Het was stil. Ben luisterde naar z'n telefoon, en knikte af en toe.
Hij keek me aan, en ik wist niet hoe ik moest reageren. Zijn gezicht stond strak, en keek zo strak naar me.
Ineens hing hij op, en ging ie verder.
"Waar waren we?"
Ik keek hem aan, en k begreep er niks meer van. "Ik wil weten waar je was vanmiddag."
Ben keek naar voren, en zei niets meer. "Ben?" Verbrak ik de stilte.
"Ik was even naar m'n auto lagen nog een paar belangrijke spullen in." Zei hij snel. Hij ontweek m'n ogen.
"Ik geloof je niet" Zei ik kort maar krachtig. "Nu wil ik de waarheid."
Ben keek naar de grond, en pakte z'n telefoontje weer. Ik werd kwaad. "Zeg het nou gewoon!" Schreeuwde ik. Ben leek er van te schrikken, en keek naar m'n benen.
"Ik had een..." Zei hij. "IK wacht!" Zei ik pissig. Hij pakte iets uit z'n broek zak, en haade er een zakje uit. "Hierom was ik er niet..."
Ik keek naar het zakje, enwist in de eerste instantie niet wat het was. "Dat zakje?" Zei ik. Ik begreep hem echt niet!
"Je snapt het niet he?" Ben werd geirriteerd. "Dit zakje..." Begon hij. Ineens ging z'n telefoon weer af.