"Wakker worden, meisje," hoorde ik naast mij. Ik schrok wakker en keek recht in het gezicht van een jongen. Hij zat gehurkd het paard dat nog steeds op mijn schoot lag, te aaien.
"Oh, eh, hallo," zei ik verward. Ik probeerde op te staan, maar het paar lag nog steeds op mijn schoot, dus ik kon niet weg.
"Danger heeft volgens mij lekker geslapen," zei de jongen. "Kom jongen, we moeten rijden." De jongen klakte met zijn tong en het paard stond op.
"Heet hij Danger? Mooie naam." Ik glimlachte naar hem en hij glimlachte terug. "Ik moet met hem trainen, over twee weken doe ik mee aan een springwedstrijd," zei de jongen en hij keek me aan.
"Jij doet toch ook mee?"
Ik schudde mijn hoofd. "Nee, ik heb gisteren mijn been opengehaald en een infectie opgelopen aan de wond, dus ik kan niet meedoen."
De jongen leek bezorgd. "Hoe is het gebeurd?"
Ik dacht na, het zou niet slim zijn om Danger er de schuld van te geven.
" Ik was met mijn vaders paard aan het werk, en toen had hij me getrapt, omdat hij ergens van schrok," besloot ik maar te zeggen.
"Au, dat is pijnlijk." De jongen liep met Danger de stal uit en zette hem vast met een halstertouw. Dangers wond aan zijn been was al wat beter geworden, had ik gezien. "Help je mee met poetsen? Danger is zo vies! Ha ha!" De jongen lachte. Ik smolt bijna bij de witte tanden die hij liet zien.
Ik knikte. "Ja, dat is goed." We pakten allebei een borstel en begonnen te poetsen. "Hoe heet je eigenlijk?" vroeg ik geïnteresseerd.
"Jason," zei de jongen. "En jij?"
"Rochelle. Jason is toch een Engelse naam? Ben je uit Engeland verhuisd?"
"Ja, we zijn verhuisd toen ik drie jaar was, dertien jaar geleden. Ik ga trainen, kom je kijken?"
Ik knikte opgewonden. Ik wilde graag zien hoe goed het paard kon springen. Ik pakte mijn ene kruk op en ging met hem mee.
Onderweg zwegen we allebei. Ik dacht aan de mooie witte tanden die Jason net had blootgelachen. Het was echt een leuke jongen, hij was knap! Bruin haar, blauwe ogen, lang en gespierd. De ideale jongen.
In de bak reed nog iemand. Het leek Fox wel! Sterker nog, het wás Fox! Maar wie zat erop? Het was iemand die ik niet kende.
Mijn vader stond bij de bakrand te kijken. Hij kreeg ons in het oog en zwaaide. Ik zwaaide terug en richtte mijn ogen weer op Fox en het meisje dat erop zat. Plotseling had ik door wie het was!
Laatst bijgewerkt door EvelijnS op 22-08-05 21:03, in het totaal 1 keer bewerkt