. Zo had ze hem nog nooit bekeken. Zo keek ze eigenlijk alleen naar Chris, want híj was haar vriendje. ‘Alsjeblieft!’ zei Kevin. ‘O, dankjewel!’ zei Sandra verschrikt, terwijl ze haar cola aanpakte. ‘Nou, biologie. Hoofdstuk 4. Bladzijde 123. De evolutietheorie.’ Kevin praatte over biologie, maar Sandra lette niet echt op. Ze dacht aan Chris. Ze dacht aan hoe ze bij de film had kunnen zijn met hem. Hij had naar een of andere romantische comedie gewild. Zij had “nee” moeten zeggen. En hij had gebaald. Hij had geroepen dat ze verliefd was op Kevin, en daarom niet wilde. En toen had zij verdrietig gezegd dat dat helemaal niet waar was, en dat ze juist dolgraag had willen gaan. Met tranen in haar ogen had ze gezegd dat hij gemeen was en dat het niet eerlijk was dat hij dat zei, omdat zij er ook niets aan kon doen. Zijn humeur was omgeslagen. ‘Sorry, sorry.’ had hij gezegd. Hij keek schuldig en zei dat het hem speet. Toch zei hij niet dat het niet uitmaakte. Sandra dacht dat het hem dus toch nog wel uitmaakte, dat hij er toch mee zat.
‘... door Darwin. Begrijp je dat?’ vroeg Kevin. Sandra was nog steeds in gedachten verzonken en gaf geen antwoord. ‘Hallo?’ Sandra staarde alleen maar suf voor zich uit. Kevin schudde haar door elkaar, ‘Sandra? Wat is er met je?’ ‘O, o, eh... niks.’ ‘Begrijp je het nu?’ ‘Eh... ik denk het wel.’ loog Sandra. ‘Goed,’ zei Kevin, ‘dan zijn we denk ik klaar! Dat was best snel.’ En hij stond op en liep naar de deur. Sandra graaide verward haar spullen bij elkaar en stond op. In een waas liep ze door de deur en vertrok. ‘Doei, tot maandag.’ zei Kevin en bleef een beetje verbaasd achter. Sandra stapte op haar fiets en reed naar huis. Onderweg knalde ze nog bijna tegen een auto aan, die heel hard op de rem moest trappen om dit te voorkomen.

Maandag, tweede uur. Biologieproefwerk. Daar zat ze dan. Ze begreep er natuurlijk niks van. Ze had ook moeten opletten bij Kevin, maar ze was toen, zoals zo vaak, in gedachten verzonken.

3. Waarom werd de theorie van Darwin niet meteen geaccepteerd?

Wist zij veel. Kon haar dat wat schelen. Het vak biologie was gewoon zo saai, en zo onbelangrijk in haar ogen. Ze had nog nooit iets geleerd wat haar echt interesseerde. Ze had nog nooit iets geleerd waarvan ze dacht dat ze er later iets aan zou hebben; nog nooit iets gehoord dat haar boeide. Het vak kon haar gewoon helemaal niks schelen. Nou ja, praktisch gezien kon het haar natuurlijk wel wat schelen, want ze wilde toch graag een goed cijfer. Hoewel dat meer was omdat haar ouders dat leuk zouden vinden en ze dan iets leuks met Chris kon gaan doen, dan omdat ze het nou echt zo belangrijk vond om goede cijfers te halen en niet te blijven zitten. Ze had gewoon geen zin om op zaterdag naar Kevin te gaan om biologie te doen. Niet dat Kevin niet aardig was, in tegendeel. Maar biologie was zo saai. Was het maar vast pauze. Dan kon ze naar Chris. Hij was zo leuk. Ze hadden nu twee maanden verkering en Sandra was superverliefd. “Nog 15 minuten” zei Men. Visser. Vijftien minuten? dacht Sandra. Ze had nog maar een kwart van het proefwerk gemaakt. Ze probeerde zich goed te concentreren en was net voor de bel ging klaar. Op naar wiskunde.

“... Marijke, een 9,2. Kevin, een 8,4. Erica, een 8,9. Sandra, een 3,4...” Een 3,4? dacht Sandra. Een 3,4? Had ze het zo slecht gemaakt? Dat betekende dat ze misschien twee sommen goed had. Zo slecht had ze het toch niet gedaan? Blijkbaar wel dus. En iedereen had hoge cijfers. Het proefwerk was echt heel goed gemaakt. Ze voelde zich dom. Hoe kon zij zo dom zijn? Iedereen had achten en negens, en zij had een 3,4! Dat was onvoldoende. En niet een gewone onvoldoende, een dikke onvoldoende. Ze kon haar ouders’ preek al horen. “Zat je weer te veel bij Chris? Heb je je huiswerk niet gemaakt? Jij bent verantwoordelijk, Sandra. We worden niet boos voor ons, maar voor jou. Jij moet straks op je zelf kunnen wonen. Als je geen goede cijfers haalt, kom je niet ver in het leven. Je moet je een beetje inspannen. Als wij er niet meer zijn ...” Als ze zo door gingen, ging ze dat nog hopen. Nee, dat was niet waar. Dat mocht ze niet zeggen. Maar ouders konden wel zeuren hoor. Ze had heus wel geleerd. Ze wilde heus wel een goed cijfer. Na al hun preken wist ze ook heus wel wat de consequenties waren. Maar het ging gewoon niet. Ze kon zich niet concentreren en wiskunde was gewoon moeilijk. Volgens haar leraar had ze er ook ‘geen gevoel’ voor.
De proefwerken werden uitgedeeld. Kevin, achter haar, was blij met zijn 8,4. Dat mocht ook wel. Haar proefwerk was helemaal rood. In plaats van twee sommen goed, had ze er geen enkele goed. Ze had punten gekregen voor een paar sommen die ze half goed had. “Mag ik jouw proefwerk zien?” vroeg ze aan Kevin. Toen hij zijn blaadje gaf, had ze het gevoel het meest moeilijk te begrijpen stuk papier in haar handen te hebben. Waar ging dit in vredesnaam over? Wat was dit? Chinees? “Snap je je fouten?” vroeg Kevin. Ze wilde ja knikken, maar bedacht dat ze beter hulp kon vragen, wilde ze ooit nog iets van wiskunde begrijpen. Als ze maar geen bijles hoefde. Dat betekende nog meer tijd die ze niet met Chris kon doorbrengen. Ze zuchtte. “Nee,” antwoordde ze toen, “ik snap er helemaal niks van.” Anders had ik natuurlijk ook geen 3,4, dacht ze. Kevin begon het haar uit te leggen. Ze bewonderde hoe geduldig hij kon zijn, terwijl zij hem telkens op nieuw vroeg het uit te leggen. Dit keer lette ze wel op. En nu begreep ze het wel. Het was eigenlijk heel simpel! Nu hij het uitlegde begreep ze het meteen. “Dankjewel, dankjewel! Nu snap ik het allemaal!” zei ze blij, toen hij haar al haar fouten had uitgelegd. Men. de Bruin schreef het huiswerk op het bord en toen ging de bel. Sandra stopte haar spullen in haar tas en wilde graag pauze gaan houden, maar Men. de Bruin vroeg haar nog even te blijven. Ze zuchtte. Moest hij haar nu ook nog een preek gaan geven? Het bleek mee te vallen. Hij vroeg haar of ze haar fouten nu begreep. Sandra was blij “ja” te kunnen zeggen, zonder te hoeven liegen. Men. de Bruin vroeg waarom het dan mis was gegaan. Ze antwoordde dat ze zich moeilijk had kunnen concentreren. Men. de Bruin leek even na te denken. Hij keek naar de grond, keek toen naar haar, en zei toen: “Sandra, ik doe dit normaal niet. Maar je cijfers is wel erg laag, en ik wil je graag nog een kans geven. Ik denk namelijk dat je het wel kan! Als je wilt mag je na schooltijd komen en het opnieuw doen.” Sandra was verbaasd. “Serieus?” vroeg ze, “meent u dat echt?” “Ja,” zei Men. de Bruin, “maar heb het er maar niet met iedereen over. Je hebt van die mensen die dan weer komen zeuren dat het oneerlijk is, of dat ik mensen voortrek.” “Nee, nee, natuurlijk niet.” zei Sandra, helemaal gelukkig. Nu zouden haar ouders er dus ook niet achterkomen wat voor cijfer ze had gehaald. “Dankuwel” riep ze, terwijl ze snel het lokaal uitliep om Chris dit te vertellen.

“Chris, Chris!” riep Sandra, toen ze hem zag staan, maar Chris reageerde niet. “Chris!” riep ze weer, terwijl ze snel de trap afliep. Maar Chris draaide zich niet om. Een beetje teleurgesteld liep Sandra naar hem toe en tikte op zijn schouder. Chris reageerde afwerend en mompelde een paar woorden. “Chris, wat is er? Ik ben het!” zei Sandra, zich afvragend waarom hij zo reageerde. Chris draaide zich boos om. Hij zei: “Ik ben aan het praten, Sandra. Heb je geen vriendinnen om tegen te zeuren?”, waarna hij zich weer in het gesprek met zijn vrienden mengde. Sandra was verontwaardigd, boos en verdrietig. “O, o, denk je er zo over.” zei ze, terwijl de tranen in haar ogen opwelde. Ze hoopte, en verwachtte ook wel een beetje, dat Chris zich om zou draaien en zou zeggen dat het hem speet. Maar nee, Chris bleef gewoon staan praten. Het leek er op dat hij er niks om gaf dat zijn vriendin achter hem bijna stond te huilen en hem iets te vertellen had. Het leek er op dat hij het volkomen normaal vond om tegen haar te schreeuwen. Sandra was boos, maar misschien nog wel meer verdrietig. Ze liep weg, naar de wc. Ze hoopte dat niemand haar tranen zou zien, en niemand haar vragen zou stellen. Ze wilde niet vertellen hoe gemeen haar vriendje was, want ze hield van hem. Toch? Ze was zó blij geweest, omdat haar cijfer niet meetelde. Maar wat kon haar dat nu nog schelen? Chris, degene op wie ze zo verliefd was, was blijkbaar boos op haar. Ze had toch niks verkeerd gedaan? Of was het omdat ze zaterdag naar Kevin was gegaan? Maar daar hadden ze toch al onenigheid over gehad? Dat vond hij nu toch goed? Of was hij zomaar van gedachten veranderd? Of gaf hij toch niks om haar? Wat was er mis? Aangekomen bij de damestoiletten, opende ze de deur en vond Lieke. “Meissie toch, wat is er?” vroeg ze. Sandra wist niet wat ze moest antwoorden. Ze wilde niet liegen. Maar ze wilde de waarheid niet vertellen. “Eh, ik voel me niet zo lekker.” zei ze uiteindelijk. “O,” antwoordde Lieke, “moeten we even langs de conciërge? Misschien heeft hij een aspirientje, of hij kan je naar huis brengen.” Sandra wilde graag naar huis. Heel graag zelfs. Maar dan moest ze haar moeder óf uitleggen wat er met Chris was gebeurd, óf ze moest doen alsof ze ziek was. En dat zou haar moeder vast merken. En áls ze dat zou merken, dan zou ze waarschijnlijk willen weten wat er dan écht aan de hand was. Vandaar dat ze antwoordde: “Nee, het gaat wel”, waarna ze een toilethokje binnenging.

Toen Lieke, na nog een keer gevraagd te hebben of er echt niks was, een beetje verbaasd vertrokken was, begon Sandra weer te huilen. Ze voelde zich vreselijk, maar wilde eigenlijk niet huilen. Dat stond zo kinderachtig. Als iemand het zou zien zouden haar klasgenoten haar vast uit gaan lachen. Toch kon ze niet stoppen met huilen. Ze vond zichzelf heel zielig. Ze begreep er niks van. Waarom deed Chris zo tegen haar? Na een tijdje over deze vraag nagedacht te hebben, vond ze dat haar gedrag eigenlijk heel puberaal was. Op de basisschool hadden ze al gezegd dat je ging veranderen. Niet alleen lichamelijk, maar ook mentaal. Toen had ze gedacht dat dat wel mee zou vallen. Misschien gebeurde dat bij sommige mensen, maar niet bij haar. Maar ja, nu zat ze te huilen op de wc vanwege haar vriendje dat boos deed, en had ze ruzie met haar ouders vanwege haar cijfers. Dat was zo’n beetje de definitie van puber! Ze zuchtte. Zo wilde ze niet zijn. Maar zo was ze blijkbaar. Maar wat maakte het uit of ze zo was? Belangrijker was waarom Chris zo deed. Ze begon weer te sniffen. Haar leven was te moeilijk. Weer vond ze zichzelf behoorlijk zielig. Plotseling ging de deur met een piepend geluid open. Ze schrok. Bah, nu kon ze niet meer uit de wc komen om haar gezicht een beetje te restaureren met wat make-up, zodat ze nog even van haar pauze kon genieten. Nou ja, Chris deed toch niet aardig, en ze had eigenlijk ook geen zin om verhalen over vriendjes, make-up, kortingen en films aan te horen. Dat klonk trouwens ook best puberaal. Dan maar wachten tot die persoon klaar was. Sandra keek naar de vloer. Die was eigenlijk best vies, en het rook ookal niet echt fris. Voor haar hokje zag ze de gloednieuwe, lichtblauwe vans van het meisje dat net was binnengekomen. Die schoenen had ze eerder gezien. Wie had die ookal weer? Niet Lieke, niet floor... Esther! Esther had die schoenen. Wacht eens even, dacht Sandra, dan is dat waarschijnlijk Esther! Was zij even blij dat ze niet uit het hokje was gekomen. Nu kon ze gewoon blijven zitten, totdat Esther naar de wc was geweest en weg was, dacht Sandra. Maar toen klopte Esther op haar deur. “Zit hier iemand?” vroeg ze. “Ja, ik!” antwoordde Sandra, met een enigszins bibberende stem. “Sandra? Ben jij dat?” vroeg Esther. “Ja.” zei ze. “O, leuk! Hoe is het?” “Eh, goed hoor.” Antwoordde Sandra, niet eens omdat ze haar werkelijke gevoelens wilde verbergen, maar gewoon omdat dat haar standaard antwoord was. “Wacht je zo even? Dan kunnen we nog even kletsen.” O nee, dacht Sandra. Dan komt ze er toch achter dat ik gehuild heb en dat er iets aan de hand is. En zo erg is het allemaal niet eens. Zo gauw Esther een hokje inging, ging Sandra er uit, en probeerde zo snel mogelijk wat make-up op te doen. Maar haar ogen waren helemaal rood. Dat ging heel erg opvallen. Bah. Terwijl ze daar stond te balen, te wachten en zich af te vragen of ze hier onderuit kon komen, ging de bel. Gelukkig. “Sorry, maar ik moet gaan. Mijn leraar wordt altijd heel boos.” “Oke, geeft niet.” zei Esther. Sandra liep snel weg. Daar was ze mooi onderuit gekomen, maar wat ging ze de rest van de mensen vertellen?

Toen Sandra bij het lokaal aankwam waren de meesten al gaan zitten en begonnen aan hun onverwachte SO. Sandra was eigenlijk wel blij met dit SO, want het hoofdstuk waar ze mee bezig waren was heel makkelijk, dus kon ze haar cijfer nog wat opkrikken. Bovendien dacht ze dat het nu ook niet zo zou opvallen dat haar ogen rood waren. Na een goed half uur lekker doorgewerkt te hebben was ze klaar. Ze had alle vragen kunnen beantwoorden, en twijfelde maar bij eentje. Ze draaide haar vel om en keek uit het raam. Een moeder met een kinderwagen en een kindje op een fiets kwamen voor bij. Het was amuserend te zien hoe de moeder het kind zover probeerde te krijgen om niet te ver vooruit te gaan. Ook waren er twee mannen bezig blaadjes weg te blazen. Sandra vond het heerlijk om lekker uit het raam te staren en een beetje dag te dromen. Haar humeur verbeterde langzaam. Na zo’n tien minuten landde er een briefje op haar tafel. Sandra schrok op en vouwde het open.

Ga je zo mee naar de friettent? In ieder geval ik en Lieke gaan.
xxx Floor

Ps so goed gemaakt?

Of ze ‘zo’ mee ging naar de friettent? Hoezo, zo? Wilden ze dan spijbelen? Daar had ze helemaal geen zin in. Haar ouders waren al kwaad genoeg vanwege haar cijfers. En Floor spijbelde normaal toch nooit? Niet dat zij dat normaal wel deed, maar Floor was altijd heel erg braaf. Die had namelijk hele strenge ouders. Nog erger dan de hare! Sowieso had ze eigenlijk geen zin om naar de friettent te gaan. Ze wilde graag naar huis. Sandra draaide het briefje om en schreef:

Weet je wel zeker dat je wilt spijbelen?

Daarna verfrommelde ze het tot een propje, en gooide het terug. Floor vouwde het open en las wat Sandra geschreven had. Ze grinnikte.

Natuurlijk ga ik niet spijbelen! Wat denk je? Met mijn ouders?
We zijn na dit uur uit! Het vijfde en het zesde uur vallen uit!

Toen Sandra dit las was haar humeur weer helemaal goed. Dan kon ze gewoon naar huis en daar lekker tv kijken, relaxen en niet meer aan vervelende dingen denken. Dat klonk erg aantrekkelijk. Terwijl ze zat te genieten van dit vooruitzicht ging de bel. “Oke, SOs inleveren.” beval de leraar. Terwijl sommigen hun laatste zinnen afmaakten stonden Sandra en Floor op en pakten hun rugzakken en SOs. “Dus, ga je mee?” vroeg Floor. “Eh, ik denk dat ik naar huis ga.” zei Sandra. “O,” zei Floor een beetje teleurgesteld, “Waarom?” “Gewoon, heb ik zin in. Even lekker voor de tv hangen.” zei Sandra, hopend dat Floor niet boos zou worden. “Oke, dan.” antwoordde Floor, zichtbaar een beetje beledigd.

Sandra fietste naar huis. Heerlijk dat ze niet nog meer uren op school had hoeven doorstaan. Strakjes ging ze eerst een ei bakken, en het vervolgens lekker voor de tv opeten. Ze hoopte dat er iets leuks op tv zou zijn, maar anders ging ze Pirates of the Caribbean wel nog een keer kijken. Die had ze van Chris gekregen voor haar verjaardag. Of ze ging lekker internetten. Ze vond MSN’en zo leuk! En ze wist eigenlijk niet eens waarom. Het was misschien nog wel leuker dan tv kijken. Ze kon ook nog MSN’en, terwijl ze tv keek. Haar vader had draadloos internet aangemaakt. Dat was echt cool. Nu kon ze overal internetten! Zelfs in de tuin! Waarom ze in de tuin zou willen internetten wist ze niet, maar het feit dat het kon was toch wel leuk. Ze ging onder een viaduct door. Bijna thuis, alleen nog rechtdoor tot de rotonde. Daar naar rechts en dan was ze er. Soms wilde ze dat haar moeder haar met de auto bracht. Dat was natuurlijk niet gezond, maar altijd maar fietsen was toch wel erg saai. Er was ook niemand om met haar mee te fietsen. Tenminste, niet dat ze wist. Misschien moest ze het toch nog maar eens aan een paar mensen vragen. Ze sloeg rechtsaf en ging haar poort door. Ze zette haar fiets in de schuur en liep naar binnen. Hmm, de deur was op slot. Zou haar moeder niet thuis zijn? Raar. Ze zocht haar sleutel op en maakte de deur open. Er lag geen briefje op tafel. Nou ja, haar moeder zou het wel vergeten zijn. Die had natuurlijk ook verwacht dat ze pas om half drie thuis zou komen. Sandra hing haar jas op en begon een ei te bakken. Toen ze klaar was volgde ze haar idee en ging MSN’en en tv kijken. Terwijl de computer opstartte zette ze de tv aan. Ze zag een lieve reclame met puppy’s voor toiletpapier. Wat die puppy’s met toiletpapier te maken hadden was een raadsel, maar de reclame was in ieder geval lief. Haar ei was ook goed gelukt, maar waarom startte die computer zo langzaam op? Hèhè, ze kon haar wachtwoord invullen. Snel typte ze “lampenkap” en drukte op enter. Bah, “het door u opgegeven wachtwoord is incorrect. Probeer het opnieuw en druk op enter”. Langzamer typte ze “lampenkap” en zag haar programma’s laden. Intussen zocht ze een leuk tv programma op, en haar relaxte middagje kon beginnen. Dacht ze.

Na zo’n tien minuten hoorde Sandra haar moeder binnenkomen. “Hoi!” riep ze. Haar moeder hing haar jas op en deed de deur naar de woonkamer open. Ze ging zitten en keek een beetje bezorgd. “Eh, Sandra. Ik moet je iets vertellen. Schrik niet, maar eh... ik heb vandaag een auto-ongeluk gehad.” Sandra schrok wel. “Een auto-ongeluk?” vroeg ze, “maar ben je dan wel in orde?” Haar moeder antwoordde dat ze zich nu prima voelde, maar dat de dokter had gezegd dat ze het waarschijnlijk pas een dag later zou voelen. “En de auto?” vroeg Sandra voorzichtig. “Nou,” zei haar moeder, “dat is een ander verhaal.” De auto bleek met 60 km per uur door een andere auto geraakt te zijn toen haar moeder naar links wilde gaan, en daar net iemand vandaan kwam. De man was door het rode licht gereden, omdat hij perongeluk het verkeerde pedaal indrukte. Omdat haar moeder naar links wilde, stond haar auto voor de klap naar links gedraaid, daarna echter, stond hij een baan verder naar rechts gedraaid. Haar moeder had de andere auto niet zien aankomen en schrok zich naar toen haar auto ineens ergens anders heen ging en er iets wits, de airbag, in haar gezicht vloog. Haar auto was alleen aan de voorkant geraakt, en ze kon nog gewoon uitstappen, maar of hij nog te repareren was? Waarschijnlijk niet. Sandra schrok ervan. Wat een verhaal. Ze had gedacht een middagje lekker te relaxen, maar integendeel. Ze wist niet wat ze moest doen. Haar moeder zag er normaal uit. Maar na zo’n verhaal kon ze toch niet gewoon verder gaan met waar ze mee bezig was? Ze zette de tv uit en vroeg of ze iets kon doen. Haar moeder antwoordde dat dit niet nodig was en ging thee zetten. Sandra keek of er iemand online was, zodat ze dit verhaal met iemand kon delen. Ze moest het even kwijt, want ze wist niet hoe ze er mee om moest gaan. Haar moeder stond achter het fornuis alsof er niks gebeurd was, terwijl ze niet meer dan een uur geleden door een auto geraakt was. Sandra visualiseerde zich het ongeluk. Plotseling drong het tot haar door hoeveel geluk haar moeder had gehad. Als ze een seconde later het kruispunt was gepasseerd had de man niet de vóórkant van de auto geraakt, maar het midden, precies waar haar moeder zat. Dan had Sandra waarschijnlijk niet eens meer een moeder gehád. Het duurde even voordat dat tot haar doordrong. Haar moeder had dood kunnen zijn, maar in plaats daarvan stond ze nu gewoon in de keuken thee te zetten. Wat een rare gedachte. En het ongeluk had ook helemaal niet aan haar moeder gelegen. Haar moeder was gewoon naar links gegaan toen het groen werd. Het was allemaal de schuld van die man. Die man was door rood gereden. Van binnen werd ze heel boos op die man, terwijl ze niet eens wist wie het was. Ze begon haar verhaal aan Chris te vertellen, alweer vergeten zijnd hoe bot hij tegen haar gedaan had. Maar Chris reageerde helemaal niet. Toen ze uiteindelijk “hallo?” typte, kwam er als reactie alleen “ik ben bezig”. Sandra was weer teleurgesteld in haar vriendje. Zonder gedag te zeggen meldde ze zich af en ging naar boven. Ze probeerde haar huiswerk te maken, maar moest steeds aan het ongeluk en aan Chris denken. Ze begreep niet hoe iemand ‘bezig’ kon zijn, na zo’n verhaal gehoord te hebben.

Toen Sandra haar huiswerk eindelijk af had, ging ze naar beneden. Het had veel langer geduurd, want in haar gedachten had ze zich het ongeluk een paar keer voorgesteld en was met steeds meer vragen gekomen. Chris ging natuurlijk ook niet zomaar uit haar gedachten weg. Terwijl ze de trap afliep dacht ze: Als ik straks de deur open doe ligt mijn moeder daar dood op de grond; net zoals in een film. Ze schrok van haar eigen gedachte. De filmindustrie tastte je brein echt aan. Natuurlijk lag haar moeder daar niet dood op de grond; haar moeder was helemaal gezond. Het ongeluk had alleen de auto beschadigd, niet haar moeder. Toch nog een beetje bang deed Sandra de deur naar de woonkamer open. Ze zag haar moeder op de bank een boek lezen. Gelukkig, dacht ze. Ze had nooit beseft hoeveel impact een ongeluk in je familie op je had. Ze wist eigenlijk ook niet of ze nog wel in een auto durfde te rijden. Als haar moeder een seconde later was geweest... Haar gedachten werden onderbroken door haar moeder: “Is je huiswerk af?” “Eh, ja.” zei Sandra, terwijl ze naast haar moeder op de bank ging zitten. “Mama?” begon Sandra. “Ja?” zei haar moeder. “Ik begrijp het niet van het ongeluk.” Ze was even stil, maar begon toen een hele reeks vragen te stellen. “Waarom stopte die man niet? En waarom zag jij hem niet? En gaat die man nu betalen voor een nieuwe auto? En was het stoplicht voor jou echt groen? En hoe was het met hem? En is zijn auto nog heel? en hoe oud was hij? Of was het trouwens een zij?” “Sandra, Sandra, kalmeer!” zei haar moeder. Sandra stopte met haar vragen, maar begon ongeduldig met haar voet tegen de tafelpoot te schoppen. Haar moeder pakte haar hand. “Sandra, het is allemaal goed met mij. Dat is toch het belangrijkste?” Sandra schrok. “Natuurlijk!” riep ze, “Natuurlijk is dat het belangrijkste! Maar ik wil het gewoon weten. Ik begrijp het gewoon niet. Hoe ...” Sandra’s moeder onderbrak haar weer. “Ik snap het wel. Ik snap het wel.” zei ze en ze begon uit te leggen wat er nu precies gebeurd was en dat het goed geregeld was. Sandra kalmeerde een beetje. Aan het eind van het gesprek gaf ze haar moeder een knuffel. “Mama, ik ben zo blij dat je nog leeft!” zei ze. “Ik vind dat we nooit meer ruzies om niks moeten hebben. Eigenlijk moeten we gewoon helemaal geen ruzies meer hebben.” “Dat vind ik ook, maar waarschijnlijk zijn we dat morgen allebei al weer vergeten.” zei haar moeder. “Nee, hoor.” zei Sandra. Maar ze wist dat het waar was. Dat was best raar. Mènsen waren gewoon best raar. Ze houden wel van elkaar, maar ze maken toch ruzie. En ze weten gewoon niet wat echt belangrijk is. En ze zijn eigenlijk allemaal slecht. Sandra nam zich voor om een goed mens te worden. Om niet meer boos te worden; om niet meer te zeuren. Ze had een gevoel van goedheid over zich heen gekregen. Helaas was dit alweer verdwenen toen haar moeder haar twee uur later vroeg de afwas te doen, en ze zuchtend en klagend weigerde.

Sandra keek op haar klok, 7:57 AM. Bijna acht uur? Dan was ze veel te laat! Waarom had haar moeder haar niet gewekt? Dat deed ze normaal altijd om zeven uur! Sandra stond op uit haar bed en liep naar haar ouders’ slaapkamer! Ze deed de deur open met de gedachte boos op haar moeder te worden, maar besloot de deur weer dicht te doen en niks te zeggen, toen ze zag dat haar moeder vredig lag te slapen. Ze liep naar beneden en begon zelf de tafel te dekken. Wat was dat saai en vervelend; steeds maar heen en weer lopen met van alles en nog wat. Eigenlijk was het best lief van haar moeder dat ze dat elke dag voor haar deed. Dat had ze nooit zo beseft. En ze wilde nog tegen haar moeder gaan schreeuwen ook, toen zij het een keer vergeten was. En dat terwijl ze de vorige dag een ongeluk had gehad. Weer besefte Sandra dat ze eigenlijk helemaal niet aardig was. Weer nam ze zich voor om een beter mens te worden. Ze was verbaasd dat ze haar voornemen van gisteren zo snel al weer vergeten was. Toen ze de tafel had gedekt begon ze haar brood te smeren en op te eten. Terwijl ze een hap in haar mond stak, keek ze op de klok. Kwart over acht? O nee hè, dacht ze. Ze moest zich nog douchen, aankleden, opmaken, haar tas inpakken en naar school fietsen! En ze had nog maar vijf minuten! Ze gooide haar vork op tafel en rende naar boven. Wat kon ze aan? Ze moest snel iets pakken. Niet te moeilijk doen. Die broek? Nee, die was vies. En díe had ze gisteren al aan gehad. Dat kon wel, maar dat stond zo raar. Of moest ze daar niks omgeven? Ze moest wel opschieten. Had ze daar sowieso wel een trui bij? Of was het warm genoeg voor een T-shirt? Sandra werd gek van haar gedachten. Ze gooide haar kastdeur met een klap dicht en ging op haar bed zitten. Ze zuchtte. Ze wilde haar moeder om hulp vragen, maar wilde haar niet wakker maken. Waarom gingen dingen nou altijd fout als je haast had? Ze wist het antwoord eigenlijk wel: omdat je ze dan te snel wilt doen. Sandra kalmeerde zichzelf. Ze moest gewoon haar kast opendoen, een truitje en een broek pakken en dan snel douchen. Ze zuchtte opnieuw en keek op de klok. 8:21 uur. Haar eerste uur was begonnen. Ze zag Floor in gedachten een briefje naar Esther schrijven: “Waar is Sandra?”. Als dat haar tenminste wat kon schelen. Sandra stond op en liep zuchtend naar haar kast. Ze hoefde zich nu niet meer te haasten, want te laat was ze toch al. Ze opende de deur en zocht haar donkerblauwe spijkerbroek. Toen ze die gevonden had pakte ze een rood shirtje en vertrok naar de douche. Net toen ze de badkamer in wilde gaan kwam haar moeder uit haar slaapkamer gelopen. “Hoi,” zei ze, “ik heb me verslapen.” “Dat had ik al door, ja.” mompelde Sandra. “Als jij nu gaat douchen, dek ik intussen de tafel, en dan breng ik je zo wel even met de auto naar school.” zei haar moeder. Sandra zuchtte. Ze was inmiddels behoorlijk chagrijnig geworden. Een beetje bot riep ze: “Ten eerste heb ik de tafel al gedekt en gegeten, en ten tweede heb je helemaal geen auto, want je hebt een ongeluk gehad!” Haar moeder keek verbaasd en was even stil. “Dus daarom doet m’n nek zo’n pijn.” zei ze toen. Toen barstten ze allebei in lachen uit. Vervolgens ging Sandra douchen, en haar moeder beneden thee zetten. De dokters hadden wel gelijk gehad: de pijn was inderdaad pas een dag later gekomen.

Met een briefje van de conciërge in haar hand liep Sandra naar haar Frans lokaal. Een beetje bang was ze wel, want Mevr. de Weert was niet bepaald aardig. En ze had ook geen goede reden zoals een lekke band; ze had zich gewoon verslapen. Nog één trap op en dan was ze er. Die trappen waren wel vermoeiend, hoor. Misschien moest ze toch maar eens wat aan haar conditie doen, want ze was nu al uitgeput. Daar was de deur. Nu moest ze op de deur kloppen, een preek aan horen en gaan zitten. Ze vond het eng. Dat was toch niet goed? Ze moest toch niet bang zijn voor haar lerares? Maar ze was het wel. En ze wilde ook echt niet aankloppen, bang voor de reactie van haar Frans lerares. De les duurde nog maar dertig minuten, die kon ze toch wel overslaan? Ze kon toch gewoon heel lang naar de wc gaan? Nee, dat kon niet. Ze moest gewoon aankloppen en naar binnen gaan. Mevr. de Weert ging haar niet opeten hoor. Alhoewel... Sandra raapte toch al haar moed bijeen en klopte aan. “Wat?” klonk het boos vanuit het lokaal. Sandra opende het lokaal waarin haar klasgenoten stil zaten te luisteren naar wat Mevr. de Weert ze toesnauwde. Meteen draaide ze hun hoofden naar haar toe. “Waar kijken jullie naar?” gromde Mevr. de Weert, “is dit de eerste keer dat jullie een stomme leerling zien die te laat komt?” Verschrikt draaide iedereen z’n hoofd weer terug. Sandra stond een beetje verbaasd te kijken. Wat was ze toch ook een tiran. “Heb je een briefje?” gilde Mevr. de Weert tegen haar. Sandra was nog aan het nadenken over hoeveel Mevr. de Weert haar aan een pad deed denken en reageerde daarom niet meteen. Mevr. de Weert stond op en liep boos naar haar toe. “Ik vroeg of je een briefje had! Als je me nog één keer zo negeert gooi ik je er uit en hoef je nooit meer terug te komen!” riep ze. Sandra schrok. Van dichtbij was ze nog lelijker en beangstigender. Met moeite bracht ze “alstublieft” uit en gaf ze het briefje. “En waarom ben je te laat? Kon je je hersens soms niet vinden?” zei Mevr. de Weert, terwijl ze naar de klas keek met een blik in haar ogen die de klas gebood te lachen. Een voorzichtig lachje volgde. “Ik had me verslapen.” mompelde Sandra zachtjes. “Spreek luider!” Sandra durfde het niet nog eens te zeggen. In een opwelling zei ze: “Mijn moeder had een auto-ongeluk.” Ze zag de schrik in Mevr. de Weerts ogen. Dat antwoord had ze niet verwacht. “O, o,” zei ze, “ga dan maar zitten.” Sandra was verbaasd de menselijke kant van Mevr. de Weert te ontmoeten, maar tegelijkertijd ook teleurgesteld in haarzelf. Ze had haar moeders ongeluk gebruikt, voor zoiets stoms. Dat was niet eerlijk tegen Mevr. de Weert, die ze aan het schrikken had gemaakt. Bovendien was het niet eerlijk tegen over haar moeder. En eigenlijk was het ook een leugen. Of toch niet? Haar moeder hád een ongeluk gehad. En dat was eigenlijk óók de reden dat ze te laat was, want daardoor kon haar moeder niet op tijd opstaan, om haar te wekken. Maar waarom voelde ze zich dan toch zo schuldig?

‘s Middags voelde Sandra zich weer wat beter en begon vrolijk te MSN’en. Lekker een beetje tegen mensen aanzeuren, zeggen hoe ze baalde van haar huiswerk, dat soort dingen. Blij zag ze dat Chris online was. Ze wist alleen nog steeds niet waarom hij zo afstandelijk deed. Durfde ze nog wel tegen hem te praten? Sandra besefte dat deze vraag eigenlijk nergens op sloeg, aangezien hij haar vriendje was en begon dus een gesprek.

*SANDRA*: Heeeey
CHRIS: Hoi

Hij antwoordde meteen! Nu was ze wat meer gerustgesteld dat er niks aan de hand was.

*SANDRA*: Hoe is ‘t ?
CHRIS: Goed... met jou?
*SANDRA*: Ja ook goed
*SANDRA*: Ben je (nog) boos?
CHRIS: Nee...

Hij was niet boos! Sandra was heel blij. Ze kreeg meteen een lach op haar gezicht en het leek alsof er een energiebubbel in haar knapte. Ze begon half te dansen op haar stoel van geluk. Maar waarom had hij dan zo gedaan? Net toen ze dat wilde vragen reageerde Chris:

CHRIS: Maar ik ben bezig. Ik spreek je later...

Hij was wéér bezig? Waar was hij in vredesnaam zoveel mee bezig? Had hij een andere vriendin ofzo? Ze begon tegen Kevin te klagen.

*SANDRA*: Ik voel me rot.
K€V!N: O. Wat is er?
*SANDRA*: Ach... Chris doet stom.
K€V!N: Hmmz... Tja. Uitmaken dan maar?

Uitmaken dan maar? Hoe kon hij dat zeggen? Ze kon het toch niet uitmaken, omdat Chris één keer niet aardig deed? Nou ja, eigenlijk drie keer. Dat was eigenlijk best veel. Eigenlijk had hij al bijna een week niet meer leuk tegen haar gedaan. Maar wat deed hij dan? Eigenlijk deed hij niks. Hij was gewoon bezig. Dat kon toch? Ja, natuurlijk kon dat! Tuurlijk ging ze het daar niet om uitmaken. Wat zeurde ze eigenlijk?

*SANDRA*: Natuurlijk niet!
K€V!N: O, dan niet.
K€V!N: Even een vraagje: heb je een idee voor een opstel wat ik moet schrijven?

Wat vreemd van Kevin. Eerst zei hij zomaar dat ze het uit moest maken, en vervolgens ging hij ineens op een ander onderwerp over. Een beetje teleurgesteld leek het zelfs wel.

*SANDRA*: Wat is de opdracht?
K€V!N: Ik moet ergens mijn mening over schrijven, en die dan proberen over te dragen op de lezer.
*SANDRA*: o
*SANDRA*: Gewoon iets zoeken dat je haat of heel leuk vindt dan!
K€V!N: Ja, maar wat haat ik dan?

Sandra dacht na. Wist zij veel. Aangezien ze geen serieus idee had, wilde ze iets grappigs zeggen. Ze dacht even na.

*SANDRA*: Mij!

Kevin was even stil.

*SANDRA*: Leef je nog?
K€V!N: Ja, maar ik was aan het nadenken over argumenten.
*SANDRA*: En, wat heb je zoal bedacht?
K€V!N: Van alles, maar niks dat bewezen is.

Sandra was verontwaardigd. Hoe kon hij dat zeggen? Dat was zo gemeen. Ze besloot serieus te reageren, in plaats van kwaad te worden.

*SANDRA*: Oh... zoals wat dan?
K€V!N: Nou je zeurt altijd en je hebt altijd commentaar op leraren.

Kevins woorden raakten Sandra diep. Hoe kon hij zo gemeen zijn? Hoe kon hij dat tegen haar zeggen?

*SANDRA*: O.
K€V!N: Ach joh, ik zit je maar te plagen! Ik meen het allemaal niet.

Sandra las Kevins woorden zonder ze te kunnen geloven. Hij had gelijk! Eigenlijk was ze maar een verwend nest. Ze liep altijd maar te zeuren. En ze had altijd commentaar op leraren en ze was altijd bezig ze te irriteren. Dat vond ze leuk. Maar leraren waren ook maar mensen. Wat was ze eigenlijk een irritant kind. Waarom gingen mensen eigenlijk met haar om? Wat was het eigenlijk logisch dat haar vriendje stom tegen haar deed.

K€V!N: Hallo?
*SANDRA*: Ik moet gaan
*SANDRA*: Doeg

Sandra drukte de schakelaar van haar computer om, en ging toen op haar bed liggen nadenken. Hoe kon ze zo over het hoofd gezien hebben hoe irritant ze wel niet was? Hoe kon het gebeuren dat ze niet doorhad hoe’n stom kind ze was, totdat iemand het recht in haar gezicht zei? Hoe kon het dat ze dat zelf totaal niet had opgemerkt? Ze begreep het niet. Sandra kon niks anders meer doen dan op haar bed liggen en nadenken over hoe stom ze was, hoe ze kon veranderen en hoe het kon dat ze er zelf niks van had gemerkt.

Na het eten was Sandra weer naar boven gegaan. Na een mislukte poging haar huiswerk te maken, was ze weer denkend op haar bed terechtgekomen. Daar was Sandra uiteindelijk in slaap gevallen. Toen ze de volgende ochtend wakker werd, voelde ze zich veel beter. Wat gaf het eigenlijk dat ze stom deed tegen leraren? Dat hoorde toch zo? Leraren verwachtten toch dat leerlingen irritant zouden zijn? Daar werden ze voor opgeleid! En het andere probleem, het teveel klagen, dat was toch simpel op te lossen? Daar kon ze toch gewoon mee op houden! Met een heerlijk gevoel stond ze op en ging douchen. Ze trok leuke kleren aan en maakte zich op. Ze kreeg een soort lentegevoel. Het voelde alsof ze een nieuwe start ging maken, en ze had echt weer een goed gevoel over zich zelf! Toen ze helemaal tevreden was over hoe ze er uit zag ging ze naar beneden en begon te eten. Daarna zei ze haar moeder vrolijk gedag en vertrok op de fiets. Het feit dat het regende paste niet helemaal bij haar lentegevoel, maar het kon haar niks schelen. Nat of niet nat, ze voelde zich goed. Bij school aangekomen zette ze haar fiets neer en liep naar binnen. Haar haar was erg nat, maar daar ging ze natuurlijk niet over klagen. Want vanaf nu ging ze nóóit meer klagen! Vrolijk zei ze “hallo” tegen iedereen die ze tegen kwam en haar humeur verbeterde nog meer toen ze Chris zag staan. Wat had ze toch een knap vriendje. “Hoi Chris!” riep ze blij. Chris draaide zich om, glimlachte en omhelsde haar. “Ha meissie, wat zie je er leuk uit vandaag.” zei hij. Sandra werd nog blijer! Chris deed aardig tegen haar en gaf haar zelfs een complimentje! “Zal ik in de grote pauze hier komen zitten?” vroeg ze. Chris’ lach verdween. “Eh, ik denk dat ik ergens anders ga eten vandaag.” zei hij. Sandra wilde vragen waar dan wel, maar zag aan zijn gezichtsuitdrukking dat hij gewoon niet wilde dat ze bij hem kwam zitten. “Oke.” antwoordde ze daarom, en ze probeerde haar lach te behouden. Wat ze nu normaal zou doen, en ook wìlde doen was naar Floor lopen en gaan klagen over Chris, maar het gesprek dat ze gisteren met Kevin had gehad hield haar tegen. Ze moest gewoon blijven lachen en vrolijk bij haar vriendinnen gaan zitten. Hun verhalen waren toch heel interessant? Sandra kon dit zichzelf maar met moeite wijsmaken. Toch liep ze er heen en probeerde het vriendelijke, lieve meisje te zijn. Na een romantisch verhaal over het afspraakje van een vriendin en haar vriendje was Sandra’s vrolijke humeur echter helemaal verwaterd. Ze wilde ook een leuk vriendje! Waarom deed die van haar zo rot? En nog liever wilde ze daar over klagen. Waarom mocht dat niet? Net toen ze het niet klagen op wilde geven gingen Kevin en zijn vrienden op de bankjes naast hen zitten. “Hoi” zei hij, glimlachend. Sandra zette meteen weer een lach op haar gezicht en zei: “Hallo. Mooi weertje is het vandaag, hè?”, terwijl ze naar de toiletten vertrok. Kevin keek haar een beetje verbaasd na. “Die moet medicijnen hebben.” zei één van zijn vrienden lachend.

Daar stond ze dan weer; Wéér in de WC, wéér met een rotgevoel. Ze keek naar haarzelf in de spiegel en dacht na. Ze wilde helemaal geen rotgevoel. Ze wilde gewoon van haar leven genieten. Ze wilde constant het gevoel hebben dat ze die morgen gehad had. Sandra kreeg weer een lach op haar gezicht. Dat kon toch gewoon? Ze had toch een goed leven? Die lach hoorde er toch te zijn? Ze ging die lach gewoon maken! Ze ging haar dag niet meer laten bederven door anderen. Als ze niet aardig waren, ging ze wel bij andere mensen zitten. Ze begon opnieuw met een lach en een positief gevoel. Na een laatste blik in de spiegel verliet ze de toiletten en ging ze weer bij haar vrienden zitten. Hoewel hun interesses enigszins veranderd waren hoorde ze toch echt bij deze mensen. En ze waardeerde ze toch wel. Ze waren allemaal anders, maar ze waren allemaal aardig. Vooral als je alleen met ze was, want als je met een grote groep was, gedroeg iedereen zich altijd anders. Dan moest je namelijk zorgen dat je er bij hoorde. Eigenlijk was het best stom dat iedereen er altijd bij wilde horen. Mensen gingen zich anders gedragen, zodat andere mensen ze aardig vonden. Maar wat schoot je er mee op? Voelde je je prettiger als je je anders voordeed dan je was? Was het niet veel beter als mensen je echt aardig vonden, om wie je echt was? Dat was eigenlijk algemeen bekend. Toch wilden mensen het niet. Het was net alsof ze allemaal in een doos wilden zitten. Een grote doos waarin alle stoere mensen zaten. En als je niet meer stoer deed, dan trapten ze je er uit. En dan stond je buiten de doos. Daar was je alleen. Daar kon je jezelf zijn, maar je was wel alleen, want niemand anders was zichzelf. En je wilde niet alleen zijn, want dat was niet stoer. Dus ging je als een gek proberen weer in de doos te springen. Dat was best makkelijk. Je moest gewoon overdreven aardig tegen mensen doen, en vooral over anderen gaan praten. Dan werd je zo weer binnengelaten. En een andere eerlijke persoon werd er weer uitgeschopt. In haar gedachten zag ze mensen in en uit de doos gaan en ze vroeg zich af waarom mensen eigenlijk zo graag in de doos wilden. Het was er vol, en niemand had tijd voor elkaar. Iedereen vroeg wel steeds hoe het met anderen ging, maar het kon ze eigenlijk niks schelen. Het enige wat ze belangrijk vonden was in de doos te blijven. Maar waarom dan toch? “... Sandra? Sandra?” riep Marijke. “O,” zei Sandra, “sorry.” “Waar was jij nou met je gedachten?” “Ehm, in een doos” stamelde Sandra, waarna iedereen begon te lachen.

Na een vermoeiende dag op school fietste Sandra dan eindelijk naar huis. Op de fiets ging ze altijd helemaal in haar gedachten op. Ze dacht aan Chris, school, en deze keer ook aan de doos. Ze begreep nog steeds niet waarom de wereld nou zo in elkaar zat. Ze kon niet begrijpen waarom iedereen zo graag in die doos wilde. Toch was zij eigenlijk net zo. Zij wilde ook in die doos zitten. Hoe vaak had ze haar moeder niet gevraagd andere kleren aan te doen en hoe vaak had ze niet gezegd dat ze zich schaamde omdat ze zo dik was, terwijl ze dat eigenlijk helemaal niet vond? Zij zat ook in die doos. En hoewel ze er in theorie wel uitwilde, wilde ze dat in de praktijk helemaal niet. Stel je voor dat ze zich precies zo gedroeg als ze was. Dan vond vast niemand haar aardig, want niemand deed dat. Ze moest zich toch wel gedragen zoals iedereen? Anders hoorde ze er niet meer bij! Sandra betrapte zichzelf op haar gedachten. Anders hoorde ze er niet meer bij. Maar daar ging het toch om? Ze had toch net bedacht dat je er ook niet bij hoefde te horen? Ze had toch net begrepen dat er bij horen je helemaal niet écht gelukkig maakte? Ze begreep zichzelf niet meer. Wat maakte die doos nou zo aantrekkelijk voor iedereen? Als ze niet in de doos zou zitten, dan zou ze heel anders zijn. Stel je voor dat ze altijd eerlijk was en nooit roddelde. Waar moest ze dan over praten? Ze kon toch niet gewoon eerlijk zeggen dat ze zichzelf best knap vond? Ze kon toch ook niet stoppen te praten over hoe dik, lelijk of dom sommige mensen waren? Weer schrok Sandra van haar gedachten. Haar leven was om haar “doos” heen gebouwd. Maar was de doos dan wel echt zo verkeerd?
Sandra was inmiddels thuis aangekomen en zette haar fiets in de schuur. Toen ze de achterdeur opendeed kwam Bella blaffend aangesprongen. Wat was ze toch lief. Door haar vele gedachten was Sandra Bella bijna vergeten. “O, kom hier, jij lieve hond! Wat ben je toch schattig. Heb je jeuk? Zal ik je dan eens krabben? Vind je dat lekker? Ja? Ja?” zei Sandra, terwijl de hond ging liggen en genoot van Sandra’s gekriebel. “Mam, hoe is het met Bella’s pootje?” gilde Sandra, die dacht dat haar moeder boven was. “Volgens mij al veel beter. We gaan morgen weer naar de dierenarts om te kijken wat die er van vindt.” antwoordde haar moeder, terwijl ze net de kamer binnenkwam. “Hoe was het op school? Heb je veel huiswerk?” vroeg haar moeder. “Eh,” zei Sandra aarzelend, “nee hoor.” Eigenlijk had ze geen idee of ze huiswerk had en zo ja, hoeveel. Ze had maar amper opgelet en het huiswerk ook niet opgeschreven. Dat betekende Floor bellen, maar daar had ze eigenlijk helemaal geen zin in. Dan maar eerst even wat drinken en tv kijken, dacht Sandra, terwijl ze eigenlijk al wist dat ze haar huiswerk gewoon weer over ging slaan.

“Oke, ik kom de werkbladen nu ophalen. Zorg ervoor dat je naam er opstaat.” zei Sandra’s Nederlands lerares, waarna de meeste leerlingen zuchtend hun werkblad opzochten. Dus dat was mijn huiswerk, dacht Sandra. Wat zou ze eens voor smoesje bedenken? Ze had het blad niet? Ze wist niet hoe ze het moest doen? Ze wist niet dát ze het moest doen? Haar internet deed het niet? Sandra wist niet eens of je wel internet nodig had. Ze zuchtte. Eigenlijk moest ze gewoon eerlijk zeggen dat ze er geen zin in had gehad. En niet liegen. Dan zou ze een eerlijk mens zijn. Dat zou de eerste stap zijn naar een echt leven; een leven buiten de doos. “Sandra? Waar is je werkblad?” “O,” begon Sandra, “ik ging gisteren naar de dierenarts met Bella, mijn hondje, en terwijl ik in de wachtkamer zat te wachten heb ik het gemaakt. Toen heb ik het aan mijn moeder gegeven en die heeft het, denk ik, in haar tas gedaan en toen ben ik het vergeten weer terug te vragen. Ik zal het morgen wel inleveren.” “Oke, dat is goed. Niet vergeten, he?” zei haar lerares. Daar was ze alweer de mist in gegaan. Die leugen was er zomaar uitgekomen. Ze had weer de makkelijke weg genomen. Maar waarom zou ze ook niet de makkelijke weg nemen? De makkelijke weg was toch makkelijker? En waarom zou je iets moeilijk doen, als het ook makkelijk kon? Dit was dan wel niet eerlijk van haar, maar niemand ging er toch van achteruit? Hetzelfde met het roddelen over lelijke kinderen. Die mensen waren toch lelijk? Waren die er niet om over gepraat te worden? Haar lerares schreef iets op het bord.

“Hoe zou jij reageren als het huis van een vriend van je in brand kwam te staan, hij al zijn eigendommen verloor, en enorme littekens door hevige brandwonden kreeg?”

He bah, dacht Sandra. Moesten ze daar nu echt over gaan praten? Dat was vreselijk; Al je spullen weg en dan nog lelijk ook. Het duurde even voordat Sandra een connectie tussen het onderwerp waar ze over gingen discusieren en haar eerdere gedachten legde. Iedereen kon zomaar lelijk of arm worden. Iedereen kon zomaar in de problemen raken. Natuurlijk zou ze een vriend of vriendin dan helpen. Toch? Sandra moest toegeven dat ze dit misschien wel niet zou doen. Waarschijnlijk zou zo iemand uit de doos worden geschopt en zo snel mogelijk worden vergeten. Want met iemand die arm of lelijk was kon je toch niet gezien worden? Sandra zou waarschijnlijk meedoen. Anders werd zij er ook uitgegooid! Nee, zo wilde ze toch echt niet meer verder leven. Zo iemand wilde ze niet zijn. Sandra stak onmiddelijk haar vinger op. “Ja, Sandra?” “Ik...” begon Sandra, maar wist toen niet wat ze verder kon of wilde zeggen. Ze kon toch niet zomaar het hele verhaal over de doos vertellen? Dan zouden ze haar raar aankijken. Maar dat gaf toch niet? Als ze toch eerlijk en echt was, was het toch goed? Was ze daar dan nog steeds niet van overtuigd? “Laat maar.” zei Sandra, en vond zichzelf echt een lafaard. Waarom durfde ze zulke dingen nou niet gewoon te zeggen? Eigenlijk wist ze het wel. Ze was bang. Bang om uit de doos gezet te worden en alleen over te blijven. Maar er moesten toch nog meer mensen buiten de doos zijn? Sandra besloot maar niet teveel meer over de doos na te denken, omdat het haar verdrietig en in de war maakte. Was het maar pauze. Dan ging ze Chris toch maar weer eens opzoeken. Misschien kon ze met hem over de doos praten?

Toen het eindelijk pauze was liep Sandra naar het plekje toe waar Chris meestal in de pauze te vinden was. Hij zat rustig te eten en een beetje dag te dromen. Sandra ging naast hem zitten. “Hé, vriend van me!” zei ze. Chris keerde zijn hoofd naar haar toe en keek in haar ogen. Sandra ervaarde dit als een dromerig moment, maar, zo bleek toen hij begon te praten, Chris niet. Op een vriendelijke, normale manier zei hij: “Weet je Sandra? Misschien moeten we het maar uitmaken.” Sandra zat nog steeds in haar dromige waas en liet zijn woorden niet meteen tot haar doordringen. Het was even stil. Dat “even” was Sandra’s laatste fijne moment die dag. Toen drongen Chris’ woorden tot haar door. “Uitmaken?” stamelde ze. “Waa-waarom?” vroeg ze. “Nou,” begon Chris, “ik heb niet het gevoel dat we nog echt bij elkaar passen. We zitten op een verschillend niveau. Jij vindt hele andere dingen belangrijk dan ik. Je begrijpt ook nog niet wat er nu echt allemaal op deze wereld gebeurt.” Sandra had niet eens door hoe arrogant en gemeen Chris’ woorden waren. “Ja, maar...” begon ze. “Nee,” zei Chris resoluut, “ik hoef geen argumenten tegen te horen. Ik wil zo gewoon niet verder. Jij bent te naief! Ik wil een vriendin waarmee ik over serieuze zaken kan praten. Een vriendin die begrijpt wat er echt belangrijk is!” Sandra was verbaasd dit te horen. Dan hoefden ze het toch niet uit te maken? Zij wilde juist ook over dat soort dingen praten! Daarom was ze juist gekomen! “Dat wil ik ook! Dat weet ik wel. Ik weet dat de wereld net een doos is. En dat je uit die doos moet stappen. Want die doos is onbelangrijk. Maar ik dacht dat jij in die doos zat, en ...” Chris werd boos. “Wat sta je nou te zeuren over dozen? Jij bent een doos! Het is uit, klaar, afgelopen.” Veel leerlingen waren om ze heen komen staan. Sandra hoopte op een knuffel van iemand. Sandra hoopte dat iemand haar zou komen troosten. Dat had ze nu echt even nodig. Maar niemand kwam. Iedereen begon te praten over hoe lang het al slecht tussen hen ging. Ze hoorde zelfs mensen zeggen dat Chris het al veel eerder uit had moeten maken. Ze hoorden mensen zich afvragen wat hij eigenlijk ooit in haar gezien had. Sandra werd boos en verdrietig. Wat hadden die mensen te maken met hun relatie? Wat gaf hen het recht over haar te praten? Er hoorde toch niet over haar geroddeld te worden? Sandra besefte dat ze uit de doos geschopt was toen er een klein meisje in lelijke kleren, met een raar kapsel en een hele grote bril op haar afliep. “Wil je bij ons komen zitten?” vroeg ze. “Je staat hier zo alleen.” De tranen rolden over Sandra’s gezicht. “Nee!” schreeuwde ze kwaad en liep naar buiten. Ze sloeg de deur achter zich dicht. De hele school had het gezien en begon nog meer over haar te praten. Sandra was boos en verdrietig. Hoe kon ze zomaar ineens uit de doos worden geschopt? En waar haalde zo’n klein, lelijk kind het lef dan ook nog eens vandaan te vragen of ze bij hen kwam zitten. Bij hen gaan zitten. Pfft, geloofde dat kind het zelf? Zij was Sandra. Die kon toch niet bij zulke mensen gaan zitten. Na een poosje begon Sandra zich af te vragen bij wie ze dan wel kon gaan zitten. De meeste mensen waren nu over haar aan het praten en vonden haar stom. Daar kon ze toch moeilijk bij gaan zitten? Eigenlijk was het ook wel heel aardig van het meisje om haar te vragen bij hen te komen zitten. Sandra en haar ‘soort’ hadden altijd over haar en haar ‘soort’ gepraat. Nu er over Sandra werd geroddeld, besefte ze pas hoe vervelend dat was en hoe verdrietig je dat maakte. Eigenlijk was het onbegrijpelijk dat het meisje haar nog had kunnen vergeven en haar nog had kunnen vragen bij haar te gaan zitten. Sandra zou blij zijn geweest dat zo iemand nu eens gepest werd. Sandra zou nooit medelijden gehad hebben. Toch kon ze niet bij het meisje en haar vriendinnen gaan zitten. Ze hád toch vriendinnen? Geen echte vriendinnen, nee. Vriendinnen die je zo lieten vallen. Ze kon ze nu eigenlijk niet onder ogen komen. Sandra besloot buiten te wachten tot de bel zou gaan en dan gewoon onopvallend naar binnen te gaan. Ze hoopte dat op deze manier niet al te veel mensen tegen of over haar zouden gaan praten.

Sandra kwam helemaal verward thuis. Haar moeder zat aan tafel en zag er een beetje ziekjes uit. “Gaat het wel goed?” vroegen ze elkaar tegelijk, nadat Sandra binnen was gekomen en haar tas had neergezet. “Je ziet er een beetje ziekjes uit.” zei Sandra. “Jij ook.” zei haar moeder. “Is er iets mis?” vroeg Sandra. “Is er met jou iets mis?” vroeg haar moeder. Sandra was even stil. Natuurlijk was er iets mis, maar wilde ze dat wel aan haar moeder kwijt? En waarom zag haar moeder er zo witjes uit? “Jij eerst.” zei Sandra. “O,” zei haar moeder, “oke. Met mij is er niet echt iets mis, hoor. Ik denk dat het door het ongeluk komt. Sinds die tijd voel ik me nog steeds niet helemaal honderd procent.” “O.” zei Sandra. “Nu jij!” zei haar moeder. “Wat is er aan de hand?” vroeg ze. “Nou,” zei Sandra aarzelend, “Chris... heeft het uitgemaakt.” Ze keek naar de grond. Haar moeders ogen werden groter en keken haar aan. Sandra wist dat er nu honderd vragen door haar moeders hoofd schoten, maar dat ze die niet zou stellen, omdat ze Sandra’s gevoelens belangrijker vond dan wat er precies gebeurd was. “Stel je vragen maar.” zei Sandra zuchtend. “Nee, vertel maar hoe het nu met je is. Dat vind ik belangrijker.” Dat antwoord had Sandra wel verwacht. Maar ze wist eigenlijk helemaal niet hoe het was. Ze wist niet wat ze wilde doen. Ze wist niet hoe ze hier mee om moest gaan. Ze wist nog amper wat er gebeurd was. “Of wil je liever dat ik vragen stel, zodat je er even over kunt praten?” vroeg haar moeder. Sandra knikte. “Ik denk dat dat wel zou helpen.” zei ze. “Oke,” begon haar moeder, “dan zal ik eerst maar de belangrijkste vraag stellen: Waarom heeft hij het uitgemaakt?” Sandra schudde haar hoofd. “Ik weet het niet.” zei ze toen. Ze begon te snikken. “Ik weet het niet! En ik wilde helemaal niet dat het uitging. Ik dacht dat het wel goed ging tussen ons. Nou ja, goed, hij was wel vaak bezig als ik tegen hem wilde praten. Maar toch dacht ik dat het wel goed ging. Dat hij niet boos was. Ik verwachtte dit helemaal niet!” “Gaf hij dan helemaal geen reden?” vroeg haar moeder verbaasd. “Nee!” gilde Sandra. “Of nou ja, eigenlijk wel. Hij zei dat ik te naief was en dat ik niet wist wat er echt belangrijk was in de wereld. En dat hij een serieuzere vriendin wilde.” Sandra keek weer naar de grond. “Maar zo iemand wilde ik juist zijn.” zei ze zachtjes. Haar moeder had haar woorden gehoord. “Meis, dit ga je niet leuk vinden, maar volgens mij is het de leeftijd.” Sandra werd boos. “Mama!” gilde ze. “Hoe kan je dat nou zeggen? Je weet hoe een hekel ik daar aan heb!” “Sorry,” zei haar moeder, “maar het is denk ik echt zo. Je gaat nu door een periode heen waarin je je gaat afvragen wat er echt belangrijk is. Je gaat er achterkomen dat je eigenlijk een leven leidt waarin je let op dingen die eigenlijk niet écht wat uit maken. En daar was Chris waarschijnlijk ook net een beetje aan het achterkomen. Waarschijnlijk had hij net door dat een middelbare school relatie niet echt belangrijk of serieus was, en heeft hij het daarom uitgemaakt.” De tranen kwamen weer tevoorschijn bij Sandra. Dus volgens haar moeder vond Chris hun relatie helemaal niet belangrijk? Hij had ook wel onverschillig geleken toen hij het zei. Hij had er niks om gegeven wat zij er van vond. Hij wilde het gewoon uitmaken, en hoe maakte hem ookal niks uit. Wat de rest van de school van hen of haar dacht, boeide hem niet. Sandra paste haar dozentheorie weer op de situatie toe. Hij was uit de doos gestapt, en in plaats van te proberen of zij mee wilde, had hij haar daar achtergelaten. Maar omdat hij niet terug in de doos getrokken wilde worden, had hij hun connectie verbroken. In haar gedachten stelde ze zich dit voor. Ze zag Chris gemeen lachend met een schaar een draad tussen hem en haar doorknippen. Ze begon weer te huilen. Terwijl hij zijn stuk draad op de grond gooide, bleef Sandra achter, kijkend naar haar deel van de draad, wat haar laatste aandenken aan Chris en hun relatie was.
“Gaat het wel?” vroeg haar moeder. “Ik wil even alleen zijn.” antwoordde Sandra. “Oke.” zei haar moeder en verliet de kamer.

Na een poosje besefte Sandra dat het eigenlijk allemaal niet zo dramatisch was. Natuurlijk vond ze het nog steeds vreselijk dat ze geen vriendje meer had, en natuurlijk vond ze het ook niet leuk dat hij het midden in de school had uitgemaakt, zodat de hele school over haar was begonnen te roddelen, maar het was inderdaad maar een middelbare school relatie en sowieso kon ze hem misschien wel terugkrijgen, als zij ook uit de doos stapte. Maar eerst moest ze maar zien hoe haar ‘vriendinnen’ nu tegen haar deden. Sandra wist dat dat betekende weer in de doos stappen, maar ze had toch echt een paar vriendinnen nodig. Even dacht ze aan het meisje dat haar gevraagd had bij hen te komen zitten, maar besloot toen toch dat dat écht niet kon. Dus moest ze haar oude vriendinnen weer terug krijgen. Aangezien ze toch niet echt in de doos wilde, of in ieder geval niet zo iemand wilde zijn die in de doos hoorde, besloot ze te proberen haar vriendinnen op een eerlijke manier terug te krijgen, zonder iemand anders te kwetsen. Maar kon ze nog wel tegen ze praten zonder boos te worden of te huilen? Ze bedacht dat dit makkelijker ging via het internet, dus meldde ze zich aan. Alleen Kevin en Floor waren online. Vreemd. Had de rest haar misschien geblokkeerd? En Floor praatte ookal niet tegen haar. Normaal werd ze altijd meteen begroet. Sandra zuchtte, maar besloot toch maar tegen Floor te praten.

*SANDRA*: Hoi!
FLJJRTJUH: Hallo.
*SANDRA*: Hoe is het?
FLJJRTJUH: Ehm… wel goed.
FLJJRTJUH: Met jou?

Gelukkig, dacht Sandra. Floor doet alsof er niks aan de hand is.

FLJJRTJUH: Trouwens wel goed van Chris dat hij het nu eindelijk heeft uitgemaakt he?

Sandra nam haar gedachten terug. Floor deed niet alsof er niks gebeurd was. Wat was dat voor een gemene opmerking? Als Floor in de doos wilde horen moest ze toch juist doen alsof ze het heel erg voor Sandra vond? Zelfs als ze dat niet vond. En vervolgens moest ze dan toch tegen andere mensen gaan zeggen hoe goed het was dat hij het had uitgemaakt? Toen besefte Sandra dat dit alleen gold voor mensen die in de doos zaten, en dat zij er echt niet meer in zat.

*SANDRA*: Ehm... Hoezo?
FLJJRTJUH: Nou ja, hij heeft gewoon wel gelijk.
FLJJRTJUH: Ik bedoel, je bent gewoon af en toe wel erg... begaan met onbelangrijke dingen.

Wat? dacht Sandra boos. Was zij begaan met onbelangrijke dingen? Moest Floor nodig zeggen. Zij moest er altijd perfect uitzien voor die stomme Rob, die ze trouwens toch nooit kon krijgen. Zij moest altijd de nieuwste mode hebben, want anders was ze niet cool. Moest zij nodig zeggen. Sandra werd boos. Hoe kon Floor zo gemeen zijn? Ze wilde al tegen Floor gaan schreeuwen, maar bedacht net op tijd dat ze vriendinnen nodig had.

*SANDRA*: Ja, misschien heb je wel gelijk.

De stilte die volgde bewees dat Floor dit antwoord niet verwacht had.

FLJJRTJUH: Ik zit maar te pesten, joh!
FLJJRTJUH: Jij bent een hardstikke lieve meid!

Kassa! dacht Sandra. Terug in de doos.

*SANDRA*: Dankjewel J
*SANDRA*: Ik ga
*SANDRA*: Doeg!

Sandra had geen zin om nog meer tegen Floor te praten. Die zat overduidelijk in de doos. En Sandra wilde niet meer echt in de doos. Ze wilde alleen een paar vriendinnen. Toch?

K€V!N: Hey meissie!
*SANDRA*: Hoi
K€V!N: Hoe is het?
K€V!N: Dat was echt gemeen van Chris!
K€V!N: Bewijst wel weer dat hij je niet waard is!
K€V!N: Gelukkig zijn er nog andere leuke jongens op de wereld...

De laatste zin verbaasde Sandra een beetje. Natuurlijk waren er nog andere leuke jongens op de wereld, maar verwachtte hij nou dat zij er al helemaal overheen was en alweer op zoek naar iemand anders was? Want dat was echt niet zo. Ineens kwam er een gedachte in haar op. Bedoelde Kevin zichzelf met andere leuke jongens? Sandra hoopte van niet. Nee. Dat bedoelde hij vast niet. Alsjeblieft niet, dacht Sandra. Kevin was best leuk en knap en lief, maar ze wilde hem écht niet als vriendje.

*SANDRA*: Hmmmz
K€V!N: Ik ken iemand die jou leuk vindt.

Hij kende iemand. Dat kon best hemzelf betekenen. Maar hoe kwam ze daar eigenlijk bij? Hij probeerde gewoon aardig te zijn en zij maakte er weer meteen uit op dat hij haar leuk vond.

*SANDRA*: O
*SANDRA*: Da’s altijd leuk om te horen! J
K€V!N: Wil je wel met hem naar de bios?

Dit begint er toch op te lijken dat híj mij leuk vindt, dacht Sandra. Waarom wilde hij dat anders zo graag weten?

*SANDRA*: Ehm... Ten eerste weet ik niet wie het is, en ten tweede is het vandaag uitgegaan!
*SANDRA*: Ik ga niet meteen weer op zoek hoor.
*SANDRA*: Ik moet dit eerst verwerken!
K€V!N: Misschien kan diegene je wel helpen het te verwerken.
K€V!N: Het zou toch een leuke blind date zijn?

Sandra begon het een beetje zat te worden. Wat zat hij nou te zeuren. Als hij haar leuk vond moest hij dat maar gewoon zeggen, in plaats van er om heen te draaien. En ze vond hem toch niet leuk. En als ze hem al leuk zou vinden, dan was ze daar sowieso nú helemaal niet in geinteresseerd. Ze zuchtte.

*SANDRA*: Dat denk ik niet.
*SANDRA*: Ik ga.
K€V!N: Neeeeee.
*SANDRA*: Waarom niet?
K€V!N: Het is zo gezellig om tegen je te praten!

Nu was ze het echt zat. “Sorry hoor Kevin, maar als je me leuk vindt moet je dat maar gewoon recht in m’n gezicht tegen me zeggen! Draai er alsjeblieft niet zo om heen. En het is ook niet aardig om nu zo bij mij te gaan zeuren, want het is pas net uit. Ik vind Chris nog steeds leuk, hoor.” typte ze. Sandra drukte op enter. Het bericht verstuurde niet. Ze drukte nog een keer op enter, en nog een keer. Ze werd boos. Verstuur dat stomme bericht nou, dacht ze. En ze ramde op de enter toets. Haar computer liep vast. Nou, dan maar niet, hoor, dacht ze, en ze drukte de schakelaar om. Dat stomme internet dat ook nooit werkte. Dan maar huiswerk maken, van die mensen werd ze toch alleen maar moe.

Sandra was lekker vroeg naar bed gegaan en werd dan ook uitgeslapen wakker. Het idee dat ze in ieder geval één vriendin weer terughad en dat er waarschijnlijk in ieder geval één jongen was die haar leuk vond, had gezorgd dat ze rustig kon slapen. Ze had geprobeerd er niet aan te denken dat zij die jongen niet leuk vond en dat die vriendin eigenlijk het soort vriendin was waar ze niet meer mee om wilde gaan en dat was behoorlijk goed gelukt. Sandra gaapte en draaide zich nog eens om. “Good morning! It’s time to wake up! Good morning! It’s time to wake up! Good morning! It’s time to wake ...” was het irritante geluid dat Sandra’s wekker maakte, voor ze hem uitdrukte. Sandra had die wekker van Chris gekregen. Even voelde ze zich verdrietig worden, maar besloot toen dat ze geen zin had om haar humeur door Chris te laten verpesten. Ze ging zich leuk aankleden en vrolijk naar school. Als ze nu ook nog eens chagrijnig werd kwam het nooit goed met haar. Sandra stond op en liep naar haar kast. Ze viste een leuk rokje en een nieuw shirtje op en liep naar de douche. Vandaag eens eerst douchen en dan eten, in plaats van andersom. “Variatie maakt het werk prettig” zei haar moeder altijd. Na een lekker warme douche kleedde Sandra zich aan en föhnde haar haar. Toen ze er, in ieder geval in haar ogen, perfect uitzag liep ze neuriend naar beneden, waar haar een lekker ontbijtje wachtte. “Zo,” zei haar moeder, “volgens mij past jouw zomerse kledij helemaal bij je humeur!” “Jep!” zei Sandra glimlachend en begon te eten. Ze was lekker vroeg klaar en kwam daardoor ook vroeg op school aan. Dat was eigenlijk best handig. Nu kon ze rustig haar boeken in haar kluisje leggen, haar jas ophangen en naar boven lopen, in plaats van met haar jas in haar hand en teveel boeken in haar tas naar boven te rennen en hijgend aan te komen bij haar lokaal. Terwijl ze naar boven liep kwam ze haar wiskunde leraar tegen. Vrolijk zei ze hem gedag. “Dag, Sandra” zei hij, op een speciaal toontje. “Heb ik iets fout gedaan?” vroeg Sandra vrolijk, geen beamend antwoord verwachtend. “Nou,” zei haar leraar, “ik was enigszins teleurgesteld toen je je proefwerk niet opnieuw kwam doen. Ik bedoel: ik geef leerlingen niet vaak herkansingen. Ik wilde je graag helpen, en dacht dat je ook graag geholpen wilde worden. Ik had deze ondankbare reactie eerlijk gezegd echt niet verwacht.” Sandra wist niet wat ze moest zeggen. Ze was het proefwerk hélemaal vergeten! “Ehm...” bracht Sandra uit. “Van dit antwoord gaat u vast niet blij worden, maar we hadden de laatste paar uren vrij, en toen ben ik naar huis gegaan. Ik ben het echt helemaal vergeten.” Toen Sandra het zei besefte ze dat dit niet erg geloofwaardig klonk. Ze besefte dat het net leek alsof ze gewoon vertrokken was en de leraar niet serieus had genomen, denkend dat ze het een andere keer nog wel in kon halen. “Hoor je zelf hoe dit klinkt?” vroeg haar leraar. “Ik had ook een uur eerder vrij, maar ik ben hier speciaal voor jou gebleven.” O nee, dacht Sandra. Nu heb ik het helemaal verpest. Ze baalde ontzettend. Waar was haar zomerse humeur nou? “Heel erg sorry, meneer.” zei ze toen. “Mag ik het alstublieft nog een keer opnieuw doen? Het is echt heel belangrijk voor mij. Echt hoor. Maar ik was het gewoon volkomen vergeten.” Haar leraar keek niet echt blij. “Kan ik u anders omkopen met chocola?” zei Sandra met een onschuldige blik op haar gezicht. Haar leraar lachte. “Nou,” zei hij. “Ik mag je nog steeds wel, dus voor deze ene keer mag je het dan nog een keer opnieuw komen doen.” “Dankuwel, dankuwel!” riep Sandra. Sandra”s humeur en wiskundecijfer waren zojuist gered. “Echt heel erg bedankt.” zei ze nog eens. “Ja, ja.” zei meneer de Bruin. “Ik ben te goed voor deze wereld.” mompelde hij nog, terwijl hij wegliep.

Na drie lessen was het pauze. Sandra was een beetje zenuwachtig, want ze wist niet of iedereen wel aardig tegen haar zou doen. Iedereen wilde tenslotte aardig gevonden worden, en als zij nu niet meer “cool”was... Maar haar zorgen waren onterecht, want zo gauw de bel ging kwam Marijke op haar af en vroeg hoe het ging. “Ja, wel goed.” was het antwoord. “Mooi!” zei Marijke. “Zin om zaterdag naar de stad te gaan?” “Uiteraard!” zei Sandra lachend. “O, trouwens...” begon Marijke. Sandra wist dat er nu een roddel ging komen. “Ja?” vroeg ze. “Ik heb van iemand gehoord dat Veronie uit de vijfde heeft gezegd dat jij een slet bent.” “Ohhhh,” zei Sandra. “Nou, zij is zelf pas echt een slet. Weet je... zij stond laatst te zoenen met Jakob, terwijl ze het nu toch met Thijs heeft.” “Echt waar?” vroeg Marijke. Sandra knikte. “En Thijs is nog wel zo”n lekker ding!” Sandra en Marijke giechelden. Zo ging haar pauze en de verdere dag op school. Alles ging gewoon zoals het altijd ging. Ze zag Chris en Kevin de hele dag niet, dus daar hoefde ze zich ook geen zorgen over te maken.

Toen ze thuis kwam zag ze dat ze een SMS”je had.

Hey meis, het spijt me dat het allemaal zo gelopen is. Ik had het nooit zo uit moeten maken. Bel me ff als je dit leest. x Chris

Hmmm, dacht ze. Had hij spijt? Ze vroeg zich even af wat ze daar van vond. Als hij haar terug wilde, wilde zij dat dan? Dat zou in feite betekenen dat hij gewoon kon doen wat hij wilde met haar, want zij wilde hem toch wel terug. Zo wilde ze geen relatie hebben. Aan de andere kant vond ze hem nog steeds leuk, en wilde ze hem dolgraag terug. Toch? Ze wist het eigenlijk niet.
Ze besloot hem maar gewoon te bellen, zoals hij gevraagd had.
“Met Chris.”
“Hoi, met Sandra. Ik had je SMS gehad.”
“O ja. Wat ik dus wou zeggen is: ik vond het eigenlijk wel heel banketstaaf wat ik gedaan had. Ik bedoel: ik meende het wel. Het was wel de juiste beslissing om het uit te maken, want we passen gewoon niet bij elkaar. Het is op zich wel gezellig, maar jij zit gewoon anders in elkaar. Ik zag je vandaag weer heerlijk roddelen over de kinderen die iets minder knap zijn dan jij. Ik wil zo gewoon niet zijn. Ik wil geen dingen doen, omdat andere mensen me dan cool vinden. Ik wil gewoon mezelf zijn, en daarom gewaardeerd worden. Daarom denk ik dus ook dat we niet bij elkaar passen, en daarom heb ik het uitgemaakt. Ik heb alleen niet het juiste tijdstip gekozen. Ik heb het niet op de goede manier gedaan. Daar heb ik echt spijt van. Ik heb dus geen spijt dat ik het uitgemaakt heb, maar wel van de manier waarop. Begrijp je?”
Sandra wist niet wat ze moest zeggen.
“Wow” bracht ze uiteindelijk uit.
“Denk er maar eens over na. Ik moet ophangen. Doeg.”
“Dag” mompelde Sandra.
Met de telefoon nog in haar hand plofte Sandra op haar bed neer. Hij had veel gedachten in haar hoofd opgeroepen. Hij wilde haar helemaal niet terug. Hij had door hoe mensen zich verkeerd gedragen. Hij had door hoe zij zich verkeerd had gedragen, terwijl zij dat niet had. Ze was vergeten dat ze wilde veranderen. Ze was zonder het te weten weer in de doos gesprongen Sandra zuchtte. Er waren zoveel dingen in haar leven bezig, dat ze ze even niet meer aankon. In ieder geval was het dus echt uit tussen haar en Chris. Dat moest ze dus gaan verwerken. Ze moest niet meer bezig zijn met hoe ze hem terug kon krijgen, maar met hoe het zou zijn zonder hem. Ze moest ook maar beseffen dat hun relatie eigenlijk vrij onbelangrijk was. En bovenal moest ze ook echt aan haarzelf gaan werken. Maar wilde ze dat wel? Ze was zo toch gelukkig. Ze wist wel dat dit geen echt geluk was en dat haar vrienden haar vaak zat pijn deden en lieten vallen, maar het ging zo makkelijk zo. Sandra wist ook niet waar ze moest beginnen. Moest ze er gewoon tegen iemand over praten? Maar haar vriendinnen zouden haar toch regelrecht uitlachen? “Sandra! Sandra!” riep haar moeder van beneden. “Wat?” riep Sandra een beetje boos. “Kan je even wat boontjes voor me gaan halen? Ik ben ze vergeten.” Sandra zuchtte. Daar had ze helemaal geen zin in. Ze wilde al nee schreeuwen, maar besloot toen dat een deel van een beter mens worden ook haar moeder helpen was. Daarom riep ze: “Tuurlijk!”, waarna haar moeder haar verbaasd bedankte.

Toen Sandra in bed lag begon ze na te denken over of ze nu wilde veranderen en zo ja, hoe. Ze wilde graag dat mensen anders met elkaar om zouden gaan, maar ze kon moeilijk iedereen veranderen. Wat ze wel kon veranderen was haarzelf. Maar als ze haarzelf nu veranderde, kwam ze buiten de doos terecht, en ze had net ervaren hoe vervelend dat was. Sandra gaapte. Ze was eigenlijk te moe om over dit soort dingen na te denken, maar aan de andere kant kon ze ook niet slapen, omdat deze gedachten haar zo bezig hielden. Ze wist niet wat ze nu moest, of wilde. Ze wist niet hoe ze verder zou moeten als ze geen vrienden meer zou hebben, maar ze was het niet eens met de manier waarop zij en haar vrienden nu met elkaar omgingen. Als ze haar vrienden wilde houden dan had ze geen keuze; dan moest ze wel zo doorgaan. De gedachte dat ze ook bij de “stomme mensen” kon gaan zitten kwam even in haar op, maar werd snel weer weggedrukt, want dat wilde ze echt niet. Zo wanhopig was ze toch ook weer niet? Na een poosje werd het haar duidelijk dat ze toch een keuze had: óf gedrag vertonen waar ze het niet mee eens was en leuke vrienden hebben, óf met stomme mensen omgaan, maar wel een goed, sociaal mens zijn. Hoe graag ze ergens ook voor het tweede wilde kiezen, toch besloot ze dat de eerste haar enige echte optie was. Ze zag niet in hoe ze vrienden kon zijn met de lelijke, stomme mensen. Kom op zeg, die mensen vinden het waarschijnlijk leuk te schaken, dacht ze.

Al denkend viel Sandra in slaap, waar haar gedachten haar achtervolgde. Ze begon te dromen over de doos, haar vrienden, Chris, en de “stomme mensen”. Na een heleboel vage beelden voorbij te hebben zien schieten, zag ze ineens een bruine muur voor haar. Toen ze zich omdraaide zag ze een heleboel mensen. Ze hadden allemaal bordjes om hun nek. “Roddelaar”, “Leugenaar” en “Gaat Graag Vreemd” waren een paar voorbeelden. Sandra keek naar haarzelf. Ze zag dat ze ook een bordje had, maar kon niet zien wat er op stond. Ze probeerde het te vragen, maar niemand reageerde. Iedereen had moeite te bewegen, want de ruimte was eigenlijk veel te klein voor het aantal mensen. Opeens zag ze Floor en Marijke. Ze stonden te praten, en wezen ergens naar. Sandra probeerde zich een weg door de mensenmenigte te banen om naar ze toe te gaan, maar slaagde daar niet in. Ze probeerde hun aandacht te trekken door ze te roepen, maar ze waren of doof, of niet geinteresseerd. Het viel Sandra op dat alle mensen die er waren er mooi uitzagen. Ze zag geen lelijke, of dikke mensen. Plotseling voelde het alsof er een aardbeving begon. Sandra werd bang. Ze probeerde weg te komen door op de muur te klimmen. Gek genoeg probeerden alle andere mensen elkaar vast te houden en in de ommuurde ruimte te blijven. De muur was hoog en glad en het was niet makkelijk voor Sandra er op te klimmen. Maar ze was doodsbang en klom door. Ze wist niet wat er aan de andere kant van de muur was, maar binnen de muur voelde ze zich niet veilig en er was ook niks wat ze niet kon missen. Het bordje hing zwaar om haar nek. Het deed pijn. Ze wilde er van af, maar het ding wilde niet van haar nek. Eindelijk bereikte Sandra de bovenkant van de muur. Op hetzelfde moment dat ze er op ging zitten, viel ook het bordje van haar nek. Nu pas zag ze hoe ontzettend hoog de muur was. Omdat de muur zo glad was, zou ze zich moeten laten vallen aan één van de kanten. Als ze niet vanzelf wilde vallen, moest ze snel beslissen, want de aardbeving was nog steeds aan de gang, en ze had moeite op de muur te blijven. Wilde ze terug naar de bekende, volle ruimte, waar Floor en Marijke waren? Of wilde ze liever al haar moed bij een rapen en de onbekende, misschien wel veel ergere, kant induiken. Sandra besloot voor het tweede te kiezen. Ze wist niet wat ze moest verwachten. Ze had geen idee hoe het er zou zijn. Na een lange val kwam ze op een hele andere plek terecht. Ze keek eens rond en het viel haar op dat er veel minder mensen waren. Het was veel opener en rustiger. De lichtbruine muur was nergens te bekennen. Ook viel het haar op dat veel mensen slecht gekleed, dik of lelijk waren. De enige gelijkenis met de andere ruimte was, dat ook deze mensen bordjes om hun nek hadden. “Gul”, “Vriendelijk”, en “Trouw” waren een paar teksten die Sandra erop ontdekte. Na een paar minuten kwam er iemand op haar af. Sandra herkende haar ergens van, maar wist niet precies waarvan. “Goedemorgen.” zei het meisje. “Ik had al gehoopt dat je toch op mijn aanbod in zou gaan.” Sandra keek haar een beetje verbaasd aan. “Tanja!” riep iemand. “Even wachten!” riep het meisje terug. “Als ik je ergens mee kan helpen zeg je het wel, he?” zei ze nog, en liep toen op het geluid af.
“Good morning! It”s time to wake up! Good morning! It”s time to wake up!”

Sandra drukte haar wekker uit en ging rechtop in bed zitten. Wow, dacht ze, dat was nog eens een indrukwekkende droom. Ze wist niet of dromen iets betekenden, en als dat al zo was wat deze dan betekende, maar in ieder geval had hij haar aan het denken gezet. Sandra”s hoofd zat vol vragen. Ze vroeg zich bijvoorbeeld af waar ze het meisje toch van kende en wat er op haar bordje had gestaan. Waar ze het meeste mee zat was de vraag wat haar droom toch wilde zeggen. Of was het gewoon een hersenspinsel waar ze zich niks van aan moest trekken? Als dat zo was zou het mooi zijn. Als haar droom niks betekende, waren haar gedachten over de doos waarschijnlijk ook onzin. Sandra werd blij. Dat zou makkelijk zijn. Ze hoefde eigenlijk helemaal niks te doen. Ze kon gewoon door gaan met haar leven, op de manier waarop ze dat altijd had gedaan. Het is vast allemaal onzin, dacht ze hoopvol. Maar, dacht ze vervolgens, stel nou, dat dat niet zo is. Wat als ze volkomen gelijk had, en ze een heel verkeerd mens was? Wat als haar droom een waarschuwing was. Wat als...
Sandra probeerde te bedenken wat haar droom precies voorstelde. De ommuurde ruimte leek sterk op wat zij “in de doos” betiteld had. Maar het was er vreselijk geweest. Sandra ervoer haar leven niet echt als vreselijk, terwijl ze zich wel “in de doos” bevond. Raar was ook dat aan de andere kant van de muur geen muur was geweest. Hoe kon een muur ineens verdwijnen? De muur was de enige connectie tussen de twee ruimtes, dus hoe kon hij ineens weggaan? Dan was er dus ook geen mogelijkheid meer om terug te keren. Op eens vielen de stukjes enigszins op hun plaats. De ommuurde ruimte symboliseerde inderdaad “in de doos”. De muur was het gebied er tussenin. Je hoorde er volgens de mensen in de doos niet meer echt bij, maar er was nog een weg terug. Als je echter echt voor de andere kant koos, dan was er geen weg terug.
Sandra vroeg zich af welke kant het prettigst was geweest. Ze was maar heel even aan de andere kant geweest, maar er was wel meteen iemand naar haar toegekomen. Meteen had er iemand aardig tegen haar gedaan. Dat was niet gebeurd in de andere ruimte. Daar had ze alleen gestaan en had niemand gereageerd op haar vragen. Het was Sandra trouwens nog steeds een raadsel wie er nu toch naar haar toegekomen was. Ze kende het meisje dat blijkbaar Tanja heette ergens van, maar waar dan toch van? Ze ging toch niet met dat soort mensen om. Ze zuchtte. “Dat soort mensen” was al weer een hele verkeerde gedachte. Iedereen was gelijk. En eigenlijk waren “dat soort mensen” misschien wel meer, want zij gedroegen zich tenminste niet zo asociaal.
Als ze al haar gedachten en haar droom samenvatte was het duidelijk wat ze moest gaan doen. Het zou heel moeilijk zijn, maar het moest toch. Ze wilde er echt voor gaan. Als ze door zou zetten, zou ze misschien, heel misschien, er iets heel moois voor terug krijgen: een bordje met de tekst “goed” om haar nek. En natuurlijk een prettiger leven voor haar en de mensen waar ze mee omging.

Op weg naar school dacht Sandra haar gedachten nog eens over en dacht na over wat ze nou echt kon doen. Eigenlijk was het vrij simpel. Ze moest gewoon niet meer mee doen met wat iedereen deed. Dat betekende waarschijnlijk niet meer in de doos horen, maar dat moest dan maar. Dan ging ze toch bij de stomme mensen zitten? Misschien ging ze ooit de lol van schaken nog wel in zien. Helemaal van haar ideeen overtuigd kwam ze op school aan. Ze wist dat het moeilijk ging worden, maar ze wilde er helemaal voor gaan. Ze zette haar fiets neer, stopte haar spullen in haar kluisje en ging haar vriendinnen zoeken. Al snel kwam Floor naar haar toe. “Hoi Sandra,” zei ze, “heb je zin om van het weekend af te spreken? Kunnen we lekker roddelen!” Sandra had het gevoel dat haar gedachten gelezen waren, en dat Floor dit expres vroeg, zodat zij haar nieuwe principes kon tonen. Ze haalde diep adem en zei: “Langskomen lijkt me heel leuk. Maar ik heb geen zin om te gaan roddelen. Dat is namelijk helemaal niet aardig tegen over degene over wie je roddelt.” Floor keek nogal verbaasd. “O,” zei ze. “Ehm, weet je? Laat anders maar. We hebben eigenlijk best veel huiswerk.” “Oke.” zei Sandra. “Misschien een andere keer.” “Eh, misschien.” zei Floor, en draaide zich om en liep weg. “Is die naar de kerk geweest ofzo?” mompelde ze. Sandra voelde zich goed. Ze had haar vriendin teleurgesteld, maar ze had zich eindelijk zo gedragen als ze zolang gewild had. Ze was trots en gelukkig. Na een paar minuten denkend te zijn blijven staan, liep ze naar het groepje mensen waar Floor zich inmiddels bijgevoegd had. Toen ze aangelopen kwam stopte iedereen meteen met praten. “Wat is er?” vroeg ze, wetend dat ze het over haar hadden gehad. “Niks, hoor.” zei iedereen onschuldig. “Oke.” zei Sandra. Het was even stil. “Iemand nog iets leuks te vertellen?” vroeg Sandra. Iedereen schudde zijn hoofd of mompelde zachtjes “nee”. Weer was het even stil. Toen ging de bel. De meisjes vertrokken fluisterend naar hun klaslokaal, en Sandra hoorde hen een paar keer haar naam zeggen. Sandra herinnerde zich hoe blij ze was toen ze weer terug in de doos was, en was verbaasd nu zo gelukkig op de muur te zitten. Hoewel ze nu nog kon besluiten terug te gaan, was haar beslissing eigenlijk al genomen.

Normaal gesproken was aardrijkskunde altijd heel gezellig. Men. Van Brussel had totaal geen overwicht over de klas, dus dat betekende meestel een uurtje lekker relaxen en kletsen. Aangezien ze naast Manon, een best wel goede vriendin van haar, zat, had ze daar meestal uitgebreide gesprekken mee. Manon was een aardig meisje, maar wilde wel heel graag in de doos horen. Vandaar dat ze vandaag ook amper reageerde als Sandra wat tegen haar zei. Sandra besloot daarom maar op te letten, en begreep zowaar waar de leraar het over had. Na een kwartier was hij uitgepraat en moesten ze in groepjes een opdracht gaan doen. Manon vormde onmiddelijk een groepje met Erica en Floor, en toen Sandra naar Marijke liep besloot die net samen te werken met twee andere meiden. Sandra was best teleurgesteld, maar probeerde dat niet te laten merken. Ze keek rond in de klas en zag twee meisjes die zij altijd “stuud” betiteld had samen over een boek gebogen zitten. Sandra moest toegeven dat ze eigenlijk niet eens wist hoe ze heetten. Moest ze daar dan maar mee samen gaan werken? Moest dat echt? Wilde ze dit echt? Samenwerken met die twee meisjes betekende op het randje van de muur gaan zitten. “Nou, Sandra, ga je ook nog aan het werk?” vroeg men. Van Brussel. “Eh ja, zo.” antwoordde ze. Men. Van Brussel bromde wat als antwoord. Sandra realiseerde zich dat ze eigenlijk wel met deze meisjes samen móest werken, en liep naar hen toe. “Hoi.” zei ze. Verbaasd keken de twee op. “Hoi Sandra!” zei de één, “Wil je het huiswerk overschrijven?” Sandra dacht even dat ze het sarcastisch bedoelde, maar zag toen aan haar gezicht dat ze het echt meende. “Nee, joh!” zei ze. “Ik vroeg me af of ik misschien met jullie mocht samenwerken.” Sandra was verbaasd een enorme lach op hun gezichten te zien verschijnen. “Meen je dat echt?” vroeg het tweede meisje. “Ja, als het mag, heel graag.” De meisjes zagen er plots heel gelukkig uit en schoven meteen een stoel aan. “Oke, wat moeten we doen?” vroeg Sandra. Terwijl de meisjes de opdracht aan haar uitlegden, keken Sandra”s vriendinnen naar haar. Er werden briefjes over en weer geschreven over haar, maar Sandra had het niet door. Ze probeerde naar de meisjes te luisteren en vond het eerst best interessant. Maar na tien minuten begon ze het moeilijker te vinden zich te concentreren en na een kwartier was ze het zo zat dat ze achterover ging zitten. “Wat is er?” vroeg één van de meisjes. “Ik heb geen zin meer. Kunnen we het niet een andere keer doen?” “Nee, we moeten het wel nu afmaken, hoor. Want ik heb vandaag pianoles en vanavond is er ook nog een schaakcompetitie.” Daar is het schaken weer, hoor, dacht Sandra. “Nou, dan doen we het toch morgen.” zei ze. “Nee, daar houd ik niet van.” antwoordde het meisje. “Ik maak mijn huiswerk altijd op de dag dat ik het opkrijg.” Sandra zuchtte en keek het meisje aan alsof ze gek was. Het andere meisje probeerde het ene meisje nog te overtuigen dat het wel een dagje kon wachten, maar het eerste meisje wilde het echt niet. “Straks wil ze niet meer bij ons zitten!” hoorde ze het tweede meisje tegen het eerste fluisteren. Dat vond Sandra wel interessant: de mensen die zij altijd als minder had beschouwd beschouwden haar ook als meer. “Laat maar dan,” zei Sandra, “we maken het wel af.” Ze wilde niet dat de twee meisjes door haar ruzie zouden krijgen. Na de rest van de opdracht afgemaakt te hebben ging de bel. Hehe, dacht Sandra, verlost van deze mensen. Maar was ze eigenlijk wel van ze verlost? Haar vriendinnen hadden duidelijk te kennen gegeven dat ze het niet eens waren met wat ze gedaan had. Dat sloeg trouwens eigenlijk nergens op, het enige wat ze gedaan had was zeggen dat ze niet meer wilde roddelen. Nou en, dat was toch haar keuze? Maar goed. Haar vriendinnen dachten daar blijkbaar anders over. Eigenlijk was dat ook precies wat de bedoeling was. Dus eigenlijk maakte het niet uit. Sandra had zich eigenlijk ookal voorgesteld dat ze haar lunch samen met de “stomme mensen” op zou eten, dus wat zeurde ze dan?
Opeens merkte Sandra op dat al haar klasgenoten het lokaal al verlaten hadden en pakte snel haar spullen en stond op. “Is er iets mis, Sandra?” vroeg men. Van Brussel. “Ehm, nee hoor.” zei Sandra, en verliet het lokaal. Men. Van Brussel keek haar denkend na.

Terwijl Sandra de trap afliep probeerde ze te genieten van haar momenten alleen. Ze bereidde zich voor op saaie gesprekken en wilde haar best gaan doen om aardig te doen en te lachen om de totaal niet grappige grapjes. Ze had er eigenlijk geen zin in, maar ze had het aan zich zelf beloofd. Sandra zuchtte en liep toen naar de meisjes toe waar ze ook de aardrijkskundeopdracht mee had gemaakt. Ze zaten samen met nog een paar anderen over een boek gebogen. Wiskunde waarschijnlijk, dacht Sandra zuchtend.
“Hoi.” zei ze. Een meisje keek op. Het was het meisje dat zo nodig de opdracht die dag af had willen maken. “Hoi Sandra.” zei ze. Bij het horen van de naam Sandra keek iedereen onmidellijk op. “Wat is er?” vroeg ze. “Ehm,” stamelde Sandra, “ik wilde graag hier eten.” Het meisje kreeg weer een glimlach. Ben ik dan zo belangrijk? dacht Sandra. “Gezellig!” gilde het meisje, waarna een vrij irritante lach volgde. “Oke, dit is Klara,” zei ze terwijl ze naar het andere meisje van aardrijkskunde wees, “maar dat wist je natuurlijk al. En dit zijn Saartje, Irene en Tanja.” Bij de naam Tanja schrok Sandra. Snel keek ze naar het meisje wat inderdaad ook het meisje uit haar droom was. “Jou ken ik...” stamelde ze. “Jij zat in mijn ...” Het meisje knikte beamend. Sandra schrok nog meer. Hoe kon het meisje nou weten dat ze in haar droom had gezeten? Waren deze mensen nu écht gek? “Ja, ik heb inderdaad vroeger bij jou op zwemles gezeten.” O, dacht Sandra. Dus ze zijn toch normaal. Nou ja, behalve dan dat ze zich nog herinneren bij wie ze heel lang geleden op zwemles hebben gezeten. “Ik had al gehoopt dat je op mijn aanbod in zou gaan.” zei het meisje toen. “Wat?” vroeg Sandra zich herinnerend dat dit precies hetzelfde was als wat het meisje in haar droom gezegd had. “Wát zei je?” Het meisje keek haar vragend aan. “Ik had al gehoopt dat je op mijn aanbod in zou gaan?” “Maar, maar... hoe kan dat?” stamelde Sandra. “Hoe weet zij dat...” mompelde ze. “Wat is er?” vroeg Tanja. “Ik had gewoon gehoopt dat je nog bij ons wilde komen zitten. Je weet wel, dat had ik je gevraagd, nadat Chris het uit had gemaakt.” Chris, dacht Sandra. Wat zou ik graag bij Chris gaan zitten. Maar die wil me niet, dacht ze verdrietig.
In ieder geval wist ze nu eindelijk waar ze het meisje van kende.
Sandra ging op het bankje zitten. Alle vijf de meisjes keken naar haar. Toen Sandra dat na een minuut door had vroeg ze wat er was. “Ga je niet vertellen waarom je hier zit?” vroeg Saartje toen. “Hoe bedoel je?” vroeg Sandra. “Nou, we kunnen toch niet gewoon doorgaan met praten over wiskunde...” Ha, ik heb gelijk, dacht Sandra. “... terwijl er iemand zoals jij bij ons komt zitten.” Iemand zoals jij. Sandra vond het bijzonder interessant hoe de mensen van de “lagere klassen” zichzelf ook als minder goede mensen beschouwden. “Hoezo iemand zoals ik?” vroeg ze toen. “We zijn toch allemaal gelijk?” De meisjes keken eerst haar aan, keken toen naar elkaar, en lachten toen weer hun irritante lachjes. “Nee,” zei Sandra een beetje boos. “Ik meen het.” De meisjes werden stil alsof Sandra hun lerares was en ze naar haar moesten luisteren. “Ik meen het echt.” zei ze liever. “Ik wil gewoon normaal met jullie omgaan en jullie vriendin zijn. Ga dus gewoon door met wat je altijd doet en laat mij er even inkomen.” De meisjes keken elkaar weer verbaasd aan. “Dus we moeten gewoon over wiskunde praten?” vroeg Klara toen. “Jullie moeten niks. Maar als jullie dat willen, dan ja.” De meisjes aarzelden even en begonnen toen inderdaad weer over wiskunde te praten. Sandra zuchtte. Deze mensen waren bijna net zo irritant als haar oude vrienden. Had ze wel de juiste beslissing gemaakt?

Om 5 uur “s avonds werd Sandra gebeld. “Hoi!” zei Klara. “Ik wilde vragen of je misschien mee wilde naar de schaakwedstrijd vanavond. We wilden namelijk nogmaals benadrukken hoe welkom je in ons groepje bent!” Sandra”s eerste reactie was, nee absoluut niet. Vervolgens dacht ze na over een smoesje. Uiteindelijk zei ze: “Ja, is goed. Komen jullie me dan ophalen?” Klara liet weer een vreemd geluid horen waarvan Sandra dacht dat het een lach moest voorstellen. “Ehm ja, oke, tot vanavond dan maar he!” zei Sandra, en hing op. Bah, bah, bah, dacht ze. Nu moest ze naar een schaakwedstrijd. Waar was ze in vredesnaam mee bezig? Was het nog te laat om terug te gaan naar haar oude leven?
Nee, zo moest ze niet denken. Ze moest hier gewoon mee doorgaan. Ze was er heel erg van overtuigd geweest dat dit de juiste beslissing was, dus dat was ook vast zo. En ze had het nog geen eens een dag geprobeerd. Ze moest echt ophouden met zeuren en gewoon even relaxen. Ze zou er vast snel aan wennen en goede vriendinnen met deze mensen worden. Als ze nou eens zaterdag gingen winkelen... Dat zou vast gezellig zijn. Winkelen was altijd gezellig!
“Sandra!” riep haar moeder van beneden. “Wat is er?” gilde ze terug. “Kom je de tafel dekken?” “Natuurlijk mama, voor jou altijd!” riep ze op een hoog sarcastisch toontje. Sandra stond op en liep naar beneden. Terwijl ze de borden op tafel zette probeerde ze haar moeder te vertellen over de schaakwedstrijd: “Ehm mam...” begon ze. “Ja?” vroeg haar moeder. “Ik wil vanavond ergens heen. Ik word opgehaald en weer thuisgebracht, oke?” “Wacht even, hoor,” zei haar moeder, “dan heb ik toch nog wel een paar vragen: Ten eerste waar ga je heen, ten tweede met wie ga je er heen, ten derde heb je je huiswerk wel af, en ten vierde hoe laat kom je terug?” “Ik heb m’n huiswerk af, en ik weet niet precies hoe laat ik terug kom.” “Wel ongeveer?” vroeg haar moeder. “Nee,” zei Sandra. “Ik heb eigenlijk geen flauw idee hoe laat het begint of eindigt.” “Hoe kan ik er dan over beslissen, en je hebt nog steeds niet gezegd wat het is!” “Nou,” zei Sandra, “ik ben er zeker van dat het wel op een normale tijd eindigt.” “Je bent er zeker van dat het wel op een normale tijd eindigt? Wat is het? En wat is een normale tijd? En met wie ga je nou eigenlijk? Sandra, wat ben jij in vredesnaam allemaal van plan?” “Ik ben niks vreemds van plan. Laat me nou gewoon gaan.” zei Sandra, die geen zin had om zich te moeten verdedigen voor een schaakwedstrijd. Ook wilde ze niet zeggen waar ze heen ging, want dan zou haar moeder haar uitlachen, en het hele verhaal willen horen. Ze zuchtte. “Laat anders maar.” zei ze. “Nee, wacht nou even, San.” zei haar moeder. Net toen ze iets wilde vragen ging de bel. Sandra liep er heen en deed open. Daar stonden Klara, Tanja, Irene, en nog een paar van dat soort mensen. “Hoooi!” gilden ze. “Eh, hallo.” zei Sandra. “Het spijt me, maar ik mag niet van mijn moeder.” “O.” zeiden de meisjes verdrietig. “Doei!” zei Sandra en wachtte tot de meisjes de auto weer ingingen.
“Wie was dat?” vroeg Sandra”s moeder toen Sandra weer binnenkwam. “O, niemand.” zei Sandra.

Sandra zou normaal gesproken van haar weekend genieten en leuke dingen gaan doen, maar wist nu niet zo goed wat ze moest. Ze kon hen wel uitnodigen om te gaan winkelen, maar ze durfde zich eigenlijk niet in het openbaar met deze mensen te vertonen. Oeh, dacht ze, dat was weer zo”n verkeerde gedachte. Ze moest zich daar niks van aantrekken en gewoon met deze mensen omgaan, ookal zagen ze er dan niet geweldig uit. Toch? Tóch? Sandra begon met haar voet te stampen. Dat was toch zo? He? He? Of was het gewoon onzin? Nou? Wat was het nou? He? He? Sandra werd boos. Ze wist niet op wie, ze wist niet op wat, maar ze was in ieder geval boos. Ze stormde de trap op en plofte neer op haar bed. Ze begon haar bed te stompen en haar agressie te uiten. Haar moeder was gelukkig niet thuis, anders had die waarschijnlijk wel gevraagd waar ze toch in vredesnaam mee bezig was. Sandra vroeg zich af wat ze dan gezegd zou hebben. Eigenlijk wist ze het niet. Ze had eigenlijk geen flauw idee waar ze mee bezig was.

Na een wat flauw weekend kwam ze weer op school. Haar vriendinnen leken al niet meer aan haar te denken en zij ging ook vrij automatisch bij Klara en Tanja staan. Ze hadden het over paardrijden. Hm, dacht Sandra, dat is eigenlijk een vrij normaal onderwerp. Het gesprek was ook niet heel saai, totdat ze precies gingen uitrekenen hoeveel geld je per les moest vragen op een manege, om geen winst, maar ook geen verlies te maken. Sandra zuchtte weer. Ze voelde zich hier toch echt niet thuis. Ze zou het heus wel wat tijd geven, maar... Er tikte iemand op haar schouder. Sandra draaide verschrikt om. “Chris!” riep ze blij. Chris trok haar bij het groepje vandaan en nam haar apart. Hij zei: “Zo, je hebt nieuwe vrienden, zie ik.” “Eh, ja.” zei Sandra met een zucht. Chris keek haar aan en zei: “Ik eh, ik weet niet of ik dit moet of mag denken hoor, maar ik hoop dat je dit niet voor mij doet.” Sandra keek hem nogal verbaasd aan. “Ik bedoel... nou ja, laat maar.” zei Chris. Dat je dit niet voor mij doet? herhaalde Sandra verbaasd in haar hoofd. “Nee, leg eens uit!” zei ze. “Nee, het was een vreemde gedachte. Nou ja, in ieder geval vind ik het wel goed dat je deze mensen nu ook eens wat liefde brengt.” “Eigenlijk,” zei Sandra, “geef ik niet zozeer deze mensen liefde, als dat ik mijn vriendinnen probeer te vertellen dat ze gemeen zijn.” “Hoezo dat dan?” vroeg Chris. “Ach,” zei Sandra, “dat is allemaal zo”n lang verhaal om uit te leggen.” “Nee,” zei Chris, “ik denk eigenlijk dat ik wel begrijp wat je bedoelt, maar als je hen iets probeert te vertellen, moet je dan niet met ze praten?” Hoe kon hij nou weten wat ze bedoelde? “Volgens mij weet jij helemaal niet wat ik bedoel! Hoe kan jij dat nou weten?” gilde ze. “Misschien weet ik het dan ook wel niet. Maar in ieder geval zie ik niet in hoe je hen iets kunt vertellen, zonder tegen ze te praten.” Sandra moest toegeven dat hij daarin wel gelijk had. “Nou,” zei Chris, “veel plezier nog met je ideen, he!” Sandra zuchtte. Aan haar ideeen had ze nog niet echt plezier beleefd, helaas. Een goed mens zijn of worden was blijkbaar niet gemakkelijk. Ze liep weer terug naar Klara en Tanja, die de prijs inmiddels berekend hadden. “En wat heb je dit weekend gedaan?” vroegen ze. “Eh, niet zoveel.” antwoordde Sandra een beetje afwezig. Chris had gelijk. Dit had geen zin. Misschien dat zij zo wel verbeterde, maar ze wilde eigenlijk ook aan hun laten zien hoe ze veranderd was, zodat ze ook zouden veranderen. Ze moest de doos eigenlijk gewoon kapot maken! Met deze nieuwe missie liep ze naar haar vriendinnen toe, toen net de bel ging. Dan maar wachten tot de pauze, dacht ze.

In de pauze ging Sandra zoals “vroeger” bij haar vriendinnen zitten. Ze keken een beetje verbaasd maar gingen verder met haar om alsof er niets gebeurd was. Ze praatten wel expres over het afgelopen weekend, waar Sandra natuurlijk niks vanaf wist, maar daar probeerde ze zich niks van aan te trekken. Sandra liet haar vriendinnen hun gang gaan en dacht na over wat ze nu tegen hen moest zeggen. Hoe kon ze hen nu duidelijk maken dat wat ze deden verkeerd was? Of eigenlijk, hoe kon ze hen laten stoppen zich “verkeerd” te gedragen? Eigenlijk wisten ze namelijk heus wel dat het niet goed was om te roddelen of het belangrijker te vinden hoe je haar zat dan of de mensen in Afrika wel genoeg te eten hebben. Sandra bedacht dat ze niks hoefde te zeggen, totdat haar vriendinnen vroegen of Sandra met hun mee wilde doen in hun verkeerde gedrag. Ja, dacht ze, ik kan hier gewoon zitten en als ik niks fout doe, dan ben ik ook niet fout. Dan zijn zij alleen fout. Even ging de gedachte, “maar als je niks doet, terwijl je ziet dat iemand vermoord wordt, ben je ook schuldig, dus dan ben ik dat nu eigenlijk ook,” door haar hoofd, maar die werd snel verdrongen. Tenslotte ging het hier niet om leven of dood, maar gewoon om hoe sociaal Sandra wel of niet was. In stilte wachtend op een aanleiding om haar vriendinnen te vertellen dat ze moesten veranderen, drong het tot Sandra door dat ze eigenlijk helemaal niet tegen haar vriendinnen wilde gaan zeuren. Maar ze wist dat ze geen keus had. Ze moest dit namelijk doen. Nou ja, dacht Sandra, ik hóef dit eigenlijk niet te doen. Ik kan het ook niet doen. Dat is waarschijnlijk wel de makkelijkste manier. Sandra begon aan het idee om haar oude levenstijl weer op te pakken te wennen, toen één van de meiden over Tanja begon. “Moet je kijken wat Tanja nou weer aanheeft!” zei Erica. “Ja,” zei Amy, “ik vraag me af waar ze dat vandaan heeft! De Zeeman misschien?” De meisjes lachten. Sandra lachte niet. Ze vond Tanja dan wel irritant, maar ze was toch ook een mens? Ze hoefden haar toch niet uit te gaan lachen? Er verscheen een lach op Sandra”s gezicht. Gelukkig, dacht ze, ik ben toch nog van mijn idealen overtuigd. Floor stootte Sandra aan. “Waarom staar jij zo gemeen lachend in de verte?” vroeg ze. Op eens kreeg Sandra een idee. “Omdat ik een geheimpje heb!” zei ze ontdeugend lachend. Onmiddelijk waren er 8 paar ogen op haar gericht. “Vertel, vertel!” riep iedereen. “Nee,” zei Sandra, blij dat haar plan werkte, “dan is het geen geheimpje meer.” De bel ging en iedereen pakte zijn spullen en vertrok. Sandra liep denkend naar boven. Ha, dacht ze, ik heb hun zwakke plek gevonden. Ik wist dat dit zou werken. Deze mensen willen namelijk altijd geheimen weten of hebben, want geheimen, of ze nou waar zijn of niet, zijn dingen waar je over kunt roddelen.

Na school liep Floor naar haar toe. “Wat is je geheimpje nou?” vroeg ze. Sandra dacht even na. Ze had haar plan nog niet zo heel goed doordacht en wist niet wat ze nu moest antwoorden. In grote lijnen was het plan om iemand over de doos te vertellen, maar niet direct. Niet zodat diegene meteen door zou hebben dat zij zich in de doos bevond. Maar hoe dan? “Nou?” vroeg Floor nog eens. “Nou,” zei Sandra die inmiddels had besloten dat ze het maar gewoon ging proberen, “ik heb een poosje geleden een doos gevonden.” Floor keek haar vragend aan. “Dus?” vroeg ze. “Nou,” aarzelde Sandra, “ik was nogal verbaasd over de inhoud.” Floors vragende blik verdween niet. “Wat zat er in, dan?” “Dat is dus het geheim!” zei Sandra snel, niet wetend hoe ze verder moest. Floor keek teleurgesteld. “Sandra, je doet echt vreemd. Wanneer ga je nou eens uitleggen wat er aan de hand is? Dat gezeur met die domme kinderen waar je bij gaat zitten, en dan zit je weer bij ons en dan heb je weer een geheimpje. Het wordt echt tijd dat je het allemaal uit gaat leggen!” “Tjonge.” zei Sandra alleen maar. Ze was verbaasd. Moest ze het dan maar allemaal uitleggen? Moest ze de gedachten die steeds maar door haar hoofd gingen en die er niet meer uitgingen er dan eindelijk maar eens uitgooien? Sandra besefte hoe graag ze dat wilde. Ze wilde haar vriendinnen gewoon recht in hun gezicht het hele verhaal van de doos vertellen, maar als ze niet kalmeerde en het op een begrijpelijke manier zou vertellen, zouden ze misschien wel nooit meer tegen haar praten. En dan kon ze haar boodschap al helemaal niet overbrengen. Ze zuchtte. Maar zouden ze het wel begrijpen? Als je in de doos zat, zag je dan wel dat er een wereld buiten de doos was? Sandra wist dat ze het moest proberen. Maar was dit wel het juiste moment? Floor keek haar nog steeds zo vragend aan. Sandra zuchtte en dacht, goed, ik probeer het wel. Ze keek even naar haar schoenen toen naar de lucht en toen keek ze Floor recht aan. “Oke,” zei ze, “de doos is gevuld met mensen. Het is dus ook geen echte doos. Het is...” Sandra stopte even. Dat was een helemaal verkeerd begin. Ze zuchtte opnieuw. Floor keek nog verbaasder. “Sandra! Waar heb je het over? Een doos met mensen? Die niet echt bestaat? Ben jij wel helemaal lekker?” “Ja, sorry,” zei Sandra, “verkeerd begin. Kom je anders mee naar mijn huis? Dan hebben we het er daar wel over. Het is moeilijk om het uit te leggen.” Floor aarzelde even. Ze leek zich serieus af te vragen of Sandra misschien gek was geworden. “Nou, wil je het geheim nog weten?” zei Sandra lachend. Floor lachte en de meisjes fietsen samen weg. Sandra vroeg zich af hoe ze dit ooit begrijpelijk uit kon leggen.

Sandra en Floor liepen met een kopje thee, een glas cola en een zakje stroopwafels naar boven en ploften op het bed neer. Even was het stil; even keken ze elkaar aan. “Nou,” zei Floor, “dan mag je me nu gaan uitleggen wat voor een doos je hebt gevonden, want ik snap er geen hout van!” Sandra was even stil. Ze hoopte dat de telefoon zou gaan, zodat ze uitstel zou krijgen. Ze hoopte dat Floor zich plotseling zou herinneren dat ze ergens heen moest. Hoe moest ze haar rare gedachtensprongen op een duidelijke manier uitleggen? Hoe kon ze Floor laten begrijpen wat ze bedoelde? Sandra zuchtte. “Je hebt toch geen skelet gevonden ofzo he?” zei Floor. Sandra grinnikte en schudde haar hoofd. “Nou, wat dan? Leg het nou eens uit! Ik word hier echt ongeduldig van hoor.” Sandra raapte al haar moed bij een en zei: ‘Oke, maar je moet goed luisteren. Je moet niet halverwege mijn verhaal me onderbreken en als het eerst misschien onduidelijk en raar lijkt, moet je niet meteen de moed opgeven, oke?” Floor knikte zuchtend. “Jaha,” zei ze, “vertel het nou maar eens eindelijk!” “Oke.” zei Sandra, en zocht naar de juiste woorden. “Ongeveer een week geleden... of nee, twee weken geleden... of nee, anderhalve week, of eh...” Sandra was weer even stil. Ze was weer niet goed begonnen. “Laten we het op een aantal dagen geleden houden.” zei Floor lachend. “Ja, oke.” zei Sandra. “Nou ja, dus in ieder geval, toen begon ik na te denken. En ik kwam er achter dat ons leventje eigenlijk net een doos is.” Floor wilde haar onderbreken, maar Sandra praatte snel verder. “We willen er namelijk allemaal graag bij horen, en doen daarom dingen die we eigenlijk misschien wel niet zouden moeten doen. Roddelen bijvoorbeeld. Daar wordt jij beter van, omdat een ander er slechter van wordt. Maar je maakt er jezelf niet blij mee, want vervolgens word er weer over jou geroddeled enzovoorts, enzovoorts.” “Ehm, ik zie het verband met de doos niet helemaal?” zei Floor op een soort arrogant toontje. Sandra zuchtte. Ze kon dit gewoon niet uitleggen. Het was gewoon te moeilijk. Waarom vond ze het toch altijd zo moeilijk duidelijk te maken wat ze bedoelde? Ze werd er moe van. “Oke. Stel je even een doos voor. Ja? Oke. Nou nu zitten alle coole mensen in die doos. Wat denk je dat er dan gebeurd als iemand een keertje iets niet zo cools doet?” Floor schudde haar hoofd. “Weet ik veel.” zei ze. “Zo iemand wordt er uitgeschopt. En hij of zij beland dan aan de andere kant van de doos, waar zoals je je wel voorkunt stellen alle mensen die wij zien als stom, dom, lelijk, etc. zijn. Aangezien die persoon nu niet cool is, klimt hij zij op de rand van de doos en roept de naam van iemand in de doos.” Verbaasd zag Sandra dat Floor haar verhaal nog volgde en er ook wel in geinteresseerd was. “Een roddel volgt, die die persoon er weer terug in helpt en iemand anders er uit. De doos is trouwens ook niet zo groot. Het is er dus hardstikke vol en mensen hebben geen tijd voor elkaar. En de meisjes die vriendjes hebben, die doen dit alleen maar om stoer te zijn. Waarna anderen daar weer lekker over kunnen gaan roddelen. De kleinheid van de doos geeft ook aan hoe onbelangrijk de doos is. Wat maakt het nu eigenlijk uit hoe je haar zit, als je buiten de doos kunt kijken?” riep Sandra, die inmiddels behoorlijk op dreef gekomen was. “Als je kunt zien hoe erge honger of pijn sommige mensen hebben. Als je kunt beseffen dat er ook oorlog is aan de andere kant van de wereld, misschien kun je dan gaan inzien hoe onbelangrijk het is om in de doos te mogen horen.” Sandra stopte met praten, hoewel ze niet het gevoel had alle details van de doos behandeld te hebben. Floors mond was opengezakt en ze wist duidelijk niet wat ze moest zeggen. Sandra had duidelijk indruk op Floor gemaakt, ookal was ze zelf niet helemaal tevreden over wat ze gezegd had en de manier waarop. Na een poosje stilte zei Floor “O, het is tijd voor mij om te gaan. Ik moet nog een heel end. Dankjewel. Doeg.” Floor stond op en ze leek al vertrokken te zijn voor Sandra ook op kon staan. Sandra voelde zich er toch wel goed over. Ze had Floor duidelijk aan het denken gezet, en die moest dit natuurlijk ook even laten bezinken.

Sandra had heerlijk geslapen en stond zelfs op voor de wekker ging. Een beetje neuriend liep ze naar haar kast toe en begon daar een leuke outfit uit te zoeken. Een leuk kort spijkerrokje en een roze shirtje waren uiteindelijk haar keuze. Sandra keek op de klok. Ze had nog tijd voor een lekker lange douche. Ze liep de badkamer in en legde haar kleren op het kastje. Toen ze in de spiegel keek zag ze een knap meisje. Ookal moest ze misschien niet teveel om uiterlijk geven, in ieder geval was ze niet lelijk en hoefde mensen haar daar niet om af te keuren. Chris had ook nooit gezegd dat ze niet knap was. Chris. Chris was een tijd uit haar gedachten geweest, maar was nu weer even terug. Nog half aan hem denkend trok ze haar pyjama uit en stapte onder de douche. Het warme water leek even haar gedachten van haar af te spoelen en even dacht ze helemaal nergens aan behalve aan hoe heerlijk het voelde.
Toen ze had genoten van een heerlijke douche kleedde ze zich aan en maakte ze zich op. Ze was tevreden met hoe ze eruit zag en liep naar beneden. ‘Hoi mama,’ zei ze heel vriendelijk. Samen aten ze een ontbijtje waar ze deze keer totaal geen haast bij nodig hadden. Toen ze helemaal klaar was om te gaan had ze nog tien minuten over. Ze moest maar vaker vroeg op staan, dat was echt relaxt! Ze liep naar boven en keek in haar nachtkastje. Ze had niet echt een dagboek, maar schreef zo nu en dan wel eens een soort brief aan haarzelf. Ook lagen er foto’s en andere dingen die haar konden helpen om mooie en speciale momenten in haar leven bij zich te houden. Dingen die gewoon erg belangrijk voor haar waren. Toen Sandra haar laatje opendeed was het eerste wat ze zag een foto van Chris. Ze pakte hem op en keek er naar. Ze aaide zijn haar en dacht terug aan hoe verliefd ze was geweest. Geweest. Toch? Vond Sandra hem dan toch nog leuk? Was ze nog steeds bezig het te verwerken, of misschien zelfs nog het te accepteren? Ze had amper de kans gehad na te denken over zulk soort vragen, omdat ze zo bezig geweest was met de doos. Misschien was dat wel goed. Misschien moest ze ook niet teveel over haar relatie nadenken. Hij was tenslotte toch al afgelopen. En sowieso, het was toch maar een middelbare schoolrelatie? Sandra stopte de foto terug en besloot maar naar school te vertrekken. Ze zei haar moeder gedag, en stapte op de fiets. Nadenkend over hoe serieus ze verliefd was geweest en of ze nog steeds verliefd was kwam ze bij school aan. Al denkend liep ze automatisch naar haar vriendinnen toe. Zelfs toen Floor zich omdraaide en met een overdreven lach en sarcastisch toontje ‘hoi Sandra’ zei, realiseerde ze zich niet dat ze Floor de vorige dag over haar dozentheorie had verteld en wat voor iemand zij was.

Sandra ging zitten en dacht nog steeds aan Chris. Op eens voelde ze twee handen op haar schouders drukken en schrok op. ‘Ik zei hoi, Sandra.’ zei Floor. ‘O, sorry, hoi.’ antwoordde Sandra, nog altijd niet bewust van wat haar te wachten stond. ‘Sandra hier, heeft zeer speciale ideeen.’ begon Floor. ‘Ze vind onze leefstijl namelijk verkeerd, en vind dat we in een doos leven. We leven niet goed, volgens haar, en moeten uit onze dozen stappen en een wat ‘belangrijker’ leven gaan leven.’ De meisjes waren even stil en begrepen toen dat lachen de gewenste reactie was. ‘Ik heb dit al besproken met enkelen van jullie, en diegenen waren het er mee eens dat dit zo niet kan. Toch?’ Een paar meisjes knikten, maar leken dit meer uit angst dan uit wil te doen. ‘Ja,’ zei Erica toen, ‘Sandra meid, we houden allemaal heel veel van je, maar toen Floor me vertelde over wat je allemaal had bedacht, toen had ik natuurlijk wel echt even zoiets van: nee! Dat snap je natuurlijk wel... Ja, dus eh, daarom hebben we nu allemaal gezamenlijk besloten dat je twee keuzes hebt: Je stopt te praten over zulke rare dingen en je gedraagt je weer normaal zoals je altijd deed, of je ligt eruit.’ Sandra wist dat Erica dit helemaal zelf bedacht had en dat de meeste meiden geen idee hadden waar zehet over had. Ze vroeg zich af of Floor dit wel wilde. Het leek erop dat ze behoorlijk overtuigd was van wat ze zei, maar Erica probeerde je altijd te manipuleren, zodat ze haar zin door kon drijven. Zolang je haar zin deed was je haar beste vriendin, maar wanneer je iets zei wat haar niet beviel kwam de halve school tegen je in opstand. En dat gebeurde nu dus met Sandra. ‘Je keuze lijkt me wel duidelijk.’ zei Erica. ‘Mij ook.’ zei Sandra resoluut. ‘Ik blijf natuurlijk in mijn theorie geloven. Je hebt hem zojuist weer bewezen.’ Sandra draaide zich om en liep weg. Weer dook ze de damestoiletten in. Dezelfde damestoiletten waar haar gedachten een paar weken geleden begonnen waren. Ze begon zich er al bijna thuis te voelen.

Sandra sloot zich op in een WC-hokje en begon zachtjes te sniffen. Het was haar allemaal even teveel. Deze aanval had ze absoluut niet zien aankomen. In een reflex had ze gedaan wat ze zichzelf al zovaak in haar gedachten had zien doen. Ze had gedaan wat ze hoopte te doen: ze had haar vrienden laten merken dat ze het meende. Maar waarom? Nu had ze geen vrienden meer. Nu kon ze een echt leven gaan leiden, maar wat had dat voor zin? Ze zag het helemaal niet meer zitten en had duidelijk iemand die een arm om haar heen sloeg en haar vertelde dat alles goed zou komen nodig. Zich voorstellend hoe Chris dit zou doen voelde ze zich weer even blij. Sandra besefte dat ze toch nog verliefd op hem was. Waarom kwam hij anders haar gedachten binnen wandelen in een crisis, zoals deze?
Er klopte iemand op haar deur. Sandra’s hart klopte meteen sneller bij de gedachte dat dat vast Chris was. Helaas hoorde ze een andere stem ‘Sandra?’ zeggen. ‘Wat is er?’ zei Sandra met een stem waaraan je kon horen dat ze probeerde om gewoon te klinken, maar hier niet helemaal in slaagde. ‘Kan ik iets doen?’ vroeg de stem weer. Sandra probeerde te bedenken wie haar helper was, maar kwam er pas bij de volgende opmerking achter. ‘Ik en Klara enzo begrijpen dat je het wat moeilijk hebt, maar we houden wel veel van je, hoor.’ Sandra mompelde iets. Het was Tanja. Tanja die haar in haar droom verteld had dit te doen. Eigenlijk was zij de oorzaak van dit alles. De droom had haar de doorslag gegeven. Anders had ze dit nooit gedaan. Sandra’s gedachten sloegen op hol. Die stomme Tanja, dacht ze. Misschien heeft ze wel iets mysterieus gedaan en is ze zo in mijn droom terechtgekomen om mijn leven te ruineren. Ja, want ze is natuurlijk jaloers. Jaloers omdat ik mooier, en rijker ben. En misschien ook nog wel, omdat zij geen vriendje heeft. Sandra dacht er even niet over na dat zij dat op dat moment ook niet had, en was zo onder de indruk van alles dat ze haar gedachten nog echt geloofde ook. Ze stormde het hokje en gilde: ‘Echt niet! Het is allemaal jouw schuld. Jij hebt mijn leven geruineerd. Ik voelde me prima over mijn leven, en door jou ging ik me schuldig voelen. Jouw schuld! Jouw schuld!’ De deur achter zich dicht slaand liep ze het toilethokje uit. Niet wetend waar ze heen moest liep ze de trap af richting de fietsenstallingen. Ze zag haar fiets staan en kreeg plotseling een idee. Waarom zou ze die fiets niet gewoon meenemen en de school verlaten? Een paar uurtjes overslaan kon geen kwaad. Even weg van deze ellende die ze had veroorzaakt... Sandra zocht haar sleutel op en stak hem in het slot, maar terwijl ze hem omdraaide begon ze weer wat normaler te denken. Ze moest het niet doen. Ze moest terug naar binnen gaan en deze dag dapper afmaken. Niet alleen om niet geschorst te worden, maar ook om haar vriendinnen te laten zien dat ze niet gewonnen hadden. Niet gewonnen hadden, dacht Sandra, dat klinkt verkeerd.

Sandra lag op haar bed en keek naar het plafond. Sandra wist niet meer hoe ze verder moest. Ze had nu geen vrienden meer over. Haar oude vriendinnen hadden haar er duidelijk uitgegooid en haar nieuwe vrienden, die ze sowieso al niet aardig vond, hoefden haar nu natuurlijk ook niet meer. Sandra besloot maar wat op de computer te gaan doen. Terwijl het ding laadde liep ze even naar beneden om wat te drinken te halen. Vanaf beneden hoorde ze het geluidje dat aangaf dat ze een berichtje kreeg. Het gaf Sandra het gevoel wat een peuter krijgt als het een cadeautje mag uitpakken. Onmiddellijk hoopte ze dat het van Chris was, maar wist dat dit zeer onwaarschijnlijk was. Maar toch, ze had een MSN’berichtje! Er was nog iemand die met haar wilde praten. Sandra huppelde zo’n beetje naar boven en zag dat het toch van Chris was! Het was bijzonder hoe blij iemand kan worden van één klein woordje: hoi.

*SANDRA*: Hooi.
CHRIS: Hoe gaat het?

Super! dacht Sandra. Ze was haar depressiviteit even helemaal vergeten.

CHRIS: Ik had gezien wat er allemaal op school gebeurd was...

O ja, dacht Sandra, en zuchtte.

*SANDRA*: Ja
*SANDRA*: Dat was niet echt ... leuk.
CHRIS: Maar eh, ik weet niet goed hoe ik dit moet zeggen, zonder dat het stom klinkt...
*SANDRA*: Wat?
CHRIS: Nou, kijk. Toen ik je zo zag op school, realiseerde ik me dat ik het niet uit had moeten maken.

Sandra kreeg een warm gevoel van binnen. Was dit echt zo? Ze gaf al haar vriendinnen graag op voor een serieuze relatie met Chris.

*SANDRA*: WAT?
CHRIS: Nee, niet boos zijn!
*SANDRA*: Ik ben niet boos!
*SANDRA*: Ik ben eerder blij!
*SANDRA*: Maar leg eens uit...
CHRIS: Nou, kijk... Ik weet echt niet hoe ik dit moet zeggen zonder dat het stom klinkt...
*SANDRA*: Probeer maar...
CHRIS: Oke! Ik was dus echt SMOORverliefd op je. En ik meende het ook echt heel serieus. Maar iedere keer dat ik je zag vroeg ik me af of jij het ook wel zo serieus meende. Of jij niet gewoon stoer wilde zijn.
CHRIS: Sorry.
*SANDRA*: Haha.
CHRIS: Huh? Wat is er grappig?
CHRIS: Ik meen het heel serieus! Ik vond het ook heel moeilijk om het uit te maken, omdat ik je op een heel serieuze manier leuk vond.
CHRIS: Vind.

Het werd steeds maar beter! Chris had zelf ook een soort dozentheorie ontwikkeld! Als ze het goed begreep vond hij haar op een buiten-de-doos-manier leuk, en was hij bang dat zij hem alleen maar op een in-de-doos-manier leuk vond.

*SANDRA*: Ik lachte van geluk, denk ik.
*SANDRA*: Ik denk trouwens dat je gelijk hebt. Dat ik je echt alleen maar op die manier leuk vond, maar dat is nu ook echt anders.
CHRIS: Ja, dat merkte ik op school dus!
CHRIS: Echt super dapper van je dat je dat zo tegen hen durfde te zeggen.
*SANDRA*: Dankje! J
CHRIS: Maar ben je dus niet boos?

Natuurlijk was ze niet boos! Ze was smoorverliefd! Moest ze dat dan maar gewoon typen? Ach ja, dacht ze, wie is er nog over om me voor te schamen?

*SANDRA*: Het is moeilijk om boos en verliefd tegelijk te zijn...
CHRIS: Dus eh...
CHRIS: ...Wil je dan weer mijn vriendin zijn?
CHRIS: Op een echte manier?
*SANDRA*: Natuurlijk!
CHRIS: Gelukkig maar!

Het was weer aan! Ze had haar vriend terug, en ze had nu een veel betere relatie. En ze was van al die rare, aanstellerige mensen af. Sandra voelde een moment van intens geluk.

CHRIS: En eh, wat heb je precies allemaal bedacht dan?

Sandra begon hem te vertellen over haar theorie en gedachten. Chris begreep alles wat ze zei en had zelf iets soortgelijks bedacht! Het was echt geweldig hoe erg ze op dat moment op één lijn zaten. Sandra was ook echt weer smoorverliefd.

Toen Sandra die avond in bed lag dacht ze na over wat er die dag allemaal gebeurd was. Ze was vrolijk opgestaan en had samen met haar moeder ontbeten. Toen was ze denkend aan Chris naar school gefietst, waar vervolgens al het gezeur met haar ‘ex-vriendinnen’ gebeurd was. Sandra probeerde zich er van te overtuigen dat ze hier uiteindelijk toch wel blij mee was, en dat dit echt de goede oplossing was. Het was eigenlijk wel zo. Dat kon je al weer zien aan de manier waarop zij met de situatie van die ochtend waren omgegaan. Sandra had iets bedacht en kreeg even alle aandacht, dus moest Erica even laten zien dat zij belangrijker was en daarom doen wat ze gedaan had. Het was raar hoe gelukkig Sandra een maand geleden was geweest. Ze had gedacht dat ze alle belangrijke dingen had. Geld, een vriendje, en een reputatie. Ze had echt gedacht dat ze door die drie dingen te houden een goed leven kon leiden. Nu wist ze wel beter. Ze had echt geleefd voor de gedachten van anderen. Ze had zich altijd aangekleed, zodat zoveel mogelijk mensen haar er goed uit vonden zien, en zich gedragen op een manier waarop ze veel aandacht kreeg en een reputatie als een rijk, knap, aanstellerig meisje kreeg. Wat was ze een doos geweest! Wat had ze het belangrijk gevonden om er bij te horen. Nu die druk er niet meer was, was het allemaal veel makkelijker. Maar, als ze dit geluk alleen had gehad zou het niet goed zijn. Gelukkig heb ik vanmiddag m’n vriendje ook weer terug gekregen, dacht ze. Ze voelde zich weer net zo verliefd als toen het voor de eerste keer aanging. En ze wist nu dat hij het heel serieus meende. Sandra kon niet geloven dat ze zich zo gelukkig voelde. Die middag was ze nog zo depressief geweest! Ze had echt niet geweten hoe ze verder moest, en nu was ze gelukkiger dan ooit. Dat bewees maar weer eens dat ze een puber was. Het gaf trouwens ook wel aan dat ze niet moest flippen als het even niet goed ging, want dat kon zo weer veranderen.
Sandra draaide zich om in haar bed. Wat was een bed toch heerlijk warm. Er gingen nog een paar fijne gedachten door haar hoofd en toen viel ze in slaap.

Toen Sandra de volgende dag wakker werd moest ze even nadenken over wat er toch allemaal gebeurd was de vorige dag. Ze was naar de andere kant van de muur geslingerd en ze kon voorlopig niet meer terug. Eigenlijk was ze trouwens meer geklommen dan geslingerd. Zij hadden haar op de muur gezet, maar ze was zelf gesprongen. Maar in ieder geval was ze nu aan de andere kant van de muur. Gelukkig had ze daar al meteen iemand ontmoet. En niet zomaar iemand, iemand die ze kwijt was geweest. Chris!
Sandra draaide zich nog een keer om in haar bed. Ze had geen zin om op te staan. Geen zin om naar school te gaan. Al dat gezeur wat ze zou krijgen. Na vijf minuten stond ze toch maar op. Langzaam kleedde ze zich aan, en ging ontbijten. Ze was niet ontzettend vrolijk, maar ook niet verdrietig. Het ging op zich wel goed, maar ze had gewoon niet zo’n superhumeur. Vandaar ook dat toen ze naar school fietste dat gemakkelijk in een vrij slecht, bezorgd humeur veranderde. Ze vond het ineens toch wel erg jammer dat ze haar vriendinnen kwijt was. En ze wist ineens niet meer zo zeker dat ze Chris wel zo geweldig vond. Of eigenlijk, of hij háár wel zo geweldig vond. Sowieso wilde hij vast niet altijd met haar omgaan, want hij had natuurlijk ook nog andere vrienden. Maar zij niet. Behalve Chris had ze niemand. Ineens zat haar hoofd bomvol zorgen. Sandra wist even niet hoe het verder moest, maar fietste toch verder naar school.

Toen ze bij school aangekomen was, was ze weer een beetje gekalmeerd. Ze zette haar fiets neer en liep naar binnen. Ze ging eerst uitgebreid naar de WC, toen uitgebreid naar haar kluisje, en toen ging ze naar de mediatheek om huiswerk te maken dat ze nog niet had gemaakt. Toen ze in de mediatheek neerplofte voelde ze zich heel ongemakkelijk. Ze kende al deze mensen, maar ze wist bijna zeker dat ze nu niet met haar wilde praten. Normaal waren er al tien mensen bij haar komen zitten. Normaal? Nee, vroeger. Vroeger had ze daar niet alleen gezeten. Even twijfelde ze weer aan haar beslissing. Even kwamen de zorgen weer terug. Sandra zuchtte. Ze wilde zo graag vrienden hebben. En ookal had ze nu weer een vriendje, toch durfde ze niet goed naar hem toe te gaan. Ze hoorde een rugzak neerploffen en keek op. Chris! ‘Hey!’ riep ze blij. ‘Hey!’ zei Chris. ‘Wat keek jij depressief zeg! Alles wel goed?’ ‘Ja, prima!’ zei Sandra met een gemeende lach. Nu jij bij me zit, dacht ze. Chris sloeg een arm om haar heen. ‘Nee, maar gaat het echt wel goed? Het lijkt me niet makkelijk om iedereen ineens kwijt te zijn.’ Sandra moest even bijna huilen, maar kreeg het toch voor elkaar een lach op haar gezicht te toveren en ‘maar nu heb ik jou tenminste’ te zeggen.

Sandra merkte tijdens de lessen dat die eigenlijk helemaal niet moeilijk waren. Als ze gewoon een beetje oplette was het allemaal heel makkelijk! Toen Mevr. van Bree klaar was met haar uitleg begon ze meteen aan de opdrachten. Ze vond ze nu allemaal heel simpel en begon ze steeds sneller te maken. Misschien kreeg ze ze wel af voor de bel ging. Sandra werd er helemaal blij van. Opeens hoorde ze iemand heel hard lachen. Sandra draaide zich snel om, om te zien wie het was. Het was Manon. Manon, die omringd was door een heleboel andere mensen. Haar oude vrienden zaten in een groepje bij elkaar te kletsen. Sandra draaide weer terug en probeerde zich weer op haar werk te concentreren. Kom op, Sandra, je weet dat je de juiste beslissing hebt gemaakt, dacht ze. Ze probeerde zich zelf er van te overtuigen dat ze echt blij was met wat ze gedaan had en probeerde zich verolgens weer op haar werk te concentreren. Na weer een vraag gemaakt te hebben hoorde ze opnieuw gegiegel. Ze draaide zich om. Wat was er nou zo grappig? Lachten ze om haar? Sandra wilde er heen lopen en vragen wat er zo leuk was. Ze wilde er tussenzitten en meelachen. Waarom zit ik in vredesnaam hier m’n werk te doen? Ik hoor hier helemaal niet, dacht ze. Ik hoor daar! Ze draaide zich toch weer om, maar kon haar goede werkhouding niet meer vinden. Haar humeur was weer even verpest. Wat had ze toch gedaan? Waarom hadden haar gedachten haar zo geplaagd? Sandra keek waarschijnlijk een beetje moeilijk, want Mevr. van Bree vroeg of ze de vragen moeilijk vond. Sandra schudde een beetje afwezig nee. ‘Mag ik even naar de WC?’ vroeg ze toen. Haar lerares knikte en Sandra stond op en verliet het lokaal.

Voor de zoveelste keer zat ze in die WC depressief te zijn. Ze dacht aan de vorige keren. Ze dacht aan hoe ze langzaam maar zeker steeds vaker buiten de groep was gesprongen en op die WC haar gedachten even had laten gaan. Telkens had ze besloten te veranderen en dat had ze nu ook gedaan. Ook had ze besloten gelukkig te zijn, maar dat was haar nog niet echt gelukt. Ze dacht weer aan de arme mensen in Afrika en aan hoeveel zij had. Waarom kon ze dat nou niet waarderen? Waarom keek ze nog steeds meer naar wat ze niet had, dan naar wat ze wel had? Met nieuwe moed liep ze de WC uit en ging terug naar binnen. Ze zou die vragen wel eens even gaan maken. Wat konden haar een paar van die giechelende, domme meiden schelen? Die mensen wisten het niveau van educatie dat ze werd aangeboden niet te waarderen. Sandra moest even lachen om haar gedachten en ging toen met nieuwe moed aan het werk.
Vol trots beantwoorde ze een minuut voor de bel ging de laatste vraag.

In de pauze zocht Sandra Chris weer op. Ze ging bij hem en zijn vrienden zitten, maar lette niet echt op het gesprek. Elke paar minuten keek ze toch weer even naar haar oude vriendinnen, en twijfelde ze weer even aan haar beslissing. Ze werd er gek van. Ze had dit besloten. Ze wilde dit. Waarom bleven deze gedachten dan door haar hoofd gaan? Waarom? Waarom in vredesnaam? Stomme gedachten. Stomme hersens. Stop met nadenken. Stoppen met nadenken. Sandra probeerde heel hard nergens aan te denken, maar kreeg het niet voor elkaar.
‘Sandra!’ zei Chris, terwijl hij haar aanstootte, ‘Leendert vraagt wat!’ Sandra schudde haar hoofd, in een poging van de gedachten af te komen. Ze veegde met haar handen over haar gezicht en veegde toen de haren uit haar gezicht in een staart. Terwijl ze haar haar weer losliet zei ze: ‘Sorry, wat?’ Sandra keek naar acht paar verbaasde ogen en haalde haar schouders op. ‘Wat?’ vroeg ze. Ze keek naar Chris. Hij keek ook verbaasd, maar deed maar gauw of hij het niet raar vond. ‘Leendert vroeg wie je voor aardrijkskunde had.’ zei hij toen. ‘O, eh,’ zei Sandra, ‘meneer van Brussel.’ ‘O, oke.’ zei Leendert. Het was even stil. Sandra voelde zich ongemakkelijk. Ze keek de cirkel rond en dacht terug aan toen ze bij Tanja’s groepje was gaan zitten. Dat ging ookal zo moeizaam. Even dacht Sandra weer, was ik maar bij mijn oude groepje gebleven, maar ze dwong zichzelf meteen dit niet meer te denken. Sandra wilde zichzelf uit de situatie redden door naar de WC te gaan, maar besloot dat ze dat de laatste tijd al teveel had gedaan. ‘Ga je mee een zakje chips halen?’ vroeg ze toen maar aan Chris. ‘Tuurlijk!’ antwoordde hij blij dat de ongemakkelijke stilte nu weg was. Sandra en Chris stonden op en liepen richting de kantine. Chris sloeg een arm om haar heen, waardoor Sandra opnieuw besefte hoe fijn ze dat vond.

Sandra zat de rest van de dag een beetje te dromen. Er gingen steeds maar weer gedachten van twijfel door haar hoofd. Maar langzaam begonnen deze gedachten toch ook in trots te veranderen. Om de een of andere reden was ze heel trots dat ze haar werk voor Nederlands gemaakt had. Nog trotser was ze natuurlijk, omdat ze eindelijk die stap genomen had en uit de groep was gestapt. Sandra besefte dat ze er ook niet meer fijn had kunnen zitten. Zij was veranderd en haar vriendinnen niet. Zij vond hun gedrag fout, terwijl zij zich er goed bij voelden. Zij waren gewoon nog niet zo ver ontwikkeld; Nog totaal niet volwassen. Ze dachten alleen nog maar een henzelf. Ach ja, dacht Sandra, dat komt vanzelf wel.
Sandra bleef even met deze gedachten hangen terwijl ze weer naar het groepje meisjes keek. Ze zaten zachtjes te kletsen. Sandra vroeg zich af waarover. Ookal wilde ze niet dat dat haar interesseerde, het deed het toch. Sandra probeerde haar trotse gedachten weer te denken, maar ze leken totaal niet meer belangrijk. Waarom was het erg om minder volwassen te zijn? Ze was toch ook nog niet volwassen? En wat maakte het uit om ... Sandra kon zichzelf wel slaan. Houd nou toch eens op met die rare twijfels, zei ze tegen zichzelf. Je wilde dit. Je hebt hier voor gekozen. En nu nooit meer twijfelen. Sandra moest zichzelf streng toespreken. Maar als ze zichzelf zo streng toe moest spreken, wilde ze het dan wel echt? Sandra werd weer zo moe van zichzelf. Ze wilde naar Chris. Wat was ze toch ontzettend verliefd op die jongen.
Toen na het laatste uur de bel ging had Sandra niks meegekregen van de hele dag. Geweldig, dacht ze, kan ik me ook nog druk gaan maken over cijfers.

Sandra liep langzaam naar haar fiets. Ze had geen zin om naar huis te gaan, maar ook geen zin om op school te blijven. Ze wilde weg, maar waarheen? Sandra had een vreemd gevoel. Ze kon wel janken, maar tegelijkertijd leek dat ook zo overbodig. Sandra zocht haar sleutel op en stak deze langzaam in het slot. Ze draaide haar fiets om en stapte op. Heel sloom fietste ze weg. Ze had nergens zin in, nergens behoefte aan. Ze voelde zich depressief, maar leek dat tegelijkertijd een nutteloos gevoel te vinden. Al dat gedenk van de laatste tijd, dacht ze, wat schiet ik er mee op? Ze wilde even niets meer denken; even niets meer doen. Haar gedachten maakten haar alleen maar in de war. Sandra ging expres de verkeerde kant op en eindigde uiteindelijk bij een park waar ze nog nooit was geweest. Het was er rustig en stil. Ze ging zitten op een bankje en keek naar een paar eendjes die in het vijvertje zwommen. Wat hadden die eenden een makkelijk leven. Ze konden zo zorgeloos zijn. Sandra wilde dat ook, maar wist dat dat niet kon. Ze begon weer over dingen na te denken. Haar gedachten begonnen haar weer te plagen. Ze scheen echt niet te kunnen stoppen met denken.
Op eens kwam er iemand naast haar zitten. Sandra schrok op. Het was een oude man, die zich duidelijk al een tijd niet gewassen of geschoren had. Hij was zo te zien dakloos. Sandra had het gevoel dat ze nu eigenlijk bang moest zijn, maar voelde geen angst. ‘Hallo meisje.’ zei de man. ‘Dag Meneer.’ zei Sandra zachtjes. ‘O nee,’ zei de man, ‘ik ben geen meneer meer. En dat hoef ik ook niet te zijn. Het leven is veel interessanter als je dat niet bent.’ Sandra keek de man verbaasd aan. Ze vroeg zich even af of ze wel begreep wat hij bedoelde. Bedoelde hij dat de mens van tegenwoordig zo’n onbelangrijk leven leidde? Ze wist het niet. Ze wilde er ook eigenlijk niet over nadenken. ‘Ach meneer,’ zei ze, terwijl ze haar hoofd weer naar hem toe draaide, ‘het zal ...’ De man was verdwenen. ‘Wel.’ Het zal wel, dacht Sandra. Inderdaad, het zal wel! Dat wordt mijn nieuwe instelling. Dat moet ik eens wat vaker denken. Het zal wel. Sandra stond op en pakte haar fiets. Ik ga mooi naar huis, dacht ze, en daar ga ik lekker niks doen.

Gedurende de volgende twee weken begon Sandra steeds meer in te zien dat ze de juiste beslissing had gemaakt. Ze begon te wennen aan haar nieuwe leven en verlangde steeds minder vaak terug naar haar oude leven. Chris en zij werden ook steeds closer. Ze vertelden elkaar steeds meer en begonnen het ook steeds gewoner te vinden om over alles te praten. Sandra begon eindelijk het gelukkige leven waar ze van gedroomd had te leven.
Maar toch was het niet honderd procent geweldig. Het was negen-en-negentig procent geweldig, maar niet honderd. Vooral als ze ’s avonds moe in bed lag realiseerde Sandra zich dat er toch nog een leegte was. Er was een plekje in haar leven wat niet gevuld was.
’s Ochtends, als ze weer helemaal uitgeslapen was, voelde ze deze leegte niet zo sterk meer. Ze werd blij wakker en had elke dag weer een goed humeur. Haar moeder zag het verschil ook. Ze merkte dat haar dochter plezier in het leven had en zich geen zorgen maakte om dingen die eigenlijk niet belangrijk waren. Sandra voelde zich de hele dag lekker, waardoor ze zelfs energie vond om serieus aan haar huiswerk te werken. Vroeger stond haar hoofd daar nooit naar.
Maar toch, er was tóch die leegte. Eerst begreep Sandra niet wat er in die leegte hoorde. Later dacht ze dat het misschien de dingen waren die haar vroeger gelukkig maakten. Pas toen ze op een woensdagavond achter de tv belandde begreep ze het. Terwijl ze langs alle kanalen zapte, op zoek naar een leuk programma, kwam ze langs een zender waar een reclame over een nieuwe soort foundation was. Het was het soort reclame dat ongeveer een uur duurt en telkens weer dezelfde of soortgelijke filmpjes laat zien. De foundation zelf kon Sandra niet schelen, maar toch bleef ze kijken. Het maakte haar ook niet uit dat deze ‘beter dan welke dan ook’, ‘niet te koop in de winkel’ en ‘nu voor maar 69,95’ was. Ze had gewoon iemand nodig om dit soort dingen mee te delen. Ze had al bijna een maand niet over make-up, jongens, of enig ander iets waar meiden graag over kletsen gepraat. Ze had een vriendin nodig. Een vriendin om de leegte in haar leven te vullen. Sandra zuchtte en keek op de klok. Het was half twaalf. Ze moest maar eens naar bed gaan. Toen ze uiteindelijk in haar bed belandde probeerde ze zichzelf er van te overtuigen dat ze zich morgen vast weer fijn zou voelen, en dat ze zich nu alleen maar zo voelde door vermoeidheid.

Langzaam werd Sandra de volgende morgen wakker. Ze had eerst haar gewoonlijke, positieve gevoel en kwam vrij gelukkig uit bed. Toen ze echter haar tv zag staan dacht ze weer aan de vorige avond en de leegte die gevuld moest worden door een vriendin. Maar daar wilde ze niet aan denken. Ze probeerde de gedachte als het ware terug te duwen. Als ik die tv niet gezien had, had ik er ook niet aan gedacht, dacht ze. Ze probeerde de gedachte te negeren. Je denkt helemaal niet aan die leegte, die ben je allang weer vergeten, vertelde ze zichzelf. Het hielp allemaal niet. Ze voelde de leegte weer. De pijn was weer terug. He bah, dacht Sandra. Begin ik nu weer opnieuw? Ga ik nu weer een of andere stomme theorie bedenken, mezelf helemaal gek maken en dan uiteindelijk iets raars doen? Want dat had ze eigenlijk gedaan. Het gebeurde niet elke dag dat een populair meisje zomaar bij de minst populaire meiden ging zitten en zich vervolgens zelf uit de populaire kring gooide. Kwam daar nu ook weer een gevoel van twijfel naar boven? Sandra zuchtte. Ergens hoopte ze dat ze een auto-ongeluk zou krijgen waardoor ze niet meer kon denken, maar ze wist dat ze dit zichzelf niet toe mocht wensen. Ze wist dat ze dankbaar moest zijn dat ze enigszins intelligent was en dat ze niet gehandicapt was, maar mensen die niet konden nadenken wisten niet wat ze misten. Ze wisten niet dat kunnen nadenken eigenlijk een grote last was. Of kon zijn. In ieder geval werd zij er niet blij van. Sandra was op het bed gaan zitten en probeerde nu moed te verzamelen om op te staan en zich aan te gaan kleden. Was dit nu weer zo’n ochtend zoals ze die vroeger had? Zo eentje waarbij het moeilijk was op te staan, omdat ze nog doodmoe was, omdat ze niet zo goed had geslapen? Maar dat wilde ze helemaal niet. Sandra stond snel op met de bedoeling haarzelf weer om te toveren in een vrolijk meisje, maar moest meteen weer gaan zitten omdat het zwart voor haar ogen werd. Tjonge, zelfs m’n lichaam werkt niet mee, dacht ze. Uiteindelijk kreeg Sandra het toch voor elkaar om zich klaar te maken voor school en op weg te gaan, maar een erg goed humeur had ze niet.

Sandra was tijdens de lessen steeds een beetje afwezig. Haar behoefte om te leren en haar stimulans om haar best te doen waren die dag niet aanwezig. De leraren zagen het, maar lieten haar maar even zo zijn. Ze waren al lang blij dat ze nu normaliter zoveel beter haar best deed en zoveel hogere cijfers haalde.
In de pauze liep Sandra op de automatische piloot naar de bankjes waar Chris en zijn vrienden altijd zaten. Ze ging zitten zonder “hallo” te zeggen, en zonder op te merken dat Chris er niet was. Ze leek niet echt op te letten, en behoorlijk in gedachten verzonken te zijn. “Sandra?” vroeg één van Chris’ vrienden, maar Sandra reageerde niet. “Sandra?” vroeg hij weer. “He, wat?” zei ze. “Ehm, gaat alles wel goed?” zei hij, niet wetend hoe hij moest kijken. “Eh, ja hoor. Hoezo?” vroeg Sandra niet doorhebbend dat ze er uit zag alsof ze aan het slaapwandelen was. “Nou, je... je zit hier zo... zo.... eh... nou ja, laat maar.” zei de jongen. “Oke, laat dan maar.” zei Sandra. De jongens hielden hun mond verder maar, en probeerden het niet al te raar te vinden dat Sandra er zo bij zat. Sandra staarde in de verte. Ze keek naar haar oude groep vriendinnen. Dat had ze al een week niet gedaan. Ze had ook beloofd aan zichzelf het niet meer te doen. En ze had zich veel fijner gevoeld toen ze het niet meer deed. Maar ze wilde zo graag even terugkijken. Ze wilde even bewijs halen dat het daar niet leuk was, hoewel ze wist dat ze dat niet zou krijgen. Ze wist dat het er aantrekkelijk uitzag, maar het niet was. Maar waarom, als ze dat zo goed wist, wilde ze dan toch terug?
Sandra’s gedachten stopten even. Haar laatste gedachte had haar even stopgezet. Had ze dat nou echt gedacht? Was haar wens van zojuist echt geweest terug te keren? Maar dat kon toch niet? Ze wilde dat diep van binnen toch niet echt? Ze had de laatste twee weken toch echt gemerkt dat ze dit echt wilde? Sandra zuchtte en trok haar benen op tegen haar lichaam. Ze leek wel een egel. Ze voelde zich onprettig, bijna bang, en rolde zich op tot een bolletje. Ze vond haar gedachte wel grappig. Had ze dan ook stekels? Als je keek naar hoe ze haar vriendinnen had afgestoten zou je bijna kunnen zeggen van wel. Sandra lachte. De jongens draaiden hun hoofden naar haar toe, wachtend op uitleg. “Wat is er zo grappig?” vroeg één van hen. “Nou,” begon Sandra, “ik bedacht net dat ik eigenlijk net ...” Sandra stopte. Dit kon ze toch niet tegen hen zeggen? Tegen een vriendin misschien, maar tegen een jongen? Nee. “Laat maar.” zei ze, ineens weer terug in haar verdrietige bui. De jongens haalden hun schouders op. Wat er met haar aan de hand was?
Sandra voelde de leegte weer. Die leegte was weer terug om haar te irriteren. Hoe kon iets dat leeg was zo’n pijn doen? Sandra wilde een vriendin. Iemand om haar geheimen tegen te vertellen, iemand om haar teennagels mee te lakken, iemand om uren mee te gaan winkelen. Sandra draaide haar hoofd weer naar haar vriendengroep. Ze zag ze lachen en kon van die afstand niet meer zien dat die lach geen echte lach was. Ze kon van die afstand niet meer zijn welke pijn er in deze mensen bevond en hoe graag ze eigenlijk haar plaats in wilden nemen. Ze kon niet zien hoe graag die andere meisjes wilden dat ze op konden staan en weg konden lopen, maar dat ze niet wisten hoe. Je kon alleen maar een groepje prachtige, lachende meiden zien, die Sandra ineens ontzettend miste.
Sandra wilde er wel heen rennen en er bij gaan zitten. Ze wilde “Sorry!” gillen en hopen dat alles weer goed was. Alles opgeven en zich niet meer laten treiteren door haar gedachten. Maar ze wist dat het niet kon. En ze had toch ergens het gevoel dat het niet mocht. Dat deze bui misschien over zou gaan en ze dan spijt zou krijgen. “Chris?” vroeg Sandra. Ze had een arm om zich heen nodig. De jongens keken elkaar weer aan. Is ze nou serieus gek geworden? leken ze zich af te vragen. “Sandra!” zei Chris’ beste vriend. “Kijk me eens aan.” Sandra keek hem aan met een blik vol onbegrip. “Sandra, luister eens. Chris is er vandaag niet, oke?” zei hij langzaam, alsof hij tegen een bejaarde sprak. “Chris is ziek.” zei hij op dezelfde toon. “O,” zei Sandra, “oliebol.”

Sandra had de rest van de pauze op het bankje gezeten zonder iets te zeggen. Achteraf gezien had ze er waarschijnlijk als een debiel uitgezien, maar dat was even nodig. Die mensen moesten zelf maar eens proberen om al deze gedachten te denken en niet gek te worden!
Sandra probeerde alles op een rijtje te zetten. Maar waar moest ze beginnen? Bij het begin had ze altijd gezegd, maar wat was het begin van dit alles? Ze wist het niet meer. Ze had echt geen flauw idee. Ongeveer een maand geleden was de definitieve breuk met haar vriendinnen gekomen. Was dat het begin? Nee, het was al veel eerder. Iets meer dan een maand geleden had ze besloten haar vriendinnen uit te leggen dat ze volgens haar niet goed bezig waren. Was dat dan het begin? Sandra kon dat ook niet echt het begin noemen. Misschien was het allemaal wel begonnen toen ze voor het eerst over de doos had nagedacht. Maar hoorden de gedachten daarvoor er dan ook niet bij, aangezien die tot de dozentheorie hadden geleid? Sandra zuchtte. Dit hielp niet. Dit hielp helemaal niet. Misschien moest ze zich ook niet afvragen hoe dit alles begonnen was. Wat maakte het ook eigenlijk uit. Ze wilde gewoon even stoppen met denken. Even rust. En ze wilde een beslissing maken. Een beslissing waarna ze niet meteen weer zou gaan twijfelen. Ze had nu al heel vaak besloten dat ze tevreden was met haar nieuwe leven. En ze was ook een tijdje gelukkig geweest. Maar toch verlangde ze weer naar haar oude leven. Het was alsof het met een draadje aan haar vast zat. Het draadje leek maar klein en onbelangrijk. Maar het was niet kapot te krijgen. Soms merkte ze niet eens dat het er zat. Maar toch zat het er. En toch liet het niet los. Iedere keer probeerde ze het weer los te trekken, maar het ging niet. Iedere keer riep het weer nieuwe irritatie op, maar het wilde haar maar niet laten gaan.
Was er maar iemand, een meisje, dat net zo als zij dacht. Waarmee ze dit alles kon delen. Chris was heel lief voor haar, maar ze wilde hem niet vervelen met nog meer van deze dingen. Ze hield van hem en was nog steeds ontzettend verliefd. Ze kon hem alles vertellen, maar toch was ze bang dat hij haar irritant zou gaan vinden. En ze wilde gewoon ook eens met een ander praten. Ja, hij zou haar wel begrijpen, maar alleen hem was toch niet genoeg voor Sandra. Was dat een verwende gedachte? Wat dat egoïstisch? Moest ze gewoon blij en gelukkig zijn met één geweldige vriend? Ook al moest het, Sandra kon het niet. Ze miste haar vriendinnen.

Sandra wist niet hoe ze de dag doorgekomen was en alles gedaan had wat ze moest doen, maar ze lag weer in bed. Ze keek naar het plafond en probeerde zich te concentreren op hoe wit dat was. Ze probeerde alleen daaraan te denken, maar haar gedachten kwamen weer terug om haar te treiteren. Ze had helemaal geen moeilijk leven. Ze had geen verslaving, was nooit verkracht, had een lieve vriend, had geen enge ziekte... Waarom was haar leven dan toch zo moeilijk? Sandra dacht aan haar moeders ongeluk. Wat leek dat een tijd geleden. Dat was wel iets moeilijks. Iets waardoor iemand het “recht” had zichzelf zielig te vinden en pijn te voelen. Maar dat was háár niet overkomen. Misschien was dat trouwens wel het begin van alles. Was ze toen gaan nadenken over hoe onbelangrijk alles wat ze deed was? Bah, dacht Sandra, en drukte haar gedachten snel weg, omdat ze met zichzelf had afgesproken niet meer te proberen te bedenken wat het begin was. Sandra zuchtte en keek weer naar het plafond. Wit, wit. Plafond, plafond. Wit plafond. Hoewel ze nog wel aan het plafond dacht, dacht ze stiekem ook weer aan alle andere dingen waar ze eigenlijk niet aan wilde denken. Het was alsof ze wit plafond zei, maar intussen aan een heleboel andere dingen dacht. Maar als ze steeds aan die dingen dacht, wilde ze daar dan toch niet gewoon aan denken? Als haar hoofd dat automatisch deed, was dat dan niet gewoon goed? Sandra zuchtte. Wist zij veel. Waarom probeerde ze ook alles te begrijpen? Ze wist toch dat dat niet kon.
Opeens sprong er een nieuwe gedachte in haar hoofd. Eigenlijk had ze het al wel geweten, maar ze had het nog nooit beseft. Ze wilde terug naar haar oude leven, omdat haar gedachten haar toen nog niet kwelden. Het was veel moeilijker om met de grijze massa in haar hoofd te leven, dan om deel te zijn van de grijze massa die uit haar oude vriendinnen bestond. Ineens besefte Sandra ook dat door terug in de doos te stappen ze haar leven niet makkelijker zou maken. De grijze massa in haar hoofd zou blijven en zou haar alleen maar meer kwellen. Terug gaan was dus niet de oplossing, ook al leek het soms zo aantrekkelijk. Maar was verlost zijn van haar gedachten haar enige wens? Sandra wilde toch ook meisjesdingen met een vriendin kunnen delen? Of was dat een smoesje? Sandra dacht aan toen ze haar gedachten over de doos met Floor had gedeeld. Ze had gedacht dat Floor het zou begrijpen. Van al die mensen vertrouwde ze Floor het meest. Floor was anders dan de rest. Of dacht ze dat maar? Floor had haar eigenlijk toch verraden.

In de kleine pauze keek Sandra weer naar het groepje meisjes. Ze waren niks veranderd. Sandra kon niet verstaan wat ze zeiden, maar het leek alsof ze het over een nieuwe haarspray hadden. Wat een boeiend onderwerp, dacht Sandra, en vroeg zich af hoe ze ooit geboeid kon zijn geweest door zulke gesprekken.
Sandra had er plezier in naar het groepje te kijken, maar wilde er niet meer bijhoren. Ze wilde wel een vriendin, maar die moest dan uit dat groepje stappen en zoals zij worden. Of eigenlijk niet zoals zij, maar met diegenes echte persoonlijkheid. Ze wilde een vriendin die haar eigen mening durfde te uiten en die echt zichzelf durfde te zijn. Die zelf haar kleding koos in plaats van te kijken wat er precies in de mode was. Iemand die zich er niks van aantrok wat anderen van haar dachten of hoeveel vriendinnen ze had. Sandra was zelf ook nog niet helemaal zo, maar zo gauw ze haar leerde kennen zou dat voor haar ook veel makkelijker worden. Als die persoon nou ook nog eens buiten haar fantasie leefde...
Sandra dacht weer aan Floor. Zíj zou die persoon kunnen worden. Floor had wel eens geprobeerd iets te zeggen wat niet helemaal “cool” was. Zij had wel eens voorgesteld om vrijwilligerswerk te doen om daklozen te helpen, hoewel de rest van de groep dat natuurlijk een slecht idee vond. Sandra zag dat Floor was gaan zitten, terwijl de rest van de groep nog in een rondje stond te roddelen. Ze zag er ongelukkig uit. Ze zag er uit of ze weg wou bij die mensen. Maar zou dat kunnen? Zou het kunnen dat Floor had nagedacht over wat Sandra had gezegd, en tot de conclusie was gekomen dat ze gelijk had? Sandra werd opgewonden en blij. Zou dat echt waar zijn? Sandra wilde met Floor gaan praten, maar kon er nu niet zomaar heen lopen. Ze kon haar natuurlijk vanavond even bellen, maar dat voelde zo alsof ze Floor probeerde te beïnvloeden, terwijl het haar beter leek dat ze helemaal zelf tot haar besluit kwam. Als ze Floor naar zich toe zou trekken, zou ze eigenlijk hetzelfde doen als de mensen uit haar oude groepje. Dat zou egoïstisch zijn. Het ging er juist om dat Floor zou doen wat zij zelf wilde. En eens zelf iets zou beslissen. Bovendien wist Sandra niet eens zeker of dat wel echt was wat Floor dacht. Voor het zelfde geld voelde ze zich gewoon niet zo lekker. Sandra’s opgewondenheid zakte en de bel ging. Geschiedenis. Daar zou ze wel even de tijd hebben om na te denken. Gewenst nadenken deze keer.

Tijdens geschiedenis had Sandra ook niet echt kunnen nadenken, want ze hadden een onverwacht SO gehad. Dat had ze trouwens best goed gemaakt, dus daar hoefde ze zich in ieder geval geen zorgen om te maken. Daarna was ze nog even met Chris mee naar huis geweest en dat was ook heel gezellig. Hoewel ze eigenlijk had willen nadenken, was deze middag van rust ook wel heel fijn! Sandra voelde zich op een goede manier leeg; alsof ze opnieuw kon beginnen. Ze zette haar computer aan en wachtte geduldig tot deze opgestart was. Ze moest even een verslagje voor scheikunde uittypen en daarna kon ze nog wel even internetten.
Na het verslagje uitgetypt te hebben opende Sandra haar inbox. Verbaasd zag ze dat ze een mailtje had. Hoewel Sandra elke dag keek of ze mail had, had ze dit bijna nooit. Nog verbaasder was ze toen ze de afzender zag: “Een doosbewoner”. Sandra opende het mailtje.

Hallo,

Ik weet niet goed hoe ik moet zeggen wat ik bedoel. Ik heb gehoord van je theorie over de doos en vind eigenlijk dat er wel wat in zit. Ik begrijp het soms alleen niet. En ik weet niet hoe ik buiten de doos moet leven. Ik zit muurvast in de doos en durf er niet uit. Maar binnen in mij wil ik er toch wel uit. Denk ik. Soms weet ik het gewoon niet meer. Ik...
Ik weet niet wat ik moet zeggen. Ik probeer maar te typen wat ik denk en ik weet niet eens of ik dit wel moet versturen. Het is een zootje in mijn hoofd en het helpt om het op te schrijven en ik hoop dat ik het bij jou kwijt kan. Ik weet eigenlijk niet eens waarom, maar iets zegt me dat dat kan.
Het spijt me dat ik je hiermee lastig val en ik weet het verder ook even niet hoor.

Een Doosbewoner...

Sandra was verbaasd. Natuurlijk vroeg ze zich meteen af van wie het was. Haar eerste gedachte was Floor, maar ze bedacht al snel dat dat ook wel kon zijn omdat ze graag wilde dat die uit de doos stapte. Het kon natuurlijk elk willekeurig meisje uit haar groepje zijn. Het ‘ik heb gehoord van je theorie over de doos’ pleitte zelfs voor iemand die ze niet eens kende, maar die gewoon via via over haar ideeen had gehoord. Sandra vond het wel een leuk mysterie. Het meisje was zo te horen behoorlijk in de war. Sandra had het gevoel gevonden te hebben wat ze zocht. Ze vond het fijn te horen dat er nog iemand was die zo in de knoop zat met deze gedachten. Sandra wist niet precies waarom, want ze wilde eigenlijk niemand die marteling toewensen, maar vermoedde dat het er mee te maken had dat ze dus toch nog enigszins gewoon was. Onbewust was ze zichzelf toch wel erg raar gaan vinden. Sandra haalde eens diep adem. Wat moest ze terug mailen?

Sandra had een poosje nagedacht en had toen besloten om maar gewoon vriendelijk te reageren. Ze zou het buiten-de-doos-leven wel een beetje aanprijzen, maar niet teveel, aangezien ze nog steeds vond dat men zèlf uit de doos moest stappen. Ze vond dat iedereen zelf de beslissing moest maken, zelf moest gaan twijfelen, zelf moest worstelen, om uiteindelijk heel sterk te staan en het echt eens te zijn met de beslissing. Een beetje hulp wilde Sandra wel geven, maar toch moest diegene het zelf doen. Sandra vroeg zich even af of ze dat ook niet vond, omdat zij het zo moeilijk had gehad, en ze het niet eerlijk vond dat een ander dat niet hoefde te hebben. Maar ze besloot dat ook al vond ze dat eigenlijk wel, dat niet de echte reden was, en het haar anders niet kon schelen.
Sandra begon maar gewoon wat te typen.

Hallo,

Ik kan me voorstellen dat je het moeilijk vindt te beschrijven wat je voelt en denkt. Zeker in het begin kan het heel lastig zijn om buiten de doos te leven. Als er vragen in je opkomen mag je die altijd stellen en je kunt je verhaal ook altijd bij me kwijt. Ik kan je ook vertellen dat ik ook ontzettend in de knoop heb gezeten, maar dat ik er nu uit ben en blij ben met mijn beslissing. Het spijt me, maar ik weet verder ook niet wat ik je nu moet vertellen.

Liefs, Sandra.

Sandra las wat ze getypt had en maakte een paar kleine wijzigingen. Moest ze toch niet vragen wie het was? Ze wilde het wel graag weten. Maar blijkbaar wilde diegene graag anoniem blijven, en misschien moest ze dat maar respecteren. Sandra besloot het nu zo te laten. Ze vond wel dat de laatste regel wat depressief en hopeloos klonk. Maar ach, ze was tenslotte ook geen schrijver... Ze drukte op verzenden en sloot vervolgens de computer af. Ze besloot maar eens vroeg naar bed te gaan en op bed nog even te gaan lezen. Lezen werd alleen een beetje moeilijk aangezien ze zich steeds maar afvroeg van wie het mailtje was. Pffft, dacht ze, ik gedraag me alsof ik een mailtje van een geheime aanbidder heb gekregen!

Midden in de nacht was Sandra in eens klaar wakker. Ze wist niet of ze uberhaupt wel geslapen had, of dat ze daar gewoon had liggen denken. Ineens was er een gedachte geweest waarvan ze geschrokken was: Wat geloof ik nou eigenlijk? had ze gedacht. En slaat het eigenlijk wel ergens op. Moet ik niet eerst goed nadenken, voordat ik nog iemand uit ‘de doos’ trek? Sandra schrok. Waar was ze eigenlijk mee bezig? Had ze wel enig idee of ze gelijk had? En als ze dan gelijk had dat het allemaal zo nep was, sloeg haar relatie met Chris dan wel ergens op? Die was dan wel niet ‘voor de show’, maar toch. En trouwens, misschien was hij wel alleen niet ‘voor de show’ vanaf haar kant. Misschien schepte Chris er wel over op... Was ze dan opschep-waardig?
Oke, oke, kalmeerde Sandra zichzelf. Even diep ademhalen. Dit is zeker weer zo’n aanval van twijfel. Het komt goed. Wow hé, dacht Sandra, ga ik nu ookal tegen mezelf praten? Ik word écht gek! Misschien moest ze echt maar eens contact opnemen met een psycholoog. Een paar keer per week tegen een of ander iemand aan kletsen en haar hoofd legen leek haar niet zo’n gek idee.
Weer schrok ze van haar gedachten. Naar een psycholoog? Wat? Misschien moest ze maar gaan slapen. Want normaal nadenken kon ze blijkbaar niet. Maar stoppen met nadenken lukte natuurlijk ook weer niet. Gek werd ze vanzichzelf. Vanalles kwam er in haar op. Ze stond op een gegeven moment zelfs op het punt ‘de doosbewoner’ een mailtje te sturen dat ze echt níet moest veranderen. Dat het níet goed was. Alleen was ze het daar toen weer niet mee eens. Want het was wel goed. Ze had er lang en veel overnagedacht. En ze had gelijk. Ze moest het alleen niet gaan overdrijven. Haar relatie met Chris was echt en goed. En ze zou vanzelf wel weer een vriendin vinden die wel echt, of echt genoeg, was. En anders kon ze zich goed op school concentreren en dat was ook goed. Eigenlijk is dit nadenken, bedacht Sandra. Dit was namelijk geen twijfel, maar gewoon even filosoferen. Of probeerde ze het nu een mooie naam te geven?
Nou ja, dacht Sandra, ik ga maar slapen. Wat ben ik toch een raar wezen.

Sandra was met moeite door de schooldag heen gekomen, omdat er maar gedachten in haar hoofd rondbleven springen. Ze vroeg zich af wat ze die persoon moest vertellen. Was het al te laat voor haar om nog in de doos te blijven? Zo’n leven was misschien niet echt betekenisvol, maar misschien wel fijner voor haar.
Tijdens al haar gedachten had ze ook een gedicht geschreven. Het was vrij spontaan op komen zetten, maar ze vond zelf dat het wel goed klonk.

Zoveel dingen die ik heb,
zoveel dingen die ik wil.
Zoveel dingen die ik weet,
zoveel die ik niet begrijp.
Zoveel mensen die ik ken,
zoveel waardeloze relaties die ik heb.
Zoveel liefde die ik ontvang,
zo weinig betekenis heeft het voor mij.

Nou ja, ze vond niet écht dat het goed klonk, maar het had gewoon toch wel betekenis voor haar. Ze had het ook wel leuk gevonden om te dichten, hoewel dat haar gedachten alleen maar meer naar de doos, de doosbewoner, en dat soort dingen bracht. Sandra had beseft dat haar leven nog steeds niet echt was. Sandra had door dat dat ook niet kon. De mensen op aarde waren gewoon niet echt. Ze hadden niet door dat ze geobsedeerd waren door dingen die onbelangrijk waren. Ze wisten niet wat echt betekenis had. Wist Sandra dat dan wel? Nee, maar ze wist wel dat het níet echt van belang was wie er nu met wie verkering had. Ze wist wel dat er mensen waren met grote problemen. Ze wist wel dat er over twintig jaar geen haan meer naar zou kraaien wie er op dat moment wel of geen make-up droeg. Maar dat hadden die mensen blijkbaar niet door. Sandra ergerde zich er ook aan hoe het er op bijvoorbeeld op een begrafenis soms aan toe ging. Natuurlijk hoefde je niet de hele dag te zitten huilen. Maar was het nou goed om lachend familieherinneringen op te halen? En dat was maar een voorbeeld. Alles was zo oppervlakkig. Mensen deden of ze ergens om gaven, maar gaven van binnen alleen om zichzelf. Sandra wist heus wel dat ze dat niet kon veranderen, maar zij kon er nu even niet meer tegen. Ze voelde zich op de een of andere manier heel rot, maar toch ook best goed. Ze vond de wereld en alle mensen maar raar en onbegrijpelijk, maar wist heel goed dat zij er toch nog deel uit maakte. En dat kon ook nooit veranderd worden. Nou ja, Sandra zou op zich een kluizenaar kunnen worden en op zich zelf kunnen wonen en zelf aardappels kunnen telen en dergelijke. Sandra had bij de gedachte gelachen, midden in de wiskundeles. Het was net stil, dus de hele klas draaide zich naar haar om. Sandra had maar gewoon vriendelijk gelachen en even gedaan of ze wiskunde aan het doen was. Want iets aan deze mensen uitleggen was al helemaal onmogelijk. Alles was zo onecht, maar hoe kon ze dat ooit aan iemand duidelijk maken? Chris begreep het wel ongeveer, maar leek het niet meer te interesseren. Hij was heel lief en ze vond dat haar relatie met hem ook wel enigszins echt was. Toen ze er meer over na had gedacht was ze tot de conclusie gekomen dat hij toch echt wel van haar moest houden. Of in ieder geval het echt serieus meende. Zo bleven er gedachten door haar hoofd gaan. Ze sprong van het ene onderwerp naar het andere, en ookal zaten er wel enigszins logische connecties tussen, toch raakte ze in de war. Het was alsof ze nog niet klaar was met denken over één ding en al weer over het volgende moest nadenken. Na een tijdje had ze eindelijk een beetje rust gevonden, maar ze wist nog steeds niet wat ze nu aan ‘de doosbewoner’ moest vertellen. Ze wilde geen fout maken. Ze wilde de persoon niet terug de doos in sturen, maar ook niet als een gek uit de doos trekken. Want ze moest eerlijk toegeven, soms leek het gewoon zo gemakkelijk om weer een onbelangrijk leven te leven. Het leek gewoon zo fijn om gewoon te doen of het wel boeiend was wie er met wie verkering had en welke kleur blauw haar oogschaduw was. Het leek zo vredevol en fijn. Sandra wist dat zij dat nooit meer zou kunnen en had er ook niet echt spijt van. Het was soms wel eens moeilijk, en er waren nog een heleboel dingen die ze niet begreep, maar ze vond het ergens toch fijn om meer náást de oppervlakkige mensheid te leven. Sandra vond het wel grappig hoe haar gedachten elke dag, of misschien wel elk uur, weer veranderden over dit onderwerp. Ergens vond ze dat ook heel vervelend en verwarrend, maar op dat moment zag ze de humor er wel van in.

Sandra opende haar mailbox en verwachtte een mailtje van ‘de doosbewoner’. Ze was enigszins teleurgesteld toen dit er niet was. Eigenlijk sloeg dat nergens op, want ze had het mailtje gisteravond pas gestuurd en aangezien ‘de doosbewoner’ waarschijnlijk ook op school zat, had hij of zij dus eigenlijk geen tijd gehad om iets terug te sturen. Ze liet de computer aanstaan en begon haar wiskunde maar te doen. Verbazingwekkend genoeg kon ze zich best goed concentreren en had ze tien minuten serieus gewerkt toen haar computer een geluid maakte. Ze had een mailtje! Sandra sprong op in de hoop nu een reactie van ‘de doosbewoner’ te hebben. Maar helaas, het was slechts reclame. Nee, ik hoef geen wasmachine, dacht Sandra, en probeerde weer verder te gaan met haar wiskunde. Ze kon zich nu iets minder goed concentreren, maar kreeg haar werk toch nog bijna af voordat haar computer weer een geluid maakte. Wat willen ze me nu weer aansmeren? dacht Sandra. Een magnetron? Sandra stond toch op in de hoop dat het misschien deze keer wel een mailtje van ‘de doosbewoner’ was. En het was nog zo ook. ‘De doosbewoner’ schreef:

Lieve Sandra,
Ik heb momenteel niet echt vragen, maar ik weet gewoon even niet wat ik met mezelf aan moet. Ik wil veranderen en heb het gevoel zo onbelangrijk te zijn, maar aan de andere kant denk ik dat ik gek ben. Waar ben ik eigenlijk mee bezig? vraag ik me dan af. Misschien heb jij wel nooit getwijfeld en ben jij er meteen voor gegaan, maar ik kan dat gewoon niet. Sorry. Ik weet eigenlijk ook niet waarom ik je dit vertel. Jij kan er verder ook niets aan doen. Sorry. Sorry. Sorry.
Ik zal je niet meer lastig vallen.
De doosbewoner...

Sandra kreeg een gevoel van moederschap over zich heen. Ze wilde deze tiener in haar armen nemen, omhelzen, en vertellen dat het wel goed kwam. Aangezien dat niet kon, zou ze hem of haar een lange brief schrijven. Een brief waardoor die persoon zich goed zou voelen. Ze zou proberen hem of haar alles uit te leggen. Sandra zuchtte en haalde vervolgens diep adem. ‘Kom op, Sandra. Je kan het!’ zei ze om zichzelf aan te sporen.

Sandra staarde naar de toetsen. Ze was nu al tien minuten aan het nadenken. Eigenlijk moest ze maar gewoon beginnen. Ze kon het altijd weer weghalen.

Hallo lieve doosbewoner,
Hoe gaat het met je? Zit je erg in de knoop? Ik ga maar gewoon proberen eerlijk te vertellen wat ik allemaal meegemaakt heb met betrekking tot de doos, wat ik denk en dergelijken. Ik kan je wel vertellen dat ik het ook niet allemaal weet. Ik denk nog elke dag na over dit onderwerp en begrijp er ook niet veel van.
Op een gegeven moment had ik gewoon het gevoel dat de wereld zo onecht was. Dat men dingen deed om aardig gevonden te worden of om gewaardeerd te worden, maar niet voor de juiste redenen. Dat men zo geobsedeerd is door onbelangrijke dingen. Dat men zichzelf zo ontzettend belangrijk vindt. Bijvoorbeeld als je een foto ziet. Waar keek je dan het eerste naar? Jezelf? Dat dacht ik al. Iedereen doet het. En ookal staat iedereen er leuk op, als jij er niet leuk op staat keur je de foto toch af. Terwijl als jij er leuk op staat en iemand anders niet, dan vind je de foto geweldig. Jij staat er namelijk goed op, en dat wordt nog eens extra benadrukt door de persoon naast jou die er niet goed op staat. Maar niet erg sociaal toch? En ik ga geen namen noemen hoor. Ik weet nl. niet eens wie je bent. Straks zeg ik iets vervelends over jou... Maar goed, er zijn dus nogal wat mensen die compleet op gaan in make-up, jongens, etc. Het begint een beetje cliché voor me te worden.. Maar dat is toch eigenlijk geheel onbelangrijk? Sowieso het hele verkering-hebben-tijdens-de-middelbare-school slaat al nergens op. Nou ja. In 90% van de gevallen dan. Want wie meent het nou echt serieus? Weet je hoeveel mensen er gewoon gezoend willen hebben en een vriendje willen hebben om ‘cool’ te zijn. Het ‘lijkt ze leuk’.. Waar slaat dat nou op? Ik draai een beetje door hier. En ik heb trouwens zelf ook een vriendje. Maar dat is toch echter. We vinden elkaar echt helemaal geweldig en menen het echt serieus. We kunnen over dingen praten, etc. Kijk, zo hoort het dus te zijn. Niet, ‘o jee, hij komt er aan! Ik moet snel nieuwe make-up op doen!’ Als hij echt van je houdt maakt dat toch niet uit? Sorry dat ik maar doorratel hoor, maar ik ben eigenlijk wel blij dat ik nu tegen iemand kan praten. Op zich geeft het ook niet zo dat ik niet weet wie je bent. Ik wil het natuurlijk wel weten, want zo nieuwsgierig ben ik wel.. maar je hoeft het niet te vertellen. Nou ja goed. Op een gegeven moment had ik dus de dozen-theorie ontwikkeld. Maar die kende je al toch? En toen ben ik op een gegeven moment echt uit de doos gestapt. Dat was echt moeilijk! Ik ga er niet over liegen. Ik bleef maar nadenken en ik voelde me rot en ik twijfelde en ik wilde terug en weet ik veel wat allemaal. Ik heb toen ook een tijdje met de ‘domme’ kinderen rondgehangen, maar dat was niet bepaald aangenaam. Nou ja. En toen heeft Chris me geholpen. En toen ging het beter. En het gaat nu ook wel goed. Alleen zou ik graag een vriendin willen die het met me eens is. Waarmee ik er over kan praten. Ik heb nu helemaal geen vriendinnen meer, en soms geeft dat me zo’n leeg gevoel. Het zou zo fijn zijn om ook over meiden-dingen te kunnen praten. Gewoon omdat ja... het toch heel anders is om met een meisje te praten dan met een jongen, toch? Wow. Ik ratel echt maar door. Maar ik probeer eigenlijk gewoon te zeggen dat ik dus het gevoel heb dat mensen nogal dom bezig zijn en zich ontzettend focussen op dingen die eigenlijk niet van belang zijn. En ik wil dus niet zo zijn. Ik wil me bezighouden met belangrijkere dingen. En daarom ben ik dus zo veranderd. Ik weet niet of je hier iets aan hebt. Ik ga deze brief denk ik zelf even uitprinten en nog een paar keer lezen.

Knuffel,
Sandra.

Vervolgens las Sandra de brief nog een keer en nog een keer. Het was wel een rommelige brief, maar Sandra vond niet dat dat gaf. Ze stuurde hem weg en printte hem vervolgens. Misschien zou hij nog eens handig zijn als ze weer eens goed in de war was.

Sandra verveelde zich tijdens Engels en bladerde door haar schrift. Het was grappig om te zien hoe het steeds netter was geworden. In het begin stonden er overal tekeningetjes en gesprekjes, maar dat werd steeds minder. Dat kwam natuurlijk omdat ze uit de doos was gestapt. Ze keek en las en vond de les zo iets minder saai. Op een gegeven moment schrok ze. Ze las:

So many friends;
Still so lonely.
So many thoughts;
Unable to understand.

Dat was ze helemaal vergeten! Wat leek het lang geleden dat ze dat geschreven had. Ze vermoedde dat het een paar weken voor het ontstaan van de dozen-theorie was. Ze was alweer volkomen vergeten dat ze dat ooit geschreven had. Sandra las de woorden opnieuw en opnieuw en realiseerde zich ineens dat nu alleen de tweede helft nog maar waar was. Ze was haar vrienden kwijt, en had nu alleen nog maar de onbegrijpelijke gedachten. Ze was trouwens nog wel behoorlijk alleen. So many thoughts; Unable to understand. De woorden bleven maar door haar hoofd galmen. Ondanks al haar gedachten waren er nog zoveel dingen die ze niet begreep. En er gingen ook dagelijks zoveel gedachten door haar hoofd die ze niet kon snappen. Sandra zuchtte. Hielden die stomme zorgen dan nooit eens op? Sandra deed haar schrift dicht en keek om zich heen. De meeste van haar klasgenoten waren braaf aan het opletten. Maar toen haar ogen zich op Floor richtten, keek die snel weg. Sandra vroeg zich onmiddelijk af of Floor dan misschien toch die brieven had gestuurd, maar stuurde deze gedachten weer weg. Ze wilde namelijk zo graag dat Floor de schrijver van die brieven was, dat ze bang was dat ze nu maar redenen ging bedenken. Sandra besloot dat ze maar beter even kon opletten, ookal was het vak ontzettend saai. Toen ze na tien minuten weer rondkeek, dacht ze weer te zien dat Floor wegkeek toen zij keek. Sandra vond het maar een beetje vreemd. Haar gedachten wilden net weer op hol slaan toen ze ook Manon zag kijken, die ook snel wegkeek toen zij keek. Sandra zuchtte weer. Waarom probeerde ze ook alles te begrijpen?

Wow, dacht Sandra toen ze twee dagen later ’s avonds in bed lag. Wat was er ineens veel gebeurd! Ze probeerde alles op een rijtje te zetten en het te begrijpen. Ze voelde zich erg goed, en wilde daarom graag de situatie nog eens herleven. Het was begonnen op de middag nadat ze zich tijdens Engels had afgevraagd of Floor misschien toch de schrijver van de e-mails was. Ze was naar huis gegaan en had geprobeerd zich op haar huiswerk te concentreren. Ze had wel haar computer aangezet en die had haar automatisch aangemeld. Precies tussen twee wiskundesommen in had ze het geluidje gehoord dat aangaf dat iemand iets tegen haar had gezegd. Hoewel ze eerst had geprobeerd toch haar huiswerk te blijven maken, was ze na een paar sommen toch gaan kijken. Haar verbazing was groot geweest. Het berichtje was niet van Chris, zoals ze verwacht had, maar van... 00sbew0ner2005*!
Sandra wist nog vrij precies hoe het gesprek verlopen was:

00SBEW0NER2005*: Hoi
*SANDRA*: Hey!
*SANDRA*: Ben jij degene die mij steeds e-mailt?
00SBEW0NER2005*: ja
*SANDRA*: wow.
*SANDRA*: hoe is het?
00SBEW0NER2005*: wel goed.
00SBEW0NER2005*: nou ja... beetje in de war.
*SANDRA*: lastig.
*SANDRA*: Kan ik je helpen?
00SBEW0NER2005*: ik weet niet.
00SBEW0NER2005*: kijk... ik snap het gewoon niet. Ik snap mezelf niet. Maar tegelijk weet ik ook niet wat ik niet snap. Ik weet ook niet waarom ik tegen je praat, maar ik hoop dat het helpt. In ieder geval is het er weer even uit, weet je.
*SANDRA*: Ik denk dat ik het snap...
00SBEW0NER2005*: ik hoop het. Weet je? Eigenlijk wil ik gewoon nu en hier de beslissing maken. Het doen!
*SANDRA*: Wat doen?
*SANDRA*: Uit de doos stappen?
00SBEW0NER2005*: Uit de doos stappen!
00SBEW0NER2005*: Ja! Jij typte het alleen sneller.
00SBEW0NER2005*: Zou je me accepteren als ik het deed, morgen?
*SANDRA*: Ja, natuurlijk!
*SANDRA*: Of trouwens...
00SBEW0NER2005*: Wat?

Sandra had even nagedacht. Ze had ook meteen gedacht dat ze wel met Tanja en dergelijken om kon gaan, maar dat klikte gewoon echt niet. Ze kon aardig tegen iedereen doen, maar iemand in haar groepje nemen...? Dat wilde ze best, maar wat als het gewoon niet ging?

*SANDRA*: Nou ja... kijk...

Sandra had even gewacht. Hoe moet ik dit uitleggen? had ze gedacht.

00SBEW0NER2005*: Je bent bang dat het niet klikt?
00SBEW0NER2005*: O, ik weet zeker dat het wel klikt! Vertrouw me maar!

Sandra had het laatste berichtje een paar keer gelezen. Dat moet Floor zijn! had ze gedacht. In een moment van twijfel had ze zich afgevraagd of dit weer haar wil was die haar verstand oversprak, maar ze had besloten dat dat niet zo was. Het klonk echt als Floor. Wat geeft het ook? had ze gedacht en zei:

*SANDRA*: Floor? Ben jij het? Natuurlijk mag je bij ons groepje.
00SBEW0NER2005*: Echt? Ja! Ik ben het!

Sandra was opgesprongen van blijdschap. Floor! En ze wilde bij haar groepje.
Kort daarna waren ze allebei gaan slapen. De volgende dag was het alsof ze elkaar heel lang niet gezien hadden. Met grote glimlachen op hun gezichten liepen ze op elkaar af en omhelsden elkaar. Vol afgunst hadden hun ex-vriendinnen toegekeken, maar dat hadden Sandra en Floor niet eens gezien. Wat is het heerlijk om weer een vriendin te hebben, had Sandra gedacht.
’s Middags waren Sandra en Floor naar het park gegaan en daar hadden ze uren gepraat. Toen Sandra thuiskwam had ze zo’n goed humeur, dat ze braaf al haar huiswerk ging maken.
En nu lag ze in bed.
De warmte van haar bed maakte de dag nog fijner. Wat was het leven in eens heerlijk. Met een geweldig gevoel ging Sandra slapen, hopend dat ze zich de rest van haar leven zo mocht voelen.

supertygetje

Berichten: 2917
Geregistreerd: 24-02-03

Re: [Verhaal] Nog Titelloos

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 28-09-05 02:11

Wow, dat was mijn langste post ooit.

Jettie

Berichten: 5572
Geregistreerd: 25-10-04
Woonplaats: Provincie Groningen

Re: [Verhaal] Nog Titelloos

Link naar dit bericht Geplaatst: 28-09-05 13:47

Haha ja. Wow, wat een lettertjes zeg!

supertygetje

Berichten: 2917
Geregistreerd: 24-02-03

Re: [Verhaal] Nog Titelloos

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 01-10-05 20:25

Is er eigenlijk een limiet aan het aantal letters per post?

Melisjee

Berichten: 8755
Geregistreerd: 20-11-05
Woonplaats: Den Bosch

Re: [Verhaal] Nog Titelloos

Link naar dit bericht Geplaatst: 21-01-06 11:10

wat een verhaal zeg (+ moeite qua tijd om te lezen ). erg goed, dat wel. je kan zo schrijfster worden haha

supertygetje

Berichten: 2917
Geregistreerd: 24-02-03

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 21-01-06 23:31

Dankjewel! Hoe heb je dat ineens gevonden?

edit: waarschijnlijk mijn onderschrift...

Melisjee

Berichten: 8755
Geregistreerd: 20-11-05
Woonplaats: Den Bosch

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst: 23-01-06 19:24

wat bedoel je met 'gevonden' ow, het verhaal

edit: ja, via je onderschrift

Antistar

Berichten: 1152
Geregistreerd: 13-01-04
Woonplaats: Gasselte

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst: 29-01-06 15:53

Voortaan zal ik eerst even op de laatste post kijken.
Heb ik alle kleine stukjes gelezen, staat het achteraan heelmaal.
Maargoed, ik vind het een heeel mooi verhaal!
Ik ben om half 1 begonnen en heb het net uit. ..
Best verslavend zoiets.
Maar ga je nog meer verhalen schrijven?

Melisjee

Berichten: 8755
Geregistreerd: 20-11-05
Woonplaats: Den Bosch

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst: 29-01-06 19:31

mens! weet je wel hoeveel woorden? 30.615 en 57 pagina's!

supertygetje

Berichten: 2917
Geregistreerd: 24-02-03

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 29-01-06 21:05

Haha. Dan heb je je lettergrootte wel een beetje groot staan, denk ik.

@ jostalover: Ik heb nu niet zoveel tijd En ik was begonnen, maar nu is er een regel dat je 1500 woorden per keer moet plaatsen en dat is een beetje lastig, vind ik.

Melisjee

Berichten: 8755
Geregistreerd: 20-11-05
Woonplaats: Den Bosch

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst: 05-02-06 10:50

neej hoor

Felinde

Berichten: 1178
Geregistreerd: 12-09-05
Woonplaats: Manchester

Re: [Verhaal] Nog Titelloos

Link naar dit bericht Geplaatst: 10-04-06 20:01

heej,

Ik heb het verhaal net gelezen. Ben om 7 uur begonnen, t is nu 9 uur is dus 2 uren.. Vond het een erg leuk verhaal, en je hebt het zekers in je! Veel succes met je volgende verhaal, en als die er is, zou je dan bericht willen geven ?? o:) Alvast bedankt!

supertygetje

Berichten: 2917
Geregistreerd: 24-02-03

Re:

Link naar dit bericht Geplaatst door de TopicStarter : 11-04-06 03:16

Bedankt kroetietjuh
Ik wil graag meer schrijven maar heb momenteel weinig tijd.

Henri3kjuH
Berichten: 614
Geregistreerd: 03-09-05
Woonplaats: Leeuwarden

Re: [Verhaal] Nog Titelloos

Link naar dit bericht Geplaatst: 13-04-06 13:50

pfieuw ik heb het in 1ruk uitgelezen! wat een ontzettend leuk verhaal
ben blij dat ze nu weer een vriendin heeft en dat het een goed afloop had!
vond het erg leuk om te lezen
Groetjes

Sabinee__

Berichten: 6548
Geregistreerd: 01-08-05

Re: [Verhaal] Nog Titelloos

Link naar dit bericht Geplaatst: 14-04-06 15:16

kroetietjuh schreef:
heej,

Ik heb het verhaal net gelezen. Ben om 7 uur begonnen, t is nu 9 uur is dus 2 uren.. Vond het een erg leuk verhaal, en je hebt het zekers in je! Veel succes met je volgende verhaal, en als die er is, zou je dan bericht willen geven ?? o:) Alvast bedankt!



Jaa ik heb er anderhalf uur overgedaan!
Maar wel een super-duper goed verhaal
joh!! Echt!!