Nou ik plaats het stukje maar enhoop dat jullie het weer uhh Boeiend vinden
...
Ik trok mij los van Jason en hij keek mij even aan. “Kom mee! Ze halen ons in!” “Ik durf echt niet!” piepte ik benauwd. “Wil je weer terug? Ze zullen goed kwaad zijn en je weet niet wat ze gaan doen...” Ik slikte even. Die paar seconden duurde uren, maar Jason besliste voor me en trok me mee. Ik wou me verzetten maar hij was sterker. Hij duwde me voor zich uit, heel gebiedend, zodat ik ook niet kon stoppen. Benauwd keek ik naar beneden en slikte even. Hoe moest ik dit aanpakken? Toen zette ik al mijn gedachten maar op nul en begon te rennen, zo hard als ik kon. Ik hoorde Jason verbaasd achter me iets zeggen, maar luisterde er niet naar. Opeens stond ik stil toen bleek dat ik aan de overkant stond. Opgelucht haalde ik adem en keek om. Jason kwam er aan gerend. “Doorrennen!” Snel zette ik het op een lopen. Het was nog steeds een open vlakte, dus we konden ons nergens verstoppen. Toen ik even omkeek zag ik dat de mannen nog steeds achter ons aanrende, de auto stond nog altijd aan de andere kant. Het ging er nu eigenlijk alleen nog maar om wie het snelste moe zou worden en het op zou geven.
Opeens hoorde ik achter me een schot en voelde in een scherpe steek in mijn Been. Met een gil belandde ik op de grond. Tranen van pijn sprongen in mijn ogen. Nog geen seconde later zat Jason bij mij en hadden de mannen ons ook ingehaald. Jason negeerde de mannen en wou mij helpen. Een van de mannen trok Jason bij me weg en duwde hem voor zich uit. “Eigen schuld" Mompelde hij. “Ik weet er wel raad mee” zei een andere man die mij op tilde en we de terugweg inzette. Weer over het ravijn, maar nu lette ik er niet op. Ik had ontzettende pijn, maar probeerde me goed te houden. De steek in mijn been werd met de minuut erger. Er naar kijken durfde ik niet, bang voor hoe het eruit zou zien. Eenmaal bij de auto legden ze me op de grond en keken naar de wond. Toen ze mijn broekspijp openscheurde zette ik mijn tanden op elkaar, de man die mij droeg pakte wat spullen uit de achterbak. Ik hoopte maar dat hij er raad mee wist. “Bijt hier maar op.” Hij duwde een doek in mijn mond. Waarom zou ik hierop moeten bijten? Opeens zette ik mijn tanden er hard in en schreeuwde, de tranen gleden nu echt langs mijn wangen. “Ik heb hem!” hoorde ik de man triomfantelijk zeggen. Ze verbonden mijn been en ik werd toen in de auto gezet achter Jason. Naast ons allebei kwam een man zitten. De pijn was er nog altijd en was niet minder geworden, maar als verdoofd zat ik daar voor me uit te staren. Het had allemaal geen zin meer. Ze hadden ons te pakken gekregen en straks.. Straks waren we weer terug bij af. Werden we goed bewaakt en waarschijnlijk binnen de kortste keren dood. Nee, het had echt allemaal geen zin meer. Een tijdje bleef ik naar buiten staren, we reden niet over de weg, maar gewoon dwars door de natuur heen. Er was ook geen weg in de buurt, Daar leek het in ieder geval niet op. Het enige wat me op was gevallen was dat we een andere kant opreden, dan waar Jason en ik vandaan kwamen. Toch besteedde ik er niet veel aandacht aan, want wat had het voor zin. Jason zag ik een paar keer bezorgd achterom kijken en een keer glimlachte ik even moedeloos terug. Ik vroeg me af wat Jason nu dacht. Zou hij het ook opgegeven hebben? Of zou hij een plan bedenken? Ik kon toch niet lopen. Zou hij in zijn eentje weg gaan? Nee, het antwoord wist ik eigenlijk al wel. Hij zou echt niet zonder mij weggaan. Misschien, heel misschien kwam het nog wel goed. Zo piekerde ik nog een tijdje door. Totdat ik voor me opeens een stad zag. Waar waren we nu weer beland?!