Moderators: Essie73, NadjaNadja, ynskek, Polly, Telpeva, Muiz

er komt behoorlijk wat gedoe met Mike en haar eigen moeder, meer zeg ik niet
Citaat:Ik zuchtte. Anders was ik nu met Mike hier geweest. Voorzichtig dronk ik het glas leeg en liep naar de dansvloer toen ik in een oogopslag mike zag dansen. Verbaasd liep ik naar hem toe en ging voor hem staan. Woest keek ik hem aan. ‘’’Tirz, ik eh’’ Ik maakte een platte hand en verkocht hem hard een klap op zijn wang. ‘’Eikel’’ Kwaad liep ik weg. Vanuit mijn ooghoeken zag ik dat hij me volgde. Net toen ik nog sneller wilde lopen voelde ik dat hij mijn pols greep. ‘’Blijf met je poten van me af.’’ Schreeuwde ik met trillende stem en probeerde me los te trekken, zonder succes. Ik werd steeds kwader. ‘’Tirza, je moet me uit laten spreken. De reden dat ik niet met jouw wilde was’’ ik liet hem niet uitspreken. Met mijn andere hand verkocht ik hem een klap op zijn bang en duuwde hem vervolgens tegen de grond. ‘’Raak me nooit of te nimmer aan, hoor je’’ schreeuwde ik en liep toen weg. Iedereen keek hem kwaad aan zag ik vanuit mijn ooghoeken. Tranan welde zich op in mijn ogen. Telkens zag ik de beelden van wat hij met mij gedaan had, en ik was het zelf schuld. Snel liep ik naar de toiletten toe en droogde daar mijn tranen. Ik zuchtte diep en liep toen de toiletten weer uit. Op de hoek van de bar ging ik zitten en bestelde een glas rum. Oppeens had ik heel erg veel zin om me te bezatten, waarom wist ik niet. Toen de man zag hoe ik eruit zag twijfelde hij niet en schonk me gewoon de rum in. Ze moesten eens weten dat ik pas 14 was. Ik zag Mike weer op me afkomen en dat hij naast me kwam zitten.Ik draaide me met mijn rug naar hem toe en dronk het glas in een keer leeg. Vervolgens bestelde ik nog een glas. Niets kon me tegen houden, zelfs mike niet. Ik voelde een hand op mijn schouder en sloeg hem kwaad van me af. ‘’Hoevaak moet ik je nog zeggen dat je met je poten van me af moet blijven’’ zei ik woest en draaide me om. Toen ik de nieuwe rum zag staan gooide ik dat over hem heen en liep toen kwaad de disco uit. Hij moest gewoon van me afblijven. Ik zocht mijn fiets maar hij was nergens te bekennen. Met een zucht liet ik me tegen de muur zakken en keek voor me uit. Langzaam haalde ik de elastiek uit mijn haren en voelde me heel licht in mijn hoofd. Waarschijnlijk kwam het door de drank. Ik besloot maar opzoek te gaan naar vervoer en liep de disco weer binnen. Ik liep naar de bar toe en bestelde opneiuw een rum.
Zwaar dronken opende ik de voordeur van mijn huis en schoot meteen naar boven. Daar liet ik me op mijn bed ploffen. Dit moest ik vaker doen, véél vaker. Het voelde goed om te kunnen drinken, al mijn problemen waren oppeens weg. Ik voelde hoe zzwaar mijn ogen werden en sloot ze. Binnen een minuut sliep ik. Wat was ik moe zeg.
Ik smeerde een boterham en deed een aspirientje in mijn glas water tegen de hoofdpijn. Was dat nou een kater? Ik dronk het glas in een keer leeg en begon toen aan mijn boterham met kaas. Mijn ouders waren er nog steeds niet merkte ik. Er zou toch niks gebeurt zijn, dat zou toch niet? Ik schudde mijn hoofd. Nee, er was vast niks gebeurd. Vlug peuzelde ik mijn boterham op en liep de woonkamer in.Denkend aan wat er gisteren allemaal gebeurt was liet ik me in de zetel ploffen. Het was allemaal mijn schuld. Meneer Olsen die mij had verkracht en dan Mike die door mijn rare gedrag alleen naar de disco was gegaan. Ik trok een kussen over mijn hoofd en zette de tv aan. Even keek ik op de klok. Al 10 uur. Ik gooide het kussen van mijn hoofd af en zette het journaal aan.Er was een groot ongeluk gebeurt op de a73. Maar dat was de richting waar mijn ouders van terug zouden moeten komen. Plots hoorde ik de bel gaan. Het zou toch niet, nee, dat kon gewoon niet. Angstig liep ik naar de deur en zag mijn vader staan. Ik sloeg mijn armen om hem heen en barstte in huilen uit. ‘’Waar is ma’’ vroeg ik snikkend. Hij sloeg troostend zijn armen om me heen. ‘’Die heeft het ongeluk niet overleefd.’’ Ik maakte me los en zag dat er tranen over zijn wangen rolden. ‘’Ne, dat kan niet, dat mag niet. Ze leeft nog’’ ik kon het niet accepteren en liep weer naar binnen. Vervolgens liep ik naar boven. Onderweg naar mijn kamer sloeg ik hard een vaas tegen de grond. Vlug opende ik de deur van mijn kamer en sloot me op. Ik gooide met alle breekbare spullen in mijn kamer rond en sloeg hard tegen de deur. ‘’Het mag niet, het mag niet’’ schreeuwde ik huilend en liet me op bed vallen. ‘’Het mag gewoon niet’’ Ik bleef maar huilen en huilen toen ik gebonk op mijn deur hoorde.’’Ga weg, ga alsjeblieft weg’’ riep ik snikkend tegen mijn vader. Eigenlijk was het niet goed van me om zo tegen hem te doen, helemaal niet goed. Hij kon er immers niks aan doen. Rustig stond ik op en opende de deur. Mijn vader sloeg zijn armen om me heen. Ik voelde zijn lichaamswarmte en duuwde hem trillend van me af. Ik liep mijn kamer weer in het sloot me op. Ik ging op bed zitten en viel huilend weer in slaap.
Ik hoorde hard gebonk op mijn deur en stond verward op. Toen ik hem opende sloot ik hem even vlug weer. ‘’Wat wil je van me?’’ vroeg ik met trillende stem. ‘’Ik wil je spreken over gisteren’’ ‘’je kunt de pot op mike’’ bromde ik en sloeg hard tegen de deur. ‘’Maar Tirz, ik’’ ‘’Ten eerste heet ik Tirza, en ten tweede, rot alsjeblieft op. Zonder jouw heb ik het al moeilijk genoeg’’ schreeuwde ik. De laatste tijd raakte ik om ieder ding gestresd. Hij zuchtte diep. ‘’De reden waarom ik niet met jouw ging was om hoe jij vantevoren had gedaan’’ ‘’Dus het is toch mijn schuld’’ ik opende de deur. ‘’En rot nu op, anders haal ik mijn vader erbij’’ ‘’Doe wat je wilt, ik ben al weg, ik heb het je nu tenminste kunnen vertellen’’ hij liet zijn blik over mijn kleding vallen en liep zijn hoofd schuddend weg. ‘’Lekkere vriend ben jij zeg’’ mompelde ik en zuchtte. Hij draaide zich weer om. ‘’Ja, hoor wie het zegt. Je slaat me twee keer onnodig en ik mag je niet eens aanraken’’ schreeuwde hij. ‘’Ja, met redenen, redenen die jij nooit zult weten’’ schreeuwde ik terug. Ik voelde tranen opwellen en draaide me om. ‘’Was ik maar net als me gestorven, dan hoefde ik dit niet mee te maken’’ mompelde ik en liet me via de muur naar de grond zakken. Mike’s kwade blik veranderde in een bezorgde en zorzame blik. ‘’Je moeder, dood?’’ vroeg hij met een trillende stem. ‘’Ja, dood.’’ Schreeuwde ik. ‘’Dat wist ik niet, ‘’ ‘’Nee, je hoeft het ook niet te weten, je bent immers geen familie. Jij hebt er uberhaupt geen idee van wat er de laatste tijd allemaal gebeurt is.’’ Schreeuwde ik nog steeds. Ik was kwaad, te kwaad voor woorden. De zin dat ik dood moest net als mijn moeder herhaalde ik steeds in gedachte. Het was allemaal mijn schuld, ik moest net als mijn moeder dood vond ik. Mike kwam naast me zitten en wilde zijn arm om me heen slaan, maar bedacht zich weer toen hij mijn dreigende blik zag. ‘’Je kunt me alles vertellen, wat je maar wilt.’’ ‘’Nee, dat kan ik niet. Je zult me niet begrijpen, je zult me nooit begrijpen.’’ ‘’ik kan een poging doen tot.’’ ‘’Nee, ik kan het niet vertellen’’ zei ik en stond op. ‘’Tot maandag op school’’ mompelde ik en liep mijn kamer in. Alles liep fout. De verkrachting, mike die zonder mij naar de disco was gegaan, door mijn schuld en dan mijn moeder die dood was gegaan. Alles was mijn schuld, alles. Ik wilde niet meer. Waarschijnlijk zouden er nog meer dingen gebeuren die mis zouden lopen, dan kon ik ze tenminste ontlopen. Ik zuchtte eens diep en besloot het te doen. Het moest gewoon, met wat geluk zou mijn vader mij telaat vinden. Ik opende de deur voorzichtig en keek of mike er nog was. Tot mijn opluchting was hij weg. Zachtjes, zonder kabaal te maken, liep ik naar de badkamer en haalde uit het midicijn kastje een pot met aspirientjes en nog wat andere potten met spullen. Ik schudde de pot aspirientjes leeg in mijn hand en nam ze allemaal tegenlijk in. Daarna begon ik aan de rest van de pillen. Alles begon te draaien na een aantal minuten. Ik greep me vast aan de wasbak. Nog steeds geloofde ik niet dat ik de pillen had ingenomen. Perongeluk smeet ik twee potjes op de grond die braken. Daarna viel ik op de grond, alles was zwart..
)
ben benieuwd naar het vervolg! 


Citaat:Ik werd wakker in het ziekenhuis met allerlei aparaatjes aan me vast gekoppeld en lag aan een beademings aparaat. Suf keek ik de kamer rond en zag de dokter met mijn vader praten en Mike naast mijn bed staan. Toen Mike mijn richting uitkeek deed ik net alsof ik sliep, maar het was te laat. Hij stond op en liep naar mijn vader. ‘’Ze is wakker’’ Ik zag dat de dokter met Mike en mijn vader naar mij toe kwam. ‘’Waarom?’’ vroeg mijn vader. ‘’Waarom deed je dat?’’ Suf keek ik hem aan. Hij zuchtte. ‘’Wilt u ons alsjeblieft alleen laten?’’ vroeg hij aan mike en de dokter. Beide knikten ze en liep de hal in, wachtend tot mijn vader en ik gepraat hadden. ‘’Waarom deed je het?’’ vroeg hij nogmaals. Ik keek hem kwaad aan. ‘’Wie heeft mij gevonden?’’ vroeg ik hees. ‘’Mike, hij wilde net het huis verlaten toen hij twee klappen hoorden.’’ Nog kwader keek ik naar de deur en probeerde de spuit in mijn hand los te peuteren. Hij gaf me een tik op mijn hand. ‘’Waarom’’ ‘’Omdat ik genoeg heb van dit poedersuiker leven, omdat ik niet meer wil leven. Ik wil bij mijn moeder zijn!’’ schreeuwde ik gestresd. Waarom moest uitgerekend mike mij vinden. ‘’Waarom moest ik uberhaupt gevonden worden! Waarom lieten jullie en dit poedersuiker ziekenhuis me niet gewoon doodgaan. Dan hoefde ik ook niet meer met jullie te praten, met niemand.’’ Bij die woorden trok ik de spuit uit mijn hand en de beademing los. Ik hoestte even en klom toen met moeite mijn bed uit. Kwaad liep ik naar de gang toe, in de richting van mike. Ik werd gek, gek van verdriet en woede. Hij had me verdomme niet moeten vinden. Woest keek ik hem aan. ‘’Waarom? Waarom kon je me niet gewoon vergeten en me laten liggen.’’ Het kwam trillend uit mijn mond, maar ik probeerde me sterk te houden. ‘’Omdat we je niet kwijt willen.’’ Ik snoof. ‘’Zeg niet van die domme dingen’’ Ik liep in de richting van de liften, ik wilde weg. Weg van hier, weg van iedereen. Ik zag dat een dokter op me afsnelde en mijn pols greep. Ik trok me los en nam de trap. Lopen had geen zin, ik begon te rennen. Toen ik helemaal onder was wilde ik net weg lopen toen Mike voor me ging staan. Ik duuwde hem weg en rende het ziekenhuis uit. Toen ik buiten stond zocht ik naar een taxi, maar die waren er niet. Dan maar lopen. Ik keek achter me en zag Mike met mijn vader. Ik zuchtte toen mike mijn pols greep , en mijn vader de ander. Zonder iets te zeggen liepen ze met mij terug het ziekenhuis in.
Opnieuw lag ik in het bed, maar nu was er niemand in mijn kamer. Opgelucht haalde ik adem. Toen ik zag dat de beademing weg was, was ik nog opgeluchter. De spuit zat nog in mijn hand. Zachtjes begon ik eraan te trekken. ‘’Auw’’ mompelde ik toen ik verkeerd trok. Ik keek even naar de gang. Mike en mijn vader stonden in de gang, zoals eerst. Net toen ik de spuit los trok kwam Mike binnen. Geiriteerd keek hij me aan. Ik draaide hem mijn rug toe en sloot mijn ogen. Mike kon stikken, iedereen kon stikken. Zodra ik het ziekenhuis uit was zou ik het gewoon weer opnieuw proberen, en opnieuw. Tot ik dood zou zijn. Ik keek even achter me. Mike stond er nog steeds. Woest was ik, alle haat die ik ooit voor hem had was erger geworden. Ik greep naar het glas water op het nachtkastje en dronk het leeg. Daarna kneep ik erin. Ik gooide het glas kapot tegen de deur en draaide me weer om. Mijn ogen werden zwaar. Ik was behoorlijk moe. Ik sloot mijn ogen en viel na een minuut of drie in slaap.
Toen ik wakker werd was het 7 uur ’s ochtends. De spuit zat opnieuw in mijn hand, en opnieuw trok ik hem los. Ik stapte voorzichtig mijn bed uit en legde de kussens zo dat het leek dat ik sliep. Zachtjes opende ik de deur en liep de gang door. Ik moest weg hier, en vlug. Zachtjes sloop ik door en trok het kaartje van het ziekenhuis van mijn pols af. Toen ik de uitgang bereikt had haalde ik opgelucht adem en liep het ziekenhuis uit. Mijn vader zou om deze tijd naar zijn werk zijn. Buiten begon ik te rennen. Ik wist wat ik zou doen. Weglopen, weg hier. In de verte zag ik het huis naderen.
Mijn voorspelling klopte, pa was werken. Gelukkig maar. Zachtjes pakte ik de reserve sleutel onder de mat vandaan en opende de deur. Een kleine grijns verscheen op mijn gezicht. Ik kon het natuurlijk nog eens doen. Maar nee, dat was te riskant. Ik zou weglopen. Ik snelde naar boven naar mijn kamer. Vlug pakte ik een tas in met kleren, schoenen , etc. Ik pakte mijn beurs met geld en keek ernaar. Ik was blij dat ik gespaard had. Ik sloeg de tas om me heen en liep naar beneden. Vervolgens naar de keuken. Ik smeerde een aantal boterhammen en ruimde hetgene wat ik gebruikt had op. Vlug haasste ik me naar de voordeur, sloot hem af en legde de reserve sleutel weer onder het matje. Ik was opgelucht. Ik zou hier nooit meer komen bedacht ik me. Nooit meer.
Ik zat in de bus en staarde naar buiten. Waar ik heen zou gaan wist ik nog niet, iniedergeval ver weg van hier. Plots viel me iets te binnen. De plek waar we een jaar geleden woonde, toen we nog niet verhuisd waren. Het was 2 uur met de bus rijden, maar de moeite waard. Ik stond op en liep naar de chauffeur. ‘’ Ik zou graag naar Den-Haag gebracht worden’’ zei ik met een waterig glimlachje. Hij knikte. ‘’Die mevrouw achterin gaat er ook heen, dus dat komt goed uit.’’ Ik knikte en liep in de richting van de vrouw. ‘’Pardon, maar is die plek nog vrij?’’ vroeg ik onzeker. Ze knikte en ik ging zitten. Ik staarde weer naar buiten. Vanuit mijn ooghoeken zag ik dat de vrouw naar mijn tas keek. ‘’Waar gaat de reis heen?’’ vroeg ze. Ik schrok op. ‘’Den-Haag,’’ antwoordde ik. Ze knikte. ‘’Ik dus ook.’’ Even bekeek ik haar goed. Ze leek niet zo heel erg oud. ‘’Hoe oud bent u eigenlijk ?’’ vroeg ik voorzichtig. ‘’16. Ik woon bij mijn vader, maar moest naar mijn moeder voor een dag.’’ Ik zuchtte en keek weer naar buiten. ‘’mijn moeder is eergisteren overleden bij het verkeers ongeluk op de A73.’’ Ze sloeg troostend een arm om me heen. ‘’Ik ben trouwens Bianca.’’ Stelde ze zich voor. ‘’Tirza,’’ antwoordde ik vriendelijk. Ze keek me ondezoekend aan. ‘’Loop je weg van huis?’’ vroeg ze na een stilte. Ik knikte. ‘’Waarom?’’ vroeg ze daarna voorzichtig. ‘’Omdat ik terug wil naar mijn oude woonplaats. Alleen is het huis waar we in woonden waarschijnlijk bezet. We zijn pas een jaa verhuisd.’’ ‘’Is het huis toevallig op Bakkerstraat nummer 8?’’ Met open mond staarde ik haar aan en knikte. ‘’Misschien dat je onderdak kunt krijgen als dat mag van mijn vader.’’ Zei ze glimlachend. ‘’Dat zou fijn zijn, zeer fijn’’ antwoordde ik glimlachend. Misschien kon ik nog bevriend met haar raken,.
We werden afgezet in de voor mij heel erg bekende bushalte en keek meteen de straat rond. Het was niks veranderd. Rustig wachtte ik op Bianca. ‘’Boe’’ zei ze toen ze naast me stond. ‘’Schrik’’ zei ik grinnikend. Ze ging naast me lopen en samen liepen we naar haar huis. Zachtjes belde ze aan. Rustig wachtte ik af. Er werd opengedaan door haar vader. ‘’Wie is dat?’’ vroeg hij, doelend op mij. ‘’Dat is Thirza, de vorige bewoner van ons huis. Ik vroeg me af of ze een tijdje kon logeren.’’ Ratelde bianca vlug. Haar vader knikte. ‘’Welkom’’ Ik voelde me ongemakkelijk en veegde mijn voeten toen Bianca binnen was. Zachtjes stapte ik binnen en keek rond. Het huis was erg veranderd. De hadden de gele muren in wit veranderd. Ik moest toegeven dat het goed stond. Ik stapte de woonkamer binnen. Het was veel beter ingericht dat dat bij hadden gedaan. Glimlachend keek ik bianca aan. ‘’Mooie inrichting’’ ze grinnikte en sleurde me mee naar boven. ‘’Was dit jouw kamer?’’ vroeg ze voorzichtig en wees op de deur. Ik knikte en opende de deur voorzichtig. ‘’Er is niks veranderd!’’ zei ik verbaasd. ‘’Alleen de plaats van het bed enzo maar de kleuren zijn hetzelfde.’’ Ze grinnikte weer. ‘’Ik vond het mooi zo’’ zei ze glimlachend en nam me mee naar de logeer kamer. ‘’Hier slaap jij’’ zei ze glimlachend en hield de deur open. Ik glimlachte en zette mijn tas in de kamer. Rustig stapte ik de kamer weer uit. Ik keek op mijn horloge. Het was 10 uur. Plots hoorde ik mijn mobiel. Ik had een sms gekregen. Voorzichtig opende ik hem. Hij was van Mike...
ik schrijf verhalen altijd met eigen emoties