“Marja, slaap lekker.” Zei de verpleegster. Ze drukte het lichtknopje uit. Marja ging ver onder haar dekens liggen, en probeerde te slapen. Maar het lukte niet.
‘Waar zou haar moeder zijn?’ Vroeg ze zich zelf af.
Ze draaide wat in haar bed, en later viel ze in slaap.
Haar dromen waren moeilijk te volgen. De een was over hoe verliefd ze nog op aron was. De ander ging over Henk, hoe hij haar probeerde mee te nemen.
Marja werd gillend wakker. “Laat me met rust!” Schreeuwde ze door de kamer. Ze ging snel recht op zitten, en keek door haar kamer. ‘Niemand te zien.’ Stelde zich zelf gerust. Nu kon ze niet meer slapen. Ze keek naar buiten, naar de ambulances die aan het wachtten waren om mensen uit nood te helpen.
Marja zuchtte.
Ze ging weer diep onder haar dekens liggen. Ze sloot haar ogen, en probeerde te slapen.
Aron was buiten, ergens ver van zijn huis. Hij durfde niet meer naar huis te gaan, omdat hij bang was dat Henk daar was. Hij zwierf maar ergens en ging op een bankje zitten. Hij keek naar de vijver dat voor het bankje lag. Zijn gedachtes waren bij Marja.
‘Waar is ze?’ Vroeg ie zich zelf af. Hij moest meteen aan het meisje en de jongen denken van een paar uur geleden, Zij hadden het over een ziekenhuis. Aron dacht er over na, en besloot om naar Ziekenhuis Abbeloo te gaan. Misschien zou ze daar liggen. Met volle moed liep hij richting het ziekenhuis. Het was nog een pittig stukje lopen.
Marja kon echt niet slapen, ze lag nu al een uur te woelen in haar bed. Ze kon gewoon niet slapen, de dag was te spannend voor haar. Marja dacht aan hoe henk, hoe hij binnen kwam. Hij moest weten dat zij hier lag! Ze moest meteen aan Aron denken.
Marja sloot haar ogen weer, en dacht aan de zoen, die hij met haar deelde. Nu pas besefte ze, hoe erg zij hem leuk vond. Maar vond het echt stom dat hij zo was, als ze hem nu kent.
Ineensmaakte de deur een piepend geluid. Marja kroop nog dieper onder haar dekens, en keek net over een randje over haar deken. Ze kreeg weer een angst, een angst dat iemand haar nu echt zou mee nemen.