Ruim 1600 woorden dit keer...
Ik hoop dat de wending in het verhaal jullie niet te in verwarring brengt!
Citaat:Opeens word ik nog onrustiger. Waarom wacht ze nou zo lang? Ergens krijg ik zin om het hele verhaal uit haar te trekken. Ondertussen kijkt Anna mij rustig aan, alsof ze nog een lange tijd niet van plan is ook maar iets over Rose te vertellen. Even wil ik een opmerking maken, ze heeft toch al lang genoeg niks over Rose verteld? Goed, misschien dat ze in een paar week nog niet alles heeft willen vertellen, maar een poging tot vertellen heeft ze ook nog niet gedaan. Anna zit mij ondertussen nog steeds rustig te bestuderen. Ikzelf heb de neiging om te gaan springen, haar door elkaar te rammelen en weet ik wat al niet meer. Alles, maar dan ook álles voor een antwoord. Vragend kijk ik haar aan, nou wat? Een onrustig stemmetje begint in mij te piepen. Een stemmetje dat Anna wil gaan smeken om te gaan vertellen.
Anna zelf lijkt ondertussen de rust hetzelve. De angst die ik eerder vandaag in haar ogen zag lijkt helemaal te zijn verdwenen. Sterker nog, de blik is veranderd in een spottende blik. Alsof ze het mij niet wil vertellen. Ze me wil paaien met een mooi verhaal. De grijns op haar gezicht verteld mij ook niet veel goeds. ‘Nou,’ herhaalt ze, ‘Ik denk dat ik je het hele verhaal maar vanavond ga vertellen, als Gert er ook bij is. Dat lijkt me eerlijker, ook tegenover hem natuurlijk. Hij kent Rose beter dan mij.’ Kent? Niet kende? ‘Hoezo ként, leeft ze nog?’ Anna houdt haar mond stijf dicht. Ze kijkt mij nog steeds aan met een spottende blik. Een blik die mij haar bijna door elkaar doet rammelen. Toch besluit ik nog niet op te geven. ‘Jij kent Rose, zij betekende blijkbaar veel voor mij. Wie ben jij dan?’ Ze staat op en loopt de keuken in. ‘Ik heb je gezegd dat ik je het hele verhaal vanavond vertel, voor Gert, voor Rose en voor mijzelf.’ Klinkt het uit de keuken. Langzaam aan voel ik mij kwaad worden. Dan komt ze terug uit de keuken en blijft ze in de deurpost staan. ‘Trouwens, ik heb Janice vanmiddag nog gesproken, zij was een goede vriendin van je. Ze komt zo langs.’ Even ben ik stomverbaasd, wat? Een vriendin die langskomt? Waarom juist nu. En hoezo heeft zij die Janice gesproken? Dan veranderd mijn verbaasdheid in woede. Wat is dit voor een actie? Waarom komt die Janice uitgerekend nu langs? Zou het een afleidingsmanoeuvre zijn? Tijd om te gaan vragen heb ik helaas niet, de bel verstoord mijn gepieker. Anna loopt met een grote glimlach om mij heen naar de deur om hem te openen. In mijn gedachten zend ik haar allerlei verwensingen na. ‘Hallo Janice! Leuk om je weer te zien! Hoe gaat het met je?’
Hoezo ik speel de geweldige moeder, of stiefmoeder of wat ze ook is van mij. Ik hoor vanuit de gang een vrolijke, jonge stem komen. Van die Janice waarschijnlijk. ‘Hey Anna! Met mij gaat alles goed hoor, met jou? Hoe is het met Lisa? Ik was verrast toen je mij belde om haar even mee te nemen naar de stad. Omdat jullie eerst niet wouden dat ze contact had met haar vrienden enzo.’ Dus Anna heeft Janice gebelt. Vandaar, ik had ook al geen telefoon horen overgaan.
Dan gaat de deur open. In de deur staat een meisje die ongeveer even groot is als mij, met donkere krullen en blauwe ogen. Vrolijk lachend kijkt ze mij aan. ‘Anna!’ Even sta ik haar verbaast aan te kijken. Dan zeg ik zachtjes ‘Janice,’ en vlieg haar in de armen.
Janice! Een herinnering komt bij mij naar boven. Hoe we elkaar ontmoet hebben, de allereerste schooldag samen. De klik die ik meteen met haar had. Onzeker kijkt ze mij aan. ‘Ik denk niet dat je me herkent maar…’ Snel onderbreek ik haar. ‘Jan, ik herken je! Ik herinner me onze ontmoeting en onze eerste schooldag. Die opdracht door de school heen en toen we samen in het schoolgebouw verdwaalden. Ze begint te glimlachen. ‘Ik hoop dat ik je dan aan nog meer herinneringen kan helpen! Zullen we gaan? Ik denk dat je het hier ondertussen vast wel weer gezien hebt.’ Met een schuin oog kijkt ze naar Anna. Een bondgenote! Misschien kan zij mij wél wat vertellen over Anna en de rest wat zich hier heeft afgespeeld. ‘Is goed.’ Ik wend mij tot Anna. ‘Om hoe laat moet ik hier weer zijn?’ Tevreden kijkt ze mij aan. ‘Uurtje of 6 lijkt mij’ zegt ze, met een triomf in haar stem. Dan drukt ze mij een bosje sleutels in handen. ‘Je sleutelbos. Je fiets staat in de schuur, het is die zwarte met kattenpootjes erop.’
Ik gebaar Janice dat we ervandoor gaan. Als we buiten staan kijkt ze me lachend aan. ‘Vroeger was je nooit bij Anna in de buurt te vinden. Niet gek ook, met zo’n mens.’ Ik glimlach terug. ‘Van dat mens kan ik mij helaas weinig herinneren. Ik heb ook geen idee wat ze van mij is. Of wat Gert van mij is.’ Verbaast kijkt ze mij aan. ‘Echt helemaal niks?’ Ik schud mijn hoofd. ‘Tijd dus om jou te gaan vertellen over jouw leven. Maar niet hier! We gaan naar ‘Het Terras.’ ‘Het Terras,’ herhaal ik. ‘Dé plek waar we altijd met z’n allen zaten, misschien dat de rest er straks ook wel is. Als je dat wilt tenminste!’ Even krijg ik de zenuwen. Wat als ik die ‘rest’ niet kan herinneren? ‘En ja, natuurlijk weten ze van het ongeluk.’ ‘Hoe wist je dat?’ ‘Lis, ook al weet je niet alles meer, dat betekend dus mooi niet dat ik mij jou niet herinner en qua uitdrukkingen ben je helemaal niks veranderd. Maar zou jij je fiets nou niet een keertje pakken? Dan gaan we ervandoor, Anna houdt ons nog steeds mooi in de gaten!’ Ik keer mij even snel om en zie Anna achter het raam staan, Janice en mij nauwlettend in de gaten houdend. Even glimlach ik en zweer alsnog een wraak op Anna om haar zwijgen. ‘Domme, domme zet Anna,’ zeg ik zacht. Janice kijkt me aan. ‘Ze zal wel geen steek veranderd zijn, wat heeft ze je geflikt?’ ‘Hoeveel tijd heb je?’ ‘Zoals gewoonlijk alle tijd!’ krijg ik als reactie. Het resultaat is, dat ik nog wat herinneringen van Janice, mij en nog een aantal anderen krijg. Ik glimlach. ‘Je herinnert je wat, of niet?’ ‘Ja, eindelijk! Ik zal even mijn fiets halen.’ Terwijl ik naar het schuurtje loop, denk ik aan de band die ik nu al met Janice voel. Ik vertrouw haar. Ik herken haar.
Onderweg vertel ik het hele verhaal, over de zolder, over de actie van Anna en het niet willen vertellen wie zij nou precies van mij is en wie Gert van mij is. Over Rose zwijg ik nog heel even. Ondertussen heeft Janice stilletjes naar mij geluisterd. Als ik uitverteld ben kijkt ze mij even aan. ‘Ze is inderdaad geen steek veranderd. Maargoed, blijkbaar denkt zij dat jij mij vroeger nooit dingen over haar helpt verteld. Of over Rose.’ Verrast kijk ik even opzij. ‘Er staat een foto van haar op de zolder. Toen ik de naam Rose noemde tegenover Anna leek ze ontzettend bang. De angst was gewoon van haar af te lezen.’ Janice begint te lachen. ‘Daar zal Rose blij mee zijn. Ik weet zeker dat ze blij zal zijn dat je haar hebt ontdekt.’ ‘Je kent haar?’ ‘Ja, en jij kent haar ook. Rose was jouw moeder. Helaas leeft ze niet meer. Behalve…’ Mijn ogen worden groot. ‘Is ze een geest?’ Janice knikt. ‘Een goede, dat wel. Maar als Anna er niet geweest was, was Rose nog altijd bij ons geweest.’ ‘Hoe bedoel je?’ ‘Rose is nog niet zo lang geleden overleden, ongeveer 2 maand geleden. Voordat je op vakantie ging waren we er bijna achter wie haar vermoord heeft.’ Even ben ik stil en moet deze informatie even verwerken. ‘Sorry,’ mompel ik zacht. ‘Maakt niet uit,’ glimlacht Janice. ‘Wil je nog weten wie onze hoofdverdachte was?’ Ik schud mijn hoofd. ‘Vertel maar als ik dit allemaal heb verwerkt!’ Janice denkt even na en knikt dan. ‘Je hebt mij er niet helemaal bij nodig om achter onze hoofdverdachte te komen. Op de zolder onder de bank ligt ons boek, het boek dat we hebben gemaakt na de moord op Rose. Misschien is het beter dat je het zelf allemaal leest, het is een bizar verhaal geworden namelijk.’ Een rilling loopt er over mijn rug en ik knik. ‘Ander onderwerp?’ vragend kijk ik Janice aan. ‘Goed plan!’ lacht ze.
Een klein kwartiertje later staan wij bij ‘Het Terras.’ Het is een klein, gezellig cafeetje, midden in het centrum van de stad. Tot mijn verbazing herinner ik mij ook hier weer een aantal dingen. Vooral na het zien van de bar en de jongen die achter die bar staat. Die jongen, is Laurens. De jongen die al een aantal dagen in mijn gedachten rondzweeft, staat hier voor mijn neus. Er verschijnt een blos op zijn wangen. Verlegen kijk ik hem aan. Zijn groene ogen kijken mij doordringend aan. Dan verschijnt er een verlegen lach op zijn lippen. ‘Hey Lisa!’ ik concludeer dat hij een vrolijke stem heeft. ‘Hey Laurens!’ zeg ik even vrolijk terug. Verrast kijkt hij mij aan. ‘Je herkent me…’ zegt hij zacht. Ik glimlach. ‘Jij kent mij ook, dus misschien kun jij mij ook wel wat vertellen over hoe jij mij kent, hoe ik jou ken en wat Gert en Anna tegen jou hebben?’ Hij begint te lachen. ‘Hoeveel tijd heb je?’ vraagt hij plagend.
)

Nieuw stuk!!
)