HIer het nieuwe stuk.. hoop dat jullie hem leuk vinden...
Er kunnen spelfouten inzitten enzoo want hij is nog niet nagekeken
.. oh en dat engels hoort zo... kan je ook wel lezen maar dat meisje moet niet echt engels kunnen...
maarJaa dat zien jullie vanzelf
Nou veel plezier....
! (hoop ik)
“Nou?! Ze zijn dus niet van plan om ons te laten gaan!” Ik keek hem aan, maar hij zei niets. “ Probeer maar wat te slapen” Zei hij pas een hele tijd later. “Kan ik toch niet.” Antwoordde ik. Toch ging ik maar even liggen. Jason zat naast me en ik staarde een tijdje naar hem, zonder dat hij het door had. Ik hoopte maar dat het goed zou komen. We waren al zo ver gekomen! Na een tijdje viel ik toch in slaap. Ik sliep heel erg naar, het was zo’n droom dat het net leek of er geen einde of begin meer was. Een diepe slaap, zonder te weten waar je over droomt, maar weet dat het heel erg naar is.
Na een tijdje schrok ik wakker. Zoekend keek ik om mij heen. Waar was Jason? In het kamertje was hij nergens te bekennen en ik begon me zorgen te maken. “Jason?” vroeg ik nog op zachte toon. Er kwam geen antwoord. “Jason!” riep ik toen. “Jaaasoonn!!” riep ik nog een keer hard.
De deur knalde open en een van de mannen keek om de hoek. “Wat!” Kwaad keek hij me aan.
“Waar hebben jullie Jason gelaten?!” Riep ik met tranen in mijn ogen. Ik zag dat de man schrok en voordat ik nog wat kon zeggen gooide hij de deur weer dicht. Hij schreeuwde iets, maar ik kon niet goed verstaan wat. Waar sloeg dit allemaal op ?Nog geen seconde later kwamen een groep mannen binnen gestormd. Ze gooide alles omver en onderzochten alle muren. Vragend keek ik erna en opeens wist ik het. Hoe had ik zo dom kunnen zijn? Hij was ontsnapt en ik had hem verraden! Maar waarom zonder mij? Waarom had hij mij alleen gelaten? Hoe kon hij mij dit aandoen? Tranen sprongen in mijn ogen, ondertussen hadden de mannen het gat al gevonden. Ik keek ernaar, makkelijk had ik erdoor gekund. Mensen gingen naar buiten. Waarschijnlijk op zoek naar Jason. Nee, waarschijnlijk was hij allang weg. Ik had uren geslapen. De laatste paar mannen gingen weg en de deur ging weer zorgvuldig op slot, het gat hadden ze dichtgemaakt. Langzaam probeerde ik van het bed te komen, met veel pijn en moeite lukte het me om bij het gat te komen. Hoe hadden deze mensen dit over hun hoofd kunnen zien? Was het een val geweest?
Opeens zwaaide de deur weer open en een oude bekende kwam naar binnen met nog iemand. Het was Jaap. “Daar hebben we het wicht! IK hoorde al dat je hier was.” Hij pakte me vast en gooide me op het bed. Verdoofd keek ik hem aan.. Opeens had ik door wat hij wou doen en schrok. “Nee, nee! Ga weg!” Net op het moment dat er bijna iets gebeurde, kwam de andere man in actie. “Don’t do that.” Hij trok bij me weg Jaap weg. “She is going to die anyway.” Zei Jaap tegen de man. “That is true. But you’re not going to do that. End of discussion.” Jaap was duidelijk bang voor de man, want hij ging weg.
Ik keek naar de man. Nog nooit had ik iemand dat zo rustig zien zeggen. Ze gaat toch dood... Zou het voor hem normaal zijn? Hij bleef een tijdje kijken, maar nam me uiteindelijk mee. Nog steeds had ik heel erg last en kon ik niet lopen, maar op de een of andere manier kwam ik zonder dat ik gedragen werd in een andere kamer terecht. Mijn hart ging tekeer. Dit zou mijn einde zijn. Ik wist het zeker! Snel keek ik de kamer rond. Er stond helemaal niets hier, we “liepen” door een gang in. Aan het einde van de gang deed de man een deur open. “here you are.” Hij duwde me zachtjes naar binnen en deed de deur op slot. Het was erg donker en mijn ogen moesten erg wennen. Toen ik wat kon zien keek ik de kamer rond. Ook hier stond helemaal niets.
Opeens bewoog er iets in de hoek van de kamer. “Wie is daar?” vroeg ik, terwijl ik ondertussen er op af liep. Het bleef stil. “Wie is daar?” vroeg ik nog een keer wat luider. “What do you say?” Hoorde ik een meisjes stem zeggen in gebrekkig Engels. “Who are you?” Vroeg ik nu in het engels. “I am Denise.” Ze was ondertussen opgestaan en nu kon ik haar beter zien. Ze zag er niet echt goed uit. Het was een mager meisje, met een hele bleke huid. Ze had donker haar en haar ogen vielen meteen op. Ze had iets speciaals.
“Hello. I am Liesbeth. Why are you here?” vroeg ik maar meteen. We gingen naast elkaar zitten. Ook al kende we elkaar helemaal niet, toch voelde het vertrouwd. We zaten in hetzelfde schuitje. Het meisje zag er dan wel stil en zielig uit, maar haar stem klonk vrolijk. Blij om iemand te zien waarschijnlijk. “I have no parents. One man found me, I was little.” Ze was duidelijk geen engelse en aangezien van wat ze zei, zou ze wel uit de buurt komen. “Why did he took you to this place?” Ze dacht even na en antwoordde toen: “They uh, uh, use me. To get children.” Ik knikte. Ze gebruikte haar dus gewoon om kinderen te lokken, maar waarom zat ze nu dan hier, in dit hok?! Voordat ik het kon vragen ging ze alweer verder. “I know it was not good, so I go away. But they found me.” Ze deed een paar bewegingen bij om te laten zien dat ze weggerend was, maar dat ze haar hadden ingehaald. Weer knikte ik.
Daarna vertelde ik hoe ik hier terecht gekomen was. Toen ik klaar was, was het even stil. Ik dacht aan Jason die zonder mij was weggegaan. Het meisje doorbrak de stiltje. “I think we are going to die.” Zei ze heel zachtjes. Dat was niet nieuws voor mij, eigenlijk had ik de hoop al opgegeven. “I know.” Antwoordde ik weer. “I know the way here. Everywhere.” Hoopvol keek ze me aan. Mij was het duidelijk, ze wou weg en snel ook. Even dacht ik na, maar bedacht me dat we niets te verliezen hadden en stemde in. “But, we have to do it slow. We can’t make a mistake. Ok?” Denise begon te glimlachen. “Ok!” antwoordde ze.
We bleven nog even praten,tot we stemmen in de gang hoorden en we heel stil bleven luisteren.