dankje.. het is echt een klein stukje.. :
De stad kwam steeds dichterbij. En even later reden we er midden in. Het was een grote stad, ik keek mijn ogen uit. Dit had ik sinds tijden niet meer gezien! We reden een paar straatjes door en stopten voor een klein huisje. Van buiten zag het er erg mooi uit, maar ik vroeg me af hoe het er van binnen uit zag. “Eruit komen!” schreeuwde de man die naast Jason zat. De man die naast mij zat tilde me ruw uit de auto, ik hield mijn tanden stijf op elkaar. Binnen werden we in de kelder gedumpt. Er was maar een bed en daar werd ik – niet al te zacht- op neer gezet. “Zo voorlopig blijven jullie hier.” Zeiden de mannen net voordat ze weg gingen. Jason kwam naast me zitten en zuchtte. “Daar gaat onze vrijheid. Het is ook nog mijn schuld ook.” Zei ik somber. Hij keek mij verbaasd aan. “Niets jou schuld, jij kan er toch niets aan doen en we komen hier ook vast wel uit!” Ik glimlacht even, altijd probeerde hij me op te beuren. Samen staarde we een tijdje voor ons uit. Opeens keek ik Jason aan. “Wat doen we nu eigenlijk midden in de stad? Hoe kunnen ze opeens hier zitten?” Jason haalde zijn schouders op en keek me toen aan. “Misschien weet je niet alles.” Zei Jason een beetje nerveus. Ik staarde hem ongelovig aan. Wat kon er nou nog meer zijn? Dit kon toch niet erger worden? Jason ging verder. “Micheal en Jaap zijn niet alleen.” Even was het stil. “Ik snap je niet.” Vragend keek ik hem aan. “Nou, het is een organisatie. Dus een hele groep die dit doet. Er zijn meerdere locaties en de mensen verdienen hier goud aan. Ze kidnappen kinderen en tieners, Die zijn het makkelijkste. Vaak komen ze nooit meer thuis aan, heel soms wel en nog iets. Het is niet alleen in Nederland, maar in meerdere landen.” Met grote ogen keek ik hem aan. Hoe kon dit nou? Waren die mensen gestoord ofzo? In meerdere landen, hoe kunnen ze dit doen? Er moest toch iets aan gedaan worden! “Hoe weet jij dit?” Vroeg ik voorzichtig aan Jason. Hij keek mij aan en dacht even diep na. “Nou, ik heb ze het ooit wel eens horen zeggen. Ik ben wel eens vaker weggelopen, maar ze vonden me altijd en de laatste keer hebben ze me gezegd dat ze me altijd konden vinden. Anders deden andere mensen dat wel, waarmee ze connecties hebben.” Het was even stil en ik zuchtte. “Ze laten ons dus echt niet gaan..” Geschokt keek ik hem aan. Ook al kwamen we ooit terug in Nederland, dan nog konden ze ons misschien wel vinden. Waarschijnlijk is het te gevaarlijk om hun gezicht te laten zien, maar toch!