Haha, dankje aux. Mijn trouwe lezer. Waar de andere 56 heen zijn weet ik niet 
Maar goed, vandaag was voor mij persoonlijk een nogal verwarrende dag. En het stukje is dan ook een beetje verwarrend, maar goed. (Ik heb trouwens nog een stukje op de pc staan en nog een in mijn hoofd, maar die komen later wel)
komtie:
Citaat:
Sandra was met moeite door de schooldag heen gekomen, omdat er maar gedachten in haar hoofd rondbleven springen. Ze vroeg zich af wat ze die persoon moest vertellen. Was het al te laat voor haar om nog in de doos te blijven? Zo’n leven was misschien niet echt betekenisvol, maar misschien wel fijner voor haar.
Tijdens al haar gedachten had ze ook een gedicht geschreven. Het was vrij spontaan op komen zetten, maar ze vond zelf dat het wel goed klonk.
Zoveel dingen die ik heb,
zoveel dingen die ik wil.
Zoveel dingen die ik weet,
zoveel die ik niet begrijp.
Zoveel mensen die ik ken,
zoveel waardeloze relaties die ik heb.
Zoveel liefde die ik ontvang,
zo weinig betekenis heeft het voor mij.
Nou ja, ze vond niet écht dat het goed klonk, maar het had gewoon toch wel betekenis voor haar. Ze had het ook wel leuk gevonden om te dichten, hoewel dat haar gedachten alleen maar meer naar de doos, de doosbewoner, en dat soort dingen bracht. Sandra had beseft dat haar leven nog steeds niet echt was. Sandra had door dat dat ook niet kon. De mensen op aarde waren gewoon niet echt. Ze hadden niet door dat ze geobsedeerd waren door dingen die onbelangrijk waren. Ze wisten niet wat echt betekenis had. Wist Sandra dat dan wel? Nee, maar ze wist wel dat het níet echt van belang was wie er nu met wie verkering had. Ze wist wel dat er mensen waren met grote problemen. Ze wist wel dat er over twintig jaar geen haan meer naar zou kraaien wie er op dat moment wel of geen make-up droeg. Maar dat hadden die mensen blijkbaar niet door. Sandra ergerde zich er ook aan hoe het er op bijvoorbeeld op een begrafenis soms aan toe ging. Natuurlijk hoefde je niet de hele dag te zitten huilen. Maar was het nou goed om lachend familieherinneringen op te halen? En dat was maar een voorbeeld. Alles was zo oppervlakkig. Mensen deden of ze ergens om gaven, maar gaven van binnen alleen om zichzelf. Sandra wist heus wel dat ze dat niet kon veranderen, maar zij kon er nu even niet meer tegen. Ze voelde zich op de een of andere manier heel rot, maar toch ook best goed. Ze vond de wereld en alle mensen maar raar en onbegrijpelijk, maar wist heel goed dat zij er toch nog deel uit maakte. En dat kon ook nooit veranderd worden. Nou ja, Sandra zou op zich een kluizenaar kunnen worden en op zich zelf kunnen wonen en zelf aardappels kunnen telen en dergelijke. Sandra had bij de gedachte gelachen, midden in de wiskundeles. Het was net stil, dus de hele klas draaide zich naar haar om. Sandra had maar gewoon vriendelijk gelachen en even gedaan of ze wiskunde aan het doen was. Want iets aan deze mensen uitleggen was al helemaal onmogelijk. Alles was zo onecht, maar hoe kon ze dat ooit aan iemand duidelijk maken? Chris begreep het wel ongeveer, maar leek het niet meer te interesseren. Hij was heel lief en ze vond dat haar relatie met hem ook wel enigszins echt was. Toen ze er meer over na had gedacht was ze tot de conclusie gekomen dat hij toch echt wel van haar moest houden. Of in ieder geval het echt serieus meende. Zo bleven er gedachten door haar hoofd gaan. Ze sprong van het ene onderwerp naar het andere, en ookal zaten er wel enigszins logische connecties tussen, toch raakte ze in de war. Het was alsof ze nog niet klaar was met denken over één ding en al weer over het volgende moest nadenken. Na een tijdje had ze eindelijk een beetje rust gevonden, maar ze wist nog steeds niet wat ze nu aan ‘de doosbewoner’ moest vertellen. Ze wilde geen fout maken. Ze wilde de persoon niet terug de doos in sturen, maar ook niet als een gek uit de doos trekken. Want ze moest eerlijk toegeven, soms leek het gewoon zo gemakkelijk om weer een onbelangrijk leven te leven. Het leek gewoon zo fijn om gewoon te doen of het wel boeiend was wie er met wie verkering had en welke kleur blauw haar oogschaduw was. Het leek zo vredevol en fijn. Sandra wist dat zij dat nooit meer zou kunnen en had er ook niet echt spijt van. Het was soms wel eens moeilijk, en er waren nog een heleboel dingen die ze niet begreep, maar ze vond het ergens toch fijn om meer náást de oppervlakkige mensheid te leven. Sandra vond het wel grappig hoe haar gedachten elke dag, of misschien wel elk uur, weer veranderden over dit onderwerp. Ergens vond ze dat ook heel vervelend en verwarrend, maar op dat moment zag ze de humor er wel van in.